Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël (feest)

‘Zegen de Heer alle engelen, die zijn Woord doen en zijn Woord verstaan!’ Dat betekent dat ze niet hun eigen woorden spreken, niet luisteren naar wat ze elkaar te zeggen hebben, maar dat ze luisteren naar wat God zegt. Daar gaat hun wezen in op. Engelen van God, die het Woord van God beluisteren en uitvoeren in de dienst van God. Stel je eens voor dat je in je leven nooit woorden spreekt die uit jezelf voortkomen, maar dat je alleen woorden spreekt die je gehoord hebt van een ander. Dat is bijna ondenkbaar. Toch is dat wat de engelen bezielt. Hun leven bestaat uit het luisteren naar en het doen van het Gods Woord. Daarin gaan ze onder, daarin verliezen ze hun eigen gezicht. Zij hebben dan ook geen eigen gezicht, want als ze worden afgebeeld, zien ze er allemaal hetzelfde uit. Engelen zijn engelen van God. Dát is hun identiteit. Ze zijn van Godswege gezonden, zoals de engel Gabriël, Michaël en Rafaël.
De liturgie besteedt eigen lezingen aan dit feest.

Uit het boek Apocalyps 12, 7-12a

De Satan is ten val gebracht.

Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid.
Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht. Zij hebben hem dankzij het bloed van het Lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard. Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen! Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald!’

Psalm 138, 1-5

Refr.: Heer, voor U wil ik zingen.

Heer, ik wil U loven met heel mijn hart,
voor U zingen onder het oog van de goden.

Ik wil mij buigen naar uw heilige tempel,
uw Naam loven om uw liefde en trouw:
grote dingen hebt U beloofd, tot eer van uw Naam.

Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.

Laten alle koningen op aarde U loven, Heer,
zij hebben de beloften uit uw mond gehoord.

Laten zij de wegen van de Heer bezingen:
‘Groot is de majesteit van de Heer.’

Uit het evangelie volgens Johannes 1, 47-51

De eerste leerlingen van Jezus trokken anderen aan. Maar beslissend voor de geloofsovergave blijft, zoals bij Natanaël, de ontmoeting met de Heer zelf. Hij ervaart doorheen de menselijke gestalte van Jezus iets veel diepers en wordt erdoor getroffen, zodat hij anders gaat denken en leven. Wie zich bekeert tot Jezus zal de hemel open zien en Gods glorie aanschouwen.

Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’
‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.’
‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ zei Natanaël.
Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat Ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie,’ voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.