Lezingen van de dag – dinsdag 26 maart 2019


Heilige (of feest) van de dag

Castulus van Moosburg (+ ca 286)

Castulus (ook Kastulus) van Moosburg (ook van Beieren of van Rome), Rome, Italië; martelaar

Volgens de overlevering werd hij tijdens de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus (285-305) gearresteerd, omdat hij – nota bene in staatsdienst als officier – christenen in zijn huis onderdak verleende. Daarmee overtrad hij als militair ook een bevel van de keizer. Hij werd gemarteld en levend begraven in de catacomben aan de Via Labicana.

Latere legenden voegen hieraan toe dat hij ook de bisschop van Rome, paus Gaius († ca 295/6; feest 22 april), en andere christenen onderdak bood en dat zijn vrouw, Sint Irene van Rome († ca 288; feest 22 januari), Sint Sebastianus († ca 288; feest 20 januari) verzorgde.

In de eeuwen daarna moet zijn stoffelijk overschot overgebracht zijn naar Pavia. In de 8e eeuw nam abt Reginpert de relieken mee naar zijn benedictijner abdij Moosburg bij de Zuid-Duitse stad Freising. Vandaar werden er in 1064 gedeelten van geschonken aan de stad Landshut. Deze bevinden zich thans in de St.-Martinskerk.

Hij is patroon van Moosburg; alsmede van herders. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen bloedvergiftiging, roos, wildvuur en wondkoorts; ook tegen bliksem en paardendieven.

Bron: Heiligen.net

 

dinsdag in de 3e week van de vasten


Uit het boek Daniël 3, 25 + 34-43

‘Moge vandaag ons offer aan U zijn dat wij U onvoorwaardelijk volgen’.

Azarja verrichtte staande dit gebed:
‘Lever ons niet voorgoed aan hen uit en verbreek uw verbond niet, omwille van uw naam. Ontzeg ons uw erbarmen niet, omwille van Abraham, door U bemind, omwille van Isaak, uw dienaar, en omwille van Israël, uw heilige, aan wie U hebt toegezegd dat U hun nakomelingen zo talrijk zou maken als de sterren aan de hemel en als zandkorrels op het strand langs de zee.
Toch zijn wij, Heer, het geringste van alle volken geworden. Door onze zonden genieten wij nergens op aarde nog aanzien. En juist nu hebben wij geen leider, geen profeet, geen aanvoerder. Brandoffer noch slachtoffer, graanoffer noch reukoffer hebben wij, zelfs geen plaats om U offers te brengen en zo uw erbarmen af te smeken.
Neem ons desondanks aan als mensen met een verbrijzeld hart en een vernederde geest, als kwamen wij met een brandoffer van rammen en stieren en met tienduizenden vette lammeren. Moge vandaag ons offer aan U zijn dat wij U onvoorwaardelijk volgen, want wie op u vertrouwt, wordt niet beschaamd.
Wij volgen u met heel ons hart, wij hebben ontzag voor U en zoeken U. Maak ons niet te schande, maar laat U leiden door uw goedheid en uw groot erbarmen.
Red ons door uw wonderbare daden en verleen luister aan uw naam, Heer.’

 

Psalm 25, 4-9

Refr.: Gedenk ons in uw barmhartigheid, Heer.

Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.

Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.

Denk aan uw barmhartigheid, Heer,
aan uw liefde door de eeuwen heen.

Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
maar denk met liefde aan mij
en laat uw goedheid spreken, Heer.

Goed en rechtvaardig is de Heer:
Hij wijst zondaars de weg.

Wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 18, 21-35

Van harte vergeven.

Petrus kwam bij Jezus staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt.
Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald.
Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen.
Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”
En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald.
Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’

Van Woord naar leven

Op de vraag van Petrus hoe dikwijls men moet vergeven, antwoordt Jezus: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.’

Waar mensen elkaar vergeven, waar verzoening plaatst vindt, daar wordt terug veel mogelijk. Het heeft iets feestelijks. Wat stuk was is immers hersteld en de gevolgen zijn alleen maar van goede aard: vrede, vreugde, eenvoud, gemeenschap.

Het goede nieuws is dat we als christenen dit niet alleen hoeven te doen. We mogen vergeving schenken in Jezus’ naam. Dat wil zeggen: vanuit zijn aanwezigheid en genade in ons. Geheel alleen, los van Hem, zou het veel moeilijker zijn. Koppigheid, hoogmoed, hardheid,… zijn dikwijls remmingen die ons weerhouden te kunnen vergeven. Jezus wil en kan ons hier van bevrijden en ons tot mensen maken die werkelijk tot vergeving kunnen komen. Maar Hij vraagt dat we ons schenken aan Hem, opdat Hij kan doen wat Hij wil doen, namelijk ons bijstaan met zijn genade. Laten we ons openen voor Hem, onze hoogmoed afleggen, Hem binnen laten. En echt hoor, dan wordt er veel mogelijk. Ook vele dingen die we als niet mogelijk achtten.

Wie voor zichzelf toch vaststelt dat hij moeilijk kan vergeven of daden van verzoening kan stellen, ook al probeert hij dat in naam van de Heer te doen, is het goed dat hij deze weg van groei biddend bewandelt. En dat bedoel ik zeer concreet: dagelijks gebed, met vooral veel aandacht voor stilte; in leegte verwijlen bij de Heer, innerlijk kijkend naar Hem, je armoede aanbiedend, smachtend naar zijn liefde. Dagelijks dus, met een gezonde discipline, een waarachtige trouw, en zo hartelijk mogelijk. Met je hart dus bij de Heer zijn, eenvoudig en eerlijk, je richtend naar Hem diep in jezelf.

Het gebed is een wonderlijke gave; een sleutel van echte menswording, een weg van verkering met de Heer die ons trekkend in zichzelf zal leren wegen van verzoening en vrede te zoeken en te bewandelen.

Kom mensen, laten we deze weg trachten te gaan. We zullen niet bedrogen uitkomen, integendeel.  In de diepte is het zo’n mooie weg. En alleen maar goed; voor jezelf, je huisgenoten, je collega’s, de samenleving.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Vader,
kom met uw Geest, en trek ons in innige verbondenheid met Jezus. Leer ons van U te ontvangen, opdat we mensen mogen worden die uitkijken naar, en werken aan, verzoening.
Om deze genade bidden wij U, in Christus, onze Geliefde. Amen.