donderdag in week 28 door het jaar (even jaren)

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 1, 1-10

Paulus begint zijn brief aan de christenen van Efeze met een schets van Gods heilsplan. In Christus heeft God ons uitverkoren, alles geregeld voor ons heil. Hij is voortaan de kern die alles leidt en waarop alles gericht is.

Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn in Christus Jezus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van Jezus Christus, de Heer.
Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.
In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.

Psalm 98, 1-6

Refr.: Juich de Heer toe, heel de aarde !

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.
Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

De Heer heeft zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.
Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw
voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.
Juich de Heer toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.

Zing voor de Heer bij de lier,
laat bij de lier uw lied weerklinken.
Blaas op de ramshoorn en de trompetten,
juich als de Heer, uw koning, verschijnt.

Uit het evangelie volgens Lucas 11, 47-54

Vele wetgeleerden maakten één grote fout: ze bleven steken bij de erkende profeten. Deze waren slechts overgangsfiguren, wegbereiders van Hem die komen moest. Daardoor bleven vele Farizeeërs doof voor elke aanvulling van de profeten en tenslotte voor Christus zelf. Anderen hebben ze aldus belet deze ontmoeting in hun leven waar te maken.

Jezus sprak tot de wetgeleerden:
‘Wee jullie, want jullie bouwen graftomben voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood. Jullie zijn getuigen die instemmen met de daden van jullie voorouders, want zij hebben hen gedood en jullie bouwen de tomben! Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.”
Voor het bloed van al de profeten dat sinds de grondvesting van de wereld vergoten is, zal van deze generatie genoegdoening worden geëist, van het bloed van Abel tot het bloed van Zecharja, die omkwam tussen het brandofferaltaar en het heiligdom.
Ja, Ik zeg jullie, van deze generatie zal genoegdoening worden geëist! Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’
Toen Hij het huis verliet, waren de schriftgeleerden en de Farizeeën uitzinnig van woede; ze begonnen Hem over van alles uit te vragen, in een arglistige poging om Hem te betrappen op een ongeoorloofde uitspraak.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.