3 mei – HH. Filippus en Jakobus, apostelen (feest)

Binnen een groep van mensen zijn er altijd figuren die op de voorgrond treden. Filippus en Jakobus zijn niet zo bekend als Petrus en Johannes. Af en toe vangen we in de evangelies een flits van hen op.
Filippus van Betsaïda, een medewerker van het eerste uur, is ons vooral bekend door zijn spontane geloofsovertuiging: ‘Heer, toon ons de Vader, meer vragen wij niet’.
Na de dood van Jezus, trad Jakobus naar voor als een bekwaam, verstandig leider in de kerk te Jeruzalem. In 62 stierf hij de marteldood.

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 15, 1-8

Christus is voor onze zonden gestorven, Hij is begraven en op de derde dag opgewekt. Het is het fundament van ons christelijk geloof, waaruit wij dagelijks mogen leven.

Broeders en zusters,
ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen.
Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat Hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen.
Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven.
Vervolgens is Hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen.
Pas op het laatst is Hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.

Psalm 19, 2-5

Refr.: Over heel de aarde gaat hun stem.

De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.

De dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.

Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.

Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 6-14

Wanneer Jezus voor het laatst samen is met zijn apostelen richt Hij zich biddend tot zijn Vader. Hij overziet zijn opdracht. Het is de Vader die ze Hem gegeven had. Zijn Vader wil Hij aan de mensen leren kennen. Zelfs zijn apostelen begrijpen het (nog) niet.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij. Als jullie Mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem zelf gezien.’
Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’
Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is? Ik spreek niet namens mezelf als Ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in Mij blijft, doet zijn werk door Mij. Geloof me: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Als je Mij niet gelooft, geloof het dan om wat Hij doet. Waarachtig, Ik verzeker jullie: wie op Mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik, en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal Ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal Ik het doen.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.