Lezingen van de dag – zondag 5 maart 2017


Heilige (of feest) van de dag

Focas van Sinope († 303)

Focas van Sinope (ook de Hovenier), Helenopontus (= aan de noordkust van het huidige Turkije); hovenier & martelaar

Afbeelding: houtsculptuur / Nederland, IJsselstein, St-Nicolaas. 

Focas woonde in Sinope aan de monding van de Istme die uitstroomt in de Zwarte Zee. Daar had hij een eenvoudig huisje bij de stadspoort. Hij leefde van wat zijn tuin hem opbracht. Hoe eenvoudig zijn woning ook was, hij bood vreemdelingen en reizigers een gastvrij onderdak. Hij was christen. Dat wist iedereen. Maar toen de vervolgingen uitbraken onder Diocletianus (284-305) en er een prijs werd gezet op het hoofd van iedere christen die werd aangebracht, was er ook in zijn geval wel een judas te vinden die bereid was hem voor goed geld bij de overheid te verraden. De autoriteiten hoorden over zijn voorbeeldig leven en besloten hem zonder enige vorm van proces of ophef om het leven te brengen. Hoe meer bekendheid aan de zaak gegeven zou worden, hoe meer onrust. Dus werden er twee ambtenaren op uit gestuurd met de bevoegdheid de arrestant onmiddellijk te doden.

Deze twee kwamen tegen de avond in Sinope aan. In een eenvoudige woning dichtbij de stadspoort vonden zij een gastvrij onthaal. De gastheer zette hun voor wat hij van zijn tuintje wist te halen, en begon een praatje. Onwetend van het feit dat zij met hun slachtoffer spraken, vertelden de twee vrijmoedig over het doel van hun komst en vroegen hun gastheer of hij eventueel aanwijzingen kon geven om de gehate verdachte te vinden. Focas beloofde het. Maar stelde voor dat ze eerst zouden genieten van een welverdiende nachtrust. Morgen zouden ze verder praten.

Die nacht dolf Focas een graf in zijn tuin. De volgende ochtend serveerde hij zijn gasten een stevig ontbijt, ging vóór hen staan en zei: “De man die jullie zoeken, heb ik gevonden. Hij staat hier vóór je. Ik ben het zelf. Doe wat je is opgedragen en dood mij.” Verbijsterd keken de beide ambtenaren elkaar aan. Ze konden deze aardige man toch niet ombrengen? Iemand bij wie ze nota bene gastvrijheid hadden genoten! Maar Focas bleef er bij hen op aandringen: “Als jullie je opdracht niet volbrengen, zul je er zelf last mee krijgen. Alstublieft, doe waarvoor u gekomen bent. Laat de verantwoordelijkheid voor deze misdaad neerkomen op het hoofd van degenen die er het bevel toe gaven.” Zo komt het dat Focas de marteldood stierf en – zoals Sint Asterius het zegt in een van zijn preken – zo rolde zijn kop onder hun zwaard.

Hij werd begraven in zijn eigen tuin. Die plek werd een bedevaartoord. En diende meteen als een baken voor de schepen op zee. Het verhaal gaat zelfs dat Focas te hulp schoot, als een schip door storm of zware golfslag in de moeilijkheden raakte. Dan verscheen de heilige zelf aan boord, nam het roer over, bemoeide zich met de zeilen en de tuigage, en loodste het vaartuig veilig de haven binnen.
In later eeuwen werd een gedeelte van zijn gebeente overgebracht naar Constantinopel, waar zijn reliek met veel plechtig vertoon in een indrukwekkende processie werd bijgezet in de hoofdkerk van de stad.

De heilige geschiedschrijver Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) vertelt dat hij vooral beschermheilige was tegen slangenbeten. Hij had immers de goede strijd tegen de aloude slang, die het op het geluk en het welzijn van de mensheid had gemunt, overwonnen. Zodra iemand die een slangenbeet had opgelopen door de poort van zijn begraafplaats kwam, hield de werking van het gif op, al was hij intussen door het gif nog zo opgeblazen.
Hij is patroon van de hoveniers en – vooral in de oosters orthodoxe kerken – van schippers, zeelui en scheepvaart. In vroeger tijden werd zijn voorspraak ingeroepen tegen slangenbeten en vergiftiging.

Bron: Heiligen.net

1e zondag in de vastentijd – A


Uit het boek Genesis 2, 7-9; 3, 1-7

De oudtestamentische lezingen van deze veertigdagentijd roepen de hele heilsgeschiedenis op. Elk van de vijf zondagen brengt een belangrijke etappe ervan in herinnering.
Op deze eerste zondag staan we stil bij het begin, toen de vriendschap met God werd verbroken. De verleider hitst de mens op aan zijn Schepper voorbij te gaan om helemaal op eigen kracht de wegen naar zijn ontvoogding te banen. Maar afgesneden van God komt Adam terecht in tragische afzondering. Hier ligt de kern van het drama: kunnen wij, willen wij terugkeren naar God, en welke weg voert naar Hem ?

Toen maakte God, de Heer, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.
God, de Heer, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt.
Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad.
Van alle in het wild levende dieren die God, de Heer, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’
‘We mogen de vruchten van alle bomen eten’, antwoordde de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’
‘Jullie zullen helemaal niet sterven’, zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan.
Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.

 

Psalm 51, 3 + 4 + 5 + 6 + 12 + 13 + 14 + 17

Refr.: Schep, o God, een zuiver hart in mij.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet.
Was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.
Ik ken mijn wandaden,
ik ben mij steeds van mijn zonden bewust.

Tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen.
Laat uw uitspraak rechtvaardig zijn
en uw oordeel zuiver.
Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig.

Verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw heilige geest niet van mij weg.
Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een sterke geest.
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 5, 12-19

Aan de oorsprong van zonde en dood ligt de eerste mens, Adam. Aan de oorsprong van vergiffenis en leven ligt Jezus, de nieuwe Adam. Hij gaf ons genade in overvloed en bezegelde door zijn gehoorzaamheid het nieuw en eeuwig Verbond.

Broeders en zusters,
door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd.Er was al zonde in de wereld voordat de wet er was; alleen, zonder wet wordt er van de zonde geen rekening bijgehouden.Toch heerste de dood in de tijd van Adam tot Mozes over alle mensen, ook al begingen ze met hun zonden niet dezelfde overtreding als Adam. Nu is Adam de voorafbeelding van hem die komen zou.
Maar de genade gaat zijn overtreding verre te boven. Door de overtreding van één mens moesten alle mensen sterven, maar de genade die God aan alle mensen schenkt door die ene mens, Jezus Christus, is veel overvloediger. Dit geschenk gaat het gevolg van de zonde van één mens verre te boven, want die ene overtreding heeft tot veroordeling geleid, maar de genade die na talloze overtredingen geschonken werd, heeft tot vrijspraak geleid.
Als de dood heeft geheerst door de overtreding van één mens, is het des te zekerder dat allen die de genade en de vrijspraak in zo’n overvloed hebben ontvangen, zullen heersen in het eeuwige leven, dankzij die ene mens, Jezus Christus.
Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven.
Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle mensen rechtvaardigen worden.

 

Kyrie eleison.

Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van ieder woord
dat uit de mond van God voortkomt.

Kyrie eleison.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 4, 1-11

Drie bekoringen van de duivel willen Jezus twijfel inblazen. Drie Schriftwoorden stelt de Zoon van God tegenover de verleider.
In de woestijn heeft Jezus als het ware elke strijd van zijn zending, van de geschiedenis van de Kerk en van iedere gelovige, voorzien, en beleefd.

Jezus werd door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden.
Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had Hij grote honger.
Nu kwam de beproever naar Hem toe en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’ Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’
Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste punt van de tempel. Hij zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om u op hun handen te dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’
De duivel nam Hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde Hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik U geven als U voor mij neervalt en mij aanbidt.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.”’
Daarna liet de duivel Hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor Hem te zorgen.

Van Woord naar leven

Vasten is onder andere de woestijn van je hart binnengaan. Niet uit eigen beweging, maar gehoor gevend aan de stuwing van de heilige Geest in je.
Dit laatste is niet onbelangrijk, anders wordt je ‘naar de woestijn gaan’ een soort krachtpatserij van jezelf waarvan jij als persoontje zelf aan de oorsprong ligt en zelf de weg bepaalt. Nee, het is goed je te laten leiden door de Geest, opdat het ‘gaan naar de woestijn’, en het ‘zijn in de woestijn’, vol van genade is, door God gegeven.

Veel van onze zogenaamde vrome oefeningen missen hun vruchten omdat we ze ons toe-eigenen. Zo kunnen we lange tijd aan bidden besteden zonder in de Geest te bidden. Niet dat dit gebed geen enkele zin zou hebben, doch is het goed ons te laten leiden door de Geest wil het Gods genade niet missen. Zo ook met het ‘gaan naar de woestijn’ van ons hart. We moeten dit trachten te doen in de Geest, niet louter uit eigen prestatie.

Hoe doen we dat ? Door stil te zijn. Door tijd te nemen. Door arm van geest te zijn. Door af te geven. Door je over te geven.
Het beste is nog dat je tijd neemt om stil te zijn, in het diepe gemeende verlangen dat de Geest in je mag bidden, dat de Geest je mag leiden in je gebed, in het gaan naar de innerlijke woestijn.
Je mag de heilige Geest ook vragen. Je kan dit doen in eigen woorden, in gezang, of hoe dan ook. De eerste christenen baden voortdurend tot de Geest. Het zou ons eerste gebed moeten zijn van elke gebedstijd, bijzonder aan het begin van de dag.

De woestijn van je hart binnengaan is de leegte ingaan. Het is staan in het niets, staan in de droogte, de dorheid, de dorst. Het is je ten diepste (laten) confronteren met het wezen van je bestaan, zonder de minste afleiding. Zelfs je ‘gevoelens’ rond God worden tot een minimum herleidt. Alsof Hij er niet is, terwijl Hij er natuurlijk wel is. Juist doordat er niets is, en de dorst zo groot is, zal de keuze tussen God en niet-God heel duidelijk voor ogen komen. Ja, de keuze … Want daar zal het op aankomen. Lopen we weg van de dorst, snellen we naar oppervlakkige vertroosting, of blijven we in de dorst, gelovend dat God onze ziel en heel ons zijn zal vullen met zijn genade van levend water.

De verleiding om te snellen naar het oppervlakkige zal niet min zijn. Het zal aan ons trekken, het zal aan ons sleuren, het zal alles op alles zetten om ons te overhalen aan hem toe te geven. Ja het kwaad zal zich in de woestijn op z’n sterkst tonen. Het kwaad met zijn verleidingen, met al die dingen die als fijn en vanzelfsprekend overkomen, zal op een listige en sluwe manier trachten ons te overhalen ons aan hem te geven. Het zal een zware strijd zijn. We moeten daar niet licht overgaan. Maar het is een goede strijd; een strijd die af en toe ‘moet’ gestreden worden. Al was het maar om heel duidelijk de keuze waar we voor staan duidelijk onder ogen te zien.
Natuurlijk met de bedoeling standvastig te zijn, te worden, in de keuze voor het goede, in de keuze voor God, in de keuze voor de weg die Hij met ons voorheeft.

Deze zondag, lieve mensen, is, net zoals alle dagen, vol van genade. Deze genade wordt ons onder andere geschonken doorheen het Woord; het Woord dat ons vandaag verhaalt hoe de Heer door de Geest in de woestijn werd meegevoerd om daar door de duivel op de proef te worden gesteld, zo lezen we. Dit Woord is niet louter verhaal. Dit Woord is levend, het is de Heer die doorheen het Woord in ons komt. Doorheen het verhaal van Jezus’ woestijnervaring wil het Woord ons brengen in een soortgelijke ervaring. Daarom is het goed dat we vandaag en de komende dagen tijd nemen voor gebed. Veel tijd. Als we geen tijd hebben, moeten we tijd maken. We moeten de vastenperiode serieus nemen, en het niet louter herleiden tot wat geld geven van onze overvloed aan de armen (hoewel dit ook mag en moet !!).

Laten we de stilte beminnen. Laat de Stilte u beminnen. Wees doordrenkt van haar, ga ze door, en kies. Kies voor God. Kies tegen het kwaad met zijn verleidingen. Gods engelen wachten op je om je te troosten en verder met je mee te gaan, in de vrede van ons Heer.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
kom met uw heilige Geest over ieder van ons, en schenk ons de moed de woestijn van ons hart binnen te treden. Leer ons daar te kiezen voor God, klaar en duidelijk. Help ons de verleider te weerstaan om het ware leven te ontvangen van U; Gij, beeld en wezen van de Vader, onze broeder en Heer. Amen.