Lezingen van de dag – donderdag 28 febr 2019


Heilige (of feest) van de dag

Daniël Brottier (+ 1936)

Daniel Alex Brottier, Parijs, Frankrijk; missionaris & stichter

Hij werd geboren op 7 september 1876 in het plaatsje La-Ferté-St.-Cyr, behorend tot het bisdom Blois. In 1897 werd hij priester gewijd. Na een paar jaar als professor te hebben lesgegeven te Ponlevoy trad hij in bij de Paters van de Heilige Geest, een missiecongregatie. Hij was bestemd voor de missie in het Afrikaanse land Senegal, maar om gezondheidsredenen keerde hij al gauw terug, 1911. Terug in eigen land richtte hij het fonds ‘Souvenir Africain’ (‘Herinnering aan Afrika’) op om de bouw van de kathedraal te Dakar bekostigen.

Na het uitbreken van Wereldoorlog I werd hij legeraalmoezenier. Vier lang was hij onder de meest barre omstandigheden op de slagvelden te vinden van Lotharingen, aan de Somme, bij Verdun en in Vlaanderen.
Na de oorlog stichtte hij de ‘Union Nationale des Combattants’, een vereniging voor oud-strijders. In 1923 werd hij door de aartsbisschop van Parijs, kardinaal Dubois, gevraagd om het zieltogende wezenwerk te Auteuil weer op poten te zetten. Pater Brottier heeft daar dertig jaar lang met hart en ziel aan gewerkt.
Een van zijn liefhebberijen was wielrennen.

Op grond van zijn liefhebberij zou men hem kunnen vereren als patroon van het wielrennen.
Hij werd zalig verklaard in 1984; daarbij werd hem de eretitel ‘vader van de wezen’ toegekend.

Bron: Heiligen.net

 

donderdag in week 7 door het jaar


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 5, 1-8

Iedereen moet leren aanaarden dat hij zwak kan zijn en dat hij telkens opnieuw moet beginnen. Het is zeer verleidelijk onder tal van voorwendsels deze zwakheid te dulden. Eén van de voorwendsels waartegen deze lezing waarschuwt is Gods barmhartigheid. God is barmhartig, maar niet ten koste van onze luiheid.

Verlaat je niet op je bezit, zeg niet: ‘Ik ben van niemand afhankelijk.’
Volg niet de weg van je eigen begeerte, geef niet toe aan je eigen verlangens.
Zeg niet: ‘Wie kan mij bevelen?’ want de Heer straft je zeker.
Zeg niet: ‘Ik heb gezondigd, maar is mij iets overkomen?’ De Heer neemt alle tijd.
Denk niet dat je toch wel vergeven wordt, wees niet zo zorgeloos dat je zonde op zonde stapelt.
Zeg niet: ‘Zijn erbarmen is groot, Hij zal mij al mijn zonden vergeven.’
Weet goed: Hij kent zowel ontferming als woede, en zondaars treft Hij met zijn toorn.
Wacht er niet mee terug te keren naar de Heer, stel het niet dag na dag uit.
De toorn van de Heer barst plotseling los, als Hij je straft word je volledig te gronde gericht.
Verlaat je niet op onrechtmatig verkregen bezit, het helpt je niets in tijden van tegenspoed.

 

Psalm 1, 1-6

Refr.: Gelukkig de mens die vreugde vindt in de wet van de Heer.

Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de Heer
en zich verdiept in zijn wet,
dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Zo niet de wettelozen !
Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
Wettelozen houden niet stand waar recht heerst,
zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.
De Heer beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 41-50

Wie uit liefde zijn medemensen benadert, benadert Christus zelf. Wie hen kwaad berokkent, benadeelt Christus zelf. Wie hen ergert en hen tot zonde brengt, moet de oorzaak van de ergernis wegnemen uit zijn leven, zelfs als kost het hem een oog of een hand.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden.
Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd.
Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur.
Als je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden.
En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.
Iedereen moet met vuur gezouten worden. Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen wij in de eerste lezing:
Zeg niet: ‘Ik heb gezondigd, maar is mij iets overkomen?’ De Heer neemt alle tijd.
Denk niet dat je toch wel vergeven wordt, wees niet zo zorgeloos dat je zonde op zonde stapelt.
Zeg niet: ‘Zijn erbarmen is groot, Hij zal mij al mijn zonden vergeven.’ 

Het is en blijft waar: God is barmhartig. Het hoort tot het hart van de Bijbel, we lezen het zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Ook binnen het Jodendom en de Islam wordt deze waarheid hoog in het vaandel gedragen: God is een barmhartige God.
Ten allen tijde is Hij bereid de van Hem vervreemde mens weer in zich op te nemen. Dat is liefde. Dat is God.
Wat zouden we zijn zonder Hem…

Maar, en daar gaan die enkele zinnen over hierboven aangehaald, het feit dat God barmhartig is, mag voor ons geen voorwendsel zijn om een loopje te nemen met het kwaad. Want God vergeeft toch… zou je kunnen zeggen… Inderdaad, Hij vergeeft, maar…

God raakt ook aan. En soms (meer dan we vermoeden) geeft God zich te kennen aan de mens. Hij toont wie Hij is, waar Hij voor staat, waartoe Hij de mens uitnodigt. En van zodra de mens dit ‘gelovig weet’, draagt die mens een immense verantwoordelijkheid. Van zodra hij het ‘weet’, kan hij namelijk niet meer zeggen dat hij van niets wist, want hij weet het namelijk.
En van zodra je het weet, kan je niet zomaar doen wat je wilt. Want dat is nu juist zonde. Weten hoe of dat het moet, en het toch bewust niet doen.
Lauw zijn is nog iets anders, maar daar gaat het nu niet over. Het gaat over bewust ‘nee’ zeggen terwijl je weet dat je ‘ja’ moet zeggen en je ook in die mogelijkheid bent dit te doen.

Een merkwaardig feit is dat we allemaal vechten met het gegeven dat we soms ‘nee’ zeggen terwijl we op die moment goed weten dat we het anders moeten aanpakken. We vechten er allemaal mee. Zelfs de grote Paulus voerde dit gevecht, zo lezen we in het Bijbelcitaat van vandaag. Het is des mensen. De mens is iets eigenaardigs wat dat betreft.

Laten we alert zijn voor het duiveltje dat in het oor van onze ziel komt fluisteren dat toegeven aan het kwaad niet zo heel erg is. Datzelfde duiveltje wil ons maar al te graag doen geloven dat God zo groot is dat Hij ons elke keer wel opnieuw zal vergeven. Dus doe maar…
Dat God steeds bereid is te vergeven… dat is waar. Maar het mag geen voorwendsel zijn onze nee-woorden, of onze neigingen daartoe, vrij spel te geven.

Laten we gaan voor het volle ‘ja’, gelovig wetend dat dit de weg is die God met ons wil gaan. Jezus, die dat volle ‘ja’ belichaamt, wil deze weg met ons gaan. Laten we ons geven aan Hem, opdat Hij met ons, in ons en door ons, steeds opnieuw zijn ‘ja’ kan uitzingen.

Ja, laat ons ‘ja’ zeggen, in de Heer, vanuit zijn genade.
Laat ons de Liefde vieren !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede Vader,
Gij die U te kennen geeft aan ieder van ons,
help ons dit kennen serieus te nemen.
Schenk ons dat inwendig Vuur,
dat ons in staat stelt er voor U te zijn,
zoals Gij er voor ons zijt.
Dat we ‘ja’ mogen zeggen tot uw uitnodiging;
niet lauw, niet half, maar geheel en al,
omwille van de Liefde.
Om deze genade bidden wij U,
in Christus, onze Broer en Heer.
Amen.