Lezingen van de dag – zondag 8 oktober 2017


Heilige (of feest) van de dag

Reparata van Cesarea († ca 250)

Palestina; martelares

Op het moment dat zij voor de rechter werd gedaagd omdat zij ervan verdacht werd christen te zijn, was zij pas twaalf jaar oud. Onverschrokken getuigde zij van haar geloof. Zij weigerde te offeren aan de Romeinse goden. Dat moet tijdens de christenvervolgingen onder keizer Decius (249-251) gebeurd zijn. Zij werd blootgesteld aan gruwelijke folteringen: volgens een paneel van Daddi (14e eeuw) dat zich thans bevindt in het Wallraf-Richartzmuseum te Keulen behoorde toe ook de brandstapel. Tenslotte stierf ze door dat ze met het zwaard werd onthoofd. Ooggetuigen verzekeren dat zij Reparata’s ziel als een duif haar lichaam zagen verlaten en naar de hemel hebben zien opstijgen.

Zij wordt afgebeeld met een kroon en een palm (overwinning van het martelaarschap); soms met een boek of een vuurpotje (verwijzing naar de brandstapel of naar haar liefde voor Christus?)

Het is vooral in de Italiaanse stad Florence dat zij verering geniet. De huidige kathedraal, thans toegewijd aan Santa Maria del Fiore, was oorspronkelijk een Santa-Reparatakerk. Ook in de Zuid-Franse stad Nice wordt zij vereerd.

27e zondag door het jaar – A


Uit de profeet Jesaja 5, 1-7

Het volk van God is als een wijngaard, die oneindig veel zorg kreeg van zijn wijngaardenier. Zou het dan geen vrucht dragen? Het is onder alle volkeren uitverkoren voor een verbond van liefde. Zou het dan blijvend zijn Heer teleurstellen? Dat kan niet de bedoeling zijn …

Voor mijn geliefde wil ik zingen het lied van mijn lief en zijn wijngaard.
Mijn geliefde had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond. Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit en plantte een edele druivensoort. Hij bouwde er een wachttoren, hakte ook een perskuip uit. Hij verwachtte veel van zijn wijngaard, maar die bracht slechts wrange druiven voort.
Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem, spreek recht tussen mij en mijn wijngaard.
Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?
Luister, ik zal jullie vertellen wat ik met mijn wijngaard ga doen: Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af, zodat hij verbrand en vertrapt kan worden. Ik zal hem laten verwilderen, er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied, dorens en distels schieten er op. De wolken zal ik opdragen geen regen op hem te laten vallen.
Israël is de wijngaard van de Heer van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda.
Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.

 

Psalm 80, 9 + 12 + 13 + 14 + 15 + 16 + 19 + 20

Refr.: De wijngaard van de Heer is het huis van Israël.

U hebt een wijnstok uitgegraven in Egypte,
en volken verdreven om hem te planten.
Hij strekte zijn takken uit tot de zee,
tot aan de Grote Rivier zijn ranken.

Waarom hebt U zijn omheining vernield ?
Voorbijgangers plukken hem leeg,
wilde zwijnen wroeten hem om,
velddieren vreten hem kaal.

God van de hemelse machten, keer U tot ons,
kijk neer uit de hemel en zie,
bekommer u om deze wijnstok,
de stek die uw hand heeft geplant,
het kind dat U zelf hebt grootgebracht.

Dan zullen wij niet van U wijken.
Laat ons leven, en wij roepen uw Naam:
Heer, God van de hemelse machten,
keer ons lot ten goede,
toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

 

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 4, 6-9

De vrede, die van God komt en die Christus ons heeft nagelaten, wekt vertrouwen en gebed. Zij maakt een einde aan de angst en heiligt de menselijke deugden.

Broeders en zusters,
wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.

 

Alleluia.

Ik heb u uitgekozen uit de wereld,
om op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen,
die blijvend mogen zijn.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 21, 33-43

De leiders van het volk, voor wie het niet genoeg was eertijds de profeten te hebben mishandeld die God hen zond, gaan nu zo ver zijn eigen zoon te vermoorden. Op Christus, de steen die door Israël werd verworpen, maar die uitgekozen werd door de Vader, zal de Kerk gebouwd worden, het nieuwe volk Gods dat geroepen is om vruchten voort te brengen in overvloed.

Jezus sprak tot de hogepriesters en de oudsten van het volk:
‘Luister naar deze gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde. Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde. Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken”, en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?’
Ze antwoordden: ‘De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’
Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” Daarom zeg Ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.’

Van Woord naar leven

De overweging is van de hand van Frans Mistiaen, s.j.

In de parabel van de misdadige wijnbouwers gaat het over een wijngaard, een uitgekozen plek, die God met speciale zorgen koestert en met zijn Liefde omringt. Waar zou die wijngaard van God op onze dagen te vinden zijn? Niet in één bepaald, zeer gelovig land of in één vurig bedevaartsoord. In onze tijd is Gods wijngaard te vinden op eender welke plaats op onze aarde waar zijn Liefde de kans krijgt op te schieten en tussen de mensen goede vruchten voort te brengen. En wij, wij zijn de beheerders van die wijngaard. Wij zijn dus de behoeders van de bevoorrechte plaatsen in onze wereld van vandaag waar de liefde nog kan bloeien en tastbaar worden: ons gezin, onze leefgemeenschap, onze parochie, onze Kerk.

Wat zijn toch de goede vruchten die God van ons mag verwachten? “Blijdschap, vrede en geduld, vriendelijkheid, goedheid en trouw, zachtheid, verzoening en rechtvaardigheid” God droomt en hoopt dat onze wereld hierdoor meer en meer zijn wijngaard zou worden, zijn Rijk, waar de liefde ervaren en doorgegeven wordt.

Maar Gods liefdesaanbod en droom wordt blijkbaar diep gekwetst. In de plaats van goede vruchten voort te brengen worden de wijnbouwers ondankbaar en opstandig. Het eigenbelang steekt de kop op. Zij willen zich de wijngaard toe-eigenen. Zij mishandelen de afgezanten van de Heer. Zij vermoorden zelfs zijn Zoon. De parabel eindigt met een scherpe veroordeling van zoveel liefdeloosheid: “God zal zijn wijngaard aan een ander volk geven dat wél goede vruchten afdraagt.” Voor Mattheüs betekende dit duidelijk dat de taak, die tot dan toe aan de joodse leiders was toevertrouwd, nu zou worden overgenomen door de jonge Kerk van de verrezen Heer Jezus. Wat zou dat voor ons betekenen?

Misschien wel dit: Wanneer wij op een bepaald ogenblik in ons gezin, in onze leefgemeenschap, in onze parochie, in onze Kerk vooral gaan handelen uit eigenbelang, als wij niet meer liefdevol leven, niet meer dankbaar en geduldig, niet meer vriendelijk en trouw of niet meer rechtvaardig zijn, dan is het Rijk Gods gewoon niet meer onder ons aanwezig. Dan leeft God niet meer in ons midden. Hij herleeft telkens opnieuw in ons gezin, in onze leefgemeenschap, in onze parochie, in onze Kerk, daar waar Hij dankbaar wordt erkend als Schepper en Eigenaar van onze aarde, daar waar zijn Zoon wordt aanvaard als Redder van onze mensenwereld. God herleeft telkens opnieuw tussen diegenen die het aandurven, ondanks alles, toch vriendelijk en trouw en rechtvaardig te zijn. Hij wordt tastbaar tussen diegenen die toch de liefde tot fundament en hoeksteen van hun leven maken. “De steen die de bouwlieden hebben verworpen is de hoeksteen geworden!” Waar Jezus en zijn dienstbare liefde de hoeksteen worden, daar woont God!

En wij mogen de dankbare behoeders zijn van de plaatsen waar Jezus’ dienstbare liefde in onze dagen bloeit in ons gezin, in onze leefgemeenschap, in onze parochie, in onze Kerk.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
raak ons in uw Zoon aan en neem ons op in zijn zending, opdat de vruchten van ons leven zijn vruchten mogen zijn; bouwstenen van uw Rijk hier op aarde.
Amen.