Lezingen van de dag – donderdag 31 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Johannes (Don) Bosco († 1888)

Johannes (ook Don) Bosco, Turijn, Italië; stichter

Hij werd op 16 augustus 1815 vlakbij Turijn geboren in het Noord-Italiaanse stadje Castelnuovo d’Asti (nu: Castelnuovo Don Bosco). Voor zijn tijd had hij bijzondere opvattingen over zending en apostolaat. Hij maakte gebruik van alle menselijke middelen om het hart van anderen open te maken voor het evangelie. Hij kon goochelen, was acrobaat en atleet: voor een priester destijds bepaald ongewone eigenschappen. Maar hij was ervan overtuigd, dat de kerk van zijn dagen zich teveel richtte tot het verstand van de mensen en te weinig tot het hart.

Vanaf zijn priesterwijding in 1841 werkte hij in de achterbuurten van Turijn. Hij ontpopte zich als een geniaal pedagoog, wist door zijn onvermoeibare hartelijkheid en optimisme jongens aan zich te binden, maakte ze vertrouwd met de waarde van het evangelie en stichtte een plaatselijk bibliotheek, die uit zou groeien tot de Italiaanse jeugdbibliotheek. Hij schreef in die tijd een boek, getiteld ‘De verstandige jongen’. Het haalde tijdens zijn leven alleen al in Italië een oplage van ruim zes miljoen exemplaren. Hij zet daarin o.a. uiteen dat het in de opvoeding beter is fouten te voorkomen en het goede opvallend te belonen dan te straffen. Het maakte hem tot een van de belangrijkste katholieke pedagogen uit de 19de eeuw. In zijn gebed liet hij zich vooral inspireren door Sint Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari).

Om nog meer tot uitdrukking te brengen dat de zorg voor de jeugd een uitdrukking was van Gods zorg voor de mensen, stichtte hij voor mannen de Congregatie der Salesianen (1859) en voor vrouwen de Dochters van Maria (1872). Na een liefdevol leven vol inspanning, waarbij hij veel tegenwerking had moeten overwinnen en had moeten oproeien tegen allerhande vormen van onbegrip in de eigen kerk, stierf hij op 72-jarige leeftijd. Hij kreeg de eretitel mee van ‘koning van de straatjongens en apostel van de verwaarloosde jeugd’. Naar hem zijn de Don-Boscohuizen voor jongeren genoemd.

Met Sint Jozef-Benedictus Cottolengo († 1842; feest 30 april), zijn biechtvader Sint Jozef Cafasso († 1860; feest 23 juni) en Sint Leonardus Murialdo († 1900; feest 30 mei) vormt hij de zogeheten ‘Turijnse vier-ster’. Hij rust in de kerk van de salesianen in Turijn.

In 1934 werd hij heilig verklaard.

Hij is patroon van Castelnuovo Don Bosco; daarnaast van circusartiesten, dansers, leerjongens, schooljongens, jeugd en jongeren in het algemeen, van jeugdzielzorgers en jongerenpastores en (katholieke) uitgevers.

Omdat in zijn tijd de fotografie al was uitgevonden zijn er authentieke portretten en opnamen van hem bewaard gebleven. Vaak wordt hij afgebeeld omringd door kinderen.

Bron: Heiligen.net

 

donderdag in week 2 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 10, 19-25

Wanneer alles niet verloopt volgens hun verwachtingen zijn sommigen geneigd weg te blijven van gebedsbijeenkomsten. Het haalt toch niets uit. Wanneer wij zo handelen gaat het morgen zeker niet beter. Wij moeten integendeel elkaar moed inspreken om vol te houden en met elkaar wedijveren in liefde. Want Christus, niet wij, heeft ons door zijn bloed vrije toegang verleend voor deze bijeenkomsten.

Broeders en zusters,
dankzij het bloed van Jezus kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom, omdat Hij voor ons met zijn lichaam een weg naar een nieuw leven gebaand heeft, door het voorhangsel heen. We hebben nu een hogepriester die dienst doet in het huis van God; laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water is gewassen.
Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want Hij die de belofte heeft gedaan is trouw.
Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.

 

Psalm 24, 1-6

Refr.: Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft.

Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen.

Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest,
op de stromen heeft Hij haar verankerd.

Wie mag de berg van de Heer bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats?

Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens en niet bedrieglijk zweert.

Zegen zal hij ontvangen van de Heer,
en recht verkrijgen van God, zijn redder.

Dat valt hun ten deel die U zoeken,
die zich tot U wenden – het volk van Jakob.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 4, 21-25

Eén van de schijnbare tegenspraken van het christendom vinden wij in dit evangelie. De maat waarmee wij geven is ook de maat waarmee wij zullen ontvangen. Wie leeft naar het model van Christus, – zonder maat zichzelf geven voor de anderen -, die wordt ook niet vergeten. Wie andere maten hanteert en zijn geven beperkt, krijgt ook een gelijksoortig antwoord.

Jezus sprak tot de menigte:
‘Je steekt toch geen lamp aan om hem onder de korenmaat te laten uitdoven of onder een bed weg te bergen? Nee, je zet hem op een standaard.
Alles wat verborgen is, moet openbaar worden gemaakt, en alles wat in het geheim is ontstaan, moet aan het licht komen.
Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’
Hij zei ook tegen hen: ‘Let goed op wat je hoort: met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden, en er zal je zelfs meer worden toebedeeld.
Want wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen.’

Van Woord naar leven

‘Je steekt toch geen lamp aan om hem onder de korenmaat te laten uitdoven of onder een bed weg te bergen? Nee, je zet hem op een standaard.’

Ook al heeft ieder huisje zijn kruisje, en dragen wij allemaal ons eigen leed, in wezen is het leven wonder-schoon.
En als onze samenleving de dag van vandaag naar iets dorst heeft, dan is het naar dat ‘zien’ van dat wonder-schone.

Wij als christenen kunnen hierbij een belangrijke bijdrage in leveren. Het evangelie is immers een ‘blijde’ boodschap, wat wil zeggen dat zij niet enkel in blijheid kan beleefd worden, maar ook hen blij kan maken die de vruchten plukken van hen die leven naar het evangelie.

Zien de mensen aan ons dat God ons bevrijd heeft in Christus?
Zien ze in onze daden, in de keuzes die we maken, in de manier waarop wij mensen ontmoeten, dat het christendom in wezen een bevrijdend gebeuren is?
Ziet de wereld aan onze wijze van leven dat de Kerk een vreugdevolle boodschap in zich draagt?

Niet dat we heel de dag door met een soort opgeklopte zoete glimlach moeten rondlopen. Maar men mag wel aan ons zien dat we leven vanuit een werkelijkheid die ons in de diepte ‘blij’ maakt; een werkelijkheid die ons van binnenuit stuwt, die ons doet liefhebben in naam van.

Wij mogen delen in de verrijzenisvrede van Christus. Niet enkel door dit gebeuren in gedachten te dragen, maar wel degelijk door te leven in de genade die Pasen in ons hart heeft gelegd. Wie leeft in deze genade zal een vrede-vol mens zijn. Hij zal deze vrede dragen, én uitdragen.
En dat mag gezien worden. Dat heeft niets met hoogmoed te maken, maar integendeel: met echtheid, liefde en nederigheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
uw aanwezigheid is als een licht in ons leven.
Gij vraagt dat wij uw licht zijn voor de wereld.
Neem alle duisternis weg uit ons hart,
buig alle donkerte om naar uw licht
opdat wij, in alle nederigheid,
warmte en licht mogen zijn
voor de samenleving.
In Jezus naam.
Amen.