Lezingen van de dag – dinsdag 19 febr 2019


Heilige (of feest) van de dag

Bonifatius Kloetink († 1260)

Bonifatius Kloetink (ook van Brussel, van Lausanne of van Ter Kameren), België; bisschop

Geboren rond 1181 te Brussel, werd hij opgevoed door de nonnen van de cisterciënzerinnenabdij Ter Kameren even ten zuiden van de stad. Zijn studies deed hij in Parijs. Kort na zijn priesterwijding in 1216 werd hij deken van de St-Goedelekerk in zijn geboortestad. Van 1222 tot 1229 doceerde hij theologie aan de universiteit van Parijs. Na een conflict met een aantal van zijn collega’s verhuisde hij naar Keulen en werd er verbonden aan de domkerk. In die functie had hij de verantwoording voor alle kapittelscholen in de stad.

Op 11 maart 1231 werd hij door paus Gregorius IX benoemd tot bisschop van de Zwisterse stad Lausanne. Hij staat te boek als een voorbeeldig bisschop, die niet alleen door prediking en onderricht, maar ook door zijn persoonlijk leven een inspiratie was voor de mensen die hem ontmoetten.

Hij raakte betrokken in de investituurstrijd en koos onvoorwaardelijk de zijde van de paus, toen deze keizer Frederik II in de kerkelijke ban deed. Daarop bracht de keizer een troepenmacht samen rond de muren van Lausanne, vastbesloten de bisschop te pakken te krijgen. Dat lukte hem inderdaad. Vastgebonden op een paard werd de heilige man de stad uitgeleid. Maar even buiten de stad deden enkele van zijn soldaten een moedige uitval, rukten het paard los en voerden het in allerijl weer terug in de stad. Zo werd de bisschop op haast wonderbaarlijke wijze bevrijd uit de handen van zijn vijand.

Herhaaldelijk had hij intussen de paus gesmeekt te mogen worden verlost van zijn zware ambt. De paus probeerde hem te bewegen een andere bisschopszetel aan te nemen, maar toen Bonifatius bleef weigeren, verleende hij hem op 15 juli 1239 toestemming om zich terug te trekken.

Daarop keerde hij naar zijn geliefde abdij van Ter Kameren terug. Wel verrichtte hij nog een aantal bisschoppelijke functies: zo wijdde hij kerken in in de bisdommen Luik en Utrecht.

In 1245 nam hij nog deel aan het concilie van Lyon. Een afwijkende lezing van de feiten zegt, dat hij op dat concilie werd afgezet en zich sindsdien terugtrok in Ter Kameren. Wellicht is dat logischer gezien de kerkwijdingen die hij nog verrichtte en het feit dat hij als bisschop op het concilie van 1245 aanwezig was.

In zijn nadagen leidde hij het leven van een kluizenaar. Volgens zeggen ontving hij visioenen en andere genadegaven in zijn gebed. Zo zou hem tijdens en ziekte de Heilige Maagd verschenen zijn samen met Johannes de Doper, die aan weerszijden van zijn bed plaatsnamen, in gezelschap van een grote schare heiligen en engelen.

Toen hij eens met kerstmis ziek op bed lag en daardoor niet in staat was om in de kerk aan het heilige officie deel te nemen, beklaagde hij zich daarover in zijn gebed bij de Heilige Maagd. Daarop verscheen hem de Heilige Maagd, toonde hem op haar arm het kindje, dat in doeken gewikkeld was en legde het op zijn bed, waarop het zijn armpjes naar het uitstrekte. Hij nam de doek weg die over het gezichtje van de baby lag en was verrukt over de schoonheid ervan. Sindsdien zei hij tegen zijn vrienden: “Als we in het hiernamaals niets anders zouden hebben te verwachten dan de zalige aanschouwing van Christus’ aangezicht, dan is dat alleen al de moeite waard om er alle pijn van de wereld voor over te hebben.”

Omringd door zijn broeders en zusters stierf Bonifatius op 19 februari 1260, het evangelieboek in de hand.

Zijn relieken bleven in Ter Kameren tot 1797. Pas in 1935 kwamen ze er weer terug.

Bron: Heiligen.net

 

dinsdag in week 6 door het jaar


Uit het boek Genesis 6, 5-8 + 7, 1-5 + 10

De zondvloed houdt een dubbele betekenis in. Het volk dat steeds meer ontrouw werd, wordt gestraft door het water. De rechtvaardige die trouw bleef in zijn onvoorwaardelijk geloof wordt door het water gered. Zo verwijst dit verhaal naar het doopsel waar wij onze zondige mens begraven en in een nieuw leven herrijzen.

De Heer zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat Hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. Ik zal de mensen die Ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht Hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want Ik heb er spijt van dat Ik ze heb gemaakt.
Alleen Noach vond bij de Heer genade. Toen zei de Heer tegen Noach: ‘Ga de ark in, samen met je hele gezin, want Ik heb gezien dat jij als enige van deze generatie rechtschapen bent. Van alle reine dieren moet je zeven mannetjes en hun wijfjes meenemen, van de onreine dieren moet je er twee meenemen, een mannetje en zijn wijfje, en van de vogels weer zeven mannetjes en wijfjes, om hun voortbestaan op aarde veilig te stellen. Want over zeven dagen zal Ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal Ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat Ik heb gemaakt.’
Noach deed alles zoals de Heer het hem had opgedragen.
Toen de zeven dagen voorbij waren, kwam het water van de vloed over de aarde.


Psalm 29, 1 + 2 + 3 + 4 + 10

Refr.: De Heer zegent zijn volk met vrede.

Erken de Heer, o goden,
erken de Heer, zijn macht en majesteit.

Erken de Heer, de majesteit van zijn naam,
buig u voor de Heer in zijn heilige glorie.

De stem van de Heer boven de wateren,
de God vol majesteit doet de donder rollen,
de Heer boven de wijde wateren.

De stem van de Heer vol kracht,
de stem van de Heer vol glorie.

De Heer heeft zijn troon boven de vloed,
ten troon zit de Heer als koning voor eeuwig.


Uit het evangelie volgens Marcus 8, 14-21

Jezus had het niet gemakkelijk. De Farizeeën konden Hem moeilijk geloven. Ze verwachtten een andere messias. Zijn eigen leerlingen hadden het al evenmin moeilijk het allemaal te begrijpen.

De leerlingen waren vergeten genoeg brood mee te nemen; ze hadden maar één brood bij zich in de boot. Jezus waarschuwde hen: ‘Pas op, hoed je voor de zuurdesem van de Farizeeën en voor de zuurdesem van Herodes.’
Ze hadden het er met elkaar over dat ze geen brood hadden.
Toen Hij dit merkte, zei Hij: ‘Waarom praten jullie erover dat je geen brood hebt? Begrijpen jullie het dan nog niet, en ontbreekt het jullie aan inzicht? Zijn jullie dan zo hardleers? Jullie hebben ogen, maar zien niet? Jullie hebben oren, maar horen niet? Weten jullie dan niet meer hoeveel manden vol stukken brood jullie hebben opgehaald toen Ik vijf broden brak voor vijfduizend mensen?’
‘Twaalf’, antwoordden ze.
‘En toen Ik zeven broden brak voor vierduizend mensen, hoeveel manden vol stukken brood hebben jullie toen opgehaald?’
‘Zeven’, antwoordden ze.
Toen zei Hij: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we, uit het boek Genesis, iets dat op ons op het eerst zicht merkwaardig kan overkomen: ‘De Heer voelde zich diep gekwetst’.

Ja, God voelde zich gekwetst wanneer Hij vaststelde hoe diep slecht de mens wel kon worden. Hij, die de mens uit liefde geschapen had, gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis, moest vaststellen dat de mens helemaal naast zijn roeping leefde. Van dat ‘beeld en gelijkenis’ schoot niet veel meer over. En dat kwetste Hem, zo staat er.

Kan men God dan kwetsen ?
Ja, ik denk het wel. Hoewel het hier, naar mijn mening over een veel dieper kwetsen gaat dan dat wij, mensen, gewoonlijk ons gekwetst voelen.
Bij ons gaat dat dikwijls over ons ego dat geraakt is. Men kwetst ons, tenminste zo voelen we dat aan, in ons ‘ikje’, we voelen ons tegen de schenen gestampt, we voelen ons uitgelachen, of niet serieus genomen. We voelen ons gebruikt, misbruikt, weggeworpen als vuil. En we gaan als mens evolueren vanuit die kwetsuren, dikwijls met misgroei tot gevolg. Psychologen, en allerhande therapeuten hebben hun handen vol aan de vele vele mensen die gekwetst en gehavend door het leven gaan.
Wanneer God gekwetst wordt evolueert dat niet naar misgroei. Hij zal er niet minder God door zijn. Zijn liefde zal er ook niet door verminderen, integendeel.
Bij God gaat de kwetsure ook veel dieper dan zijn eigen persoon. Bij God gaat het over het geheel, over de liefde; de liefde die Hij is en waarmee Hij alles geschapen heeft, ook de mens. Wie deze liefde schaadt, schaadt God, en kwetst dus Hem die liefde is. En door het feit dat Hij gekwetst wordt lijdt Hij ook in zekere zin.

Oh, ik zie de grote geesten onder ons als beginnen schuifelen op hun stoel. Beweert die Kris nu dat God kan lijden… Over dat onderwerp zijn in het verleden al vele boeken geschreven. Grote theologen en filosofen hebben er zich doorheen de geschiedenis hun hoofd aan gebroken. Ik persoonlijk pleit ervoor om het eenvoudig te houden, zoals een kind het zou zien. Wanneer je de liefde kwetst, kwets je God. Wie ‘nee’ zegt op de liefde doet God pijn. Wie ‘ja’ zegt op de liefde doet God plezier.

Kom, laat ons Hem plezieren door zijn liefde te bezingen naar allen in alles in diepe eenheid met Christus.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede Vader,
vergeef ons wanneer we U gekwetst hebben.
We doen het waarschijnlijk zo dikwijls,
en beseffen het amper.
Moge de liefde,
waarvan Gij de inhoudt zijt,
de spirit zijn van ons bestaan.
Om deze genade bidden wij,
in Christus, onze Broeder en Heer.
Amen.