donderdag in week 23 door het jaar

Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 3, 12-17

Op het eerste gezicht bestaat er geen onderscheid tussen christenen en niet-christenen. Alle mensen moeten trachten broederlijk samen te leven. Christenen echter nemen op zich deze onderlinge liefde uit te bouwen naar het model van Christus. Hij gaf zich aan zijn Kerk als een bruidegom. Hij had er alles voor over.

Broeders en zusters,
omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.
En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.
Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam.
Wees ook dankbaar.
Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft.
Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem.

Psalm 150

Refr.: Alles wat adem heeft, loof de Heer !

Loof God in zijn heilige woning,
loof Hem in zijn machtig gewelf,
loof Hem om zijn krachtige daden,
loof Hem om zijn oneindige grootheid.

Loof Hem met hoorngeschal,
loof Hem met harp en lier,
loof Hem met dans en tamboerijn,
loof Hem met snaren en fluit.

Loof Hem met klinkende bekkens,
loof Hem met slaande cimbalen.
Alles wat adem heeft, loof de Heer.

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 27-38

Het fundamentele gebod van de liefde wordt moeilijker als wijzelf ons beledigd voelen of gekwetst. Dan vraagt het evangelie dat wij niet terugslaan. Wij moeten de liefde bewaren en altijd blijven vergeven.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Tot jullie die naar Mij luisteren zeg Ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt. Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.
Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen.
Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook Hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is. Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.
Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.