Lezingen van de dag – vrijdag 24 mei 2019


 

vrijdag in de 5e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 15, 22-31

‘In overeenstemming met de Geest hebben wij besloten…’ zo luidt een der eerste historische beslissingen van het gezag in de Kerk. Dialoog, gesprek en bezinning zijn altijd nodig. Maar de Geest is er ook, we worden geleid door zijn leiding. Hier werd de grondslag gelegd van de wereldwijde roeping en zending van het christendom. Niet gebonden aan volk, staat, opinie, maar alleen gebonden aan de persoon van Jezus en de inspiratie van zijn Geest.

In die dagen besloten de apostelen en de oudsten in overleg met de hele gemeente enkele afgevaardigden met Paulus en Barnabas mee te zenden naar Antiochië. De keuze viel op twee leiders uit de gemeente: Judas, wiens bijnaam Barsabbas luidde, en Silas.
Men gaf hun een brief mee met de volgende inhoud: ‘Van de apostelen en de oudsten. Aan hun broeders en zusters in Antiochië, Syrië en Cilicië die uit de heidense volken afkomstig zijn: gegroet! Wij hebben vernomen dat enkelen van ons u een bezoek hebben gebracht–zonder dat wij hun dat hadden opgedragen–en dat hun uitspraken aanleiding zijn geweest tot verwarring en verontrusting. Daarom hebben we eensgezind besloten enkele broeders naar u toe te zenden in het gezelschap van onze geliefde Barnabas en Paulus, mensen die hun leven op het spel hebben gezet voor de naam van onze Heer Jezus Christus. We hebben Judas en Silas afgevaardigd, en zij zullen de inhoud van deze brief mondeling toelichten. In overeenstemming met de heilige Geest hebben wij namelijk besloten u geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is: onthoud u van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, van bloed, van vlees waar nog bloed in zit, en van ontucht. Als u zich hier aan houdt, doet u wat juist is. Het ga u goed.’
Ze namen afscheid en vertrokken naar Antiochië, en nadat ze daar de gemeente hadden bijeengeroepen, overhandigden ze de brief.
Toen de brief was voorgelezen, verheugde de gemeente zich over de bemoedigende inhoud.

 

Psalm 57, 8-12

Refr.: U, Heer, zal ik loven onder de volken.

Mijn hart is gerust, o God, mijn hart is gerust,
ik wil voor U zingen en spelen.

Ontwaak, mijn ziel, ontwaak met harp en lier,
ik wil het morgenrood wekken.

U, Heer, zal ik loven onder de volken,
over U zingen voor alle naties.

Hemelhoog is uw liefde,
tot aan de wolken reikt uw trouw.

Verhef U boven de hemelen, God,
laat uw glorie heel de aarde vervullen.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 15, 12-17

Alleen liefde kan mensen van verschillende geaardheid, beschavingen en rassen in vriendschap doen leven. Alleen liefde is waarborg voor eenheid. Dit betekent: zich kunnen wegcijferen voor de anderen naar het voorbeeld van Christus.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat Ik zeg.
Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb.
Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.
Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.’

Lezingen van de dag – donderdag 23 mei 2019


 

donderdag in de 5e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 15, 7-21

Petrus spreekt op het concilie te Jeruzalem. Hij is de leider der christenen. Hij breekt een lans voor grote openheid. Jakobus, bisschop van Jeruzalem, Paulus en Barnabas, komen eveneens op voor pluralisme; voor God zijn allen gelijk: besneden Joden en onbesneden heidenen, als ze maar achter Christus staan en Hem volgen. Gods heilswerk mag door de mensen niet afhankelijk gemaakt worden van onnodige voorwaarden.

Nadat men veel heen en weer had gepraat over de besnijdenis , nam Petrus het woord en sprak tot de apostelen en de oudsten:
‘Broeders, u weet dat God mij al in het begin uit uw midden heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen. God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken, zoals Hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, we geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij.’
Daarop zwegen alle aanwezigen, en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die vertelden welke grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen had verricht.’

Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord. Hij zei:
‘Broeders, luister. Simeon heeft uiteengezet hoe God zelf het plan heeft opgevat om uit de heidenen een volk te vormen dat zijn naam vereert. Dat stemt overeen met de woorden van de profeten; er staat immers geschreven: “Dan keer Ik terug op mijn schreden. Ik zal het vervallen huis van David herbouwen, uit het puin zal Ik het weer opbouwen. Ik zal dit huis doen herrijzen, zodat de mensen die overgebleven zijn de Heer zullen zoeken, evenals alle heidenen over wie mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer, die dit van oudsher heeft aangekondigd.” Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’

 

Psalm 96, 1 + 2 + 3 + 10

Refr.: Meld aan alle naties de heerlijkheid van de Heer.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
zing voor de Heer, heel de aarde.

Zing voor de Heer, prijs zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.

Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.

Zeg aan de volken:
De Heer is koning.

Vast staat de wereld, zij wankelt niet.
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 15, 9-11

Al wat er in ons is aan liefdeloosheid, is ongeloof, eigenlijk goddeloosheid. Liefde, het onderhouden van de geboden, en vreugde: dat zijn de kenmerken van leven volgens het evangelie.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad.
Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.
Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.’

Lezingen van de dag – woensdag 22 mei 2019


 

woensdag in de 5e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 15, 1-6

In het eerste concilie van Jeruzalem staat de Kerk voor een keuze: besnijdenis of niet voor de niet-Joden die christen worden. Moet men eerst de joodse godsdienst aannemen vooraleer christen te zijn ? Een emotioneel geladen kwestie. Gaat het christendom zich binden aan de joodse traditie, of wordt het een universele godsdienst?

Er kwamen enkele leerlingen uit Judea, die betoogden dat de broeders zich moesten laten besnijden, overeenkomstig het door Mozes overgeleverde gebruik, omdat ze anders niet konden worden gered.
Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd.
Besloten werd dat Paulus en Barnabas, samen met enkele andere leerlingen, naar Jeruzalem zouden gaan om deze kwestie voor te leggen aan de apostelen en de oudsten.
Nadat de gemeente hun uitgeleide had gedaan, gingen ze op weg en trokken ze door Fenicië en Samaria. Daar verhaalden ze uitvoerig over de bekering van de heidenen, iets dat bij alle gelovigen grote vreugde wekte.
Bij hun aankomst in Jeruzalem werden ze verwelkomd door de apostelen en de oudsten en door de rest van de gemeente. Ze brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht.
Enkele gelovigen die tot de partij van de Farizeeën behoorden, gaven echter te verstaan dat ook de niet–Joodse gelovigen dienden te worden besneden en opdracht moesten krijgen zich aan de wet van Mozes te houden.
De apostelen en de oudsten kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan.

 

Psalm 122, 1-5

Refr.: Alleluia, wij gaan op naar het huis van de Heer.

Verheugd was ik toen ik hoorde:
wij gaan naar het huis van de Heer.

Verheugd ben ik, nu onze voeten staan
binnen je poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, als een stad gebouwd,
hecht en dicht opeen.

Daar komen de stammen samen,
de stammen van de Heer.

Om Israëls plicht te vervullen,
te prijzen de Naam van de Heer.

Daar zetelt het gerecht,
daar troont het huis van David.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 15, 1-8

Dit evangelie helpt ons het antwoord te vinden op de vraag van de eerste lezing. Christen zijn, is ingeënt zijn op Christus, de wijnstok. Jezus in ons en wij in Hem. Geen sprake van besnijdenis, ras, kleur, cultuur. Geloof in Jezus: er is geen andere weg om christen te zijn.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten draagt.
Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb.
Blijf in mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven.
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen.
Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.
De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.’

Lezingen van de dag – dinsdag 21 mei 2019


 

dinsdag in de 5e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 14, 19-28

We lezen over de eerste missiereis van Paulus en Barnabas. Beiden sporen de jonge christengemeenten aan in het geloof te volharden en ondanks vele kwellingen het Rijk Gods binnen te gaan. Verantwoordelijke leiders zullen onder hen de eenheid bevorderen. Bij hun thuiskomst melden de apostelen hoe God door hen de poort van het geloof geopend heeft voor de heidenen.

Na verloop van tijd kwamen er Joden uit Antiochië en Ikonium die de mensen ompraatten. Ze stenigden Paulus en sleepten hem vervolgens de stad uit, in de veronderstelling dat hij dood was.
Maar toen de leerlingen om hem heen waren gaan staan, kwam hij overeind en ging de stad weer in. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.
In Derbe verkondigden Paulus en Barnabas het evangelie en ze maakten er veel leerlingen. Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië.
Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.
In elke gemeente stelden ze oudsten aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.
Na hun reis door Pisidië kwamen ze in Pamfylië, waar ze in Perge de heilsboodschap verkondigden.
Vervolgens reisden ze verder naar Attalia.
Van daar gingen ze per schip naar Antiochië, de stad waar ze aan Gods genade waren toevertrouwd toen hun de taak was opgelegd die ze nu hadden volbracht.
Daar aangekomen riepen ze de gemeente bijeen en brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Ze vertelden hoe Hij voor de heidenen de deur naar het geloof had geopend.
Ze bleven nog geruime tijd bij de leerlingen.

 

Psalm 145, 10 + 11 + 12 + 13 + 21

Refr.: Uw werken, Heer, maken uw
kracht aan de mensen bekend.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen
uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap.

Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.

Laat zó mijn mond de lof spreken van de Heer,
en alles wat leeft zijn heilige Naam prijzen,
tot in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 27-31

De Heer geeft zijn vrede. Hoe ouder een mens wordt, des te meer hij inziet dat de ware vrede en rust van het hart wellicht pas na de dood voor ons zijn weggelegd. Toch geeft Jezus zijn vrede nu reeds. Wat er ook gebeurt in ons leven, die vrede, die rustige zekerheid, moet steeds de bovenhand hebben over onrust en twijfel.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.
Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
Jullie hebben toch gehoord dat Ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat Ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is.
Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat Ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen.’

Lezingen van de dag – maandag 20 mei 2019


 

maandag in de 5e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 14, 5-18

Een miraculeuze genezing door Paulus te Lystra maakt het volk enthousiast, en Paulus moet de reactie van de mensen aanvullen: het is niet het werk van hem die de boodschap verkondigt, maar van de levende God die het heil geeft. Paulus spreekt tot heidenen, daarom verwijst hij niet naar het Oude Testament en zelfs niet naar Christus. Ze moeten eerst geloven in de levende God.

Toen Paulus en Barnabas merkten dat heidenen en Joden samen met hun leiders op het punt stonden om geweld te gebruiken en hen wilden stenigen, vluchtten ze naar een ander deel van Lykaonië, waar ze onder meer in de steden Lystra en Derbe het evangelie verkondigden.
In Lystra zat een man op straat die geen kracht in zijn voeten had; hij was al sinds zijn geboorte verlamd en had nooit kunnen lopen. Toen deze man naar een toespraak van Paulus luisterde, keek Paulus hem strak aan en zag dat hij geloofde dat hij genezen kon worden. Daarom riep hij hem toe: ‘Kom overeind en ga op uw benen staan!’ De man sprong op en begon te lopen.
Toen de mensen zagen wat Paulus had gedaan, verhieven zij hun stem en ze zeiden in het Lykaonisch: ‘De goden zijn in mensengedaante naar ons afgedaald!’
Ze noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes, omdat hij de woordvoerder was. De priester van Zeus, wiens tempel vlak buiten de stad lag, bracht met bloemenkransen getooide stieren naar de stadspoort, die hij en het volk wilden offeren. Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus merkten wat de bedoeling was, scheurden ze van ontzetting hun kleren, drongen zich door de menigte heen en riepen: ‘Wat doet u toch? Wij zijn mensen, net als u. Onze boodschap is nu juist dat u geen afgoden moet vereren, maar de levende God, die de hemel en de aarde en de zee heeft geschapen en alles wat daar leeft. Hij heeft in het verleden alle volken hun eigen weg laten gaan, maar heeft toch blijk gegeven van zijn goedheid: vanuit de hemel heeft Hij u regen geschonken en vruchtbare seizoenen, Hij heeft u overvloedig te eten gegeven en u zodoende vreugde gebracht.’
Door deze woorden slaagden ze er met moeite in de mensenmenigte ervan te weerhouden om aan hen een offer te brengen.

 

Psalm 115, 1 + 2 + 3 + 4 + 15 + 16

Refr.: Geef uw Naam, Heer, alle eer.

Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw Naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.

Waarom zeggen de volken:
Waar is die God van hen ?

Onze God is in de hemel,
Hij doet wat Hem behaagt.

Hun goden zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.

Moge de Heer u zegenen,
Hij die hemel en aarde gemaakt heeft.

De hemel is de hemel van de Heer,
de aarde heeft Hij aan de mensen gegeven.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 21-26

Er is een belangrijk verband tussen de liefde tot God, het onderhouden van de geboden, en Gods aanwezigheid in onze harten. Het een kan niet zonder het ander. Wie echt met de Vader wil leven, moet in Jezus liefde worden voor allen. Om dit te beleven, ontvangen we de heilige Geest, die ons zal helpen en alles zal openbaren.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en Ik zal mij aan hem bekendmaken.’
Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg, en wat jullie mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader door wie Ik gezonden ben. Dit alles zeg Ik tegen jullie nu Ik nog bij jullie ben. Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat Ik tegen jullie gezegd heb.

Lezingen van de dag – zondag 19 mei 2019


 

5e paaszondag – C


Uit de Handelingen van de Apostelen 14, 21-27

Om de gestorven en verrezen Christus te verkondigen (3e paaszondag) en om het evangelie te prediken (4e paaszondag) heeft de Kerk nood aan structuren die de duurzaamheid van haar zending verzekeren. Op het einde van hun missiereis sporen Paulus en Barnabas de gemeenschappen die zij stichtten aan om te volharden in hun christelijk leven, doorheen alle vervolgingen. En voor zij van hen weggaan, stellen zij er verantwoordelijken aan.

In Derbe verkondigden Paulus en Barnabas het evangelie en ze maakten er veel leerlingen.
Daarna keerden ze terug naar Lystra en vervolgens naar Ikonium en Antiochië. Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.
In elke gemeente stelden ze oudsten aan, en na gevast en gebeden te hebben bevalen ze hen aan bij de Heer, in wie ze hun vertrouwen hadden gesteld.
Na hun reis door Pisidië kwamen ze in Pamfylië, waar ze in Perge Gods boodschap verkondigden.
Vervolgens reisden ze verder naar Attalia. Van daar gingen ze per schip naar Antiochië, de stad waar ze aan Gods genade waren toevertrouwd toen hun de taak was opgelegd die ze nu hadden volbracht.
Daar aangekomen riepen ze de gemeente bijeen en brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Ze vertelden hoe Hij voor de heidenen de deur naar het geloof had geopend.

 

Psalm 145, 8-13

Refr.: Juich de Heer toe, heel de aarde.

Genadig en liefdevol is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Goed is de Heer voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel zijn schepping.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen.
Laten zij getuigen
van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen
uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap:
uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.

 

Uit de Apocalyps 21, 1-5a

Jezus gaf een nieuw gebod, waarborg van een vernieuwd leven. Het slotvisioen van de Apocalyps toont ons de nieuwe wereld, waar de liefde van God voor zijn volk ontluikt, in een innige en eindeloze aanwezigheid.

Ik, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer.
Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak Ik nieuw!’

 

Alleluia.
Een nieuw gebod geef Ik u, zegt de Heer;
ge moet elkaar liefhebben,
zoals Ik u heb liefgehad.
Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 13, 31-33a + 34-35

Christus, omhooggeheven aan het kruis, is vandaag in glorie verheven. Toch begint hier voor de Kerk een harde periode. In geloof moet zij ervaren hoe iemand aanwezig kan zijn in afwezigheid. De wederzijdse liefde onder christenen verzekert en openbaart de blijvende aanwezigheid van de Verrezene in onze wereld, totdat Hij wederkomt.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door Hem de grootheid van God. Als Gods grootheid door Hem zichtbaar geworden is, zal God Hem ook in die grootheid laten delen, nu onmiddellijk.
Kinderen, ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie. Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’

Lezingen van de dag – zaterdag 18 mei 2019


 

zaterdag in de 4e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 44-52

Voor de persoon van Jezus en voor zijn boodschap, moeten wij geloof opbrengen, ofwel uitvluchten zoeken om er niet op in te moeten gaan. De Joden in Antiochië, die geloven in de God van het Oude Testament, weigeren Christus, Zoon en gezondene van die God, te aanvaarden. De heidenen echter nemen het geloof aan in God én in de gezonden Zoon. Reeds hier wordt met het geloof van eenvoudigen gelachen, maar de vreugde van de heilige Geest kan men de gelovigen nooit ontnemen.

De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om naar het woord van de Heer te luisteren.
Bij het zien van de mensenmenigte werden de Joodse leiders jaloers en begonnen ze de woorden van Paulus op godslasterlijke wijze verdacht te maken.
Maar Paulus en Barnabas zeiden onomwonden: ‘De boodschap van God moest het eerst onder u worden bekendgemaakt, maar aangezien u die afwijst en uzelf het eeuwige leven niet waardig acht, zullen we ons tot de heidenen wenden. Want de Heer heeft ons het volgende opgedragen: “Ik heb je bestemd tot een licht voor alle volken om redding te brengen, tot aan de uiteinden van de aarde.”’
Toen de heidenen dit hoorden, verheugden ze zich en spraken ze vol lof over het woord van de Heer, en allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof.
Het woord van de Heer verspreidde zich over de hele streek.
De Joden hitsten echter de vrome vrouwen uit de hogere kringen op, evenals de vooraanstaande burgers van de stad, en wisten hen zover te krijgen dat ze zich tegen Paulus en Barnabas keerden, zodat die uit het gebied werden verdreven.
Maar zij schudden het stof van hun voeten omdat ze niets meer met hen te maken wilden hebben en vertrokken naar Ikonium.
De achterblijvende leerlingen waren vervuld van vreugde en van de heilige Geest.

 

Psalm 98, 1-4

Refr.: Juich de Heer toe, heel de aarde.

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.

Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

De Heer heeft zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.

Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw
voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.

Juich de Heer toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 7-14

Wanneer Jezus voor het laatst samen is met zijn apostelen richt Hij zich biddend tot zijn Vader. Hij overziet zijn opdracht. Het is de Vader die ze Hem gegeven had. Zijn Vader wil Hij aan de mensen leren kennen. Zelfs zijn eigen apostelen begrijpen dit niet.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem zelf gezien.’
Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’
Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als Ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: Ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat Hij doet.
Waarachtig, Ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik, en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal Ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal Ik het doen.’

Lezingen van de dag – vrijdag 17 mei 2019


 

vrijdag in de 4e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 26-33

Paulus verhaalt aan de Antiochiërs wat zich in Jeruzalem afspeelde. Het hoogtepunt van zijn preek is het uitbazuinen van de verrijzenis en de boodschap van leven. Wij kunnen ons voorstellen hoe de mensen aan zijn lippen hebben gehangen. Blijven wij vandaag de Blijde Boodschap even enthousiast beluisteren en verkondigen in ons leven.

In die dagen, toen Paulus te Antiochië in Pisidië gekomen was, zei hij in de synagoge:
‘Broeders en zusters, nakomelingen van Abraham en alle anderen die God vereren, ons werd het nieuws over de redding bekendgemaakt.
De inwoners van Jeruzalem en hun leiders hebben niet alleen Jezus miskend, maar ook de uitspraken van de profeten die elke sabbat worden voorgelezen. Door Jezus te veroordelen hebben ze deze uitspraken in vervulling doen gaan.
Ofschoon ze geen enkele grond voor een doodvonnis konden vinden, drongen ze er bij Pilatus op aan Hem terecht te stellen. Toen ze alles ten uitvoer hadden gebracht wat er over Hem geschreven staat, haalden ze Hem van het kruishout en legden Hem in een graf.
Maar God heeft Hem opgewekt uit de dood; gedurende ettelijke dagen is Hij verschenen aan degenen die met Hem van Galilea naar Jeruzalem waren getrokken en die nu onder het volk van Hem getuigen.
Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun kinderen–ten behoeve van ons–doordat Hij Jezus tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede psalm geschreven: “Jij bent mijn zoon, Ik heb je vandaag verwekt”.’

 

Psalm 2, 6-11

Refr.: Jij bent mijn zoon, Ik heb je vandaag verwekt.

Ikzelf heb mijn koning gezalfd,
op de Sion, mijn heilige berg.

Het besluit van de Heer wil ik bekendmaken.
Hij sprak tot mij: Jij bent mijn zoon,
Ik heb je vandaag verwekt.

Vraag het mij en Ik geef je de volken in bezit,
de einden der aarde in eigendom.

Jij kunt ze breken met een ijzeren staf,
ze stukslaan als een aarden pot.

Daarom, koningen, wees verstandig,
wees gewaarschuwd, leiders van de aarde.

Onderwerp u, toon de Heer uw ontzag,
breng hem bevend uw hulde.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 1-6

Ieder van ons zoekt zijn weg naar het ware geluk, elke mens streeft naar waarheid, ieder wil ten volle leven. En dan horen we die prachtige woorden van Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Gaan we met Hem mee?

Jezus sprak: ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. Jullie kennen de weg naar waar Ik heen ga.’
Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’
Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.’

Lezingen van de dag – donderdag 16 mei 2019


 

donderdag in de 4e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 13-25

Paulus en Barnabas reizen naar Antiochiê waar Paulus preekt in de synagoge. Hij resumeert voor de gelovige Joden de heilsgeschiedenis van het Oude Testament en de vervulling van de messiaanse profetiën in Jezus. Hij zegt dus dat de heilsgeschiedenis verdergaat. Hij tracht een brug te slaan tussen oud en nieuw.

Paulus en zijn reisgenoten scheepten zich in Pafos in om naar Perge in Pamfylië te reizen. Daar verliet Johannes de beide anderen en keerde terug naar Jeruzalem. Paulus en Barnabas trokken van Perge verder naar Antiochië in Pisidië.
Daar aangekomen gingen ze op sabbat naar de synagoge en namen er plaats. Na de voorlezing uit de Wet en de Profeten werd hun namens de leiders van de synagoge gezegd: ‘Broeders, als u voor de mensen een bemoedigend woord hebt, ga dan uw gang.’
Paulus stond op, gebaarde om stilte en zei:
‘Israëlieten en alle anderen die God vereren, luister naar wat ik u te zeggen heb. De God van het volk van Israël heeft onze voorouders uitverkozen; Hij heeft hen, toen ze als vreemdelingen in Egypte woonden, groot en machtig gemaakt. Met opgeheven arm heeft Hij onze voorouders weggeleid uit Egypte, en ongeveer veertig jaar lang heeft Hij hen in de woestijn geduldig verdragen.
In Kanaän onderwierp Hij zeven volken, en hun land gaf Hij in bezit aan onze voorouders. Dit alles vond plaats in ongeveer vierhonderdvijftig jaar.
Vervolgens stelde Hij rechters aan, die heersten tot de tijd van de profeet Samuël.
Daarna vroeg het volk om een koning, en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam Benjamin, die veertig jaar regeerde.
Toen stootte God hem van de troon en maakte David koning, van wie Hij getuigde: “In David, de zoon van Isaï, heb Ik een man naar mijn hart gevonden, die geheel naar mijn wil zal handelen.”
En uit Davids nageslacht heeft God, overeenkomstig zijn belofte, een redder voor Israël voortgebracht, Jezus.
Voor zijn komst had Johannes het hele volk van Israël opgeroepen om zich te laten dopen en een nieuw leven te beginnen. Toen zijn levenswerk ten einde liep, heeft Johannes gezegd: “Wie jullie denken dat ik ben, ben ik niet. Maar let op: na mij komt iemand anders, en ik ben het niet waard om zelfs maar zijn sandalen los te maken.’

 

Psalm 89, 2 + 3 + 21 + 22 + 25 + 27

Refr.: Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen !

Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen,
van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,
uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.

In David vond ik een dienaar,
Ik zalfde hem met heilige olie.

Mijn hand geeft hem steun,
mijn arm maakt hem sterk.

Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem,
door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.

Hij zal tot mij roepen: U bent mijn vader,
mijn God, de rots die mij redt !

 

Uit het evangelie volgens Johannes 13, 16-20

Er is een diepe eenheid, een communio, tussen Jezus en zijn leerlingen van alle tijden. Echt-christen zijn zal vragen: tot de dienstbaarheid van Christus groeien. Dat is bereid zijn onszelf weg te cijferen voor elkaar. We zullen op tegenstand stuiten, misschien ook in onszelf. We moeten Christus ook aanvaarden als Hij ons in medemensen tegemoet treedt.

Nadat Jezus de voeten van zijn leerlingen had gewassen, zei Hij tot hen:
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.
Ik doel niet op jullie allemaal: Ik weet wie Ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.”
Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat Ik het ben.
Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt Hem die mij gezonden heeft.’

Lezingen van de dag – woensdag 15 mei 2019


 

woensdag in de 4e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 12, 24 – 13, 5a

Wij zijn getuige van de eerste uitzending van missionarissen in de geschiedenis van de Kerk. Aanvankelijk werd het geloof verspreid door ballingen, vluchtelingen, vervolgden. Hier worden in een tijd van vrede gelovige leerlingen uitgezonden met de boodschap: Kerk heet missie, zending. Er wordt verwezen naar de noodzakelijke roeping door God zelf, en naar vasten en gebed als voorbereiding op apostolaat.

Het woord van God verspreidde zich en vond steeds meer gehoor.
Barnabas en Saulus keerden terug uit Jeruzalem na daar hun gift overhandigd te hebben. Ze namen Johannes Marcus met zich mee.
Er waren in de gemeente van Antiochië profeten en leraren, onder wie Barnabas, Simeon die Niger werd genoemd, Lucius de Cyreneeër, Manaën, een jeugdvriend van de tetrarch Herodes, en Saulus.
Op een dag, toen ze aan het vasten waren en een gebedsdienst hielden voor de Heer, zei de heilige Geest tegen hen: ‘Stel mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor de taak die Ik hun heb toebedeeld.’
Nadat ze gevast en gebeden hadden, legden ze hun de handen op en lieten hen vertrekken.
Zo werden Barnabas en Saulus uitgezonden door de heilige Geest. Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus, waar ze aankwamen in Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de synagogen van de Joden.

 

Psalm 67, 2 + 3 +5 + 6 + 8

Refr.: Dat alle volken U loven, God.

God, wees ons genadig en zegen ons,
laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.

Dan zal men op aarde uw weg leren kennen,
in heel de wereld uw reddende kracht.

Laten de naties juichen van vreugde,
want U bestuurt de volken rechtvaardig
en regeert over de landen op aarde.

Dat de volken U loven, God,
dat alle volken U loven.

Moge God ons blijven zegenen,
zodat men ontzag voor Hem heeft
tot aan de einden der aarde.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 12, 44-50

Christus is licht, vreugde, leven. Hij veroordeelt niet maar brengt liefde en verlossing. Zijn boodschap brengt leven en geen dood.

Jezus verklaarde met luide stem:
‘Wie in mij gelooft, gelooft niet in mij, maar in Hem die mij gezonden heeft, en wie mij ziet, ziet Hem die mij gezonden heeft.
Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in mij gelooft niet meer in de duisternis is.
Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal Ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.
Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat Ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen.
Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat Ik moest zeggen en hoe Ik moest spreken.
Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent.
Alles wat Ik zeg, zeg Ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’