Lezingen van de dag – dinsdag 11 dec 2018


dinsdag in de 2e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 40, 1-11

God troost zijn volk zonder ophouden. Ondanks de fouten van de zijnen blijft Hij de beloften van zijn Verbond trouw. Als Israël een teken van berouw geeft, kan het de weg gaan van zijn nieuwe bevrijding: God zal met hen zijn. Dat is de blijde boodschap van de profeet.

Troost, troost mijn volk, zegt jullie God. Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de Heer heeft ontvangen.
Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God. Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen. De luister van de Heer zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft. De Heer heeft gesproken!’
Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’ En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen? De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de Heer erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’
Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand.
Beklim een hoge berg, vreugdebode Sion, verhef je stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem, verhef je stem, vrees niet. Zeg tegen de steden van Juda: ‘Ziehier jullie God!’
Ziehier God, de Heer!Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen. Zijn loon heeft Hij bij zich, zijn beloning gaat voor Hem uit. Als een herder weidt Hij zijn kudde: zijn arm brengt de lammeren bijeen, Hij koestert ze, en zorgzaam leidt Hij de ooien.

 

Psalm 96, 1 + 2 + 3 + 10 + 11 + 12 + 13

Refr.: God onze Heer zal komen met kracht.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
zing voor de Heer, heel de aarde.
Zing voor de Heer, prijs zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.

Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.
Zeg aan de volken: De Heer is koning.
Vast staat de wereld, zij wankelt niet.
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.

Laat de hemel verheugd zijn, de aarde juichen,
de zee bruisen en alles wat daar leeft.
Laat het veld verblijd zijn en alles wat daar groeit,
laten alle bomen jubelen voor de Heer.

Want Hij is in aantocht,
in aantocht is Hij als rechter van de aarde.
Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten,
de volken oordelen, trouw aan zijn woord.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 18, 12-14

God is met ons begaan zoals een herder bezorgd is voor zijn schapen. Eén verdwaald schaap is het risico waard om de rest van de kudde alleen te laten. God wil niet dat één van ons verloren gaat.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren.
Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat.’

Lezingen van de dag – maandag 10 dec 2018


maandag in de 2e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 35, 1-10

De profeet Jesaja spreekt de Joden in ballingschap moed in. In dichterlijke bewoordingen schildert hij het tafelreel van dat toekomstig geluk: blinden zullen zien, doven zullen horen, lammen zullen in staat zijn te springen als een hert… Dan zal er vreugde en blijdschap zijn.

Zo spreekt de Heer:
“De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, als een lelie welig bloeien, jubelen en juichen van vreugde. De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon, met de schoonheid van de Karmel en de Saron. Men aanschouwt de luister van de Heer, de schoonheid van onze God.
Geef kracht aan trillende handen, maak knikkende knieën sterk. Zeg tegen het moedeloze volk: ‘Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, Hijzelf zal jullie bevrijden.’
Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. Het verzengde land wordt een waterplas, dorstige grond wordt waterrijk gebied; waar eenmaal jakhalzen huisden, maakt dor gras plaats voor riet en biezen.
Daar zal een gebaande weg lopen, ‘Heilige weg’ genaamd, geen onreine zal die betreden. Over die weg zullen zij gaan, maar dwazen zijn er niet te vinden. Geen leeuw of roofdier zal daar komen, geen enkel wild dier dwaalt er rond, ze blijven er allemaal weg, alleen zij die verlost zijn zullen daar gaan.
Zij die de Heer heeft bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg.”

 

Psalm 85, 9-14

Refr.: Gods glorie komt in ons land wonen.

Ik wil horen wat God ons zegt.
De Heer spreekt woorden van vrede.

Hij spreekt tot zijn volk, zijn getrouwen,
laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij:
zijn glorie komt wonen in ons land.

Trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus.

Uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.

Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 5, 17-26

Jezus’ optreden doet de oude voorspellingen in vervulling gaan. De genezing van de lamme is een bewijs van Jezus’ zending en komst voor hen die willen zien en geloven. Hij openbaart ons de Vader niet als een straffende, maar als een vergevende God. In de persoon van de lamme erkennen wij onszelf. Ook wij hebben genezing en bekering nodig.

Toen Jezus op een dag onderricht gaf, bevonden zich onder zijn gehoor ook Farizeeën en wetgeleerden die uit allerlei plaatsen in Galilea en Judea en uit Jeruzalem waren gekomen. De kracht van de Heer was werkzaam in Hem, opdat Hij zieken zou genezen.
Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, die ze naar binnen wilden brengen om hem voor Jezus neer te leggen. Maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen, en dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus.
Toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen hem: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
De schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat Hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
Maar Jezus begreep wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Vanwaar toch al die bedenkingen? Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’
En Hij zei tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’
En onmiddellijk stond hij voor de ogen van alle aanwezigen op, pakte het bed waarop hij altijd had gelegen en vertrok naar huis, terwijl hij God loofde.
Allen stonden versteld en ze loofden God, en zeiden, vervuld van ontzag: ‘Vandaag hebben we iets ongelooflijks gezien!’

Lezingen van de dag – zondag 9 dec 2018


2e zondag van de advent – C


Uit de profeet Baruch 5, 1-9

Willen de ballingen leven in vrede, dan moeten zij rechtvaardig zijn. Willen zij gekroond worden met heerlijkheid, dan moeten zij trouw zijn aan God. Want Hij alleen kan alle mensen verzoenen en zijn volk verzamelen in een nieuwe Stad van fonkelend licht en uitgelaten vreugde.

Jeruzalem, leg het gewaad van je verdriet en je lijden af en hul je voorgoed in de waardigheid van Gods majesteit; sla de mantel van Gods gerechtigheid om en zet de kroon van de luister van de Eeuwige op je hoofd. God zal je laten schitteren voor heel de wereld; voor eeuwig luidt de naam die God je geeft: ‘Vrede door gerechtigheid’, ‘Luister door vroomheid’.
Richt je op, Jeruzalem, ga staan op de berg, richt je blik naar het oosten en zie je kinderen, uit alle windstreken bijeengeroepen door de Heilige, zich verheugend over Gods trouw. Te voet gingen ze bij je vandaan, meegevoerd door de vijand, maar vorstelijk is hun intocht, nu God hen bij je terugbrengt.
Hij gebood elke hoge berg en iedere aloude heuvel hun hoogte te slechten, en elk ravijn zich te vullen, opdat de aarde geëffend zou worden en Israël, door Gods macht, met vaste tred kan gaan. De bossen en alle geurige bomen bieden op Gods bevel aan Israël hun schaduw.
God zal Israël met vreugde leiden bij het licht van zijn luister, onder betoon van zijn barmhartigheid en gerechtigheid.

 

Psalm 126, 1-6

Refr.: Geweldig was het wat de Heer ons deed.

Toen de Heer het lot van Sion keerde,
was het of wij droomden,
een lach vulde onze mond,
onze tong brak uit in gejuich.

Toen zeiden alle volken:
‘De Heer heeft voor hen iets groots verricht.’
Ja, de Heer had voor ons iets groots verricht,
we waren vol vreugde.

Keer ook nu ons lot, Heer,
zoals U water doet weerkeren in de woestijn.
Zij die in tranen zaaien,
zullen oogsten met gejuich.

Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.

 

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 1, 3-6 + 8-11

Christus komt terug, wij stappen op naar zijn Dag. Paulus is ervan overtuigd. Hij wenst vurig dat zijn geliefden volop de genade verkrijgen van de nakende komst. Daar bidt hij om. Het is ook de grond van de eisen die hij de christenen van alle tijden in herinnering roept.

Broeders en zusters,
ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, telkens wanneer ik voor u allen bid. Dat doe ik vol vreugde, omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. Ik ben ervan overtuigd dat Hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus.
God kan getuigen dat ik naar u allen verlang met de genegenheid van Christus Jezus.
En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God.

 

Alleluia.

Bereid de weg van de Heer,
maak zijn paden recht,
en heel de mensheid
zal Gods redding zien.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 3, 1-6

Midden de geschiedenis van aardse koninkrijken en de heilsgeschiedenis van het Rijk Gods, ontvangt Johannes zijn zending. Het Woord neemt bezit van hem en hij profeteert de lang verwachte boodschat: het heil van God gaat op over de mensheid. Met deze nakende komst voor ogen wordt iedereen opgeroepen berouw te hebben over zijn zonden en zich te keren naar Hem die komen gaat.

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippus over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Annas en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.
Daar ging Johannes in de omgeving van de Jordaan verkondigen dat de mensen zich moesten laten dopen en tot inkeer moesten komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen, zoals geschreven staat in het boek met de uitspraken van de profeet Jesaja: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden! Iedere kloof zal worden gedicht, elke berg en heuvel geslecht, kromme wegen recht gemaakt, hobbelige wegen geëffend; en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.”’

Lezingen van de dag – zaterdag 8 dec 2018


Maria, Onbevlekt Ontvangen

Hoogfeest   –   eigen lezingen


Uit het boek Genesis 3, 9-15 + 20

‘Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare’.

Toen de mens zich tussen de bomen van de tuin verborgen had, riep de Heer God de mens en vroeg hem: ‘Waar ben je?’
Hij antwoordde: ‘Ik hoorde U in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’
‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan Ik je verboden had te eten?’
De mens antwoordde: ‘De vrouw die U hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’
‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de Heer, aan de vrouw.
En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’
God, de Heer, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’
De mens noemde zijn vrouw Eva; zij is de moeder van alle levenden geworden.

 

Psalm 98, 1-4

Refr.: Wonderen heeft de Heer verricht.

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.

Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

De Heer heeft zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.

Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw
voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.

Juich de Heer toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.

 

Uit de brief van Paulus aan de Efesiërs 1, 3-6 + 11-12

‘In Christus heeft God ons vol liefde uitgekozen’.

Broeders en zusters,
gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.
In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.
In Hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.

 

Alleuia.

De Heer wil ik dienen,
sprak Maria.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 1, 26-38

‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken’.

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.
Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’
Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.
Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’
Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’
De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk.’
Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’
Daarna liet de engel haar weer alleen.

Lezingen van de dag – vrijdag 7 dec 2018


vrijdag in de 1e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 29, 17-24

Nederigen en armen zijn de eerste geroepenen. De profeet spreekt over hen als over doven, blinden en verdrukten. Zij zullen bevrijd worden van al wat hen verhindert volop mens te zijn. Hun ogen zullen opengaan, zij zijn de gelukkigen, die, op de dag van de verlossing, het echte heil zullen zien. Geen enkele aardse macht zal hen dit beletten.

Nog slechts een korte tijd, dan zal de Libanon weer een boomgaard worden, een boomgaard die is als een woud. Op die dag zullen doven kunnen horen hoe uit een boek wordt voorgelezen, en blinden zullen met eigen ogen zien, bevrijd van duisternis en donkerheid. Dan zullen verdrukten de Heer weer loven, zwakken juichen om de Heilige van Israël.
Want het is gedaan met de geweldenaar, voorbij met de spotter. Ieder die op onrecht zint, zal vergaan: wie een ander valse beweringen ontlokt, wie de rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige schendt met loze beweringen.
Daarom – dit zegt de Heer, die Abraham bevrijd heeft, over de nakomelingen van Jakob: Jakob zal niet meer te schande staan, zijn gezicht niet meer van schaamte verbleken. Want wanneer zijn kinderen zien wat Ik in hun midden heb verricht, zullen zij eerbied hebben voor mijn Naam, de heiligheid erkennen van de Heilige van Jakob en de God van Israël vrezen. Ieder die verward was, zal inzicht verwerven, wie altijd klaagde, is vol begrip.

 

Psalm 27, 1 + 4 + 13 + 14

Refr.: De Heer is mijn licht, mijn behoud.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ?

Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?

Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 27-31

Achter de twee blinden die door Jezus genezen worden staat de grote groep van gelovigen, aan wie Jezus zich laat kennen. De ontmoeting met de levende Heer Jezus is de kans van hun leven. Geloven in Jezus, zijn zending en macht erkennen of vermoeden, zijn voorwaarden om genezing te bekomen.

Toen Jezus verderging, volgden Hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’
En nadat Hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar Hem toe.
Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’
Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’
Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’
En hun ogen gingen open.
Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’
Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over Hem in de hele omgeving.

Lezingen van de dag – donderdag 6 dec 2018


donderdag in de 1e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 26, 1-6

De trouw en de standvastigheid van het volk Gods zal beloond worden. De Heer is een burcht die eeuwen trotseert. Binnen zijn muren en wallen zullen armen en zwakken veilig zijn. De echte vrede zal geschonken worden aan hen die op de Heer vertrouwen. Christus en zijn Kerk zijn voor de gelovigen de rots in de branding.

Op die dag zal in Juda dit lied klinken:
‘Wij hebben een sterke stad, de Heer biedt ons redding als een wal, als een muur. Open de poorten, opdat het rechtvaardige volk kan binnentreden, het volk van uw getrouwen. De standvastige is veilig bij U, vrede is er voor wie op U vertrouwt.
Vertrouw altijd op de Heer, alleen op Hem, want de Heer is een rots sinds mensenheugenis.
Hij haalt neer wie in de hoogte leven en veilig in hun onneembare vesting wonen. Hij brengt zelf hun stad ten val, Hij maakt haar met de grond gelijk, niets laat Hij van haar heel.
Dan wordt ze onder de voet gelopen, vertrapt door de zwakken, vertreden door de armen.’

 

Psalm 118, 1 + 8 + 9 + 19 + 20 + 21 + 25 + 26

Refr.: Gezegend wie komt met de naam van de Heer.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mensen.

Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,
ik wil binnengaan om de Heer te loven.

Dit is de poort die leidt naar de Heer,
hier gaan de rechtvaardigen binnen.
Ik wil U loven omdat U antwoordde,
en mij de overwinning gaf.

Heer, geef ons de overwinning,
Heer, geef ons voorspoed.
Gezegend wie komt met de naam van de Heer.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 7, 21 + 24-27

Jezus’ woorden beluisteren en ze ook in praktijk brengen helpt ons vooruit. Dan bouwen wij op stevige rotsgrond. Als wij ons leven bouwen op zijn woord, dan worden wij gered op de dag van het oordeel. Voorwaarde is: zijn woorden beluisteren en ernaar handelen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het Koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’

Lezingen van de dag – woensdag 5 dec 2018


woensdag in de 1e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 25, 6-10a

Op het einde der tijden zullen alle volkeren samenkomen op de berg Sion, de stad van God zelf. Zij zullen er geoordeeld worden op de dag van de Heer, ofwel zullen zij er deelnemen aan zijn groot feestmaal. Lijden en dood zullen dan plaats maken voor een volheid van leven en vreugde.

Op deze berg richt de Heer van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen. Op deze berg vernietigt Hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn. Voor altijd doet Hij de dood teniet. God, de Heer, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg – de Heer heeft gesproken.
Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: Hij zou ons redden. Hij is de Heer, Hij was onze hoop. Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’
De hand van de Heer rust op deze berg.

 

Psalm 23, 1-6

Refr.: Ik keer terug in het huis van de Heer, tot in lengte van dagen.

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,
Hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn Naam.

Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want U bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.

U nodigt mij aan tafel
voor het oog van de vijand,
u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de Heer,
tot in lengte van dagen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 15, 29-37

De komst van Christus betekent geluk voor allen: zieken worden genezen, ongelukkigen vinden troost en levensmoed. Hij geeft overvloedig te eten. Al deze wonderen wijzen op de vervulling van de oude voorspellingen. Lijden, honger, dorst, eenzaamheid, kortom alles wat ons kan verhinderen gelukkig te zijn, zal verdwijnen bij de komst van de Heer.

Bij het Meer van Galilea ging Jezus de berg op; daar ging Hij zitten. Er kwamen grote mensenmassa’s op Hem af. Men had verlamden, blinden, kreupelen, doofstommen en vele anderen meegebracht, die men aan zijn voeten legde, en Hij genas hen allen. De mensen zagen vol verwondering hoe doofstommen gingen spreken, kreupelen beter werden, verlamden gingen lopen en blinden weer konden zien, en ze brachten hulde aan de God van Israël.
Nadat Jezus zijn leerlingen bij zich had geroepen, zei Hij: ‘Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en ze hebben niets meer te eten. En hen met een lege maag naar huis sturen wil Ik niet, want dan zouden ze onderweg bezwijken.’
De leerlingen antwoordden: ‘Maar waar halen we in deze verlatenheid genoeg brood vandaan om al die mensen te voeden?’
Jezus vroeg hun: ‘Hoeveel broden hebben jullie?’
Ze zeiden: ‘Zeven, en wat visjes.’
Hij gaf de mensen opdracht op de grond te gaan zitten. Toen nam Hij de zeven broden en de vissen, sprak het dankgebed uit, brak de broden en deelde ze uit aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan de mensen. Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze zeven manden vol.

Lezingen van de dag – dinsdag 4 dec 2018


dinsdag in de 1e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 11, 1-10

Jesaja belooft een leider voor alle volkeren. Hij zal erfgenaam zijn van Davids roemrijk geslacht maar ook gehard in de beproevingen. God geeft hem bezieling en kracht. Hij zal een tijdperk van rechtvaardigheid en vrede inleiden en een eind maken aan alle geweld.

Uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de Heer zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de Heer. Hij ademt eerbied voor de Heer; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.
Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg. Want kennis van de Heer vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.
Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.

 

Psalm 72, 2 + 7 + 8 + 12 + 13 + 17

Refr.: Laat ons wandelen in het licht van de Heer.

God, moge de koning uw volk rechtvaardig besturen,
uw arme volk naar recht en wet.

Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.

Moge hij heersen van zee tot zee,
van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem,
alle volken hem dienstbaar zijn.

Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.

Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam
zal voortleven zolang de zon zal schijnen.

Men zal wensen gezegend te worden als hij,
en alle volken prijzen hem gelukkig.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 21-24

Zoals de profeet Jesaja de werking van Gods Geest erkende in de wonderen van de toekomst, zo treedt Jezus op als de gezondene van de Vader, vervuld van de heilige Geest. Niet de wijzen en de verstandigen zullen in de tekenen van de tijd de komst van de Heer erkennen, maar wie zich als een kind, fris en onbevangen openstelt.

Vervuld van de heilige Geest begon Jezus te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Lezingen van de dag – maandag 3 dec 2018


maandag in de 1e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 2, 1-5

Angstig zoekt de mens naar vrede die hem niet teleurstelt. De profeet Jesaja bekijkt deze vrede in zijn eindvoltooiing. Dan zal de Heer als wereldrechter zijn wegen tonen. Zijn licht is het doel van alle mensen onderweg. Jesaja beschrijft hoe hij Gods heerlijkheid in de tempel aanschouwde. Zij vervulde heel de aarde. Dit visioen versterkte de profeet in zijn overtuiging over de eindtijd.

Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem.
Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’
Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.

 

Psalm 122, 1-4a + 8-9

Refr.: Laten we optrekken naar de berg van de Heer.

Verheugd was ik toen ik hoorde:
Wij gaan naar het huis van de Heer.

Verheugd ben ik, nu onze voeten staan
binnen je poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, als een stad gebouwd,
hecht en dicht opeen.

Daar komen de stammen samen,
de stammen van de Heer.

Om mijn verwanten en vrienden
zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’

Om het huis van de Heer, onze God,
wens ik je al het goede.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 5-11

Niet alleen voor Joden is het heil beloofd. ‘Velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanliggen in het Koninkrijk van de hemel’. De genezing van de knecht van een Romeinse legerofficier is een illustratie van Jezus’ wereldwijde zending.

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk van de hemel.

Lezingen van de dag – zondag 2 dec 2018


eerste zondag in de advent – C


Uit de profeet Jeremia 33, 14-16

De koninklijke erfopvolging in het huis van David was onderbroken. De beloften aangaande de troon leken ijdel te worden. God blijft nochtans trouw aan zijn beloften. Jeremia had het reeds verkondigd. Nu verzekert de profeet dat deze hoop geen ontgoocheling wordt. Zie, de eerste tekenen kondigen zich aan.

De dag zal komen – spreekt de Heer – dat Ik de belofte die Ik het volk van Israël en Juda heb gedaan, gestand zal doen. Op die dag, in die tijd, zal Ik aan Davids stam een rechtmatige telg laten ontspruiten, die recht en gerechtigheid in het land zal handhaven. Dan wordt Juda verlost en de inwoners van Jeruzalem zullen in vrede leven.
En de naam van de stad zal zijn “De Heer is onze gerechtigheid”.

 

Psalm 25, 4 + 5 + 8 + 9 + 10 + 14

Refr.: Tot U, Heer, richt ik mijn geest.

Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.

Wijs mij de weg van uw waarheid,
en onderricht mij.

Want U bent de God die mij redt,
op u blijf ik hopen, elke dag weer.

Goed en rechtvaardig is de Heer:
Hij wijst zondaars de weg.

Wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.

Liefde en trouw zijn de weg van de Heer
voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.

De Heer is een vriend van wie Hem vrezen,
Hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 3, 12 – 4, 2

Wij vorderen in heiligheid wanneer wij universeel wederzijdse liefde uitstralen. Wie zo leeft zal bij de wederkomst van Christus binnengaan in de gemeenschap van de heiligen.

Broeders en zusters,
moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.
Moge de Heer u door die liefde kracht geven, zodat u zuiver en heilig voor onze God en Vader zult staan wanneer onze Heer Jezus komt met al zijn engelen.
In naam van de Heer Jezus vragen we u met klem te leven zoals wij het u hebben geleerd, dus zo dat het God behaagt. U doet dat al, maar wij sporen u aan het nog veel meer te doen. U kent de voorschriften die wij u op gezag van de Heer Jezus hebben gegeven.

 

Alleluia.

Laat ons uw barmhartigheid zien,
schenk ons uw heil, oh Heer.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 21, 25-28 + 34-36

Kosmische verwarring, onheil op aarde, mensen die verkeren in panische schrik: beelden die het einde van een wereld oproepen, maar ook de komst van een nieuwe wereld aankondigen. Het zijn tekenen die Christus’ voorafgaan. Wie waakzaam leeft en zijn kracht zoekt in gebed heeft niets te vrezen. Met een gerust hart mag hij voor zijn Redder verschijnen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen. Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister.
Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’
Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen.
Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’