Lezingen van de dag – donderdag 15 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Albertus de Grote († 1280)

Albertus de Grote (ook Magnus of van Regensburg) op, Keulen Duitsland; bisschop & theoloog

Hij werd rond 1193 uit adellijke ouders te Lauingen bij Ulm in Schwaben geboren. Voor zijn studies trok hij naar de beroemde dominicaner universiteit van Padua. Daar maakte hij kennis met Jordanus van Saksen († 1237; feest 13 februari). Door diens voorbeeld trad hij in bij de dominicanen; op dat moment was hij zo’n dertig jaar oud. Hij doceerde wijsbegeerte aan verschillende universiteiten van zijn eigen orde: achtereenvolgens te Keulen, Hildesheim, Freiburg, Regensburg en Straatsburg. In 1245 werd hij magister theologie in Parijs en vanaf 1248 in Keulen. Hier was hij de leermeester van o.a. Thomas van Aquino († 1274; feest 28 januari).

In 1249 speelt zich een curieus voorval af. Op 6 januari van dat jaar, Drie-Koningendag, verbleef de Hollandse Graaf Koning Willem II in Keulen, de bedevaartsplaats van de Drie Koningen bij uitstek. Hij wilde graag de beroemde geleerde Albertus te zien krijgen. Er werd in zijn klooster een ontmoeting gearrangeerd, maar opvallend genoeg liet de magister nog even op zich wachten. In de zaal heerste een snijdende winterkou. Klaarblijkelijk had niemand de moeite genomen om even voor de Hollandse koning de haard aan te steken. Je voelde de woede bij de aanwezigen over zo’n onbehouwen ontvangst. Maar net op het moment, dat ze tot uitbarsting dreigde te komen, trad Albertus binnen, blootsvoets en gekleed in lichte zomerpij! Hij nodigde zijn gasten aan tafel buiten in de kloostertuin. Dat was het toppunt. Er waren er al in het koninklijk gezelschap die de koning toefluisterde te vertrekken. Maar eenmaal in de tuin, bleek het daar zo warm en behaaglijk, alsof het hartje zomer was. De bloemen bloeiden; de vogels kwinkeleerden en het fruit kon je zo van de bomen plukken. Als er al iets te klagen viel, dan was het over de hitte. De maaltijd was vorstelijk. Verbijsterd en voldaan keerde het gezelschap huiswaarts. De kroniekschrijver merkt op: ‘Je zou eerder kunnen zeggen dat een monnik te gast was geweest aan een koninklijke tafel, dan een koning in een klooster.’
In 1260 werd Albertus benoemd tot bisschop van Regensburg, maar dat werd geen succes. Hij mocht dan een uitstekend leraar, zijn bestuurskwaliteiten waren veel minder. Na twee jaar was hij alweer terug op zijn leerstoel in Keulen. Hij paste de filosofie van Aristoteles toe op de christelijke theologie. Van hem ook is de verrassend moderne uitspraak: “Het is natuurlijk interessant te zien hoe God door zijn wonderen steeds weer zijn natuurwetten doorbreekt, maar nog interessanter is het te onderzoeken, welke vaste patronen God in zijn natuur heeft neergelegd.” Hij heeft de moed niet voetstoots de bevindingen van de antieke wetenschap over te nemen, maar raadt aan ze te controleren met eigen waarnemingen. Daarmee is hij een van de grondleggers van de moderne wetenschap. Hij behoorde in zijn tijd tot de weinige denkers die ervan uitgingen dat de aarde rond was.
Sinds 1954 bevindt zijn sarcofaag zich in de crypte van de St-Andreaskerk te Keulen.

Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste geleerden van de middeleeuwen en droeg indertijd de eretitel ‘doctor universalis’. Hij schreef niet alleen over filosofische en theologische kwesties, maar ook over vraagstukken uit de natuurkunde, astronomie, scheikunde en aardrijkskunde. Zijn werk beslaat achtendertig delen (Parijse editie van Borgnet, 1890-1898).
Hij werd in 1931 door paus Pius XI heilig verklaard en tot kerkleraar uitgeroepen.
Hij wordt vereerd als patroon van natuurkundigen en van studenten in natuurwetenschappen en theologie.
Hij wordt afgebeeld in dominicaner habijt; als bisschop met mijter en staf; met pen of schrijfveer en boek in de hand (geleerde).

Bron: Heiligen.net

donderdag in week 32 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan Filémon 7-20

Paulus drukt zijn fijngevoelige liefde uit in zijn brief aan Filémon. De slaaf Onesimus was bij Filémon gevlucht. Paulus had hem opgenomen en bekeerd. Zoals gebruikelijk moest hij hem terugsturen. Hij voegt er het verzoek aan toe hem alles te vergeven en hem op te nemen als vriend.

Uw liefde heeft mij veel vreugde en troost gegeven, broeder, want u hebt de heiligen gesterkt. In mijn verbondenheid met Christus heb ik het volste recht u te zeggen wat u moet doen, maar vanwege uw liefde doe ik u liever een verzoek – ik, Paulus, een man van respectabele leeftijd, die gevangen zit omwille van Christus Jezus.
Ik zou u om een gunst willen vragen voor Onesimus, die tijdens mijn gevangenschap mijn kind is geworden. Hij was u destijds niet van nut; nu kan hij echter niet alleen mij, maar ook u goede diensten bewijzen. Ik stuur hem naar u terug, hoewel hij me na aan het hart ligt en ik hem graag bij me gehouden had. Dan had hij namens u voor mij kunnen zorgen nu ik omwille van het evangelie gevangen zit. Maar ik heb zonder uw medeweten niets willen ondernemen, want u moet mij niet een gunst verlenen omdat ik u onder druk zet, maar omdat u het zelf wilt. Misschien hebt u hem korte tijd moeten missen om hem voor altijd terug te krijgen, niet meer als een slaaf, maar als veel meer dan dat, als een geliefde broeder. Voor mij is hij dat al, hoeveel te meer moet hij het dus voor u zijn, zowel in het dagelijks leven als in het geloof in de Heer.
Dus, als u met mij verbonden bent, ontvang hem dan zoals u mij zou ontvangen. En mocht hij u hebben benadeeld of u iets schuldig zijn, breng het mij dan in rekening. Ik, Paulus, schrijf hier eigenhandig neer dat ik u zal betalen. Ik ga er dan maar aan voorbij dat u mij uw eigen leven schuldig bent.
Kom, broeder, bewijs mij deze dienst omwille van de Heer, stel mij omwille van Christus gerust.

 

Psalm 146, 7-10

Refr.: De Heer heb ik lief.

De Heer doet recht doet aan de verdrukten,
de Heer geeft brood aan de hongerigen.
De Heer bevrijdt de gevangenen.

De Heer opent de ogen van blinden,
de Heer richt de gebogenen op,
de Heer heeft de rechtvaardigen lief.

De Heer beschermt de vreemdelingen,
wezen en weduwen steunt Hij,
maar wie kwaad doen, richt Hij te gronde

De Heer is koning tot in eeuwigheid,
je God, Sion, van geslacht op geslacht.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 20-25

Vlak bij ons, in onze medemens, in onze taak, in zijn Woord, in zijn sacrament komt de Heer. Leven wij vanuit deze realiteit ?

Toen de Farizeeën Jezus vroegen wanneer het Koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun: ‘De komst van het Koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het Koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’
Tegen de leerlingen zei Hij: ‘Er komt een tijd dat jullie ernaar zullen verlangen een van de dagen van de Mensenzoon te zien, maar jullie zullen die dag niet meemaken. Dan zullen de mensen tegen jullie zeggen: “Kijk daar!” of: “Kijk hier!” Maar doe dat niet en schenk er geen aandacht aan. Want zoals de bliksem licht geeft wanneer hij van de ene naar de andere kant van de hemel flitst, zo zal de Mensenzoon verschijnen. Maar eerst moet Hij veel lijden en door deze generatie verworpen worden.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘De komst van het Koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het Koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’

Het huis waar we wonen, de plek waar we werken, de plaats waar we mensen ontmoeten, de gemeenschap waartoe we behoren, de school of univ waar we studeren, onze straat, dorp of stad,… allemaal plaatsen waar Jezus tot ons komt. In die zin is het Rijk Gods voortdurend midden onder ons. Daar is Hij, bemint Hij, roept Hij op.

Christus’ aanwezigheid is voor onze lichamelijke ogen niet altijd zo duidelijk. Maar wie kijkt met de ogen van het geloof, met de ogen van de Geest, zal de Heer aanwezig weten. Dit ‘aanwezig weten’ zal voor de gelovige meer en meer een vanzelfsprekendheid worden in de mate dat hij zich geeft aan die aanwezigheid. Het ‘gaan met de Heer’ zal een constante worden. Niet dat je dit gegeven altijd bewust verstandelijke zult beredeneren, maar het zal iets worden dat je hele zijn zal bepalen en richting zal geven.
Allemaal kennen we zo van die mensen die weinig over God praten maar doorheen hun doen en laten echte engelen zijn, alsof ze doordesemd zijn van Gods goedheid. Wel, zoiets bedoel ik dus.

In die zin is het Rijk Gods niet enkel onder ons, maar in zekere zin ook in ons. De buitenkant waarin we leven, en onze binnenkant, zullen voor de gelovige meer en meer tot eenheid komen. Alles zal van God spreken, en Hem zullen we liefhebben door de liefde alle eer te geven in al ons doen en laten, doorheen gebed voor de wereld, en daden van liefde in de wereld.

Heerlijk toch om christen te zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,
doe ons inzien dat Gij ten allen tijde onder ons en in ons zijt, als een levende oproep U te beminnen in elk gebeuren, in iedere mens. Kom heilige Geest, maak ons arm en leeg, maak ons vrij voor Jezus die zo graag door ons, met ons en in ons zijn genezend en bevrijdend werk
wil verder zetten.
Tot in lengte van dagen. Amen.