donderdag in week 1 van de veertigdagentijd

Uit het boek Ester (andere nummering dan in Willibrord) 8, 12 + 14-16 + 23-25

In naam van heel het volk bidt Ester tot God om hulp. Dit gebed van de Grote Verzoendag van de Joden geeft de Kerk ons vandaag als voorbeeld. In Ester erkennen wij een vrouw van geloof. Zij durft hopen tegen alle menselijke hoop in.

Koningin Ester zocht, in doodsnood, haar toevlucht bij de Heer. Zo bad ze tot de Heer, de God van Israël.
‘Mijn Heer,’ zei ze, ‘U die als enige onze koning bent, help mij, nu ik alleen sta en geen andere helper heb dan U, want ik ga mijn leven op het spel zetten. Vanaf mijn geboorte heb ik in de stam waaruit ik voortkom horen vertellen dat U, Heer, uit alle volken Israël gekozen hebt om voor altijd uw eigen volk te zijn. Uit allen die ooit geleefd hebben koos U onze voorouders, en U hebt voor hen gedaan wat U had beloofd. Vergeet ons niet, Heer, openbaar U in deze tijd van nood. En schenk mij moed, koning van de goden, hoogste in macht. Leg mij de juiste woorden in de mond als ik tegenover de leeuw sta, en laat hem de man die de strijd met ons heeft aangebonden gaan haten, zodat hij en zijn medestanders te gronde gaan. Grijp in en red ons, en help mij, nu ik alleen sta en geen andere helper heb dan U, Heer.’

Psalm 138, 1 + 2 + 3 + 7c + 8

Refr.: Heer, laat het werk van uw handen niet los.

Ik wil U loven met heel mijn hart,
voor U zingen onder het oog van de goden.

Ik wil mij buigen naar uw heilige tempel,
uw Naam loven om uw liefde en trouw.

Grote dingen hebt U beloofd,
tot eer van uw Naam.

Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.

Uw rechterhand brengt mij redding,
de Heer zal mij altijd beschermen.

Heer, uw trouw duurt eeuwig,
laat het werk van uw handen niet los.

Uit het evangelie volgens Mattëus 7, 7-12

Uit Jezus’ eigen mond vernemen we de waarde van elk nederig gebed. God is niet ver weg. Hij luistert naar ons. God is bereidwilliger dan een vader, die zijn eigen zoon geen steen zal geven als hij brood vraagt. Bidden met vertrouwen en volharding is de opdracht van elke christen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.
Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven? Of een slang, als het om een vis vraagt?
Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie Hem daarom vragen?
Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.