Lezingen van de dag – zondag 7 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Gaspar de Crasto († 1626)

Gaspar de Crasto (ook Castro) sj, Japan; missionaris

Hij werd rond 1560 te Braga, Portugal, geboren en trad in bij de jezuïeten om broeder te worden. Men gaf hem de taak van ziekenbroeder. Toen pater Sebastianus Morais in 1588 naar de Japanse missie werd gestuurd om er de eerste bisschop te worden, vroeg hij broeder Gaspar met zich mee. Op zo’n reis vol ontberingen en besmettelijke ziekten kon hij met zijn deskundigheid veel goed doen. Tot degenen die bezweken, behoorde ook pater Morais. Hij werd begraven op Mozambique. Desondanks zette broeder Gaspar zijn reis voort en meldde zich bij de jezuïeten-uitvalsbasis te Goa. Pater Morais’ opvolger, Petrus Martins, vroeg op zijn beurt broeder Gaspar mee naar Japan. Pater Petrus onderkende de kwaliteiten van zijn trouwe gezel, leerde hem Latijn en theologie, en wijdde hem priester.

Onvermoeibaar werkte Gaspar vanaf 1596 als missionaris in Japan. Toen de overheid in 1614 alle priesters uitwees, dook hij onder in een afgelegen grot. Maar zijn afgeleefde lichaam kon de felle ontberingen niet meer aan; hij stierf op zijn 65e.

Vierde paaszondag – A


Uit de Handelingen van de Apostelen 2, 14a + 36-41

We horen het normale verloop van een christelijke bekering. De Blijde Boodschap van de verrezen Christus wordt verkondigd door een getuige. De toehoorder beslist zijn leven te veranderen. Hij laat zich dopen en ontvangt de Geest. Hij treedt binnen in de gemeenschap van de gelovigen.

Op de dag van Pinksteren trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe:
‘Laat het hele volk van Israël er zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’
Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’
Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’
Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’
Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.

 

Psalm 23, 1-6

Refr.: De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.

Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water.

Hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.

Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij,
uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand,
u zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.

Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.

 

Uit de eerste brief van Petrus 2, 20b-25

De houding van Jezus tijdens zijn lijden is het meest overtuigend voorbeeld van wat door geweldloosheid te bereiken is. Zeker van de rechtmatigheid van zijn optreden houdt Hij het uit in de vervolgingen. Ontdaan van elke macht haalt Hij het door zijn vastberadenheid. Dwalenden uit alle tijden herkennen Hem als hun herder.

Dierbaren,
het is een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden.
Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam.
Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen.
Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar Hem die de herder is, naar Hem die uw ziel behoedt.

 

Alleluia.

Ik ben de goede herder,
zegt de Heer.
Ik ken de mijnen
en de mijnen kennen mij.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 10, 1-10

Beeldrijke taal heeft ook haar eigen samenhang. De evangelist kan Jezus zowel met een herder vergelijken als met de deur van een schaapskooi. De herder, Christus, kent zijn schapen persoonlijk. De deur van de schaapskooi geeft toegang tot het weideland. Jezus is de onmisbare middelaar van het heil tussen God en de gelovigen.

Jezus sprak:
‘Waarachtig, Ik verzeker u: wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’
Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde.
Hij ging verder: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: Ik ben de deur voor de schapen. Wie vóór mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.’

Van Woord naar leven

Jezus zegt ons vandaag: ‘Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden.’

Jezus is de deur waar wij door kunnen, in én uit. Geen stilstaande beweging dus, maar heen en weer, van binnen naar buiten en van buiten naar binnen. En dit omgeven door een overvloed van weidegrond, zowel binnen als buiten.

Het is het leven van de christen. Hij vindt zijn diepste bezieling in God waarin hij graag vertoeft. Christus is de deur die hem in God brengt. Daar, bij de Vader, graast hij van het volle leven; God die zichzelf schenkt.

Maar een christen weet zich van binnenuit ook gestuwd naar buiten en zal door Christus – de deur – naar buiten treden: het leven tegemoet. Hij treedt niet uit God, maar gaat door, met en in Christus het leven aan in de wereld. Ook daar, in de wereld, zal hij weidegrond vinden, juist omdat hij God niet verlaten heeft, en God niet hem.

Zo bidt de christen. Hij zal – wanneer hij bidt – altijd door Christus – de deur – binnengaan in de Vader, om van Hem te ontvangen.
Vanuit het gebed gaat de christen – in, met en door Christus – zijn dagtaken doen. Verenigd met Jezus zal hij de liefde van de Vader belichamen; de Vader waarin hij zijn diepste thuis heeft, en van wie hij het leven, door de Zoon, ontvangt.

Moge de heilige Geest de ziel zijn van dit gebeuren. Hij is het immers die ons in het gebed van Christus brengt om ‘in’ God te kunnen zijn.

Laten we, wanneer we het expliciet gebed verlaten, in ons handelen in gebed blijven, ons gelovig bewust zijnde dat God ons bezielt met zijn liefde die we in naam van Jezus mogen ‘leven’; ja, opgenomen in Christus’ ja-woord tot de Vader.

Moge de zon zo opgaan voor velen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

O mijn God,
Drie-eenheid, die ik aanbid,

help mij mezelf helemaal te vergeten om mij in U te vestigen, roerloos en stil, alsof ik reeds in de eeuwigheid was. Niets moge mijn vrede verstoren, niets mij uit U verwijderen, mijn Onveranderlijke. Maar elke minuut voere mij verder binnen, in de diepte van Uw Mysterie.

Schep vredige stilte in mijn ziel, maak er uw hemel van, uw geliefde thuis, de plaats waar Gij rusten kunt. Dat ik U daar nooit alleen late, maar er helemaal zij: wakker in geloof, heel en al aanbidding, volkomen prijsgegeven aan Uw scheppende kracht.

O Christus, mijn Geliefde, uit liefde gekruisigd, ik wil een bruid zijn voor Uw Hart, U bekleden met heerlijkheid, U beminnen, tot ik erbij sterf ! Maar ik voel mijn onmacht, en daarom vraag ik U: “Bekleed mij met Uzelf”, mijn ziel geheel afgestemd op de Uwe, doordring mij, overrompel mij, neem Gij in mij alle plaats in. Dan zal mijn leven enkel nog zijn een afstraling van Uw leven. Kom in mij als Aanbidder, als Verzoener, als Verlosser.

O Eeuwig Woord, Woord van mijn God, ik wil mijn leven doorbrengen luisterend naar U: heel volgzaam worden om alles van U te leren. Door alle nachten, alle leegten, alle onmacht heen, mijn blik voortdurend op U, blijven in uw grote licht. O Zon, die ik bemin, boei mij zozeer, dat ik nooit meer weg kan uit Uw lichtkrans.

O verterend Vuur, Geest van Liefde, kom over mij opdat het Woord in mij als het ware opnieuw geboren kan worden. Laat mij voor Hem een nieuwe mensheid zijn, waarin Hij heel zijn Mysterie herbeleven kan.

En Gij, Vader, buig U over Uw arme, kleine schepsel neer. Overdek haar met Uw schaduw. Zie in haar slechts de Veelgeliefde, in wie Gij welbehagen hebt.

O mijn Drie, mijn Al, mijn Zaligheid, oneindige Eenzaamheid, Onmetelijkheid waarin ik mij verlies, ik lever mij aan U uit als een prooi. Berg U diep in mij, opdat ook ik mij bergen kan in U, wachtend tot ik in uw licht ga schouwen de eindeloze diepte van Uw heerlijkheid.

Amen.

Elisabeth van de H. Drie-eenheid