Lezingen van de dag – dinsdag 13 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Stanislas Kostka († 1568)

Stanislas Kostka sj, Rome, Italië; belijder

Stanislas was een jongen van Poolse adel, geboren op 28 oktober 1550 op slot Rostków. Vader wilde, dat hij en zijn oudere zoon Paul door de jezuïeten zouden worden gevormd. Daartoe zond hij ze naar het pas opgerichte jezuïetencollege te Wenen. Daar woonde Stanislas in hetzelfde huis als zijn broer, maar deze was een nogal heerszuchtig type, en bovendien moest hij eigenlijk niets van de jezuïeten hebben. Stanislas wel. Hij verlangde naar iets anders in zijn leven, maar besefte, dat hij met zulke idealen bij zijn broer niet hoefde aan te komen. Ook vader zou er vast niet mee ingenomen zijn. Dus brak hij met zijn milieu, kleedde zich als een zwerver en ging op weg: ver van zijn broer en nog verder weg van zijn ouderlijk huis in Polen. Hij begaf zich naar Augsburg 450 kilometer verderop! Daar meldde hij zich aan bij de jezuïeten.

Intussen had zijn broer ontdekt, dat hij weggelopen was. Hij was razend; en zocht met een aantal rauwe vrienden de hele omgeving van Wenen af om hem te vinden. Het verhaal zegt, dat die broer zelfs Stanislas achterop is gekomen, maar hem inderhaast niet herkende. Zelfs niet, toen hij hem in het voorbijgaan vroeg of hij niet iemand had gezien die geleek op… En daar volgde een hele beschrijving van Stanislas zelf. Deze wees met een vaag gebaar in de andere richting.
In Augsburg kreeg hij te horen, dat hij door moest reizen naar Dillingen (nog eens veertig kilometer). Daar woonde Petrus Canisius, één van de belangrijkste jezuïeten van dat moment in de Duits sprekende landen († 1597; feest 27 april). Die zou wel raad weten. Deze stuurde de jongen met twee jezuïetenstudenten door naar Rome: dat was nog eens duizend kilometer! Nu was hij ver genoeg weg van de invloedssfeer van thuis, en werd aangenomen als novice in de orde der jezuïeten. Niet lang daarna stierf hij (aan een ziekte? van uitputting?) op 15 augustus 1568, nog geen 18 jaar oud.
Zijn lijfspreuk was ‘Ad maiora natus sum’: ‘Ik ben voor iets hogers geboren’.

Hij is patroon van Polen en van de Poolse steden Gniezno, Lublin, Lviv, Poznan en Warschau; daarnaast van jezuïetennovicen en van de studerende jeugd in het algemeen; van de stervenden (omdat hem op zijn sterfbed de Maagd Maria met het Kind Jezus op haar arm verschenen zou zijn. Hij had een grote liefde voor de Heilige Maagd).
Zijn voorspraak wordt ingeroepen bij geloofstwijfel; ook bij allerhande ziektes, vooral wanner men alle hoop op herstel heeft opgegeven, bij koorts, hartinfarcten, oogkwalen en botbreuken.
Hij wordt afgebeeld als jezuïet met lelie (reinheid) en reisstaf (vanwege de lange tochten naar Dillingen en Rome); met kruisbeeld en/of rozenkrans; met Jezuskind op de arm (verschijning); voor het Allerheiligste of voor een engel (soms de Heilige Maagd of Sint Barbara) die hem de communie brengt of met het visioen waarin de Maagd hem verschijnt met het Jezuskind of als jongen uit wiens hart de letters IHS opgloeien, monogram dat aan de jezuïetenorde zeer dierbaar is.

Bron: Heiligen.net

dinsdag in week 32 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan Titus 2, 1-8 + 11-14

In de christelijke gemeenschap moet men elkaar helpen zijn verantwoordelijkheid te nemen. Iedere bijdrage is van belang. De waarde van het slechte voorbeeld beseffen wij allemaal. Wij schuilen er ons zelfs achter om eigen verantwoordelijkheid weg te praten. Zijn wij even radicaal in ons oordeel over de invloed van een goed voorbeeld?

Dierbare, jij moet verkondigen wat overeenkomt met de heilzame leer. Oudere mannen moeten sober, waardig en bezonnen zijn, en gezond in het geloof, de liefde en de volharding. Ook oudere vrouwen moeten zich ingetogen gedragen, ze mogen niet kwaadspreken of verslaafd zijn aan wijn. Ze moeten goede raad weten te geven, en de jonge vrouwen voorhouden dat ze hun man en kinderen moeten liefhebben, dat ze ingetogen, kuis, zorgzaam in het huishouden en vriendelijk moeten zijn, en dat ze het gezag van hun man moeten erkennen. Dan wordt het woord van God in ere gehouden.
Roep ook jonge mannen op in alles ingetogen te zijn. Geef zelf met goede daden het voorbeeld, laat je leer zuiver en waardig zijn, en verkondig de heilzame, onbetwistbare boodschap, zodat onze tegenstanders beschaamd staan en niets kwaads over ons kunnen zeggen.
Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen. Ze leert ons dat we goddeloze en wereldse begeerten moeten afwijzen en bezonnen, rechtvaardig en vroom in deze wereld moeten leven, in afwachting van het geluk waarop wij hopen: de verschijning van de majesteit van de grote God en van onze redder Jezus Christus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle zonde vrij te kopen, ons te reinigen en ons tot zijn volk te maken, dat vol ijver is om het goede te doen.

 

Psalm 37, 3-4 + 18 + 23 + 27 + 29

Refr.: Vertrouw op de Heer en doe het goede.

Vertrouw op de Heer en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
Zoek je geluk bij de Heer,
Hij zal geven wat je hart verlangt.

De Heer trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
Wie de Heer welgevallig is,
mag zijn weg gaan met vaste tred.

Mijd het kwade en doe het goede,
en je zult voor eeuwig wonen in het land.
De rechtvaardigen zullen het land bezitten
en het bewonen, hun leven lang.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 7-10

Elke verantwoordelijkheid in de Kerk is niets anders dan een nederige dienst om de gaven van God aan de mensen door te geven. Wie dient doet dit niet naar maat, hij is altijd bereid.

Jezus sprak: ‘Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: “Ga maar meteen aan tafel”? Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: “Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken”? Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen?
Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”’

Van Woord naar leven

De eerste lezing van vandaag, uit de brief van Paulus aan Titus, roept ons op warme gezinnen te zijn, liefdevolle gemeenschappen, zonder al te veel blabla, maar met een gezond boerenverstand, elkaar beminnend zoals God ieder van ons bemint.

Er staan heel wat woorden en uitdrukkingen in deze lezing waar we heel ons leven verder mee kunnen; wegwijzers die ons leiden naar de eenvoud van het evangelie: oproep tot soberheid en waardigheid, het belang van gezond geloven, aansporing om liefdevol en vriendelijk met elkaar om te gaan, en dit volhardend, ingetogen, niet kwaadsprekend, goede raad gevend, het goede voorbeeld tonend. Niet teveel wijn (of bier) drinken, rechtvaardig zijn, kuisen (geldt ook voor mannen) en kuis zijn (geldt tevens ook voor mannen).
Kortom, één grote oproep om vroom te leven. Dit alles in het blijde besef van het geluk waarop wij hopen, namelijk ooit voor het aangezicht van de Allerhoogste te mogen staan met maar één cadeau: liefde.

Laat ons dicht bij de Heer blijven, verbonden met Hem, als de grote goddelijke Vriend van ons leven die in ons woont.
En laat ons, om het met de slotwoorden van de eerste lezing uit te drukken, vol ijver het goede doen. In naam van de Heer.

Christenen denken soms dat zij vanuit een zeker intellect, vanuit een theologisch weten, vanuit een voortdurend lezen en studeren, in de wereld moeten staan. Op zich zijn deze dingen natuurlijk goed, en ook nodig, maar de kans is groot dat we in al dat serieus gedoe de eenvoud en de blijheid van het evangelie verliezen. Laten we vooral die blijde knipoog naar Onze Lieve Heer op het kruis (gelovig wetend dat Hij verrezen is) niet verliezen, het stille gezang in ons hart omdat God ons bemint, die ingetogen vrede als band van ons samenzijn. Ja, laat ons bidden, én glimlachen; omdat we bewoond zijn.

God is, en dat is zo groots !!

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

God van liefde,
ik bemin U boven alles
uit geheel mijn hart,
omdat Gij oneindig goed
en oneindig beminnelijk zijt.
Uit liefde tot U
bemin ik ook alle mensen
als mijzelf.
Heer,
geef mij steeds meer liefde !
Amen.

(uit een oud gebedenboek)