donderdag in de derde week van de advent

Lezingen eigen aan 21 december

Uit het boek Hooglied 2, 8-14

Hoor! Mijn lief! Kijk! Hij komt, springend over de bergen, dansend over de heuvels. Als een gazelle is mijn lief, als het jong van een hert. Kijk! Hij staat al bij de muur. Hij blikt door het venster, tuurt door de spijlen.
Mijn lief roept mij toe: ‘Sta op, vriendin! Mooi meisje, kom! Kijk! De winter is voorbij, voorbij zijn de regens, weggegaan. De bloemen zijn verschenen op het veld, nu breekt de zangtijd aan, het koeren van de duif klinkt op het land. De vijgenboom is al vol vruchten, de wijnstok rankt en geurt. Sta op, vriendin! Mooi meisje, kom! Mijn duif in de rotskloof, verscholen in de bergwand, laat mij je gezicht zien, laat mij luisteren naar je stem, want je stem is zo lieflijk, je gezicht zo bekoorlijk.’

Psalm 33, 2 + 3+ 11 + 12 + 20 + 21

Refr.: Vol verlangen verwachten wij de Heer.

Huldig de Heer bij de klank van de lier,
speel voor Hem op de tiensnarige harp.
Zing voor Hem een nieuw lied,
speel en zing met overgave.

Het plan van de Heer houdt eeuwig stand,
wat Hij beraamt, blijft van geslacht tot geslacht.
Gelukkig het volk dat de Heer als zijn God heeft,
de natie die Hij verkoos als de zijne.

Wij wachten vol verlangen op de Heer,
Hij is onze hulp en ons schild.
Ja, om Hem is ons hart verblijd,
op zijn heilige naam vertrouwen wij.

Vers voor het evangelie

Alleluia.
Zon der gerechtigheid,
weerglans van het eeuwige licht:
kom hen verlichten die in duisternis zitten
en in de schaduw van de dood.
Alleluia.

Uit het evangelie volgens Lucas 1, 39-45

In die dagen reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette. Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’

Van Woord naar leven

SMOORVERLIEFD
(Bij Hgl 2, 8-14)

De verzen die we vandaag horen uit het boek Hooglied gaan over verliefdheid; over een wederzijdse verliefdheid; een verliefdheid in de diepe betekenis van het woord, ver voorbij romantiek en vlinders in de buik. Hier gaat het om een goddelijke verliefdheid; een verliefdheid die haar ontstaan en wortels heeft in God zelf. Het gaat over een verliefdheid die opwekt, fris is, één die danst en zingt van plezier.

Het is verliefdheid langs beide kanten. En dat maakt de verliefdheid juist zo vol, zo levendig, zo vruchtbaar. Het wordt een samensmelten van twee geliefden.

Mooi zijn de woorden die de schrijver heeft gekozen om de liefde van God te bezingen. Als een jong hert snelt Hij naar ons toe, springend over de bergen, dansend over de heuvels, kijkend door het venster of Hij ons ziet … Prachtig. Zo is God. Oud misschien in jaren, maar zo jong en jeugdig in zijn liefde; fris, blij, enthousiast. Tot over zijn goddelijke oren verliefd.

Ja, zo kijkt God naar ons. Zo snelt Hij naar ons toe. Wie we ook zijn, waar we ook staan in het leven, welke rugzak we ook meedragen, wat voor een knoeiboel we er misschien ook van gemaakt hebben … God snelt naar ons toe als een verliefde, uitkijkend naar ons verlangen, onze liefde voor Hem.

Geliefde mensen,
wanneer je bidt, en je je ogen sluit, probeer dan eens die verliefdheid van God naar jou toe te bevroeden, haar aan te voelen. Open je hart, je hele zijn, om de smoorverliefde God welkom te heten. Hij snelt niet enkel naar een paar zorgvuldig uitgekozen vrome zielen. Nee, Hij komt ook naar jou, Hij snelt naar jou, verliefd dat Hij is op ieder van ons. Ja, Hij houdt van jou, tot in het diepst van je vezels.

Ontvang Hem. Bid in Hem. Smelt in Hem. Geen twee liefdes meer. Jij, vlam van zijn vlam.

Laten we zo, verinnigd met Hem, verlangen naar de nacht van volgende zondag op maandag. Want wat beschreven staat in Hooglied van vandaag, zal dan, daar in die kleine kribbe vlees en bloed worden, gebaard voor elk mensenkind, zowel in de geschiedenis, als in het heden, als in de toekomst.

Moge jouw hart die kribbe zijn, en wij allen als Kerk.

Laten we bidden

Vader,
moge uw Geest ons in vuur en vlam zetten,
om – in Christus – vlam te worden van U,
opdat ieder U mag ontmoeten.
In Christus,
onze broeder en Heer.
Amen.

Lieve mensen, heb geen angst verliefd te zijn op God. Hij is het ook op jou. Heb er deugd aan.
Van harte, kris

 

 

Reageren of uitwisselen betreffende de overweging kan via de blog Van Woord naar leven.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan de NBV21, © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.