Lezingen van de dag – zondag 8 april 2018


Heilige (of feest) van de dag

Julie Billiart († 1816)

Julie Billiart (ook Biliart), Namen, België; stichteres

Zij wordt op 12 juli 1751 geboren te Cuvilly bij. Zij is twintig als een van haar vaders schuldeisers, die zojuist een flinke financiële strop heeft moeten verwerken, het huis onder vuur neemt. Julie houdt er een blijvende verlamming aan over. Zij besluit haar leven verder te wijden aan gebed.
Terwijl buiten de Franse Revolutie woedt tegen de kerk en de geestelijken, leidt zij in het verborgene haar religieuze leven achtereenvolgens te Compiègne en Amiens. Zij ontvangt een visioen waarin haar de bedoeling van haar leven getoond wordt. Ze moet ervoor zorgen dat arme kinderen goed onderwijs krijgen door vakbekwame, gelovige onderwijzeressen. In 1803 sticht ze de Congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw. Het betekent de definitieve genezing van haar verlamming.
Zelf wordt ze de eerste algemeen overste. Ze opent scholen in Picardië, Noordwest-Frankrijk. Maar in 1809 wordt haar Congregatie in Frankrijk verboden. De rector van het moederhuis in Amiens drukt haar op het hart Frankrijk te verlaten. Ze verhuist naar het Belgische Namen en begint in datzelfde jaar, 1809, een schooltje in St-Hubert in de Ardennen. In 1816 sterft ze. Intussen groeit en bloeit haar Congregatie. In de jaren daarna worden er scholen geopend in Bastogne (1836), Marche (1843) en Arlon (1844).

Ze wordt in 1969 heilig verklaard.

2e paaszondag – B

Beloken Pasen


Uit de Handelingen van de Apostelen 4, 32-35

Het geloof in de verrijzenis draagt zijn vruchten. Een van de eerste vruchten is het leven in gemeenschap. Dit ietwat geïdealiseerde tafereel toont overduidelijk de wezenlijke, onmisbare elementen van elke christelijke gemeenschap: de trouw aan de leer van de apostelen, het broederlijk verdelen van de goederen, de eensgezindheid, het gebed en het breken van het brood, de vreugde en het missionair getuigenis.

De eerste christenen legden zich ernstig toe op het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden.
Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk.
De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

 

Psalm 118, 2-4 + 16-18 + 22-24

R.: Breng dank aan de Heer want Hij is genadig.

Laat Israël zeggen: ‘Eeuwig duurt zijn trouw’;
het huis van Aäron zeggen: ‘Eeuwig duurt zijn trouw’;
wie de Heer vreest, zeggen: ‘Eeuwig duurt zijn trouw.’

De rechterhand van de Heer verheft mij,
de rechterhand van de Heer doet machtige daden.
Ik zal niet sterven,
maar leven en de daden van de Heer verhalen:
de Heer heeft mij gestraft,
maar mij niet prijsgegeven aan de dood.

De steen die de bouwers afkeurden
is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de Heer, een wonder in onze ogen.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt,
laten wij juichen en ons verheugen.

 

Uit de eerste brief van Johannes 5, 1-6

Wie zijn broeders bemint, bemint ook God. Dit is een van de geliefde thema’s van Johannes. Wie van God houdt en zijn geboden nakomt, houdt daardoor ook van allen die God zelf bemint als zijn kinderen. Zij zijn immers uit Hem geboren. Maar hoe wordt men uit God geboren? Door het geloof in Jezus Christus, geopenbaard als Verlosser door de Geest.

Dierbaren, ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren, en ieder die de Vader liefheeft, heeft ook lief wie uit Hem geboren zijn. Dat wij Gods kinderen liefhebben weten we doordat we God liefhebben en zijn geboden naleven. Want God liefhebben houdt in dat we ons aan zijn geboden houden.
Zijn geboden zijn geen zware last, want ieder die uit God geboren is, overwint de wereld. En de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof. Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?
Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed – niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is.

 

Alleluia.

Omdat je me gezien hebt geloof je,
zegt de Heer,
gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 20, 19-31

Niets of niemand kan de Verrezene nog beletten de zijnen te bezoeken. Hij brengt hen zijn Geest met de vruchten ervan: vrede, vreugde en de macht om zonden te vergeven. In de persoon van Tomas, die de Heer wilde zien en Hem heeft aangeraakt, lijkt Hij aan de christenen van alle tijden te zeggen: wees er zeker van , Ik ben het werkelijk, geloof ook jij dan.

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden.
Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’
Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.
Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’
Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’

Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij.
Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn Naam.

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van br. Wiro, trappist uit de abdij Maria Toevlucht.

“Wij hebben de Heer gezien!” Dat zeiden de leerlingen van Jezus tegen Thomas, die er op de eerste Paasdag niet bij was geweest.

En wij… hebben wìj de Heer gezien?
Het gaat vandaag heel bijzonder over dat ‘zien’ van de verrezen Heer Jezus.
Dat is ook heel belangrijk voor ons gelovig- zijn als christenen. Wij kunnen niet van Hem leven, wanneer wij Hem nooit in ons leven zijn tegengekomen. Wij kunnen onmogelijk leven van iets of iemand die eigenlijk buiten onze ervaring staat. Wij mòeten gezien hebben.

Over dat zien een paar woorden.
Wij leven in een beeldcultuur. De beelden van de televisie, van film, foto’s en reclame, wij kunnen niet meer zonder. Wij willen de werkelijkheid zelf zien al weten wij heus wel dat dit niet altijd mogelijk is.
Vaak hebben we geen vermogen om echt te zien. Onze ogen en zintuigen kunnen dicht zitten, omdat we gewoon niet willen zien of omdat we naar mensen en dingen kijken zonder innerlijke betrokkenheid. Er is dan absoluut geen contact of communicatie. Zij blijven buiten ons staan.
En dikwijls kwetsen we mensen door naar hen te kijken als een gebruiksvoorwerp of consumptie. Ondanks de beeldcultuur hebben we dan geen oog voor elkaar. Er is een heel verschil tussen kijken en zien.

Hebben wij de Heer gezien? Ja, wanneer wij elkààr niet zien, is het zeker onmogelijk om onze verrezen Heer te zien. Zelfs als Hij ons, zoals bij Thomas, zijn littekens zou tonen.
Wij zeggen wel met Thomas: eerst zien en dan geloven, maar ik denk dat we eerst moeten geloven en dan pas kùnnen zien. Zonder geloof in de ander kijken wij met ogen zonder licht. Hij blijft voor ons verborgen, een onbekende, en er komt geen relatie.

De meeste mensen lijden onder grote eenzaamheid, omdat niemand hen ziet. In de drukte van de grote stad leven mensen als het ware in een woestijn, geïsoleerd van elkaar. Zelfs in de bus of in de trein kijken mensen elkaar nauwelijks aan. Het is of men elkaars blik ontwijkt; angst voor ogen die je toch niet zien?

Wanneer we gelòven, gaan we echt zien. Geloof is een innerlijk licht waardoor je de aanwezigheid van de Heer gaat ontdekken. Geloof heeft alles met liefde te maken. Ik hou van jou, ik zie je graag. Als je liefhebt gaan je ogen voor de ander open.

Wellicht gaan onze ogen dan ook open voor Hem die onderweg met ons meegaat, de gaandeweg bekende Vreemdeling, de levende Mens Jezus. Hij verschijn in ieders gelaat èn in de verborgenheid van ons hart.

Bidden wij daarom: Heer, dat wij mogen zien !

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
schenk ons dat eenvoudig en diep geloof dat U doet herkennen in de ander en U doet ontmoeten in al wat Goed is. Geef dat deze ontmoeting ons mag vervullen met liefde en dankbaarheid om het bestaan van God en om de mogelijkheid ‘ja’ te zeggen aan zijn oproep U te volgen.
Amen.