Lezingen van de dag – zondag 4 december 2016


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van Damascus († ca 749)010bcf8fdef589d2700179f5f661689b

Johannes van Damascus (ook Damascenus); kerkvader

Hij moet rond 650 geboren zijn in de Syrische stad Damascus als zoon van een zogeheten ‘logothètes’ aan het hof van de kalief: iemand die de belangen behartigde van de door de moslims onderworpen christenen. Zijn opleiding kreeg de jonge Johannes van een Italiaanse monnik Cosmas die door zijn vader uit gevangenschap was vrijgekocht. Na de dood zijn vader kreeg hij diens functie aan het hof.
Intussen brak in de christenwereld de strijd uit rond de beweging van de iconoclasten.
Deze beweging mocht zich verheugen in de machtige steun van de Byzantijnse keizer Leo de Isauriër (717-740) . Onverschrokken , en met veel kennis van zaken, schreef Johannes een geschrift ‘Tegen hen die de ikonen breken’. Daarin voert hij aan dat niet alleen de afbeelding op de icoon verwijst naar het goddelijke, maar dat het materiaal van de icoon zelf, het goud, zilver, hout en de verf, ook nog eens geheiligd worden door het doel waarvoor zij worden gebruikt. En heeft God bovendien niet de materie van de hele schepping geheiligd en van zijn goddelijkheid doortrokken door het wondervolle mysterie van de menswording?
Omdat de keizer er niets tegenin kon brengen, wist hij niets beters te doen dan zijn rivaal verdacht te maken bij de keizer. Hij zond de kalief een brief met de valse beschuldiging dat Johannes een plan aan het uitwerken was om de stad Damascus de Grieken in handen te spelen. De kalief kon niet geloven dat zijn vertrouweling tot zo’n laaghartig verraad in staat zou zijn. Maar voor alle zekerheid nam hij toch voorzorgsmaatregelen: hij liet bij Johannes de rechterhand afhakken: de hand die het geschrift tegen de iconoclasten, en daarmee tegen de keizer, had geschreven.
Die nacht bleef Johannes de hele nacht in gebed waken voor een Maria-icoon, waarbij hij zijn afgehouwen hand krampachtig tegen de stomp van zijn arm drukte. In zijn gebed legde hij aan de Moeder Gods uit dat hij die hand hard nodig had om ter ere van haar hymnen en lofzangen te schrijven. Uitgeput door de pijn en het waken, viel hij in slaap. In zijn droom zag hij hoe de Moeder Gods hem beloofde de hand te genezen. Toen hij wakker werd zat zijn hand weer vast aan zijn arm; slechts een ringvormig litteken gaf de oude verwonding nog aan. Uit dankbaarheid liet hij op de icoon een zilveren hand aanbrengen. Naar het schijnt wordt deze icoon van de Driehandige Maagd nog steeds bewaard en vereerd op de Berg Athos in Griekenland.
Nu verhuisde Johannes naar het buurland Palestina om daar als monnik in te treden in de ‘laura’ (= letterlijk ‘kring’, dus monnikengemeenschap) die daar zo’n honderdvijftig jaar eerder door Sint Sabas († 532; feest 5 december) was gesticht. Deze lag niet ver van Jeruzalem. Zoals hij beloofd had, besteedde hij de meeste tijd aan het dichten en componeren van Mariahymnen en andere liturgische gezangen. Sommige ervan worden nog steeds gebruikt in de oosterse liturgie. Volgens zeggen stierf hij op ruim honderdjarige leeftijd.

In 1890 riep paus Leo XIII († 1903) hem uit tot kerkleraar.
Hij is patroon van apothekers, ikonenschilders en theologiestudenten.
Hij wordt afgebeeld met zijn afgehouwen hand; of met een Maria-icoon.

2e zondag van de advent – A15259231_1270546582989070_3196409419307439321_o


Uit de profeet Jesaja 11, 1-10

Dit gedicht tekent ons de voornaamste trekken van de komende Messias. Hij is de Zoon van David en ontvangt van God zijn profetische geest. Hij zal de heiligheid van de Heer openbaren door rechtvaardigheid te doen heersen onder de mensen. Overal in het land brengt Hij de kennis van God en op die manier herstelt Hij de vrede van het paradijs. De belofte van deze grootse toekomst onthult nu reeds de ernst, waarmee we vandaag moeten leven.

Uit de stronk van Isaï zal een telg ontspruiten, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.
De geest van de Heer zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de Heer.
Hij ademt eerbied voor de Heer; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten.
Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis.
Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.
Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.
Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden.
Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro.
Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.
Want kennis van de Heer vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.
Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan.
Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.

 

Psalm 72, 1 + 2 + 7 + 8 + 12 + 13 + 17

Refr.: Rechtvaardigheid zal in zijn dagen ontbloeien.

Geef, o God, uw wetten aan de koning,
uw gerechtigheid aan de koningszoon.

Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,
uw arme volk naar recht en wet.annunciation-icon1

Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.

Moge hij heersen van zee tot zee,
van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.

Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt hij het leven.

Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam
zal voortleven zolang de zon zal schijnen.

Men zal wensen gezegend te worden als hij,
en alle volken prijzen hem gelukkig.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 15, 4-9

God is trouw aan Israël en zijn erbarmen voor de volkeren is groot. Hij vergeet zijn beloften niet en breidt ze zelfs uit over een steeds bredere horizon. Wanneer wij elkaar aanvaarden, hebben we een betrouwbare houvast in ons bereik om ons op Hem die komen zal voor te bereiden en Hem te ontvangen.

Broeders en zusters,
alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.
Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt.
Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.
Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.
Ik bedoel dit: Christus is een dienaar van de Joden geworden om hun te tonen dat God trouw is en om de beloften aan de aartsvaders te vervullen, maar Hij is ook gekomen om de heidenen in staat te stellen God te loven om zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U prijzen onder de heidenen, psalmzingen ter ere van uw naam.’

 

Alleluia.candle-225036_640
Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht;
en heel de mensheid zal Gods redding zien.
Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 3, 1-12

Er is geen verschil tussen de boodschap van Johannes en die van Jezus. Waar het doopsel van de Voorloper echter alleen maar een dringende oproep was tot algehele bekering, daar is het optreden van de Messias de voltrekking van het oordeel. Hij komt de mensen redden door Gods kracht. Ieder ogenblik kan de Dag van de Heer komen en daarom staan we voor een dubbele opdracht: wij moeten ons persoonlijk bekeren en wegen banen voor Hem, die ons redt.

In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’
Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”’
Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij voedde zich met sprinkhanen en wilde honing.
Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe, en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden.
Toen hij zag dat veel Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop afkwamen, zei hij tegen hen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor Hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; Hij houdt de wan in zijn hand, Hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.’

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Johannes de Doper aan het woord. Hij riep op tot bekering, en dat deed hij op zijn eigen wijze: dwingend, als een vuur, een soort bliksem, het geweten bespelend, hij wond er geen doekjes om. Het zal wellicht voor velen nodig geweest zijn.

Wij leven – en dit in tegenstelling tot Johannes de Doper – na de opstanding van Jezus, en dus in de verrijzenisgenade. Vanuit deze genade mogen wij – net als Johannes – wegwijzers zijn voor elkaar. Daarom niet op de wijze die de Doper hanteerde, maar innerlijk wel vanuit hetzelfde vuur.

Gaan wij zo met elkaar om dat ieder diep in zichzelf de weg kan vinden die God met hem voorheeft ?
Zijn wij elkaar zo nabij dat ieder de mogelijkheid krijgt Jezus te leren kennen, Hem ten diepste te ontmoeten ?
Leven wij op die wijze met elkaar dat wij een afstraling zijn van Gods barmhartigheid en dat mensen ‘zin’ krijgen in God ?
Steken we genoeg energie in het zoeken naar verzoening en laten zo iets zien van Gods bedoeling met al wat verdeeld is ?
Praten wij met zulk een liefde over de Kerk (de binnenkant van de Kerk !!) dat anderen er meer over willen gaan weten ?
Lezen of studeren we zelf genoeg om te weten waarover we spreken en dat dit ‘weten’ aanstekelijk gaat werken ?
Dragen we onze naasten mee in ons gebed ? Brengen we hen met regelmaat voor de Heer ?

Als we stil staan bij onszelf en goed nadenken over onze mogelijkheden, dan zullen we waarschijnlijk moeten vaststellen dat we te weinig wegwijzer zijn voor elkaar. Terwijl dit voor een christen eigenlijk een wezenlijk aspect zou moeten zijn van zijn leven. Als grotere gemeenschap dragen we daarin immers naar elkaar toe een grote verantwoordelijkheid.

Laten we dit altijd doen in de liefde van Jezus, zijn woorden indachtig waar Hij zegt dat Hij niet gekomen is om de wereld te oordelen maar om reddend aanwezig te zijn, dat Hij niet gekomen is voor de gezonden maar voor de zieken, voor hen die verloren dreigen te lopen.
Laten we dit altijd doen in een geest van diepe zin voor broederschap, met de warmte van de Heer. Niet vanuit een hogere positie of altijd denkend het beter te weten, maar eerder dienend, bij wijze van spreken knielend voor de ander, hem de voeten wassend. ‘Ik heb u een voorbeeld nagelaten’ zei Jezus na de voetwassing.

Lieve mensen, ook dat is advent: wegwijzers zijn voor elkaar.
Moge Jezus, onze Broer en Heer, ons hierbij helpen. Moge we elkaar nabij zijn, en wel in Hem, opdat Hij door ons heen genadevol werkzaam kan zijn in de Kerk en ver daarbuiten.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,244780_4109
neem ons op in U,
leer ons te leven in U,
help ons uw liefde te belichamen.
Geef dat wij op deze wijze
wegwijzers mogen zijn voor elkaar,
opdat ieder U mag leren kennen,
U ten diepste mag ontmoeten,
Gij; de weg, de waarheid, het leven.
Kom heilige Geest.
Amen.