Lezingen van de dag – dinsdag 8 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Frodobert van Troyes (+ 673)

Frodobert (ook Frobert) van Troyes, Frankrijk; stichter & abt

Geboren rond 600 uit een eenvoudige familie te Troyes, kreeg hij zijn opleiding aan de school van bisschop Ragnegisel. Op een dag werd zijn moeder getroffen door blindheid en zij vroeg hem een kruisteken over haar ogen te maken. Geschrokken weigerde hij dat. Maar na lang aandringen deed hij toch wat zij vroeg en hij stond zelf versteld van het resultaat: zij genas op hetzelfde moment. Daarop stuurde bisschop Abbo hem naar het beroemde, door Sint Columbanus († 615; feest 23 november) gestichte klooster van Luxeuil. Op dat moment was Sint Walbert abt († ca 670; feest 2 mei). Daar stond hij bekend om zijn deugdzame kloosterleven.

Na zijn terugkeer in Troyes raakte Frodobert verwikkeld in allerlei verdachtmakingen. Deze werden zo erg dat zelfs zijn bisschop het vertrouwen in hem verloor. Vandaar dat hij zich in de eenzaamheid terugtrok om voor God alleen te leven. Hij kreeg een terrein toegewezen in de nabijgelegen moerassen. Dit alles vond plaats rond 655 en vormde het begin van een nieuwe kloostervestiging: Moûtier-la-Celle (= Cellenklooster: een cel is een kluizenaarswoning). Tot aan zijn dood op de dag van de inwijding van de kloosterkerk was hij abt van de monniken die zich bij hem waren komen aansluiten.

Zijn relieken werden op 8 januari 872 verheven tot de eer der altaren, wat gelijk stond aan een heiligverklaring.

Bron: Heiligen.net

 

dinsdag na de Openbaring van de Heer


Uit de eerste brief van Johannes 4, 7-10

De ware liefde bestaat hierin dat God in Jezus ons het eerst heeft liefgehad. Als God in de mensen is, zullen zij zichtbare liefde worden. Waar échte liefde heerst, openbaart God zijn aanwezigheid onder de mensen.

Geliefde broeders en zusters,
laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.
Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.
En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door Hem zouden leven.
Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.

 

Psalm 72, 1 + 2 + 3 + 4ab + 7 + 8

Refr.: Alle volken, prijs de Heer.

Geef, o God, uw wetten aan de koning,
uw gerechtigheid aan de koningszoon.

Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,
uw arme volk naar recht en wet.

Mogen de bergen vrede brengen aan het volk
en de heuvels gerechtigheid.

Moge hij recht doen aan de zwakken,
redding bieden aan de armen;

Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,
de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.

Moge hij heersen van zee tot zee,
van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 34-44

Jezus’ verkondiging gebeurt vanuit een bewogenheid voor de mensen. In het wonder van de broodvermenigvuldiging zien we hoe Jezus bekommerd is om de concrete noden van zijn volk. Een nieuw teken van zijn heerlijkheid, een voorteken van zijn latere volledige zelfgave in de eucharistie en het kruis.

Toen Jezus uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en Hij onderwees hen langdurig.
Toen er al veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om eten te kopen.’
Maar Hij zei: ‘Geven jullie hun maar te eten!’
Ze vroegen hem: ‘Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?’
Toen zei Hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.’
En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: ‘Vijf, en twee vissen.’
Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten.
Ze gingen zitten in groepen van honderd en groepen van vijftig.
Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde Hij onder allen die er waren.
Iedereen at en werd verzadigd.
Ze haalden de overgebleven stukken brood op, waar wel twaalf manden mee konden worden gevuld, en ook wat er over was van de vissen.
Vijfduizend mensen hadden van de broden gegeten.

Van Woord naar leven

“Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God”, zo lezen we vandaag uit de eerste brief van Johannes.

Ik zou met u vandaag willen nadenken over dat ‘kennen’ van God.

Bij het woord ‘kennen’ denken wij al snel aan iets dat zich louter in ons hoofd afspeelt, een activiteit van het verstand zeg maar. Het gaat dan over opgedane kennis van iets of iemand, op de hoogte zijn van iets, een soort waarnemend weten.

Het ‘kennen van God’, waarover Johannes het hier heeft gaat echter over iets veel diepers. Hier gaat het over relatie; omgaan met God, verkering, Gods-ontmoeting. Het gaat hier over het leven van Jezus dat Hij meedeelt in onze ziel opdat wij in Hem zouden treden zodat Hij in ons, door ons, met ons kan leven.

Het ‘kennen van God’ gaat hier over het doorgronden van Gods liefde, het voortdurend peilen naar het steeds diepere van die liefde, een soort heilig weten dat Gods liefde het hoogste Goed is, en dit als beleving van binnenuit. Het gaat over een steeds dieper afdalen in Christus, om van Hem te ontvangen, om omgevormd te worden in en door Hem.

Het is je toevertrouwen aan de innerlijke stuwing van de Geest, meer en meer verliefd wordend op God, afstervend aan dat ‘ik’ dat altijd maar met zichzelf bezig is, maar je gevend aan dat zachte en verterende Vuur; Gods Geest die heel je persoon beschikbaar zal maken voor Christus.

Het ‘kennen van God’ heeft in wezen met belichaming te maken; met beeld en gelijkenis zijn/worden van God. Geen uiterlijke gelijkenis, maar een innerlijke beleving. En als deze innerlijke beleving uiterlijke vormen krijgt, blijft het nog een beleving van binnen naar buiten; Christus die tot leven komt in ons.

Lieve mensen, laten we God trachten te kennen met ons hele zijn; met ons verstand, ons hart en onze ziel. Moge God zelf de oorsprong zijn van ons ‘kennen van Hem’.

Moge dat ‘kennen’ ons maken tot mensen die het meest edele verstaan en beleven dat een mens zich kan indenken: leven in Gods liefde; voor allen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heilige Geest,
Kom diep ins ons. Verlicht ons verstand, blaas in ons hart, richt ons naar het komen van God. Geef ons dat diepe verlangen Hem te kennen, Hem te ontmoeten, vanuit Hem te leven. Maak ons arm en vrij, beschikbaar en bereid, trek ons in het heilige ‘ja’ van de Heer. Alle dagen van ons leven. Amen.