Lezingen van de dag – donderdag 2 mei 2019


Heilige (of feest) van de dag

Athanasius van Alexandrië († 373)

Athanasius van Alexandrië (ook de Grote), Egypte; bisschop & kerkleraar

Hij moet rond 296 in Alexandrië geboren zijn. Hij studeerde aan de beroemde school van zijn geboortestad. Reeds als diaken wist hij Aríus te ontmaskeren als dwaalleraar.

Als assistent van zijn bisschop Sint Alexander († 328; feest 26 resp. 27 februari) maakte hij het Concilie van Nicea mee. Enige tijd na terugkomst in Alexandrië werd hij in 328 benoemd tot diens opvolger als patriarch van die stad. Veertig jaar lang gaf hij leiding aan de hem toevertrouwde kudde. Vijf keer moest hij zijn onvermoeibare strijd voor de goddelijke natuur van Christus betalen met een verbanning: in 336 naar Trier; van 339 tot 346 naar Rome; van 356-362 in de woestijn; nog eens van 362 tot 363 en tenslotte van 365 tot 366. Intussen schreef hij heldere verhandelingen waarin hij de ware leer van de Kerk duidelijk uiteenzette. Als leerling van Antonius de Grote († 356; feest 17 januari), tekende hij enkele jaren na diens overlijden (” 360) zijn levensverhaal op in de vorm van een ooggetuigenverslag. Zijn herhaalde verbanningen hadden als onbedoeld neveneffect, dat zijn werken ook in het westen bekend raakten.

Sinds 1454 rusten zijn stoffelijke resten in de San-Zaccaria te Venetië. Met Basilius de Grote, Gregorius van Nazianze en Johannes Chrysostomus behoort hij tot de vier grote Griekse kerkvaders; soms wordt Cyrillus van Alexandrië er als vijfde aan toegevoegd. De oosterse kerk beschouwt hem als een van de drie heilige prelaten. In de loop der geschiedenis gaf men hem de titels ‘Vader van de Orthodoxie’, ‘Steunpilaar van de kerk’ en ‘voorvechter van Christus’ goddelijkheid’.

In 1568 werd hij in de westerse kerk uitgeroepen tot kerkleraar.

Ook in de Koptische kerk geniet hij verering.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn.

Bron: Heiligen.net

 

donderdag in de 2e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 5, 27-33

Petrus en de leerlingen verschijnen weer voor het Sanhedrin. Wij mogen getuigen zijn van hun geloofservaring en hun trouw. Wij vernemen de motivering van hun geloof, hun zekerheid dat Christus aanwezig is, hun oproep tot bekering. Dit alles heeft wezenlijk te maken met de Blijde Boodschap van Jezus’ verrijzenis.

In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber de apostelen mee en leidden hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon het verhoor met de vraag: ‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’
Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze voorouders heeft Jezus weer tot leven gewekt, nadat u Hem had vermoord door Hem aan een kruishout te hangen. God heeft Hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, Hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven. Daarvan getuigen wij, en daarvan getuigt ook de heilige Geest, die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.’
Toen de leden van het Sanhedrin dit hoorden, ontstaken ze in woede en wilden ze de apostelen ter dood brengen.

Psalm 34, 2 + 9 + 17 + 18 + 19 + 20

Refr.: De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.

Proef, en geniet de goedheid van de Heer,
gelukkig de mens die bij Hem schuilt.

Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit.

De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen,
Hij bevrijdt hen uit de nood.

Gebroken mensen is de Heer nabij,
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.

Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
de Heer zal hem steeds weer bevrijden.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 3, 31-36

Wie gelooft in Gods Zoon heeft het eeuwig leven. Wie niet echt gelooft, kan dat leven niet zien. We hebben misschien ooit gemeend dat het eeuwig leven iets is voor na de dood. Jezus’ woorden zijn klaar genoeg: het eeuwig leven begint hier reeds voor wie gelooft. Eeuwig leven is God. Geloven is God liefhebben. Christen-zijn is het eeuwig leven in zich dragen en het reeds nu beleven.

Jezus sprak tot Nikodemus:
‘Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is.
Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed.
De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen.
Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’

Van Woord naar leven

Wie leeft in ontmoeting met de Heer, zal de Heer en zijn liefde steeds meer leren verstaan. Niet zozeer vanuit een louter menselijk denken dat steeds om bewijzen en ervaring vraagt, maar vanuit de warmte van de heilige Geest die ons geschonken is.
Doorgaans hechten we aan dit laatste weinig belang en daardoor geven veel mensen het snel op, of geraken in een twijfel waar ze niet meer uit raken. Door het verlies van de Geest wordt het geloof abstract, misschien nog in stand gehouden door bepaalde rituelen of zelfs vormen van liefdadigheid, maar de levende overgave en de blijheid van een leven gestuwd door de Geest raakt zoek.

Het gebed van en met het hart is mijn inziens de sleutel om weer tot een levendig geloof te komen; een geloof bevrucht door Gods Geest, een geloof dat ons in de liefde van de Heer aanzet Gods liefde te belichamen.

Het gaat dan vooral over een stil verwijlen bij de Heer, je hart openend voor zijn Geest. Jij bent er, zij zijn daar, en dat volstaat. Dit in geloof ‘beleven’ doet een mens arm worden van geest, nederig van hart, beschikbaar voor dat diepe waaien van de Geest.

De Geest zal niet enkel steeds inniger aanwezig komen in je bidden, Hij zal er ook ten diepste de leiding van nemen, de warme begeleider wat betreft je innerlijke groei in de Heer, uw ja leggend in zijn grote ja tot de Vader.

Als we als Kerk getuigen willen zijn van de Heer, zullen we het gebed moeten ontdekken als het hart van ons leven waarvan God zelf de schepper en schenker is.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
beziel ieder van ons met uw heilige Geest opdat wij groeien in onze overgave aan uw Zoon, opdat we, opgenomen in Hem, deelgenoten worden van uw Liefde.
In Christus, amen.