Lezingen van de dag – dinsdag 15 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Arnold Jansen († 1909)

Arnold Janssen, Steyl, Limburg, Nederland; stichter

Arnold Janssen werd op 5 november1837 geboren te Goch aan de Rijn als zoon van een gewone transportondernemer. Hij werd piester in het bisdom Münster. Hij was gegrepen door het ideaal van de missie. In deze lijkt hij op zijn Franse tijdgenote Theresia van Lisieux: hoewel zij hun eigen land nooit verlaten hebben, leefde hun hart in verre landen overzee. Daar lag dan ook precies de roeping van Pater Arnold Janssen. In 1875 richtte hij in het Limburgse plaatsje Steyl een missiehuis op dat ten doel had religieuzen te vormen voor de missie: de Sociëteit van het Goddelijk Woord (afgekort: SVD), meestal eenvoudig aangeduid met Missionarissen van Steyl. Vier jaar later vertrokken de eerste twee missionarissen naar China.
Naast deze mannencongregatie richtte hij ook twee vrouwencongregaties op: in 1889, met de hulp van Josepha Stenmanns († 1903; feest 20 mei), de Dienaressen van de Heilige Geest voor actief missiewerk en in 1896, geholpen door Maria Stollenwerk († 1900; feest 3 februari) een gelijknamige congregatie van eeuwigdurende aanbidding ter ondersteuning van het missiewerk. In de loop van die jaren gingen er mannen en vrouwen naar Argentinië, Togo, Brazilië, Nieuw-Guinea, Chili en Noord-Amerika. Hoewel hij zelf nooit één van die landen met eigen ogen heeft gezien, probeerde hij er door studie zo’n goed mogelijk beeld van te krijgen; met des te meer energie kon hij zo zijn studenten voor hun toekomstige werk toerusten en enthousiast maken zonder de realiteit uit het oog te verliezen.

Bij zijn dood waren er ruim 5000 Missionarissen van Steyl over de wereld verspreid aan het werk. Zij hebben daar mede het geloof uitgezaaid, dat nu is opgebloeid in talloze plaatselijke kerken.
Op wereldmissiedag 1975, honderd jaar na de opening van het eerste missiehuis in Steyl, werd Pater Janssen door Paus Paulus VI († 1978) officieel zalig verklaard.

Bron: Heiligen.net

 

dinsdag in week 1 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 2, 5-12

Het oorspronkelijk plan van God met de mens wordt treffend uitgedrukt in de woorden van psalm 8:’U hebt de mens toevertrouwd aan het werk van uw handen.’ Deze medewerking aan de schepping kon de mens echter misbruiken. Door mens te worden is de Zoon van God aan de zijde van de mensen komen staan. Hij is met ons solidair geworden tot in zijn lijden en dood toe. Dat bracht Hem als mens tot voltooiing en daardoor werd Hij ook bewerker van ons heil voor eeuwig.

Broeders en zusters,
de komende wereld, waarover wij spreken, heeft God niet onder het gezag van engelen gesteld. Veeleer geldt dit getuigenis, ooit door iemand afgelegd:
‘Wat is de mens dat U aan hem denkt, het mensenkind dat U naar hem omziet? U hebt hem voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst; U hebt hem met eer en luister gekroond, alles hebt U aan hem onderworpen.’
Doordat Hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld. Dat alles aan Hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet; wel zien we dat Jezus – die voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst was opdat zijn dood door Gods genade iedereen ten goede zou komen – vanwege zijn lijden en dood nu met eer en luister gekroond is. Want om vele kinderen in zijn luister te laten delen achtte God, voor wie en door wie alles bestaat, het passend de bereider van hun redding door het lijden naar de uiteindelijke volmaaktheid te voeren.
Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben een en dezelfde oorsprong, en daarom schaamt Hij zich er niet voor hen zijn broeders en zusters te noemen wanneer Hij zegt: ‘Ik zal uw naam bekendmaken aan mijn broeders en zusters, U loven in de kring van mijn volk.’

 

Psalm 8, 2a + 5 + 6 + 7 + 8 + 9

Refr.: Voor de Heer moeten alle goeden zich buigen.

Heer, onze Heer,
hoe machtig is uw naam op heel de aarde.
Wat is de sterveling dat U aan hem denkt,
het mensenkind dat U naar hem omziet?
U hebt hem bijna een god gemaakt,
hem gekroond met glans en glorie.

U hebt hem toevertrouwd het werk van uw handen
en alles aan zijn voeten gelegd:
schapen, geiten, al het vee,
en ook de dieren van het veld,
de vogels aan de hemel, de vissen in de zee
en alles wat trekt over de wegen der zeeën.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 21-28

Jezus bracht een leer met gezag. Een niet aflatende dwingende kracht, ging van Hem uit. Het geheim van zijn gezag lag niet in zijn macht om wonderwerken te verrichten, maar in zijn innige verbondenheid met God de Vader.

Jezus en zijn leerlingen gingen op weg naar Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge en onderwees er de mensen. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden.
Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’
Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’
De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw.
Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’
Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea.

Van Woord naar leven

Bij Paulus lezen we vandaag: Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben een en dezelfde oorsprong, en daarom schaamt Hij zich er niet voor hen zijn broeders en zusters te noemen wanneer Hij zegt: ‘Ik zal uw naam bekendmaken aan mijn broeders en zusters, U loven in de kring van mijn volk.’

Hij die heiligt … dat is Jezus.
Zij die geheiligd worden … dat zijn wij.
Een en dezelfde oorsprong … dat is de Vader.
Broeder en zusters … zo gaat Jezus met ons om.

Lieve mensen,
dat zijn zaken die snel uitgesproken zijn, maar die zo’n grote diepgang hebben. God wordt mens in de figuur van Jezus, en verbroedert zich met ieder van ons. En daarin heiligt Hij ons, neemt ons op in zichzelf, trekt ons in zijn ja-woord tot de Vader, en laat ons daarmee deelgenoot worden van zijn liefde tot de God en van daaruit tot de mensheid.
Dat is zoiets groots. Daar kun je alleen maar stil om worden, het binnenlaten, het contempleren, in diep ontzag voor Hem die de oorsprong is van deze Liefde.

Laten we in deze dankbaarheid vandaag ons gebed binnengaan. En laten we deze dankbaarheid bewaren doorheen al ons doen en laten; niet altijd bewust beredenerend, maar als een onderliggende stroom die ons zijn bepaalt, die ons hart geopend houdt, en onze ogen en oren gericht op de liefde.

Een mooie en gezegende dinsdag voor ieder van u.

Diep verbonden,

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
moge uw heilige Geest ons ten diepste bezielen, opdat ons hart U voortdurend, als een gebed zonder ophouden, lof mag toezingen uit dankbaarheid. Moge die lof uw Liefde zijn die Christus, in eenheid met ons, uitzingt in onze ziel, elke seconde van deze dag.
Kom heilige Geest, neig ons ten diepste naar de Vader.
In Christus, onze Broeder en Heer.
Amen.