Lezingen van de dag – dinsdag 4 dec 2018


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van Damascus († ca 749)

Johannes van Damascus (ook Damascenus); kerkvader

Hij moet rond 650 geboren zijn in de Syrische stad Damascus als zoon van een zogeheten ‘logothètes’ aan het hof van de kalief: iemand die de belangen behartigde van de door de moslims onderworpen christenen. Zijn opleiding kreeg de jonge Johannes van een Italiaanse monnik Cosmas die door zijn vader uit gevangenschap was vrijgekocht. Na de dood zijn vader kreeg hij diens functie aan het hof.
Intussen brak in de christenwereld de strijd uit rond de beweging van de iconoclasten.
Deze beweging mocht zich verheugen in de machtige steun van de Byzantijnse keizer Leo de Isauriër (717-740) . Onverschrokken , en met veel kennis van zaken, schreef Johannes een geschrift ‘Tegen hen die de ikonen breken’. Daarin voert hij aan dat niet alleen de afbeelding op de icoon verwijst naar het goddelijke, maar dat het materiaal van de icoon zelf, het goud, zilver, hout en de verf, ook nog eens geheiligd worden door het doel waarvoor zij worden gebruikt. En heeft God bovendien niet de materie van de hele schepping geheiligd en van zijn goddelijkheid doortrokken door het wondervolle mysterie van de menswording?
Omdat de keizer er niets tegenin kon brengen, wist hij niets beters te doen dan zijn rivaal verdacht te maken bij de keizer. Hij zond de kalief een brief met de valse beschuldiging dat Johannes een plan aan het uitwerken was om de stad Damascus de Grieken in handen te spelen. De kalief kon niet geloven dat zijn vertrouweling tot zo’n laaghartig verraad in staat zou zijn. Maar voor alle zekerheid nam hij toch voorzorgsmaatregelen: hij liet bij Johannes de rechterhand afhakken: de hand die het geschrift tegen de iconoclasten, en daarmee tegen de keizer, had geschreven.
Die nacht bleef Johannes de hele nacht in gebed waken voor een Maria-icoon, waarbij hij zijn afgehouwen hand krampachtig tegen de stomp van zijn arm drukte. In zijn gebed legde hij aan de Moeder Gods uit dat hij die hand hard nodig had om ter ere van haar hymnen en lofzangen te schrijven. Uitgeput door de pijn en het waken, viel hij in slaap. In zijn droom zag hij hoe de Moeder Gods hem beloofde de hand te genezen. Toen hij wakker werd zat zijn hand weer vast aan zijn arm; slechts een ringvormig litteken gaf de oude verwonding nog aan. Uit dankbaarheid liet hij op de icoon een zilveren hand aanbrengen. Naar het schijnt wordt deze icoon van de Driehandige Maagd nog steeds bewaard en vereerd op de Berg Athos in Griekenland.
Nu verhuisde Johannes naar het buurland Palestina om daar als monnik in te treden in de ‘laura’ (= letterlijk ‘kring’, dus monnikengemeenschap) die daar zo’n honderdvijftig jaar eerder door Sint Sabas († 532; feest 5 december) was gesticht. Deze lag niet ver van Jeruzalem. Zoals hij beloofd had, besteedde hij de meeste tijd aan het dichten en componeren van Mariahymnen en andere liturgische gezangen. Sommige ervan worden nog steeds gebruikt in de oosterse liturgie. Volgens zeggen stierf hij op ruim honderdjarige leeftijd.

In 1890 riep paus Leo XIII († 1903) hem uit tot kerkleraar.
Hij is patroon van apothekers, ikonenschilders en theologiestudenten.
Hij wordt afgebeeld met zijn afgehouwen hand; of met een Maria-icoon.

Bron: Heiligen.net

dinsdag in de 1e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 11, 1-10

Jesaja belooft een leider voor alle volkeren. Hij zal erfgenaam zijn van Davids roemrijk geslacht maar ook gehard in de beproevingen. God geeft hem bezieling en kracht. Hij zal een tijdperk van rechtvaardigheid en vrede inleiden en een eind maken aan alle geweld.

Uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de Heer zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de Heer. Hij ademt eerbied voor de Heer; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.
Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg. Want kennis van de Heer vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.
Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.

 

Psalm 72, 2 + 7 + 8 + 12 + 13 + 17

Refr.: Laat ons wandelen in het licht van de Heer.

God, moge de koning uw volk rechtvaardig besturen,
uw arme volk naar recht en wet.

Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.

Moge hij heersen van zee tot zee,
van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem,
alle volken hem dienstbaar zijn.

Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.

Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam
zal voortleven zolang de zon zal schijnen.

Men zal wensen gezegend te worden als hij,
en alle volken prijzen hem gelukkig.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 21-24

Zoals de profeet Jesaja de werking van Gods Geest erkende in de wonderen van de toekomst, zo treedt Jezus op als de gezondene van de Vader, vervuld van de heilige Geest. Niet de wijzen en de verstandigen zullen in de tekenen van de tijd de komst van de Heer erkennen, maar wie zich als een kind, fris en onbevangen openstelt.

Vervuld van de heilige Geest begon Jezus te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Van Woord naar leven

Vervuld van de heilige Geest begon Jezus te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.’, zo lezen we vandaag in het evangelie.

Velen van ons kennen de heilige Antonius, de man van Padua, volgeling en tijdgenoot van Franciscus van Assisi (13e eeuw). Wat minder geweten is dat deze Antonius een zeer geletterd en geleerd man was. Hij was theoloog en een zeer geliefde predikant. De goede man hield van studeren en wilde zo graag de liefde voor de studie doorgeven aan jonge broeders. Maar hij zat met een dilemma. Franciscus, naar wie hij zo opkeek, tevens de stichter van de gemeenschap der minderbroeders, was een eenvoudig man, zelf niet echt geleerd, en ja iets of wat beducht voor al te slimme medebroeders die de armoede en de eenvoud van het evangelie maar al te graag zouden ingeruild zien voor boeken, bibliotheken, kloosters,… Een waar dilemma dus.
Broeder Antonius kwam op de idee vader Franciscus een brief te schrijven waarin hij eerlijk en oprecht de toelating zou vragen om jonge broeders te mogen onderwijzen. Franciscus nam de brief van Antonius ter harte, en na een tijd schreef hij terug. Ik citeer: ‘Broeder Antonius, broeder Franciscus wenst u heil. Ik keur het goed dat u de heilige theologie onderwijst als u maar bij dit onderricht de geest van het gebed en toewijding aan God niet uitblust, zoals in de regel staat’.

Studeren is goed. Het is nodig. Meer dan ooit heeft onze Kerk mensen nodig die de zin inzien van studie, lectuur, kennis van de andere godsdiensten, enzomeer. Maar, meer dan ooit heeft onze Kerk ook mensen nodig die terwijl ze kennis opdoen de geest van het gebed niet doven, hun toewijding aan God. Voor een christen zou studie en gebed hand in hand moeten gaan.

Een christen die enkel studeert zonder te bidden zal ongetwijfeld zeer slim worden, prachtige theologische goed onderbouwde constructies kunnen opbouwen, hij zal lezingen kunnen geven om U tegen te zeggen, maar waar de man in de straat nauwelijks of niets aan zal hebben. Hij zal misschien een zekere naam hebben en faam dragen dat zich beperkt tot een bepaald milieu, maar uiteindelijk zal het weinig soelaas geven in de straat.
Een christen die studeert én bidt (gebed hier bedoeld als een werkelijke godsontmoeting), zal een gewoon iemand blijven, de eenvoud van het evangelie beminnend, de stuwing ervarend de liefde van Jezus te belichamen in eenvoudige handelingen. Hij zal door zijn toewijding de zin voor mystiek niet verliezen, integendeel. Zijn studie zal hem helpen de juiste woorden te vinden geloofsgenoten bij te staan op hun weg, hetzij via boeken, hetzij via gesprek.

Lieve mensen, moge zij die het kunnen, studeren. Dat kan achter de schoolbanken zijn, maar dat kan evengoed thuis zijn op je eentje, of met anderen in kleinere gespreksgroepen, of waar dan ook. Het kan op jonge leeftijd, het kan op latere leeftijd. Onze Kerk heeft meer dan ooit mensen nodig die, niet enkel gelovig, maar ook kennend weten waarover het gaat. Niet enkel buiten, maar ook binnen de Kerk, is er maar al te vaak onwetendheid, wat jammer is. Onze jonge mensen zitten vandaag de dag met veel vragen en hebben recht op mensen die goede en juiste antwoorden weten te formuleren, en liefst zo dat ze inspireren.
Maar laten zij die studeren nooit het vuur van het gebed verliezen en hun toewijding aan de liefde Gods.

En … wie niet in de mogelijkheid is om te studeren, of niet echt de capaciteiten in zich draagt om zich te wijden aan theologische studie (zoals de schrijver van deze overweging), geen probleem. Het belangrijkste in het leven is nog altijd staan in de liefde Gods, en deze zo goed als mogelijk handen en voeten te geven in het gewone dagelijkse leven. Moge vooral dit laatste onze diepste vreugde zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
maak ons tot eenvoudige mensen,  die de wijsheid in zich dragen zich te laten opslorpen door uw liefde die Gij in Christus in ons legt. Schenk ieder van ons de gave van het gebed opdat ons bidden zuiver mag zijn, in de liefde van de Geest, in het hart van Christus. Moge wij zo rijk worden aan kennis van U, U uitdragend naar allen die dorsten naar U.
Kom heilige Geest. Amen.