Lezingen van de dag – zondag 4 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Pinksteren

Hoogfeest

Pinksteren komt van het Griekse pèntèkostè, dat ‘vijftigste’ betekent of de 50ste dag na Pasen (en dus 10 dagen na Hemelvaart). Het staat voor de 50 dagen durende ‘vreugdetijd’ van de paaskring, die met de viering van het Pinksterfeest plechtig wordt voltooid. Pinksteren is één van de oudste grote feesten van de Kerk, de gedachtenis van de ‘uitstorting van de Geest’,  de Helper en Trooster. Dit vond als vanouds plaats tijdens het Wekenfeest (sjawoeoth) in Jeruzalem. Het stond niet alleen voor het eeuwenoude oogst- en pelgrimsfeest, maar vooral ook voor de gedachtenis aan de gave van de Thora, het overhandigen van de Tien Geboden aan Mozes op de Sinaï zeven weken na de uittocht uit Egypte en het begin van Israëls bestaan als nationale en religieuze gemeenschap.

Tegen die achtergronden wordt het Pinksterfeest door de Kerk gevierd als feest van de (eerstelingen van de) Geest. Net als bij de Joden vormt Pinksteren de bekroning van Pasen: de uittocht van Christus uit het dodenrijk wordt bekrachtigd door het godsgeschenk van heilige Geest. Vandaar dat op die dag ook vaak een doopsel, vormsel, belijdenis of ambtsbevestiging gevierd wordt. Maar het kan ook gezien worden als het geboortefeest van de universele Kerk. Niet toevallig gaat dan extra veel aandacht naar de zending en missie van de Kerk. De liturgische kleur is rood. Het verwijst naar de vurige tongen waaronder de Geest neerdaalde. Gevierd wordt de komst van de heilige Geest en de eerste verkondiging.

Aanvankelijk werd met Pinksteren zowel de neerdaling van de Geest als de Hemelvaart van Jezus gevierd. Het Concilie van Elvira (310) besliste dat Hemelvaart voortaan als een zelfstandig feest gevierd moest worden en wel op de veertigste dag van Pasen. Sindsdien wordt de afsluiting van de Paastijd, de 50ste dag, een zelfstandige feestdag. Tussen Hemelvaart en Pinksteren ligt dan het pinksternoveen, waarin voor de komst en de werking van de heilige Geest wordt gebeden.

Vroeger werden met Pinksteren vanuit de nok van de kerk duiven losgelaten en bloemblaadjes naar beneden gegooid, als symbool van de neerdaling van de vurige tongen. In Italië vliegt er nog steeds een speelgoedduif met een vlam over een rail van achter naar voren door de kerk, waar vuurwerk is opgehangen, dat dan ontploft.
In de middeleeuwen werd Pinksteren uitbundig gevierd. Een uitverkoren meisje werd tot pinksterbruid gekroond en op het dorpsplein zetten mannen een pinksterboom neer. Stoere jongens klommen naar de top. Iedereen danste eromheen en het lekkere pinksterbier vloeide rijkelijk.

Pinksteren, de vijftigste dag (7 x 7 + 1), als dag van de voltooiing, wordt uiteraard ook in de Oosterse Kerken gevierd. Voor de gelegenheid wordt de grond in de kerkgebouwen dan vaak bedekt met gras en bloemen. Daarmee wordt verwezen naar de nieuwe paradijstuin, die er ooit zal komen en onverwoestbaar is sinds Gods geest in deze wereld aan het werk is. Sinds Pinksteren dus.

De joodse traditie leest op Pinksteren het boek Ruth, de grootmoeder van de latere koning David: het genieten van de oogst van zijn land geeft ook verplichtingen tegenover armen en vreemdelingen. Misschien iets om eens over na te denken op deze pinksterdagen…

Met dank aan dominicanen.be

Pinksteren

Hoogfeest


Uit de Handelingen van de Apostelen 2, 1-11

De vijftigste dag na Pasen – wat Pinksteren betekent – herdachten de Joden de overhandiging van de Wet op de berg Sinaï. In deze context plaatst Lucas de gave van de Geest, de geboorte van de Kerk en het heil voor gans het heelal in Christus.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’

 

Psalm 104, 1 + 24 + 29 + 30 + 31 + 34

Refr.: Zend uw Geest, dan komt er weer leven.

Heer, mijn God, hoe groot bent U.
Met glans en glorie bent U bekleed.

Hoe talrijk zijn uw werken, Heer.
Alles hebt U met wijsheid gemaakt,
vol van uw schepselen is de aarde.

Verberg uw gelaat en zij bezwijken van angst,
ontneem hun de adem en het is met hen gedaan,
dan keren zij terug tot het stof dat zij waren.

Zend uw adem en zij worden geschapen,
zo geeft U de aarde een nieuw gelaat.

De luister van de Heer moge eeuwig duren,
laat de Heer zich verheugen in zijn werken.

Moge mijn lofzang de Heer behagen,
zoals ik mijn vreugde vind in Hem.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 12, 3b-7 + 12-13

De Vader is de bron van elke geestelijke kracht. Hieruit komt alle dienstverlening in de Kerk tot stand. Door zijn innerlijke gaven verzekert de Geest de onderlinge eenheid van alle gedoopten.

Broeders en zusters,
niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is de Heer’, behalve door toedoen van de heilige Geest.
Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.
Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.

 

Alleluia.

Kom, heilige Geest,
vervul het hart van uw gelovigen,
en ontsteek in hen het vuur
van uw liefde.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 21, 19-23

Zoals de Schepper de levensadem blies in de eerste mens, zo deelt de verrezen Christus aan zijn leerlingen zijn levensgeest mee. De Geest maakt alles nieuw en geeft aan zondaars, die vergeving kregen, de oorspronkelijke gaafheid terug.

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’
Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.
Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’
Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

Van Woord naar leven

De overweging is van de hand van Frans Mistiaen, s.j.

Het is deugddoend dat wij, in ons christelijk geloof, God ook mogen ervaren als Heilige Geest, als de bezielende Kracht in ieder van ons. Want er gaat een kracht uit van onze Liefde-God. In de liturgie van vandaag wordt zijn aanwezigheid beschreven met symbolische tekens: Vuur! Een heilig vuur dat brandt, maar niet vernietigt of verteert, zoals bij het brandend braambos dat Mozes heeft ervaren. Vandaag laait er een nieuwe vurigheid op, een enthousiasme en een bezieling in ons kille, lauwe hart.
En Wind! Een hevige wind, die ons doet denken aan de levensadem van God over het water uit het scheppingsverhaal. Op Pinksteren waait er een krachtige, nieuwe wind over onze oude wereld. Hier gebeurt een nieuwe schepping. Vuur en Wind, het zijn oude, bijbelse symbolen voor de aanwezigheid van God Zelf.

Maar op Pinksteren vieren wij vooral dat onze Liefde-God met zijn vurigheid en zijn levensadem op elk van ons neerkomt, in ieder van ons woont om er voor altijd te blijven.

“Kunnen wij nog wel bezield worden?” zullen sommigen zich misschien afvragen. “Is er nog iets waardoor wij bewogen kunnen geraken, na alles wat wij hebben meegemaakt de laatste tijd?” Mensen kunnen inderdaad heel wat ontgoochelingen oplopen. Misschien toch vooral dán, wanneer zij in beweging werden gebracht door dingen die hen eigenlijk niet gelukkig konden maken: geldzucht, prestige, carrière, genot, oude ideeën, of omdat zij hun energie hebben gestoken in relaties die toch geen toekomst hadden. Jong en oud, wij hebben allemaal nood aan een nieuwe begeestering door iets dat ons leven waardevol maakt. Vandaag zeggen wij dat wij geloven dat het kan! Wij geloven in de komst van een nieuwe, echte liefde in ons hart en ons gemoed.

Maar opgepast! Gods levenskracht is geen soort magnetische inductie die iedereen willens nillens, verplicht móet ondergaan. Gods Geest is een ‘liefdevolle’ kracht. En liefde dwingt niet, maar nodigt uit, praamt misschien en stuwt, maar respecteert steeds de andere. Gods Geest komt dus wonen in wie zijn hart voor Hem openstelt, in wie de liefde wíl toelaten in zijn leven. Hij spreekt onze vrijheid aan en vraagt onze medewerking.

Als wij Hem in ons binnenlaten, dan is Hij wel geen gemakkelijke Gast, maar Iemand die veel van ons durft vragen. Bij alles wat wij ondernemen en doen, “brengt Hij ons in herinnering wat Jezus heeft gezegd “, nodigt Hij ons dus voortdurend uit tot de levensmentaliteit van Jezus: en dat is: zichzelf breken en delen, opdat anderen zouden leven. Geen zelfverheerlijking dus, maar zelfgave. Jezus’ liefde vraagt inderdaad een pijnlijke strijd tegen onze eigen zelfzucht. Maar, hoe louterend dit ook is, alleen deze zichzelf-gevende en anderen-dienende liefde is bij machte ons te bezielen tot diep menselijk geluk. Gods kracht verplettert onze menselijke vrijheid dus helemaal niet, maar spreekt die juist aan en nodigt ons uit tot heel persoonlijke medewerking met zijn liefdegloed.

Wie echt bewogen wordt, gaat ook zelf bewegen. Wie bezield is, breekt naar buiten. De eerste vrucht van de echte liefde is openheid. Liefde maakt vrij. Wie innerlijk bevrijd is van zijn zelfzucht kan het niet nalaten op zoek te gaan om ook anderen te bevrijden van alles wat hen klein en opgesloten houdt. Jezus’ bange leerlingen werden vrijmoedige getuigen. En zij werden door allen begrepen. Echte liefde doorbreekt en overschrijdt alle grenzen tussen mensen. Echte liefde is een taal die door iedereen wordt verstaan. Gods liefdekracht is niet beperkt tot een klein groepje vromen, maar is bestemd en ervaarbaar voor allen.

Dat vieren wij met Pinksteren: dat Jezus’ Liefde in ons hart is uitgestort en, als wij met Hem meewerken, daar bezielend werkzaam is doorheen al het goede dat wij doen. En dat die Liefde bij machte is heel de wereld te vernieuwen, van binnenuit.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Kom, Geest van de Vader,
wees Gij ons licht. Toon aan de wereld Gods Aangezicht. Laat steeds meer mensen Gods liefde ondervinden, dat iedereen Jezus’ kracht mag zien, dat velen uw bijstand ervaren. Wijs ons allen de weg naar het hart van de Heer.
Amen.