donderdag in week 21 door het jaar

Uit eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 3, 7-13

Het is de grootste vreugde in het apostolaat te kunnen vaststellen dat anderen standhouden in het geloof. Paulus kent ook deze vreugde. Maar hij wijdt haar aan de Heer die dit alles bewerkt. Daarom is hij Hem zo dankbaar en bidt hij dat allen toenemen in liefde voor elkaar.

Broeders en zusters, we zijn we over u gerustgesteld. In al onze nood en ellende voelen we ons gesterkt door uw geloof, want nu opnieuw blijkt dat de Heer uw fundament is, leven we weer op. Kunnen we God ooit genoeg voor u danken? Kunnen we Hem ooit genoeg danken voor de vreugde die Hij ons met u geschonken heeft? Wij bidden dag en nacht met volle overgave dat we u weer zullen zien en kunnen aanvullen wat er nog aan uw geloof ontbreekt. Mogen God, onze Vader, en onze Heer Jezus ons pad naar u leiden. Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u. Moge de Heer u door die liefde kracht geven, zodat u zuiver en heilig voor onze God en Vader zult staan wanneer onze Heer Jezus komt met al de zijnen. Amen.

Psalm 90, 3 + 4 + 12 + 13 + 14 + 17

Refr.: Vervul ons in de morgen met uw liefde.

U doet de sterveling terugkeren tot stof
en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’
Duizend jaar zijn in uw ogen
als de dag van gisteren die voorbij is,
niet meer dan een wake in de nacht.

Leer ons zo onze dagen te tellen
dat wijsheid ons hart vervult.
Keer u tot ons, Heer – hoe lang nog?
Ontferm u over uw dienaren.

Vervul ons in de morgen met uw liefde,
laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.
Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.
Bevestig het werk van onze handen,
het werk van onze handen, bevestig dat.

Uit het evangelie volgens Matteüs 24, 42-51

In een toespraak over de eindtijd, spoort Jezus ons aan waakzaam te zijn en onze tijd goed te gebruiken. Wij kennen dag noch uur van de laatste komst van de Heer.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Wees waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken. Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.
Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd te eten te geven? Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn Heer komt. Ik verzeker jullie: Hij zal hem aanstellen over alles wat Hij bezit.
Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn Heer blijft voorlopig nog weg, en die zijn mededienaren begint te slaan en het met dronkaards op een slempen zet. Dan zal de Heer van die dienaar komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, en Hij zal hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de huichelaars laten ondergaan; daar zal hij met hen jammeren en knarsetanden.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.