Lezingen van de dag – dinsdag 5 maart 2019


Heilige (of feest) van de dag

Focas van Sinope (+ 303)

Focas van Sinope (ook de Hovenier), Helenopontus (= aan de noordkust van het huidige Turkije); hovenier & martelaar

Focas woonde in Sinope aan de monding van de Istme die uitstroomt in de Zwarte Zee. Daar had hij een eenvoudig huisje bij de stadspoort. Hij leefde van wat zijn tuin hem opbracht. Hoe eenvoudig zijn woning ook was, hij bood vreemdelingen en reizigers een gastvrij onderdak. Hij was christen. Dat wist iedereen. Maar toen de vervolgingen uitbraken onder Diocletianus (284-305) en er een prijs werd gezet op het hoofd van iedere christen die werd aangebracht, was er ook in zijn geval wel een judas te vinden die bereid was hem voor goed geld bij de overheid te verraden. De autoriteiten hoorden over zijn voorbeeldig leven en besloten hem zonder enige vorm van proces of ophef om het leven te brengen. Hoe meer bekendheid aan de zaak gegeven zou worden, hoe meer onrust. Dus werden er twee ambtenaren op uit gestuurd met de bevoegdheid de arrestant onmiddellijk te doden.

Deze twee kwamen tegen de avond in Sinope aan. In een eenvoudige woning dichtbij de stadspoort vonden zij een gastvrij onthaal. De gastheer zette hun voor wat hij van zijn tuintje wist te halen, en begon een praatje. Onwetend van het feit dat zij met hun slachtoffer spraken, vertelden de twee vrijmoedig over het doel van hun komst en vroegen hun gastheer of hij eventueel aanwijzingen kon geven om de gehate verdachte te vinden. Focas beloofde het. Maar stelde voor dat ze eerst zouden genieten van een welverdiende nachtrust. Morgen zouden ze verder praten.

Die nacht dolf Focas een graf in zijn tuin. De volgende ochtend serveerde hij zijn gasten een stevig ontbijt, ging vóór hen staan en zei: “De man die jullie zoeken, heb ik gevonden. Hij staat hier vóór je. Ik ben het zelf. Doe wat je is opgedragen en dood mij.” Verbijsterd keken de beide ambtenaren elkaar aan. Ze konden deze aardige man toch niet ombrengen? Iemand bij wie ze nota bene gastvrijheid hadden genoten! Maar Focas bleef er bij hen op aandringen: “Als jullie je opdracht niet volbrengen, zul je er zelf last mee krijgen. Alstublieft, doe waarvoor u gekomen bent. Laat de verantwoordelijkheid voor deze misdaad neerkomen op het hoofd van degenen die er het bevel toe gaven.” Zo komt het dat Focas de marteldood stierf en – zoals Sint Asterius het zegt in een van zijn preken – zo rolde zijn kop onder hun zwaard.

Hij werd begraven in zijn eigen tuin. Die plek werd een bedevaartoord. En diende meteen als een baken voor de schepen op zee. Het verhaal gaat zelfs dat Focas te hulp schoot, als een schip door storm of zware golfslag in de moeilijkheden raakte. Dan verscheen de heilige zelf aan boord, nam het roer over, bemoeide zich met de zeilen en de tuigage, en loodste het vaartuig veilig de haven binnen.
In later eeuwen werd een gedeelte van zijn gebeente overgebracht naar Constantinopel, waar zijn reliek met veel plechtig vertoon in een indrukwekkende processie werd bijgezet in de hoofdkerk van de stad.

De heilige geschiedschrijver Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) vertelt dat hij vooral beschermheilige was tegen slangenbeten. Hij had immers de goede strijd tegen de aloude slang, die het op het geluk en het welzijn van de mensheid had gemunt, overwonnen. Zodra iemand die een slangenbeet had opgelopen door de poort van zijn begraafplaats kwam, hield de werking van het gif op, al was hij intussen door het gif nog zo opgeblazen.
Hij is patroon van de hoveniers en – vooral in de oosters orthodoxe kerken – van schippers, zeelui en scheepvaart. In vroeger tijden werd zijn voorspraak ingeroepen tegen slangenbeten en vergiftiging.

Bron: Heiligen.net

 

dinsdag in week 8 door het jaar


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 35, 1-12

Bij rituele offers is de innerlijke houding van gerechtigheid veel belangrijker dan het uiterlijke ceremonieel. Dit laatste is slechts belangrijk in zoverre het een uitdrukking is van onze eigen innerlijkheid. Het onderhouden van de geboden, het bewijzen van weldaden en het geven van aalmoezen zijn daarom echte offers.

Wie de wet in acht neemt brengt veel offers: wie de geboden naleeft brengt een vredeoffer, wie een weldaad bewijst brengt een graanoffer, wie barmhartigheid betoont brengt een dankoffer.
Je verre houden van slechtheid is de Heer welgevallig, je verre houden van onrecht brengt verzoening.
Verschijn niet met lege handen voor de Heer, want dit alles eisen de geboden.
Het offer van een rechtvaardige maakt het altaar vet, de aangename geur stijgt op naar de Allerhoogste.
Het offer van een rechtvaardige wordt aanvaard, het zal niet worden vergeten.
Prijs de Heer met je vrijgevigheid, wees niet karig met de vruchten van de nieuwe oogst.
Breng elke gave met een blij gezicht en heilig de tienden met vreugde.
Geef de Allerhoogste naar wat Hij gegeven heeft, wees vrijgevig, geef naar vermogen.

 

Psalm 50, 5 + 6 + 7 + 8 + 14 + 23

Refr.: De hemel verkondigt Gods gerechtigheid.

Breng mijn getrouwen vóór mij,
die zich met offers aan mij verbinden.
De hemel verkondigt Gods gerechtigheid,
Hijzelf treedt op als rechter.

Luister, mijn volk, ik ga spreken,
Israël, Ik ga tegen je getuigen,
Ik, God, je eigen God.
Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor mij het offervuur.

Breng God een dankoffer
en doe wat je de Allerhoogste belooft.
Wie een dankoffer brengt, geeft mij alle eer,
wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 28-31

Wie ingaat op het aanbod van de Heer, en ook wil leven voor God en voor de anderen in navolging van Christus, zal daarin zijn grootste vreugde vinden. En dit niet alleen in een verre toekomst, maar nu reeds, zelfs te midden van moeilijkheden en beproevingen.

Petrus nam het woord en zei: ‘Wij hebben alles achtergelaten om U te volgen!’
Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van Mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’

Van Woord naar leven

Bij Jezus Sirach lezen we vandaag: Geef de Allerhoogste naar wat Hij gegeven heeft, wees vrijgevig, geef naar vermogen.

Heel de eerste lezing van vandaag gaat over het geven van offers. We mogen er van uitgaan – zo lezen we toch tussen de regels – dat God houdt van mensen die offeren voor Hem. En da’s waar: een offerend mens is een mooi mens, het is een gevend mens, een mens die niet leeft voor zichzelf, maar die ‘geeft’: hij geeft zichzelf, hij geeft berouw, hij geeft dingen, hij geeft liefde.

We moeten, zoals het vers hierboven aanhaalt, geven naar wat God gegeven heeft. En daar Hij zich volledig aan de mens geeft, dienen wij mensen ons dus ook volledig te geven aan Hem.
Je ‘volledig geven’ is samen te vatten in één woord: liefhebben. Dat is het ware offer dat door God gevraagd wordt: Doen wat Hij doet: liefhebben.

Het Bijbelcitaat van vandaag zegt: ‘Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.’ (Rom. 12, 1)
Wij zelf moeten dus het offer zijn, en wel in de dienst van God; een offer dus van liefde. In wezen is dàt de eredienst die God van ons vraagt.

Enkele voorbeelden :

Hebben we gezondigd… Heb berouw en ga naar God. Een nederig offer.
Moet er vergeven worden… Gewoon doen… En zeer rijk offer.
Zijn er mensen die we materieel of financieel kunnen bijstaan… naar vermogen doen zou ik zeggen. Een broodnodig offer voor velen.
Hebben we tijd over… zoek een sociaal engagement in de buurt. Ook een zeer schoon offer.
Raakt de oorlog, de haat, de onvrede je, die binnenkomt waaien doorheen het journaal… tracht te vasten. Een zeer waardevol offer.
Tijd maken voor gebed, smeekgebed, lofgebed, enz… dagelijks doen! Een offer van cruciaal belang.
Vragen onze pubers naar het ‘goede gesprek’… Doen, heel belangrijk! Een niet makkelijk maar voor hen een offer van betekenis.
Enz enz…

Ons leven kan één groot offer zijn voor God, een ware gods-dienst. Het grote voorbeeld is onze Heer Jezus die zichzelf totaal gegeven heeft op het kruis om de mensheid op te tillen tot in de schoot van de Vader, om verzoening teweeg te brengen tussen de van God vervreemde mens met hun Schepper.
Net als Jezus mogen wij ons leven geven in de situatie waarin we leven, op de weg waarop we ons nu bevinden. Laten we leven voor God. Laten we niet leven om onszelf te dienen, maar om God te dienen. Ja, laat ons de weg van de liefde gaan, in vele vormen van kleine goedheid, blij en eenvoudig, verstandig en naar ieders vermogen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
totaal gegeven liefde, geef dat wij naar uw voorbeeld, en vanuit uw aanwezigheid in ons, ons totaal mogen geven aan het leven. Doorheen het leven roept God immers op lief te hebben, offer te zijn, vrede te scheppen. Kom heilige Geest, ontsteek in ons het vuur van Gods liefde. Alle dagen van ons leven, amen.