Lezingen van de dag – zondag 4 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Carolus Borromeus († 1584)

Carolus Borromeus (ook Carlo Borromeo), Milaan, Italië; aartsbisschop & kerkleraar

Hij werd op 2 oktober 1538 geboren in het Italiaanse plaatsje Arona, gelegen aan het Lago Maggiore. Reeds op 23-jarige leeftijd was hij kardinaal en aartsbisschop van Milaan. Hij is een van de kopstukken van de katholieke Contra-Reformatie. Zo verscheen van zijn hand in 1566 de eerste Romeinse catechismus. Zijn geschriften over de kerkhervormingen in zijn bisdom Milaan werden het voorbeeld voor al die andere plaatsen waar bij geestelijkheid, kloosters en gewoon kerkvolk de hervormingen moesten worden doorgevoerd, die op het Concilie van Trente in gang waren gezet.

Toen in 1576 een pestepidemie uitbrak in zijn bisdom, was hij een toonbeeld van zorg en toewijding. Onafgebroken was hij als een echte herder bij zijn mensen te vinden. Geen wonder, dat zijn populariteit bij de mensen almaar groter werd.
Hij schreef de kloosterregel voor de zusters ursulinen, die enige jaren tevoren door de heilige Angela de’Merici († 1540; feest 27 januari) waren gesticht; de regel werd in 1582 officieel door de paus goedgekeurd.
Dankzij hem kwam de lijkwade van Christus van het Franse Chambéry naar de Italiaanse stad Turijn.

Na zijn dood werd hij bijgezet in de crypte van de dom in Milaan. In 1610 volgde zijn heiligverklaring.
Hij is patroon van het bisdom Lugano; van de universiteit van Salzburg; van prelaten, zielzorgers en seminaristen; van de Borromaeusvereniging en van de nonnencongregatie van St-Borromaeus.
Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen de pest.
Hij wordt afgebeeld als kardinaal (rode mantel en platte ronde kardinaalshoed); vaak is hij in gebed of reikt hij de communie uit aan pestlijders.

Bron: Heiligen.net

zondag 31 door het jaar – B


Uit het boek Deuteronomium 6, 2-6

In de passage die onmiddellijk aan deze tekst voorafgaat, wordt gezegd dat God zijn volk bemint. God beminnen is dus antwoorden op een liefde die er altijd was. Dit gebod komt nergens zo uitdrukkelijk voor als in het boek Deuteronomium, maar het is tussen de lijnen aanwezig in heel wat geschriften van het Oude Testament. Jezus zal er het grootste gebod van maken. Voortaan wordt het geloof geïnspireerd, niet door een slafelijke vrees, maar door de schroom van het kindschap Gods.

Mozes sprak tot het volk: ‘U moet voor de Heer, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u met een lang leven gezegend worden.
Luister dus, Israël, en neem ze nauwlettend in acht. Dan zal het u goed gaan in het land dat overvloeit van melk en honing, en zult u sterk in aantal toenemen, zoals de Heer, de God van uw voorouders, u heeft toegezegd.
Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige! Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten.

 

Psalm 18, 2-3 + 4-5 + 47 + 51b

Refr.: U, Heer, heb ik lief, mijn rots, mijn vesting.

Ik heb U lief, Heer, mijn sterkte,
Heer, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder.
God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.

Ik roep: ‘Geloofd zij de Heer,’
want ik ben van mijn vijanden verlost.
Mij omsloten de banden van de dood,
de kolkende afgrond joeg mij angst aan.

De Heer leeft, geprezen zij mijn rots,
hoogverheven is God, mijn redder.
Hij betoont zich trouw aan zijn gezalfde,
aan David en zijn nageslacht, voor altijd.

 

Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 7, 23-28

In het nieuwe Verbond van God met de mensen vervult Jezus een sleutelrol. Hij werd als hogepriester geroepen en aangesteld om door het offer van zijn leven God voor altijd mensen te verzoenen.

In het eerste verbond moesten meerderen priester worden omdat de dood hen belet in functie te blijven; terwijl Jezus’ priesterschap zonder opvolger is, omdat Hij tot in eeuwigheid blijft. Zo kan Hij ieder die door Hem tot God komt volkomen redden, omdat Hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.
Een hogepriester als Hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven. Hij hoeft niet, zoals de andere hogepriesters, elke dag eerst offers op te dragen voor zijn eigen zonden en dan voor die van het volk; dat heeft Hij immers voor eens en altijd gedaan toen hij het offer van zijn leven bracht.
De wet stelt mensen aan als hogepriester, en mensen zijn behept met zwakheid, maar met de bekrachtiging onder ede die later werd uitgesproken dan de wet, is de Zoon aangesteld, die voor altijd de volmaaktheid heeft bereikt.

 

Alleluia.

Als iemand mij liefheeft,
zal hij mijn woord onderhouden,
zegt de Heer,
en Wij zullen tot hem komen.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 12, 28b-34

Reeds Deuteronomium schreef voor om God te beminnen. En reeds Leviticus beval zijn naaste te beminnen als zichzelf. Wat is dan het nieuwe in Jezus’ onderricht? Deze twee geboden zijn voortaan slechts één, en het voornaamste van alle. Dat is de eredienst die God welgevallig is. Wie dit begrijpt, staat dicht bij het Koninkrijk.

In die tijd trad een schriftgeleerde op Jezus toe en legde Hem de vraag voor: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’
Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’
De schriftgeleerde zei tegen Hem: ‘Inderdaad, Meester, wat U zegt is waar: Hij alleen is God en er is geen andere God dan Hij, en Hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’
Jezus vond dat hij verstandig gesproken had en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het Koninkrijk van God.’
En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.

Van Woord naar leven

Alle belangrijke levensovertuigingen, filosofieën of religies hebben een opvatting over de twee fundamentele relaties van de mens: over de verticale dimensie van de verhouding tussen de mens en God en over de horizontale dimensie van de relatie tussen de mens en zijn medemensen. Welnu het teken van het christendom is juist het kruis. Het christendom beleeft men op het snijpunt van de horizontale en de verticale balk. Het christendom is de godsdienst waar juist de synthese van de twee aspecten als ideaal in het centrum staat.

Andere levensfilosofieën benadrukken duidelijk meer de éne of de andere lijn. Het boeddhisme bijvoorbeeld zal de verticale dimensie accentueren. Daar komt het er vooral op aan zichzelf individueel te zuiveren en te laten opgaan in het Al, het licht. Het Marxisme daarentegen verdedigt enkel de horizontale lijn, de menselijke solidariteit, zonder God daarbij te betrekken.

Binnen de christelijke geloofsgemeenschap zelf zal men die twee aspecten natuurlijk aanwezig vinden, maar zij worden door sommige groepen binnen het christendom soms eenzijdig benadrukt. Het authentieke christendom zal steeds de overdrijvingen van de éne of de andere strekking proberen te corrigeren. Want het echte christendom beleeft men juist op het snijpunt, als een moeizaam, steeds te veroveren evenwicht. Er bestaat geen echte liefde tot God, zonder concrete hulp aan de naaste. En langs de andere kant is onze solidariteit met de zwakkeren maar diep genoeg, als wij, achter het gelaat van de kansarme, Gods vraag en Gods nood zien.

Nu is het leven juist op een snijpunt heel moeilijk. Zulk een ideale synthese is door ons, mensen, alleen concreet te beleven in verschillende momenten, in uiteengelegde elkaar opvolgende en afwisselende ervaringen. Wij kunnen niet steeds alle accenten even sterk tegelijk benadrukken. Onvermijdelijk vraagt het concrete leven dat er bepaalde momenten, tijden, perioden zijn waarin wij nu eens de éne dimensie – ons eenzaam gebed – en daarna weer de andere dimensie – onze actieve behulpzaamheid – op een meer intense manier beleven. Als er maar steeds een evenwicht is en een wederzijds beïnvloeden. Als de liefde tot God en de liefde tot de naaste maar niet worden gezien in concurrentie met elkaar, maar als de twee zijden van hetzelfde ideaal. Het ideaal blijft dat wij “altijd biddend behulpzaam zijn”. Maar dat kunnen wij, mensen, alleen concreet waar maken als er perioden zijn van gebed en van dienstbaarheid, die elkaar afwisselen, maar diep beïnvloeden.

Belangrijk is dat we bidden in de gave van Gods Geest; het is het bidden van Christus in ons, die ons doorheen zijn eigen ja-woord tot de Vader maakt tot christenen die gehoor geven aan Gods stem in ons leven. Het gehoor geven zal erin bestaan gebed en dienstbaarheid in harmonie te beleven, als twee afzonderlijke zaken die wezenlijk met elkaar te maken hebben en elkaar voortdurend bevruchten.

De beste dienstbaarheid is de dienstbaarheid waarbij wij doorheen de mens die wij helpen zien en voelen dat wij dienstbaar zijn aan Gods Liefde zelf die in allen en alles aanwezig is. Gebed brengt ons dus tot dienstbare inzet. En onze dienstbare inzet brengt ons tot aanbidding en gebed.

Denken wij maar niet dat wij dat moeizaam evenwicht tussen gebed en actie eens en voorgoed hebben veroverd. Neen, wij evolueren, geraken in een ander stadium van ons leven, wij veranderen van werk of worden grootouders, en daarbij hebben wij telkens opnieuw een nieuw evenwicht te zoeken tussen gebed en actie. En daarbij moeten wij ons weer eens durven corrigeren. Onze liefde tot de mensen is niet te scheiden van onze liefde tot God. En onze liefde tot God moet de bron blijven van onze liefde tot de mensen.

Dan staan ook wij niet veraf van het Rijk Gods.

All. 1-2-3-4-6-7-8 : Frans Mistiaen, sj
All. 5 : kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Jezus,
leer ons te begrijpen dat
U beminnen, én de naaste beminnen,
één gebeuren is.
Help ons U in elkaar te zien
en diep lief te hebben,
met dezelfde eerbied
die wij koesteren
voor de heilige eucharistie.
Amen.