29 juli – H. Martha

Gedachtenis – eigen lezingen

In onze gejaagde tijd, waar het erg op prestatie aankomt, voelen wij spontaan meer sympathie voor de actieve, behulpzame Martha dan voor haar meer passieve zuster Maria. Attentvol en behulpzaam is zij druk doende opdat niemand iets tekort komt. Een liefdevolle gastvrouw. Toch mogen wij ons niet verliezen in bezigheid op zich. Dat blijft aan de oppervlakte. Echt leven, overtuigd geloven vraagt bezinning, biddend ermee bezig zijn, bij de Heer vertoevend. Op discrete wijze heeft Jezus dit Martha bijgebracht. En Martha heeft het begrepen.

Uit de eerste brief van Johannes 4, 7-16

Als wij elkaar liefhebben, woont God in ons.

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort.
Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.
Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.
En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door Hem zouden leven.
Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.
Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.
Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.
Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest.
En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld.
Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God.
Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop.
God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

Psalm 34, 2-11

Refr.: Let op, en bemerk hoe genadig de Heer is.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.
Laat mijn leven een loflied zijn voor de Heer,
de nederigen zullen het met vreugde horen.

Roem met mij de grootheid van de Heer,
sluit u aan om zijn Naam te verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij gaf antwoord,
Hij heeft mij van alle angst bevrijd.

Wie naar Hem opzien, stralen van vreugde,
schaamte zal hun gezicht niet kleuren.
In mijn verdrukking riep ik tot de Heer,
Hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.

De engel van de Heer waakt
over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen.
Proef, en geniet de goedheid van de Heer,
gelukkig de mens die bij Hem schuilt.

Vromen, heb ontzag voor de Heer;
wie Hem vreest lijdt geen gebrek.
Jonge leeuwen lopen hongerig rond,
wie de Heer zoekt, ontbreekt het aan niets.

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 38-42

Er is maar één ding noodzakelijk.

Jezus kwam in een dorp, waar Hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette.
Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden.
Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het U niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’
De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.