Lezingen van de dag – zondag 8 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Landrada van Munsterbilzen († 690)

Landrada van Munsterbilzen, België; stichteres & abdis

Zij was enig kind van Frankische ouders. Haar ouders hadden gehoopt dat zij in haar kinderen het verdriet van hun onvruchtbaarheid enigszins zou kunnen goedmaken. Maar zij gaf de voorkeur aan een maagdelijk leven in dienst van God. Volgens haar levensbeschrijver zou ze hun dat al duidelijk gemaakt hebben vóór zij tien jaar oud was.
In plaats van een leven in ruime vertrekken koos zij een benauwd kamertje waarin zij echter de wijdsheid van het paradijs aantrof. Zij leefde van brood en water, ging zeer eenvoudig gekleed en bracht de dag door in gebed en boete.
Enige tijd later trok zij zich terug in de eenzaamheid om daar het leven van kluizenares te leiden. Wie daar langs ging hoorde haar altijd psalmen en lofliederen zingen. Zomer of winter, zij droeg hetzelfde kleed en ging blootsvoets. De hemel zond zijn goedkeuring door in een nabij gelegen steen de afdruk van het kruis achter te laten.
Voor haar was dat het teken om een daar kerk te bouwen voor Onze Lieve Vrouw. Dus begon ze met haar blote handen struiken weg te halen, het terrein te effenen en stenen aan te dragen. Vervolgens spande ze een draad waarlangs ze een muur begon te metselen. De steen met de kruisafdruk bewaarde ze om als altaarsteen te dienen.

Dat werk op zich was in die tijd een vorm van vernedering, omdat werk alleen maar gedaan werd door slaven, lijfeigenen en onderhorigen; het hoorde bij de laagste maatschappelijke stand. Dat je deel uitmaakte van de hoger geplaatste klassen, bleek juist uit het feit, dat je gevrijwaard bleef van werk. Werk was minderwaardig. Zo zette zij zich tot een activiteit dus, die ver beneden haar stand was.
In feite waren de allereerste monniken, de woestijnvaders daar al mee begonnen. Om het gevecht tegen de slaap te kunnen winnen, dwongen zij zich door handenarbeid als matjes en mandjes vlechten) wakker te blijven. Van lieverlee begon het werk naast het gebed beschouwd te worden als een wezenlijk onderdeel van het monniksleven. Zo konden monniken tot uiting brengen, dat ze als het ware lijfeigene waren in dienst van Jezus, die hen was voorgegaan in nederigheid.

Toen het kapelletje af was, vroeg zij bisschop Lambertus († 705; feest 17 september) om het te komen inzegenen. In de jaren daarna kwamen steeds meer meisjes toegestroomd die haar leven wilde delen. Dat is het begin van klooster Munsterbilsen (= monasterium, klooster in Bilsen). De latere heilige Amalberga († 772; feest 10 juli) kreeg bij Landrada als klein meisje haar vorming.
Volgens een legende liet zij Sint Lambertus waarschuwen dat haar einde naderde: of hij wilde komen. Maar deze was juist afwezig. Toch vertelt het verhaal dat de heilige bisschop zich naar haar toe haastte en de laatste sacramenten toediende. Zo stierf zij, broodmager, languit uitgestrekt op een paar strozakken, omringd door haar geestelijke dochters, in volledige overgave aan haar Heer. Lambertus zou haar hebben bijgezet in klooster Wintershoven.
[Naar een levensbeschrijving van abt Theodoricus van St-Truiden in: RR2.1640]

In 980 werden haar relieken overgebracht naar de, inmiddels voormalige, St-Baafsabdij in Gent.

14e zondag door het jaar – B


Uit de profeet ezechiël 2, 2-5

De profeet weet het: zijn zending zal tegenspraak uitlokken. Maar zijn zending komt niet van hem. Daarom moet de profeet, wat de reactie van het volk ook zal zijn, standhouden en spreken.

In die dagen voer er een geest in mij die me weer op deed staan, en er werd opnieuw tegen mij gesproken: ‘Mensenkind, Ik stuur jou naar de Israëlieten, naar dat weerspannige volk dat tegen Mij in opstand is gekomen. Tot op de dag van vandaag verzetten ze zich tegen Mij, zoals ook hun voorouders hebben gedaan. Naar dat volk, dat zo halsstarrig en eigenzinnig is, stuur Ik jou. Je moet tegen hen zeggen: “Dit zegt God, de Heer …” En of ze nu horen willen of niet – het is immers een opstandig volk –, ze zullen weten dat er een profeet in hun midden is geweest.

 

Psalm 123, 1-4

Refr.: Onze ogen richten zicht tot de Heer, tot Hij ons genadig wil zijn.

Naar U sla ik mijn ogen op,
naar U die in de hemel troont,
zoals de ogen van een slaaf
de hand van zijn heer volgen.

Zoals de ogen van een slavin
de hand van haar meesteres volgen,
zo volgen onze ogen de Heer, onze God,
tot Hij ons genadig wil zijn.

Wees genadig, Heer, wees ons genadig,
wij worden veracht, meer dan te dragen is.
Meer dan onze ziel kan dragen raakt ons achteloze spot,
de hoogmoed van onverschilligen.

 

Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiêrs 12, 7b-10

Kracht wordt zichtbaar in zwakheid.

Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, maar Hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’
Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.
Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

 

Alleluia.

De Geest van de Heer is over Mij gekomen,
Hij heeft Mij gezonden om aan armen
de Blijde Boodschap te verkondigen.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 1-6

‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad’.

Jezus ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen. Toen de sabbat was aangebroken, gaf Hij onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt Hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem.
Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’
Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. Hij stond verbaasd over hun ongeloof.

Van Woord naar leven

We hoorden hoe Jezus de synagoge van zijn stad binnenging, maar er ongeloof ondervond. De mensen van Nazareth hadden zich namelijk een bepaald beeld van Hem gevormd en dat wilden zij niet zo vlug veranderen: Hij was de zoon van de timmerman, een beperkte, kleine mens van bij hen en meer niet! Alleen gelovige ogen kunnen meer zien in een mens. Alleen door te kijken met een gelovig hart kan men ertoe komen doorheen de gebrekkige, uiterlijke gestalte van iemand als Jezus de Gezondene van God Zelf te zien. Blijkbaar is dat “méér zien”, dat “kijken doorheen de zichtbare, menselijke beperktheden” des te moeilijker bij iemand uit eigen kring, een verwant, een familielid.

Welk beeld hebben wij van Jezus?
Er zijn heel wat boeken over Jezus verschenen, die nauwkeurig de aardse, historische Jezus beschrijven, zijn tijd en zijn culturele omgeving. Maar leren wij daarmee de echte Jezus kennen?
De wetenschappelijke ingesteldheid, die zo gedetailleerd mogelijk alle waarneembare feiten analyseert, is wel boeiend en nuttig. Maar uiteindelijk loopt die toch op een pijnlijke manier dood in haar uitgebreide veelweterij, als daarbij niet terzelfder tijd de andere, de gelovige visie wordt gehanteerd, als men niet, doorheen de uiterlijke gegevens, durft kijken naar de diepte, dus durft kijken naar de onzichtbare kern van Jezus’ persoonlijkheid: zijn relatie met God, zijn boodschap en zijn vriendschap voor ons vandaag.

Veel belangrijker dan te weten hoe het er precies is aan toegegaan lang geleden in Nazareth, is te beseffen dat Jezus ons vandaag bezoekt, dat Hij vandaag binnenkomt in de ruimte waar je nu zit, via deze site, in ons leven, met zijn woord, met zijn uitnodiging, met zijn gebaren en tekens die ons oproepen, uitdagen, tot engagement bewegen. Erkennen wíj Hem vandaag als Gods Gezondene? Gaan wij gevolg geven aan zijn uitnodiging?

De vraag is of wij werkelijk in ons leven van vandaag Jezus aanvaarden, met zijn uitnodigingen tot opbouwende en vergevende liefde?
Of wijzen wij Hem af, zoals de bewoners van Nazareth die liever hun eigen leventje verder leefden?

Als wij zijn woorden en zijn tekens écht aanvaarden, dan zal dat bij ons een verandering teweegbrengen. Als wij echt gelovige christenen willen zijn, dan kunnen Jezus’ woorden van “vergeving” en “de vrede zij met u” en zijn gebaar van “zichzelf wegschenken als gebroken brood” ons niet onberoerd laten.

Je vraagt je misschien af: Waar kan ik de volgende week een stukje van mijn vrede schenken aan deze wereld… Waar kan ik de volgende dagen een woord van vergeving spreken dat nieuw leven biedt…
Het zal altijd gaan over kleine stappen, middenin het dagelijks leven, maar zij zijn zo belangrijk.

Als wij op een welbepaald punt ingaan op Jezus’ uitnodiging dan laten wij Hem vandaag binnen in onze synagoge, in ons leven vandaag, dan worden wij vandaag een stukje verrezen christenen. En deze verbetering van onze wereld op uitnodiging van het evangelie nu is veel belangrijker dan de historische exactheid over het verleden.

Jezus stond verwonderd over het ongeloof van de mensen in Nazareth. Maar Hij trok verder naar de dorpen in de omtrek en verder, waar Hij weer nieuwe mensen aansprak, zoals Hij ook vandaag ons opnieuw aanspreekt.

Laten we Hem welkom heten, hier en nu, en wel tot in het diepst van ons hart, opdat zijn liefde werkelijkheid mag worden in ons leven.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

God onze Vader,
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden, maar in eigen kring werd Hij niet aanvaard, werd zijn wijsheid niet erkend, werd zijn goedheid te licht bevonden. Wij bidden U: geef dat wij de bevrijdende kracht  van zijn boodschap wél willen inzien én aanvaarden, en daardoor dragers en uitdragers worden van U.
In naam van Jezus, uw Zoon, onze broeder en Heer. Amen.