Lezingen van de dag – zondag 31 jan. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Johannes (Don) Bosco (+ 1888)don-bosco[5804991d80432a32d479e0596eead374]

Johannes (ook Don) Bosco, Turijn, Italië; stichter

Hij werd op 16 augustus 1815 vlakbij Turijn geboren in het Noord-Italiaanse stadje Castelnuovo d’Asti (nu: Castelnuovo Don Bosco). Voor zijn tijd had hij bijzondere opvattingen over zending en apostolaat. Hij maakte gebruik van alle menselijke middelen om het hart van anderen open te maken voor het evangelie. Hij kon goochelen, was acrobaat en atleet: voor een priester destijds bepaald ongewone eigenschappen. Maar hij was ervan overtuigd, dat de kerk van zijn dagen zich teveel richtte tot het verstand van de mensen en te weinig tot het hart.

Vanaf zijn priesterwijding in 1841 werkte hij in de achterbuurten van Turijn. Hij ontpopte zich als een geniaal pedagoog, wist door zijn onvermoeibare hartelijkheid en optimisme jongens aan zich te binden, maakte ze vertrouwd met de waarde van het evangelie en stichtte een plaatselijk bibliotheek, die uit zou groeien tot de Italiaanse jeugdbibliotheek. Hij schreef in die tijd een boek, getiteld ‘De verstandige jongen’. Het haalde tijdens zijn leven alleen al in Italië een oplage van ruim zes miljoen exemplaren. Hij zet daarin o.a. uiteen dat het in de opvoeding beter is fouten te voorkomen en het goede opvallend te belonen dan te straffen. Het maakte hem tot een van de belangrijkste katholieke pedagogen uit de 19de eeuw. In zijn gebed liet hij zich vooral inspireren door Sint Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari).

Om nog meer tot uitdrukking te brengen dat de zorg voor de jeugd een uitdrukking was van Gods zorg voor de mensen, stichtte hij voor mannen de Congregatie der Salesianen (1859) en voor vrouwen de Dochters van Maria (1872). Na een liefdevol leven vol inspanning, waarbij hij veel tegenwerking had moeten overwinnen en had moeten oproeien tegen allerhande vormen van onbegrip in de eigen kerk, stierf hij op 72-jarige leeftijd. Hij kreeg de eretitel mee van ‘koning van de straatjongens en apostel van de verwaarloosde jeugd’. Naar hem zijn de Don-Boscohuizen voor jongeren genoemd.

Met Sint Jozef-Benedictus Cottolengo († 1842; feest 30 april), zijn biechtvader Sint Jozef Cafasso († 1860; feest 23 juni) en Sint Leonardus Murialdo († 1900; feest 30 mei) vormt hij de zogeheten ‘Turijnse vier-ster’. Hij rust in de kerk van de salesianen in Turijn.

In 1934 werd hij heilig verklaard.

Hij is patroon van Castelnuovo Don Bosco; daarnaast van circusartiesten, dansers, leerjongens, schooljongens, jeugd en jongeren in het algemeen, van jeugdzielzorgers en jongerenpastores en (katholieke) uitgevers.

Omdat in zijn tijd de fotografie al was uitgevonden zijn er authentieke portretten en opnamen van hem bewaard gebleven. Vaak wordt hij afgebeeld omringd door kinderen.

4e ZONDAG DOOR HET JAAR – C


Uit de profeet Jeremia 1, 4-5 + 17-19

Wanneer de zending van de profeet Jeremia in twijfel wordt getrokken, verzekert hij dat God hem heeft uitgekozen. Van God kreeg hij de opdracht een oordeel over de volken uit te spreken. Hij zal heel wat te verduren krijgen, maar God zal altijd bij hem zijn. Hij moet dus vastberaden volharden.

De Heer richtte zich tot mij:
‘Voordat Ik je vormde in de moederschoot, had Ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had Ik je al aan Mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.
Jij, Jeremia, maak je gereed en zeg hun alles wat Ik je opdraag. Laat je door hen geen angst aanjagen, anders zal Ik jou angst aanjagen in hun bijzijn.
Ik maak je nu tot een vestingstad en een ijzeren zuil, tot een bronzen muur om stand te houden tegen het hele land: de koningen en leiders van Juda, de priesters en het volk.
Ze zullen je bestrijden, maar niet verslaan, want Ik zal je ter zijde staan en je redden; spreekt de Heer.’

 

Psalm 71, 1-6 + 15-17

Refr.: Over uw macht zal ik spreken, Heer mijn God.

Bij U, Heer, schuil ik,
maak mij nooit te schande,
red en bevrijd mij, doe mij recht,
hoor mij en kom mij te hulp.

Wees de rots waarop ik kan wonen,
waar ik altijd heen kan gaan.
U hebt mijn redding bevolen, Drieeenheid_2
mijn rots en mijn burcht, dat bent U.

Mijn God, bevrijd mij uit de hand van schurken,
uit de greep van wrede onderdrukkers.
U bent mijn enige hoop, Heer, mijn God,
van jongs af vertrouw ik op U.

Al vanaf mijn geboorte steun ik op U,
al in de moederschoot was u het die mij droeg,
U wil ik altijd loven.

Mijn mond verhaalt van uw gerechtigheid,
van uw reddende daden, dag aan dag,
hun aantal kan ik niet tellen.

Spreken zal ik over uw macht, Heer, mijn God,
de rechtvaardigen roemen van U alleen.
God, U onderwees mij van jongs af aan,
en steeds nog vertel ik uw wonderen.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 12, 31 – 13, 13

Vele en verscheidene genadegaven dragen er toe bij een christelijke gemeenschap op te bouwen. Maar zonder de liefde zijn zij van geen nut. De liefde bezielt gans het broederlijk samenleven. Zij is de grootste van alle gaven, de enige die zal blijven in het gelukzalig leven bij God.

Broeders en zusters,
richt u op de hoogste gaven. Maar eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is.
Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen; had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.
Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen; had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn; had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
De liefde is geduldig en vol goedheid.
De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.
Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan; want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt.
Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.
Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten.
Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

 

Alleluia.eucharist

Het woord is vlees geworden
en het heeft onder ons gewoond.
Aan allen die Hem aanvaardden
gaf Hij het vermogen
om kinderen van God te worden.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 4, 21-30

Hoewel Hij in Kafarnaüm werd aanvaard, wordt Jezus in Nazaret door de zijnen verworpen. Zoals Elia en Elisa richt Hij zich tot de heidenen om hen het heil van God aan te bieden. De woede en het geweld van zijn dorpsgenoten zijn een aankondiging van de dood van de Messias. Lucas schetst hier gans het verloop van het evangelie tot bij de Handelingen van de Apostelen. Het heil dat eerst werd aangeboden aan de Joden, zal zich uitstrekken tot alle volkeren.

In die tijd begon Jezus in de synagoge te spreken: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’
Allen betuigden Hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
En Hij zei tegen hen: ‘Ongetwijfeld zullen jullie me dit gezegde voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kafarnaüm gebeurd is, ook hier in uw vaderstad.’
Hij vervolgde: ‘Luister, Ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad. Maar Ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël die leden aan huidvraat, maar niemand van hen werd gereinigd, behalve de Syriër Naäman.’
Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. Ze sprongen op en dreven Hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem in de afgrond te storten.
Maar Hij liep midden tussen hen door en vertrok.

Van Woord naar leven

‘Had ik de liefde niet, ik zou niets zijn’,  horen we bij Paulus vandaag.

Liefde is een werkwoord. Daarop ligt bij Paulus de klemtoon. Hij gebruikt niet minder dan vijftien werkwoorden om te bezingen wat de liefde allemaal doet, of juist niet doet. Men moet het wel goed verstaan. Het is niet de liefde die geen afgunst kent, die vreugde vindt in de waarheid en alles verdraagt. Het is de liefhebbende persoon. Je kunt veel goede en belangrijke dingen doen waar je trots op bent, maar als je niet liefhebt ben je niets.

Er moet ook iets gezegd worden over hoe men het sleutelwoord ‘liefde’ zelf moet verstaan. ‘Agapé’ staat er in het Grieks. Het is een typisch christelijk woord, onmogelijk goed in het Nederlands weer te geven. ‘Caritas’ zegt het Latijn, maar dit betekent dan veel meer en ook iets anders dan wat wij liefdadigheid noemen.
Eigenlijk hebben we een paar zinnen nodig. Heb elkaar lief zoals Ik jullie heb liefgehad, zei Jezus, het mensgeworden woord van God, tegen zijn leerlingen (Joh. 13,34). Het is een bovenmenselijke opdracht. God is liefde. Hoe kunnen mensen van elkaar houden zoals God de mensen liefheeft?
Paulus spoort zijn lezers aan zich op de hoogste gaven te richten en wijst hen op de meest voortreffelijke weg. De liefde is de meest voortreffelijke gave. Een gave: dankzij de kracht van Gods genade kan het je lukken van mensen te houden zoals Hij hen liefheeft. Je moet hoog genoeg durven mikken, want onderweg zakt de pijl altijd. Liefhebbende mensen blijven altijd onder de maat van Gods liefde en mogen het daarom nooit opgeven.

Liefde is een werkwoord. Als haar hooglied in een huwelijksviering wordt voorgelezen, denkt men uiteraard en waarschijnlijk alleen aan de echtelijke liefde, aan wat de huwenden elkaar beloven. Hun gevoelens voor elkaar vertalen ze in werkwoorden. Maar het hooglied zingt over veel meer dan echtelijke liefde. Nergens spreekt het over enige voorkeur voor bepaalde personen. De liefde die het bezingt ontplooit zich niet binnen een gesloten cirkel. Ze trekt geen grenzen. Misschien past het daarom niet helemaal in een huwelijksviering. Ze riskeert het onrecht te doen.

Er bestaat een eeuwenoud liturgisch lied waarvan het korte refrein nog altijd bij veel gelegenheden graag wordt gezongen. Misschien kent u het van buiten, ook de mooie, ingetogen melodie die Taizé er aan gaf: Ubi caritas et amor, Deus ibi est.
In een bekende Nederlandse vertaling zingt men: ‘Daar waar liefde heerst en vrede, daar is God met ons.’ Mijn voorkeur gaat naar een vrije vertaling. ‘Waar de liefde aan het werk is, daar is God.’ Waar mensen elkaar liefhebben met de vele werkwoorden van de liefde en in alle vervoegingen van die werkwoorden, daar wordt zichtbaar en tastbaar wie en hoe God is. Zichtbaar en tastbaar ook voor mensen die niet in God geloven.

De liefde zal nooit vergaan, schrijft Paulus aan het einde van zijn hooglied. Hij bedoelt de goddelijke liefde. Die liefde is het die mensen het vermogen schenkt en de volharding om van elkaar te houden met de vele werkwoorden van de liefde.

Soms wordt het Griekse agapè vertaald als ‘liefde van de beste soort’. Ik zou zeggen: met minder dan het beste mag je geen genoegen nemen.

B.J. De Clercq. O.p.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,kaarsje-in-de-kerk-van-Taizé
moge uw woord in ons het profetisch vuur doen oplaaien van uw liefde voor ieder die wij ontmoeten.
Alle dagen van ons leven.
Amen .