Lezingen van de dag – donderdag 24 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Franciscus van Sales (+ 1622)

Franciscus van Sales, Annecy, Frankrijk; bisschop, stichter & kerkleraar

Hij werd op 21 augustus 1567 geboren op slot Sales bij Thorens in de Zuid-Franse landstreek Savoye. Hij deed zijn studie theologie, eerst in Parijs, waar hij de grondlegster van de Karmelietessen in Frankrijk, Marie Acarie († 1618; feest 18 april) ontmoette; vervolgens aan de universiteit van Padua. Hij was een warm voorstander van de hervormingen die door het Concilie van Trente werden ingevoerd. Hij had een mild en bescheiden karakter. Sint Vincentius a Paolo († 1660; feest 27 september) schijnt eens gezegd te hebben: “God moet wel heel goed zijn, als je ziet hoe goed zijn dienaar Franciscus al is.” Daarnaast bezat Franciscus een grote eruditie. Dat maakte het hem mogelijk vele bekeringen te bewerkstelligen onder de Calvinisten van zijn geboortestreek Savoye.
In 1602 werd hij bisschop van het bij uitstek calvinistische Genève, maar omdat hij niet tot de stad werd toegelaten, resideerde hij in Annecy. Zijn zorg ging uit naar gebed en geestelijk leven en schreef er twee beroemde boeken over: ‘Inleiding tot een godvruchtig leven’ (Introduction à la Vie dévote) en ‘Verhandeling over de liefde van God’.
Tezamen met Sint Jeanne Françoise Frémiot de Chantal († 1641; feest 12 december) stichtte hij de Orde van de Zusters Visitandinnen.
Net als Jezus in het evangelie, keek hij met veel liefde om zich heen, en probeerde overal de diepere betekenis van te peilen. Zo schrijft hij in een brief uit 1615 aan zijn vriendin Jeanne de Chantal:

‘Het had flink gesneeuwd; op de binnenplaats lag een laag van wel een voet dik. Jean veegde het in het midden van de binnenplaats een beetje schoon en strooide wat graankorrels voor de duiven. Onmiddellijk kwamen ze naar hun eetgelegenheid en aten ervan met een vrede en eerbied die je versteld zou hebben doen staan. Ik bleef er met plezier naar kijken. Je zult niet geloven hoeveel devotie deze diertjes mij gaven, want ze zeiden geen woord, en degenen die klaar waren met eten vlogen een klein stukje verder om daar op de anderen te wachten. Toen ze zo de helft van de open plek hadden leeggegeten, kwam er een hele zwerm vogels bij, die tot dan toe alleen maar hadden zitten toekijken. De duiven die nog aan het eten waren, gingen opzij en gaven de veel kleinere nieuwkomers alle ruimte. Ze konden aanschuiven zonder dat de duiven hen ook maar één moment lastig vielen.
Ik was onder de indruk van hun liefde. Want de duiven waren zo bang hun kleinere collega’s af te schrikken dat ze zich met z’n allen een eindje verderop afzijdig hielden. Maar ook bewonderde ik de nieuwgekomen bedelaars, want ze waren pas op de aalmoes afgekomen, toen ze zagen dat de duiven praktisch klaar waren met eten en nog meer dan genoeg hadden overgelaten. Tot slot krijg ik tranen in de ogen bij de gedachte aan de vriendelijke eenvoud van die duiven en aan het liefdevolle vertrouwen van de kleinere vogeltjes. Ik geloof niet dat een gewone preek mij ooit zó getroffen zou hebben. Dat beeld heeft mij de hele dag een goed gevoel gegeven.’

Een ooggetuige vertelt een soortgelijk verhaal:

‘Toen de heilige man eens bij mij logeerde, graasde er bij mij een reebok in mijn boomgaard. Een heer van stand die niet ver bij mij vandaan woonde, was gekomen met in zijn gevolg een heel jachtgezelschap; hij wilde niets liever dan dat zijn honden het dier op zouden jagen. Er kwam heel wat volk op af om naar het schouwspel te kijken. Eerst probeerde de man Gods de hele onderneming te verhinderen. Dat lukte niet. Maar hij weigerde te komen kijken. Bij de eerste klaroenstoot zetten de honden onder luid geblaf de achtervolging in.
Het leek wel of het arme beest voelde waar hij bescherming kon halen, want het vluchtte onmiddellijk naar het venster van de kamer waar de heilige bisschop zich had teruggetrokken. Intussen stootte het angstkreten uit en trapte het met zijn hoeven tegen de muur, alsof het daar zijn veiligheid zocht. Franciscus was tot tranen toe geroerd; hij smeekte om genade, maar het mocht niet baten. Het arme dier lag spoedig daarna op de slachtbank. Toen men het bij hem bracht, wendde hij de blik af en toen het ’s avonds aan tafel werd opgediend, wou hij er niet van eten: “Bah”, sprak hij “het plezier dat u hebt bij de achtervolging van zo’n arm dier doet mij denken aan het plezier dat de duivels hebben, wanneer ze zielen opjagen om ze tot zonde te brengen en in het verderf te storten.’
Eens hadden de kanunniken van zijn kerk met Pinksteren een installatie gebouwd, waarmee ze het pinkstergebeuren wilden nabootsen. Een wolk zou vanuit de nok van de kerk neerdalen, daaruit zou dan na de consecratie een duif tevoorschijn moeten komen compleet met vurige tongen om de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen na te bootsen. Het apparaat werkte niet helemaal zoals de bedoeling was. Er kwam geen wolk naar beneden en het vuur werkte ook niet. Maar de duif kwam wel tevoorschijn. Verschrikt door de muziek die opklonk en de hoeveelheid mensen die de kerk bevolkten, bleef het dier rondfladderen zonder ergens toevlucht te vinden. Uiteindelijk kon het niet meer van vermoeidheid en streek het neer op het hoofd van de heilige bisschop die aan het altaar stond. De aanwezigen waren diep onder de indruk, temeer, omdat deze duif precies deed wat het moest uitbeelden: het streek neer op degene onder hen die zo vol was van Gods Heilige Geest. Franciscus liet het dier rustig zitten zolang als het wilde: hij schrikte het niet op en bewoog zich verder niet.

Van Franciscus wordt nog vermeld dat hij als bisschop van Genève rust en orde bracht in zijn bisdom. Hij stierf op 28 december 1622 tijdens een vredesmissie aan het hof van koning Lodewijk XIII († 1643) te Parijs.

Zijn graf in Annecy werd al snel een bedevaartsoord. Hij werd heilig verklaard in 1665; paus Pius IX (1878) riep hem in 1877 uit tot kerkleraar.
Toen de heilige Johannes ‘Don’ Bosco († 1888; feest 31 januari) in 1859 zijn religieuze congregatie stichtte die vooral ten doel had kansarme kinderen op te voeden en een ideaal te geven, noemde hij zijn stichting ‘Salesianen’, naar Franciscus.

Hij is patroon van kanton, stad en bisdom Genève, van Annecy en Chambéry; daarnaast van de Salesianen; van journalisten, schrijvers, uitgevers en sinds 1923 van de katholieke pers.

Bron: Heiligen.net

 

donderdag in week 2 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 7, 25 – 8,6

God had een eeuwig priesterschap beloofd door zijn profeten. Christus was trouw ten einde toe, en daarom heeft de Vader Hem doen verrijzen en Hem aangesteld tot Messias en priester in eeuwigheid. Nu blijft Hij als zodanig voor ons ten beste spreken. Hij blijft ons volgen en aanzetten om ook te leven zoals Hij: zich helemaal geven aan de anderen.

Broeders en zusters,
Christus kan ieder die door Hem tot God komt volkomen redden, omdat Hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.
Een hogepriester als Hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven. Hij hoeft niet, zoals de andere hogepriesters, elke dag eerst offers op te dragen voor zijn eigen zonden en dan voor die van het volk; dat heeft Hij immers voor eens en altijd gedaan toen Hij het offer van zijn leven bracht.
De wet stelt mensen aan als hogepriester, en mensen zijn behept met zwakheid, maar met de bekrachtiging onder ede die later werd uitgesproken dan de wet, is de Zoon aangesteld, die voor altijd de volmaaktheid heeft bereikt.
De kern van mijn betoog is dat wij een hogepriester hebben die in de hemel plaatsgenomen heeft aan de rechterzijde van de troon van Gods majesteit en die de dienst vervult in het ware heiligdom, de tent die door de Heer en niet door mensenhanden is opgericht.
Iedere hogepriester wordt aangesteld om gaven en offers op te dragen, en dus heeft ook hij iets nodig dat hij kan opdragen.
Op aarde zou Jezus geen priester zijn, want daar zijn al priesters die offergaven opdragen zoals de wet dat voorschrijft. Zij verrichten hun dienst in wat de afspiegeling en de voorafschaduwing is van het hemelse heiligdom, zoals dat aan Mozes geopenbaard werd toen hij begon met het oprichten van de tabernakel: ‘Let erop’, staat er immers, ‘dat je alles vervaardigt volgens het ontwerp dat je op de berg getoond is.’
Maar Jezus is dus aangesteld voor een eerbiedwaardiger dienst, in die zin dat Hij bemiddelaar is van een beter verbond, dat zijn wettelijke grondslag heeft gekregen in betere beloften.

 

Psalm 40, 7 + 8 + 9 + 10 + 17

Refr.: Ik kom Heer, om uw wil te doen.

Offers en gaven verlangt U niet,
brand– en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor U geopend.

Nu kan ik zeggen: Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.
Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,
diep in mij koester ik uw wet.

Wanneer het volk bijeen is,
spreek ik over uw rechtvaardigheid,
ik houd mijn lippen niet gesloten,
U weet het, Heer.

Ik ben arm en zwak,
Heer, denk aan mij.
U bent mijn helper, mijn bevrijder,
mijn God, wacht niet langer.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 3, 7-12

Deze lezing is een zogenaamd verzamelbericht: een algemene schildering van de uitwerking die Jezus’ wonderen bij het volk hadden. Zijn optreden wekt een menigte enthousiaste mensen. Dit enthousiasme van het volk, zowel als de openlijke vijandschap van de leiders van het volk, zijn geen van beide echt geloof. Daarom onttrekt Hij zich ook aan het volk.

Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde Hem. Ook uit Judea en Jeruzalem, uit Idumea en het gebied aan de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon kwamen veel mensen naar Hem toe, omdat ze hadden gehoord wat Hij allemaal deed.
Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor Hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat Hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen.
Allerlei zieken verdrongen zich om Hem aan te raken, want Hij had al veel mensen genezen. Telkens als de onreine geesten Hem zagen, vielen ze voor Hem neer en schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’. Hij sprak hen bestraffend toe, en verbood hun bekend te maken wie Hij was.

Van Woord naar leven

Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde Hem.

Het moet een mooi zicht geweest zijn: Jezus die met zijn leerlingen richting meer trok en die grote menigte die Hem volgde. Wat een dorst moet er geleefd hebben onder de mensen om Hem te willen ontmoeten, om Hem te willen aanhoren.

Ik denk dat het vandaag niet anders zou zijn. Neem dat Jezus plots hier zou staan, in lichamelijke gestalte: woorden sprekend, zieken genezend. Velen zouden Hem willen zien, zijn woorden willen horen. Velen zouden Hem willen aanraken, of door Hem aangeraakt willen worden.

Maar God heeft gewild dat Jezus niet onder die gedaante bij ons is. Zelfs na de weg die Hij moest gaan is Hij als Verrezene maar korte tijd onder de mensen geweest. Na z’n hemelvaart was het gedaan met de zichtbare Jezus.
Hij mocht dan wel de eucharistie hebben nagelaten waarin wij Hem ‘zichtbaar’ mogen aanschouwen… feit is dat Hij niet meer onder ons rondloopt.

God heeft gewild dat we de weg van het geloof bewandelen, de weg van de overgave aan zijn Zoon in de liefde van zijn Geest. Het is misschien niet de gemakkelijkste weg, maar het is heel zeker wel de beste weg, al was het maar omdat God voor deze weg kiest. En God weet wat voor ons het meest heilzaam is.

Geloof reikt veel verder dan een zien met de ogen, dan een voelen met het lichaam.
Geloof vraagt een innerlijke act van de mens. Het is een samensmelting van persoonlijke keuze voor de Heer, én een zich overgeven aan de liefde die God in zijn Geest schenkt; een huwelijk zeg maar tussen de mens die zich aan God geeft en God die zich geeft aan de mens.

Geloof is dus act van de mens, én geschenk van God.
Zonder de act van de mens zal het geschenk van God weinig kunnen, in de zin dat het geschenk om antwoord vraagt.
En zonder het geschenk van God zal de act weinig kunnen, omdat de act van de mens op zich niet in staat is zich te geven aan God.
In die zin is en blijft geloven een gave Gods.

Laten we kiezen voor God, zoals Hij kiest voor ons.
Moge dit huwelijk een feest worden zonder einde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
kom met uw Geest over ieder van ons
en schenk ons de genade
van een gezond en sterk geloof,
dat ons aan U doet schenken
en mét U op weg doet gaan;
uw liefde gevend
aan allen die God ons geeft in U.
Amen.