Lezingen van de dag – dinsdag 26 febr 2019


Heilige (of feest) van de dag

Nestor van Perge († 250)

Nestor van Perge, Pamfilië, Klein-Azië; martelaar

Nestor was bisschop van de plaats Magydos in Pamfilië (Klein-Azië = tegenwoordige westkust van Turkije), toen de vervolgingen uitbraken onder keizer Decius. Vele christenen vielen af om het vege lijf te redden. Nestor raadde ieder aan die voorzag niet opgewassen te zijn tegen de marteldood, te vluchten. Hijzelf bleef op zijn post, en dwong daarmee respekt af bij de Romeinse stadhouder Irenarchus. Deze liet hem ontbieden, en bood hem zelfs hoffelijk en gastvrij een zetel aan. Nestor vroeg naar de reden van dit eervol onthaal en hij kreeg ten antwoord: “Uit respekt voor uw levenswijze.”

Waarop Nestor reageerde: “Nou, dan heb ik intussen wel repekt genoeg gekregen; dan wil ik nu weten waarom u mij hebt ontboden?” Irenarchus, in het bijzijn van de gehele raad, vroeg hem: “Bent u op de hoogte van het gebod van de keizer?” “Nee, ik ken wel Gods geboden, maar niet die van de keizer.” Irenarchus waarschuwde hem, dat hij zich aan de geboden van de keizer diende te houden. Maar Nestor meende, dat hij zich veeleer aan Gods geboden moest houden. Irenarchus konstateerde hierop, dat Nestor van een duivel bezeten moest zijn. Nestor weer: “Veeleer zijn uw goden de duivels. Als u dat maar eens inzag…” Daarop werd Irenarchus kwaad, omdat de goden waarin hij geloofde, duivels werden genoemd. Nu dreigde hij Nestor te martelen totdat deze tot betere inzichten gekomen zou zijn. Nestor antwoordde: “U kunt mij dreigen met allerhande folteringen; maar dààr ben ik niet bang voor. Als ik ergens ontzag voor heb, dan zijn het de kwellingen die Christus mij aan kan doen, wanneer ik hem niet trouw zou blijven. Irenarchus besloot dat Nestor voor de landvoogd in Perge moest verschijnen.

Daar aangekomen vroeg de landvoogd naar Nestor’s naam; deze antwoordde dat hij christen was. De landvoogd gebood hem wierookoffers te branden voor de goden. Nestor weigerde. Nu moest hij de gebruikelijke, gruwelijke folteringen ondergaan. Maar Nestor sprak: “U kunt mij folteren zo u wilt, maar Christus mijn Heer verloochenen die voor mij aan het kruis gestorven is: zo ver krijgt u mij toch niet.”

Daarop stelde de landvoogd hem voor de laatste maal voor de keus: onze goden of uw Christus. Nestor zei vast te houden aan zijn Christus. Toen is hij als een waar navolger van Christus ter plaatse gekruisigd. De verteller tekent op, dat hij vanaf het kruis de daar verzamelde christenen aanspoorde de knieën te buigen en tot Christus te bidden. Op het moment dat het volk door de knieën ging, sprak hij met luide stem “Amen!” en gaf de geest.

Bron: Heiligen.net

 

dinsdag in week 7 door het jaar


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 2, 1-11

Een mens kan veel meemaken. De bekoring is dan groot om het op te geven. Wie echter dan ook vertrouwt op de Heer, wordt nooit bitter noch opstandig. Want steeds blijft Hij met ons. Hij redt ten tijde van verdrukking.

Mijn kind, als je de Heer wilt dienen, bereid je dan voor op beproevingen.
Houd het rechte spoor, wees standvastig en word niet ongeduldig in tijden van tegenspoed.
Houd je stevig aan Hem vast en laat Hem niet los, dan word je aan je levenseinde beloond.
Aanvaard alles wat je overkomt en wees ook geduldig wanneer je wordt vernederd.
Want goud wordt in het vuur getoetst, in de oven van vernedering test God de mens die Hij aanvaardt.
Wanneer je ziek bent of armoede lijdt, vertrouw dan op Hem.
Geloof in Hem, dan zal Hij je helpen, bewandel rechte wegen en vestig op Hem je hoop.
Jij die ontzag voor de Heer hebt, zie uit naar zijn ontferming en wijk niet af, dan val je niet.
Jij die ontzag hebt voor de Heer, vertrouw op Hem, dan valt je loon je niet uit handen.
Jij die ontzag hebt voor de Heer, hoop op het goede, op ontferming en eeuwige vreugde, want eeuwige vreugde is het loon dat Hij je schenkt.
Kijk naar de generaties van vroeger: Was er ook maar iemand die op de Heer vertrouwde en werd teleurgesteld? Was er ook maar iemand die volhardde in ontzag voor Hem en niet werd gehoord? Was er ook maar iemand die Hem aanriep en onopgemerkt bleef?
De Heer heeft immers medelijden en ontfermt zich, vergeeft zonden en redt in tijden van verdrukking.

 

Psalm 37, 3 + 4 + 18 + 19 + 27 + 28 + 39 + 40

Refr.: Zoek je geluk bij de Heer.

Vertrouw op de Heer en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
Zoek je geluk bij de Heer,
Hij zal geven wat je hart verlangt.

De Heer trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen,
in tijden van hongersnood hebben zij te eten.

Mijd het kwade en doe het goede,
en je zult voor eeuwig wonen in het land.
Want de Heer heeft gerechtigheid lief,
wie Hem trouw zijn, verlaat Hij niet.

Zij blijven voor eeuwig behouden,
maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd.
De rechtvaardigen vinden redding bij de Heer,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.

De Heer heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars.
Hij redt hen,
want zij schuilen bij Hem.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 30-37

Wanneer Jezus zijn leerlingen nog eens duidelijk tracht te maken dat zijn dienen zover zal gaan dat Hij zijn leven zal geven, begrijpen zij dit niet. Zij dachten aan een nieuw, aards rijk, waar zij de voornaamste posten zouden innemen. Zij maken zelfs ruzie om de eerste plaats te krijgen. Jezus wijst hen terecht en herhaalt nog eens dat men in zijn rijk niet moet komen om gediend te worden, maar om te dienen met het hart van een kind.

Na de gedaanteverandering vertrokken Jezus en zijn leerlingen weg uit die streek en reisden door Galilea, maar Hij wilde niet dat iemand dat te weten kwam, want Hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven.
Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen Hem doden, maar na drie dagen zal Hij uit de dood opstaan.’
Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden Hem geen vragen te stellen.
Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’
Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was.
Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’
Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar Hem die mij gezonden heeft.’

Van Woord naar leven

Jij die ontzag hebt voor de Heer, hoop op het goede, zo lezen we vandaag bij Jezus Sirach in de eerste lezing.

Ik wil vandaag graag het woord geven aan Vaclav Havel, wanneer hij het heeft over ‘hoop’. Woorden om mee te nemen, woorden om diep te koesteren, bijzonder als christen.
Bij ons hier thuis hangt deze tekst aan de keukenkast.

‘Diep in onszelf dragen wij hoop. Als dat niet het geval is, is er geen hoop.

Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.

Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, verankerd voorbij de horizon.

Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde omdat het goed gaat, of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.

Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme; evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Het is de zekerheid dat iets zinvol is onafhankelijk van de afloop, onafhankelijk van het resultaat.’

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
mogen wij hoopvolle mensen zijn
die werken aan wat goed is,
omdat het goed is.
In Christus’ naam.
Amen.