Lezingen van de dag – donderdag 22 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Cecilia van Rome († 229)

Cecilia van Rome, Italië; maagd & martelares met Valerianus & Tiburtius

Cecilia was in de middeleeuwen zo populair dat er almaar meer verhalen om haar persoon geweven zijn. Met als gevolg dat het vandaag de dag eenvoudig niet meer mogelijk is in de verhalen waarheid en legende uit elkaar te houden.
Zij zou opgegroeid zijn in een christenfamilie. Zoals vaak in de begintijd van het christendom nam zij zich voor maagd te blijven; teken dat zij haar geloof temidden van de Romeinse cultuur in alle zuiverheid wilde bewaren; zo kon zij het beste getuigen van de alles omvattende liefde tot Christus. Ze had die belofte gedaan in de stilte van haar gebed.

Haar ouders waren er niet van op de hoogte en arrangeerden naar de gewoonte van die tijd een huwelijk voor haar met een aantrekkelijke partner. In dit geval ging het om een rijk man, Valerianus geheten († 229; feest 14 april). Ze besloot hem haar vrome voornemen kenbaar te maken. Op het moment dat de bruidsmuziek weerklonk, aldus de legende, fluisterde zij Valerianus in het oor dat zij had besloten maagd te blijven omwille van Christus. Door haar heilige ernst speelde zij het klaar hem te winnen voor haar ideaal. Hij maakte kennis met haar godsdienst en liet zich dopen. Ook zijn broer Tiburtius († 229; feest 14 april) wist zij over te halen omwille van Christus verder ongehuwd door het leven te gaan.
Niet lang daarna ondergingen beide broers de marteldood. Al de goederen die nu aan haar toevielen verdeelde zij onder de armen. De corrupte belastingdienst van die dagen had gehoopt er een voordelig slaatje uit te slaan, maar de ambtenaren visten achter het net. Uit teleurstelling lieten ze haar arresteren. Na veel geharrewar werd ze ter dood veroordeeld door de nekslag met de bijl.

Op de plaats in Rome waar zij de marteldood had ondergaan, vermoedelijk in de buurt van haar huis, verrees in de 5e eeuw een naar haar genoemde kerk, die in de 9e eeuw werd vernieuwd. In 1599 werden er in het kader van een restauratie opgravingen gedaan. Men vond het lijk van een jonge vrouw, nog volkomen intact, liggend op haar rechterzij, gehuld in een lang gewaad met goudbrokaat. De hals vertoonde een diepe wonde, de kleding bloedsporen. De beeldhouwer Maderno heeft haar precies zo in marmer uitgehouwen.
Beroemd is het verhaal over haar vingers. De ene hand laat drie, de andere één uitgestrekte vinger zien. Dat zou het symbool zijn voor haar geloof in de Drieëne God.

Zij is patrones van de (kerk)muziek, omdat zij – volgens de legende – juist toen op de ochtend van haar huwelijksdag de bruidsmuziek begon te spelen, haar bruidegom Valerianus in het oor fluisterde dat zij eigenlijk het liefste maagd wilde blijven omwille van Christus. Met een kleine wijziging is deze tekst opgenomen in Cecilia’s liturgie. De eerste antifoon van haar vespers zingt: “Cantantibus organis Caecilia virgo in corde suo soli Domino decantabat dicens: Fiat Domine, cor meum et corpus meum immaculatum, ut non confundar” (= “Terwijl orgeltonen klonken, zong Cecilia in haar hart voor de Heer alleen met de woorden: Mogen, Heer, mijn hart en mijn lichaam vlekkeloos blijven, opdat ik niet beschaamd zal worden”).
Ontelbaar zijn de koren, orkesten, blaaskapellen en muziekverenigingen die de naam van Sint-Cecilia dragen.

Bron: Heiligen.net

donderdag in week 33 door het jaar


Uit het boek Apocalyps 5, 1-10

Johannes toont ons een beeld van het toekomstig Rijk. In een hemels visioen ziet hij Christus als overwinnaar in de gestalte van een Lam dat met zijn bloed een koninkrijk van priesters heeft gevormd.

Ik, Johannes, zag dit: degene die op de troon zat had in zijn rechterhand een boekrol die aan beide kanten beschreven was en met zeven zegels was verzegeld. Ik zag een machtige engel die met luide stem uitriep: ‘Wie komt het toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’ Maar er was niemand in de hemel of op aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen en inzien.
Het deed me veel verdriet dat blijkbaar niemand het verdiende om de boekrol te openen en hem in te zien. Toen zei een van de oudsten tegen mij: ‘Wees niet verdrietig. Want de Leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft de overwinning behaald, en daarom mag Hij de boekrol met de zeven zegels openen.’ Midden voor de troon, tussen de vier wezens en de oudsten, zag ik een Lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en het had zeven horens en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God die over de hele wereld zijn uitgestuurd.
Het Lam ging naar degene die op de troon zat en ontving de boekrol uit zijn rechterhand. Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen. En ze zetten een nieuw lied in: ‘U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want U bent geslacht en met uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal. U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’

 

Psalm 149, 1-6a

Refr.: Roem de Heer te midden van zijn getrouwen.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
roem Hem te midden van zijn getrouwen.

Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige Maker,
het volk van Sion juichen om zijn koning.

Laten zij dansend zijn Naam loven,
bij lier en tamboerijn voor Hem zingen.

Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
Hij kroont de vernederden met de zege.

Laten zijn getrouwen juichen in triomf,
nog jubelen als zij te ruste gaan,
met lofzang voor God uit hun kelen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 19, 41-44

Ondanks alles wat God gedaan heeft voor zijn volk Israël zag het niet wat tot heil strekt.

Toen Jezus Jeruzalem voor zich zag liggen, begon Hij te huilen over het lot van de stad.
Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu. Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten. Ze zullen je met de grond gelijk maken en je kinderen verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods ontferming niet hebt herkend.’

Van Woord naar leven

Toen de Heer Jeruzalem naderde weende Hij over de stad. Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen…’

De betekenis van deze woorden is duidelijk; het had betrekking op Jeruzalem; het Romeinse leger had immers de stad bezet. Men was niet ontvankelijk voor Jezus’ boodschap.
En Hij weende… Jezus weende om haar verblinding.

Het Jeruzalem waarover Jezus weende, gaat echter ook ons ieder van ons.
Ons hart, en wij als gemeenschap, zijn het nieuwe Jeruzalem.
Jezus weent over hen die het weten, maar het niet doen, over hen die ‘het’ gehoord hebben, maar het niet volbrengen.
Ja, Hij weent over hen aan wie Hij zich heeft laten kennen, maar in de realiteit niet van Hem willen weten.
Hij weent over hen die dagelijks naar zijn Woord luisteren, maar het niet volbrengen.
Hij weent over hen die de eucharistie vieren en ontvangen, maar niet eucharistisch leven.
Hij weent over hen die gemeenschapsleven belangrijk vinden, maar toch hun eigen mensen kiezen.
Hij weent over hen die de mond vol hebben van liefhebben, maar in werkelijkheid hun eigen ego volgen.
Hij weent over hen die dagelijks voor Hem knielen in gebed, maar verder hun eigen leventje leiden los van Hem.
Hij weent over hen die spreken over de waarde van vergeving schenken, maar het niet doen.
Hij weent over hen die slaaf zijn van de letter van de Kerk, en daardoor de geest van deze letter totaal uit het oog verliezen.
Hij weent over hen die Hij begenadigd heeft met zichzelf bij het doopsel, maar die de bron van deze genade afsluiten.

Weent Jezus ook over u, over mij, over ons ?
Misschien.

Laten we deze vraag ernstig overwegen, haar neerleggen in stil gebed bij de Heer.
En laat ons dankbaar zijn om elk bewust-zijn dat de Heer ons schenkt wat betreft ons mogelijk nee-woord.
Gezond berouw is geen maaksel van de mens, het is puur genade, een springplank tot bekering, het begin van zich laten vinden door de Heer.

Dit berouw gaat misschien gepaard met tranen, innerlijke tranen of zelfs echte tranen. Misschien weent de Heer, in zekere zin, ook om onze nee-woorden.
Moge onze tranen, ons berouw, ons aanzetten tot een innige omhelzing met de Heer; met Hem die ons in z’n armen sluit, met Hem die ons in zich opneemt; Hij die het verloren schaap terug aan het vinden is, het schaap dat bereid was en is zich te laten vinden. Meer en meer zullen we binnen geleid worden in een innig feest in en met God, omdat we de weg en de deur hebben gevonden naar onze diepste thuis, ons leven ‘in God’.

We mogen en moeten ons doel voor ogen houden, maar de weg ernaar toe is reeds proeven, en zelfs deelnemen, aan het feest.

Kom, laten we ons keren naar God, en de weg van het feest bewandelen. In Christus.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
bij U knielen wij neer.
Laat ons weten waar we fout bezig zijn.
Schenk ons de genade van een eerlijk berouw.
Kom dan in ons Heer,
raak al onze nee-woorden aan,
en buig ze om naar uw ja-woord in ons.
Amen.