donderdag in week 8 door het jaar

Uit het boek Wijheid vanJezus Sirach 42,15-25

De Allerhoogste weet alles en kent zijn heilige tekenen.

De werken van de Heer zal ik gedenken en vertellen wat ik heb gezien. Door het woord van de Heer bestaan zijn werken, zijn bevelen werden overeenkomstig zijn wensen uitgevoerd. De zon ziet lichtend op alles neer, de Heer vervult zijn werk met luister. Zelfs zijn heiligen zijn niet in staat over alle wonderbare werken te vertellen, die hij, de almachtige Heer, tot stand heeft gebracht; alles is door zijn macht gevestigd.
Hij peilt de afgrond en de harten van de mensen en doorziet hun heimelijke plannen. Want de Allerhoogste weet alles en kent de eeuwige tekenen.
Hij verkondigt wat voorbij is en wat komen zal en brengt de sporen aan het licht van wat verborgen is. Geen enkele gedachte ontgaat hem en niet één woord is voor hem verborgen. Hij heeft de meesterwerken van zijn wijsheid geordend, hij is onveranderlijk, van vóór het begin tot in eeuwigheid. Aan hem wordt niets toegevoegd of afgedaan, hij heeft van niemand raad nodig.
Hoe bekoorlijk zijn zijn werken, hoe schitterend om te zien. Alles leeft en blijft tot in eeuwigheid, het gehoorzaamt hem wanneer het nodig is. Alles bestaat twee aan twee, het een tegenover het ander, hij heeft niets gemaakt dat onvolledig is. Het ene schepsel bevestigt hoe goed het andere is, wie heeft ooit genoeg van zijn luister gezien?

Psalm 33, 2-3.4-5.6-7.8-9

Refr.: Oprecht is het woord van de Heer.

Eert dan de Heer met citerspel,
en speelt voor Hem op de harp.
Zingt voor de Heer een nieuw lied,
een schoon en schallend refrein.

Oprecht is immers het woord van de Heer
en al wat Hij doet is betrouwbaar.
Recht en gerechtigheid heeft Hij lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.

Hij heeft de hemel gemaakt door zijn woord,
zijn stem schiep de hemelse machten.
Als in een waterzak bergt Hij de zee,
de stromen in regenbakken.

Heel de aarde vreze de Heer,
En al de bewoners moeten Hem duchten.
Hij sprak slechts een woord en alles ontstond
Hij gaf bevel en het kwam tevoorschijn.

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 46-52

‘Zorg dat ik weer kan zien’.

Toen Jezus met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’
De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’
Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’
Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, Hij roept u.’
Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus.
Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’
De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’
Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’
En meteen kon hij weer zien en hij volgde Hem op zijn weg.

De Bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
De korte inleidingen op de lezingen zijn ontleend aan het week- en zondagmissaal, door de benedictijnen van de Sint-Andriesabdij en de norbertijnen van de abdijen Averbode, Postel en Tongerlo, o.l.v. Jos Van Der Veken, uitgegeven bij Brepols-Licap, © Brepols 2007.