Lezingen van de dag – zondag 6 dec. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Nicolaas van Myrav (+ 350)stnicholasofbari-onthepillar_verkleind1

Nicolaas (ook Nikolaj, Nikolaus) van Myra (ook van Bari, Lipnenskij, van Lipno, Sarajskij of De Wonderdoener), Klein-Azië / Bari, Italië; bisschop; † ca 350

Nicolaas moet geboren zijn rond 280 in de Griekse stad Patras. Volgens de overlevering was hij bisschop van Myra in de eerste helft van de 4e eeuw.

Historisch gesproken is er over hem nagenoeg niets bekend. Des te meer weten de legendes over hem te vertellen.

Nicolaas-Legende: Drie Meisjes
Nicolaas was afkomstig uit de stad Patara in Lycië (Klein-Azië). Zijn ouders waren rijk en vroom. Ze hebben hun kind dan ook met gebeden van God afgesmeekt. Zijn vader heette Epiphanes, zijn moeder Johanna. Toen zijn ouders hem kregen, waren ze in de bloei van hun leven. Maar vanaf dat moment zagen zij verder af van elk lichamelijk contact. Reeds op de dag van zijn geboorte ging de kleine Nicolaas – toen hij in bad werd gedaan – uit eigen beweging rechtop in het badje staan. Als baby dronk hij elke dag op de vaste tijden de moedermelk. Maar niet op woensdag en vrijdag. Dan dronk hij alleen ’s avonds. Deze gewoonte om te vasten heeft hij zijn hele verdere leven volgehouden.

In zijn jeugd deed hij niet mee aan de nutteloze spelletjes van zijn vriendjes. In plaats daarvan ging hij vaak naar de kerk. Hij probeerde alle stukken uit de Heilige Schrift die hij er hoorde, te onthouden.

Bij de dood van zijn ouders werd hij schatrijk. Nu zocht hij een manier om zijn rijkdommen goed te besteden. Niet om bij de mensen gezien te worden, maar om God te eren. Eén van zijn buren, die van goede huize kwam, was straatarm geworden. Hij zag nog maar één mogelijkheid om zichzelf en zijn drie dochters in leven te houden: namelijk zijn dochters als prostitué te laten werken. Toen Nicolaas dat vernam, was hij vol afschuw over zo’n wandaad. Hij wikkelde een klomp goud in een doek en gooide die ’s nachts door het raam bij die buurman naar binnen.

Vervolgens nam hij ijlings de benen. Niemand had hem gezien. Toen de man de volgende morgen opstond, vond hij de klomp goud. Hij dankte God en begin onmiddellijk alles in orde te maken voor het huwelijk van zijn oudste dochter.

Enige tijd later schonk onze dienaar Gods op diezelfde manier weer een klomp goud. Toen de buurman die vond, jubelde hij het uit. Nu nam hij zich voor verder wakker te blijven. Zo wilde hij erachter komen wie hem op deze manier uit de armoede hielp. Welnu, een paar dagen later zeilde er weer een klomp naar binnen. Deze was wel twee keer zo groot als de vorige en maakte dus nog al wat leven, toen hij op de grond terecht kwam. Dat hoorde die buurman. Hij zette prompt de achtervolging in. Maar Nicolaas was er vliegensvlug vandoor gegaan. De buurman smeekte de wegrennende gestalte vóór hem te blijven staan. Hij wou zo graag zijn gezicht even zien. Hij liep zo hard dat hij uiteindelijk de jongeman toch inhaalde… en herkende. Hij wierp zich voor hem neer en maakte zelfs aanstalten om zijn voeten te gaan kussen. Maar Nicolaas weerde zijn dankbetuigingen af. Hij eiste alleen maar dat hij tot aan zijn dood het geheim zou bewaren van de vriendendienst die hij hem bewezen had.
[183; Romeins Brevier]

Nicolaas stilt storm
Hij heeft zich later geheel aan God gegeven. Zo reisde hij naar Palestina om de heilige plaatsen te bezoeken. En vereerde ze. Tijdens die bedevaartstocht vertrok hij per schip bij heldere hemel en kalme zee. Maar hij voorspelde de zeelui, dat er noodweer zou komen. En het kwam. Al heel gauw. Allen zagen zich plotseling in levensgevaar. Maar hij begon te bidden. En het hield wonderwel op.
[183]

Nicolaas wordt bisschop
Op de terugweg naar huis werden deze bewijzen van zijn bijzondere heiligheid overal bekend. Hij kwam nu – en dat was een ingeving van God – in Myra aan, de hoofdstad van Lycië (in het zuidwesten van het huidige Turkije): juist in de tijd, dat de bisschop van die stad gestorven was, en de bisschoppen uit de omgeving bijeen waren om te overleggen, wie hier opvolger moest worden. Er zat een bisschop tussen die veel gezag had. Als die iets van mening was, meenden zijn collega’s dat ook. Deze bisschop had alle anderen opgedragen om te vasten en te bidden. ’s Nachts echter hoorde hij een stem, die hem zei, dat hij de volgende ochtend bij de kerk moest gaan staan, en de eerste de beste tot bisschop moest wijden, die Nicolaas bleek te heten. Meteen bracht hij deze opdracht aan de andere bisschoppen over. Zo begaf hij zich naar de kerk en vatten er post bij de deur.

Het wonder wilde, dat Nicolaas – door God gezonden – al voor dag en dauw naar de kerk ging. Toen hij naar binnen stapte, kwam de bisschop op hem af, want die dacht: “Ik zal eens even vragen naar zijn naam.” Argeloos als een duif boog hij het hoofd en zei: “Nicolaas, dienaar van Uwe heiligheid.” Toen hebben ze hem daar bij de deur vastgegrepen en met algemene stemmen meteen maar als bisschop geïnstalleerd. Ze bekleedden hem met schitterende sieraden en troonden hem op de bisschopszetel.

Ondanks alle eerbetuigingen bewaarde hij altijd zijn oude nederigheid en zijn serieuze levenswandel. Hij bracht de nacht steeds in gebed door. Hij geselde zijn lichaam en je zag hem nooit in gezelschap van vrouwen. Hij ontving je eenvoudig, stond je doeltreffend te woord, gaf je ijverige goede raad en strenge berispingen.
Er is een kroniek die zegt, dat Sint Nicolaas ook deelnam aan het beroemde Concilie van Nicea, in 325.
[183]

Nicolaas-legende: Koren
Eens werd de hele provincie waar het bisdom van Sint Nicolaas onder hoorde, door een geweldige hongersnood geteisterd. Niemand had ook nog maar iets te eten.
Nu verneemt onze man Gods dat er schepen in de haven liggen, boordevol graan. Hij gaat er meteen heen en vraagt de sjouwersknechten de uitgehongerde bevolking te hulp te komen. Al lieten ze maar per schip zo’n honderd baal graan op de kade staan.
Maar zij zeiden: “Vader, dat durven we niet. Want toen we uitvoeren uit Alexandrië, is onze lading precies afgewogen en die moeten we in dezelfde hoeveelheid afleveren bij de graanschuren van de staat.”
De heilige man antwoordde hun: “Doe toch maar wat ik je zeg. En ik beloof je in naam van God zelf dat de douanebeambten van de staat geen greintje minder zullen aantreffen in de lading.” Toen deden die mannen het dus maar.
Op de plaats van bestemming aangekomen, leverden zij alle graan af in de graanschuren en het was inderdaad precies de hoeveelheid die in Alexandrië was afgewogen. Ze realiseerden zich dat dit een wonder was, begonnen het overal rond te bazuinen en verheerlijkten God in de persoon van zijn dienaar.
Het graan dat ze bij hem hadden achtergelaten, was intussen door Nicolaas uitgedeeld. Ieder kreeg naar behoefte; het wonder was van dien aard dat de hoeveelheid voldoende was om de hele landstreek voor twee jaar te voeden. En dat niet alleen. Het leverde zelf ook weer rijke oogsten op.
[183]

Nicolaas redt zeelui
Op een dag bevonden zich zeelui op zee in groot gevaar. Onder tranen baden ze zo: “Nicolaas, dienaar van God, als het waar is wat ze van u zeggen, laat ons daar dan nu eens iets van zien.”
Onmiddellijk verscheen hun iemand die eruit zag als een heilige. Die zei tot hen: “Jullie hebben me geroepen. Nou, hier ben ik.”
Hij ging meteen aan de slag en hielp met de zeilen, de tuigage en met alles wat er op zo’n schip komt kijken. Op slag was het noodweer voorbij.
Aldus gered begaven die zeelui zich naar de kerk, waar Nicolaas thuishoorde. Ze herkenden hem onmiddellijk, hoewel ze hem nog nooit hadden gezien.
Maar hij zei hun, dat ze God maar moesten bedanken. Het was immers geen verdienste van hem, maar van Gods barmhartigheid en niet te vergeten van hun eigen geloof.
[183]

Nicolaas verdrijft duivels en boze geesten
In vroeger tijden had men in deze streken afgoden aanbeden. Zelfs tot in de dagen van Nicolaas deden de boeren nog aan heidense gewoonten en rituelen, die ze van oudsher hadden bewaard. Die deden ze onder een boom, toegewijd aan Diana. Om een eind te maken aan deze afgoderij liet de heilige die boom omhakken. De duivel was woedend. Hij mengde een olie van tegennatuurlijk karakter. Ze bezat namelijk de eigenschap, dat ze in water of op kale steen vanzelf vlam vatte. Toen nam hij de gedaante aan van een kloosterzuster, ging scheep en voer langszij een schip met bedevaartgangers, die naar Sint Nicolaas koersten. Hij zei hun: “Ik vind het jammer, dat ik niet met jullie mee kan naar die heilige man. Maar zouden jullie dan wel zo vriendelijk willen zijn – als aandenken van mij – de muren van zijn kerk en zijn huis met deze olie te overgieten.”
Dat schip was nog niet weg, of de bedevaartgangers zeiden tegen elkaar: “Zie ginds komt een andere boot alweer op ons aan.”
Daar zat Sint Nicolaas op. Die zei hun: “Wat heeft die vrouw jullie gezegd? Wat heeft die vrouw jullie gegeven?”
De bedevaartgangers vertelden wat er gebeurd was. Hij zei: “Die vrouw is niet een kloosterzuster, maar de schaamteloze Diana zelf. Wil je een bewijs? Dan moet je die olie van haar maar eens in zee gooien.”
Ze gooiden ze in zee, en op het moment dat de olie in aanraking kwam met de golven, vatte ze onmiddellijk vlam. Dat was een duidelijk bewijs van het tegennatuurlijk karakter ervan.
Ook die tweede boot verdween weer.
Maar toen die bedevaartgangers de kerk van Nicolaas binnenkwamen, herkenden ze in hem de man van de boot.
[183]

Verering & Cultuur
Na zijn dood werd Nicolaas in een sarkofaag (= stenen doodkist) begraven in zijn kerk te Myra. Volgens de bevolking was hun bisschop een heilige geweest: Nicolaas was dus in de hemel. Zo werd zijn graf al gauw een bedevaartsoord: mensen kwamen er naartoe om te bidden. Dan vroegen ze aan Sint Nicolaas of hij in de hemel bij God een goed woordje voor hen wilde doen. Als de bidders inderdaad kregen waarom ze vroegen, zeiden ze natuurlijk dat het te danken was aan Sint Nicolaas.

Ook kwam er een geurige vloeistof van onder zijn sarcofaag vandaan. Als je er van dronk – zeiden de mensen – werd je genezen van al je ziekten en kwalen. Van heinde en ver stroomden de pelgrims toe met flesjes en kruikjes om ervan mee naar huis te nemen. Dan konden ze er thuis ook de zieken mee genezen.

Reeds vanaf de 6e eeuw is zijn verering bijzonder populair. In 1071 werd Turkije veroverd door de Islam. Christenen mochten niet langer in het openbaar hun godsdienst belijden. Ook verering van Sint Nicolaas in Myra werd verboden. In 1087 deden vissers uit het Zuid-Italiaanse plaatsje Bari een inval in de stad Myra. Ze roofden de sarcofaag met het stoffelijk overschot van Sint Nicolaas en brachten het over naar hun vaderstad. Op 8 mei 1087 voer de boot met de kostbare schat plechtig de haven van Bari binnen. Vanaf dat moment werd deze stad bedevaartsoord. Er verrees een nieuwe kerk ter ere van hem. Van daaruit verspreidde zich Sint Nicolaas’ verering over de hele wereld verspreid: in het westen als kindervriend, in het oosten als wonderdoener. In de 13de eeuw werd zijn feestdag vastgesteld op 6 december.

Vanaf dat moment verspreidde zich de Nicolaasverering over heel Europa. Hij werd patroon (= beschermheilige) van Griekenland en Rusland; van zeelui, handelaars en vele handelssteden. In vele grote Europese havensteden verrezen er Sint-Nicolaaskerken:
-in België-
bv. te Antwerpen, Brussel, Gent en het naar hem genoemde Sint-Niklaas;
-in Nederland-
bv. te Amsterdam (stadspatroon!), Deventer, Edam, Groningen en Utrecht; tussen 1100 en 1500 werden en er verspreid over Noord-Nederland minstens 900 (negenhonderd) Nicolaaskerken gebouwd; in Friesland werd zelfs een dorp naar hem genoemd plaatsje Sint-Nicolaasga. Hieronder zie je dat een aantal plaatsen in Nederland zelfs een afbeelding van Sint Nicolaas in het gemeentewapen hebben.

Ook zijn relieken raakten verspreid over Europa. Zo zijn er ook in de kathedraal van Fribourg (Zwitserland). De kerk van St-Nicolas-de-Port bij Nancy, een belangrijk bedevaartsoord, heeft een vingerkootje van hem (volgens de legende meegebracht door een ridder vanuit Bari). Op 9 mei wordt in Bari uitbundig feest gevierd. Op de 3de zondag van oktober wordt Nicolaas al binnengehaald in zijn residentie te Sint-Niklaas in Vlaanderen. In Hasselt viert men een St-Niklaasstoet op een zaterdag van eind oktober of begin november. In Neder-over-Heembeek wordt hij pas in het weekend voor 6 december binnengehaald. In Nederland heeft bijna elke stad een Sinterklaasintocht, in Deventer traditioneel pas op 5 december.

Veel oude haven- en handelssteden in Europa hebben een kerk die aan hem is toegewijd.

Hij is patroon van Griekenland en Rusland.

In België van de plaatsen Antwerpen, Enghien, van stad en bisdom Luik, Saint-Nicolas (gem. Luik) en Sint-Niklaas; daarnaast is er een Nicolaaskerk te Brussel (de bekende schipperskerk), Eupen en Gent.

Met Martinus is hij waarschijnlijk de meest vereerde heilige in West-Europa. In Oost-Europa heeft hij zelfs de titel gekregen van ‘Mede-Verlosser met Christus’!

Andere Patronaten
Hij is patroon van de liefde; daarnaast is hij beschermheilige van ongetrouwde en trouwlustige meisjes; van kinderen en in het bijzonder van schoolkinderen, koorknapen, studenten, onderwijzers, leraren, advocaten, notarissen, juristen, rechters, rechtsgeleerden en geestelijken; van reders, zeelui, schippers, matrozen, veerlieden, reizigers en pelgrims; van vissers en vishandelaars; van handelslui en de christelijke middenstand, van kruideniers kooplieden, marskramers, leurders en lommerdhouders; van kruideniers, specerijenhandelaren, parfumeurs en apothekers; van molenaars, korenhandelaren (vanwege de legende met het koren); van bakkers (niet alleen vanwege de verhoogde activiteit van deze beroepsgroep rond zijn feest, maar wellicht ook, omdat men de gouden bollen op zijn afbeeldingen – de bruidsschat voor de drie meisjes – voor broden aanzag); van slagers; van jeneverstokers, bierbrouwers, kuipers en herbergiers; ; van lakenscheerders, linnenhandelaren, band- en lintwevers, kantwerkhandelaren en knopenmakers; van bankiers; van boeren; van kaarsenmakers; van brandweerlieden (wellicht vanwege de legende met Diana?); van stoelenmakers; van soldaten (vanwege de legende met de generaals?); steengroevearbeiders, steenhouwers; van gevangenen.

Hij wordt aangeroepen tegen echtelijke onvruchtbaarheid, voor bevrijding uit de gevangenis, voor het terugkrijgen van verloren zaken, tegen foutieve oordelen, tegen gevaren van stormen en van het water, patroon van de zee.

Iconografie
Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf) vaak met drie goudklompen op een boek, of met drie mannetjes in een tonnetje aan zijn voeten.

2e ZONDAG IN DE ADVENT – C


Uit de profeet Baruch 5, 1-9

Willen de ballingen leven in vrede, dan moeten zij rechtvaardig zijn. Willen zij gekroond worden met heerlijkheid, dan moeten zij trouw zijn aan God. Want Hij alleen kan alle mensen verzoenen en zijn volk verzamelen in een nieuwe Stad van fonkelend licht en uitgelaten vreugde.

Jeruzalem, leg het gewaad van je verdriet en je lijden af en hul je voorgoed in de waardigheid van Gods majesteit; sla de mantel van Gods gerechtigheid om en zet de kroon van de luister van de Eeuwige op je hoofd. God zal je laten schitteren voor heel de wereld; voor eeuwig luidt de naam die God je geeft: ‘Vrede door gerechtigheid’, ‘Luister door vroomheid’.
Richt je op, Jeruzalem, ga staan op de berg, richt je blik naar het oosten en zie je kinderen, uit alle windstreken bijeengeroepen door de Heilige, zich verheugend over Gods trouw. Te voet gingen ze bij je vandaan, meegevoerd door de vijand, maar vorstelijk is hun intocht, nu God hen bij je terugbrengt.
Hij gebood elke hoge berg en iedere aloude heuvel hun hoogte te slechten, en elk ravijn zich te vullen, opdat de aarde geëffend zou worden en Israël, door Gods macht, met vaste tred kan gaan. De bossen en alle geurige bomen bieden op Gods bevel aan Israël hun schaduw.
God zal Israël met vreugde leiden bij het licht van zijn luister, onder betoon van zijn barmhartigheid en gerechtigheid.

 

Psalm 126, 1-6

Refr.: Geweldig was het wat de Heer ons deed.

dyn001_original_374_811_pjpeg__b4fb79d660e61ec051e05e2943025b79

Johannes de Doper

Toen de Heer het lot van Sion keerde,
was het of wij droomden,
een lach vulde onze mond,
onze tong brak uit in gejuich.

Toen zeiden alle volken:
‘De Heer heeft voor hen iets groots verricht.’
Ja, de Heer had voor ons iets groots verricht,
we waren vol vreugde.

Keer ook nu ons lot, Heer,
zoals U water doet weerkeren in de woestijn.
Zij die in tranen zaaien,
zullen oogsten met gejuich.

Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.

 

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 1, 3-6 + 8-11

Christus komt terug, wij stappen op naar zijn Dag. Paulus is ervan overtuigd. Hij wenst vurig dat zijn geliefden volop de genade verkrijgen van de nakende komst. Daar bidt hij om. Het is ook de grond van de eisen die hij de christenen van alle tijden in herinnering roept.

Broeders en zusters,
ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, telkens wanneer ik voor u allen bid. Dat doe ik vol vreugde, omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. Ik ben ervan overtuigd dat Hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus.
God kan getuigen dat ik naar u allen verlang met de genegenheid van Christus Jezus.
En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God.

 

Alleluia.images

Bereid de weg van de Heer,
maak zijn paden recht,
en heel de mensheid zal Gods redding zien.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 3, 1-6

Midden de geschiedenis van aardse koninkrijken en de heilsgeschiedenis van het Rijk Gods, ontvangt Johannes zijn zending. Het Woord neemt bezit van hem en hij profeteert de lang verwachte boodschat: het heil van God gaat op over de mensheid. Met deze nakende komst voor ogen wordt iedereen opgeroepen berouw te hebben over zijn zonden en zich te keren naar Hem die komen gaat.

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippus over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Annas en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.
Daar ging Johannes in de omgeving van de Jordaan verkondigen dat de mensen zich moesten laten dopen en tot inkeer moesten komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen, zoals geschreven staat in het boek met de uitspraken van de profeet Jesaja: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden! Iedere kloof zal worden gedicht, elke berg en heuvel geslecht, kromme wegen recht gemaakt, hobbelige wegen geëffend; en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.”’

Van Woord naar leven

De oproep van Johannes de Doper is niet enkel een feitje uit de geschiedenis, eertijds aan de oever van de Jordaan. Het ‘Bekeer u !’ weergalmt dagelijks over onze wereld, onze dorpen en steden, onze straten en huizen waar we wonen, een oproep aan ieder van ons persoonlijk diep in ons hart gelegd. Streng en zacht tegelijk. Streng omdat we het anders misschien niet horen, maar tevens zacht omdat uitnodiging tot bekering altijd te maken heeft met innige en hartelijke godsontmoeting.

Het klinkt cliché, maar die bekering, die ommekeer, hebben we allemaal nodig. Hij die zegt het niet meer nodig te hebben heeft het meer dan ooit nodig, als was het maar door het feit dat hij zegt geen bekering nodig te hebben. Nee, allen hebben we nood aan die diepe kering naar God, het zich volledig richten naar de Allerhoogste. Allen dragen we het diepe verlangen in ons in alle puurte voor het aangezicht van de Allerhoogste te staan, diep verbroederd met Jezus, in de liefde van hun heilige Geest. Allemaal hunkeren we ernaar de immense goedheid van God uit te dragen naar de mensen die ons gegeven zijn.

Het gevaar bestaat erin dat we een soort religieuze frustratie oplopen wat onszelf betreft: we hunkeren naar iets waar we niet toe komen. En dat kan ons bedroeven, diep triestig maken. Op zich is dat niet zo erg, tenminste als we de droefheid niet het laatste woord geven. Wie dit laatste wel doet loopt het gevaar in een zeer donker straatje terecht te komen dat ons wegvoert van de Heer. Nee, in de innerlijke droefheid van het besef niet die persoon te zijn waarnaar we verlangen, kan de Heer aanwezig komen wanneer we Hem welkom heten. Hij staat vol ongeduld te wachten om onze droefheid in zich op te nemen door ons te omhelzen met zijn barmhartigheid.

Gods barmhartigheid is het hemels medicijn bij uitstek dat de genade in zich draagt je ten diepste te genezen. Gods barmhartigheid omhelst, vergeeft, geneest, tilt op. Gods barmhartigheid trekt ons in innige vereniging met God zelf. Dit huwelijk van de ziel zal ons tot die mensen maken waartoe God ons trekt. Niet van vandaag op morgen, met veel vallen en evenveel weer opstaan, maar de groei zal er zijn, steeds meer, steeds dieper. Ja, steeds meer zullen we volwassen worden (gemaakt) in het geloof.

Het is en blijft waar: God is barmhartig. Maar dat neemt niet weg dat ieder van ons heel persoonlijk een immense verantwoordelijkheid in zich draagt wat je bekering betreft. God wacht, nederig als Hij is, op onze beslissing. Ja, daar wacht Hij op. Geen sentimentele beslissing, maar een beslissing van het hart: oprecht, trouw belovend, je ja-woord gevend.

Moge Johannes de Doper ons tot deze beslissing aanzetten.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,heart01
moge uw Geest diep in ons neerdalen opdat wij uw roep tot bekering ten diepste mogen aanvoelen. Moge uw roep ons aanzetten te beslissen voor U, ons werpend in uw armen, drinkend van uw barmhartigheid. Moge wij zo groeien in de mens die Gij voor ons droomt. Van dag tot dag, met vallen en opstaan, maar steeds in uw genade. Amen.