Lezingen van de dag – donderdag 6 dec 2018


Heilige (of feest) van de dag

Nicolaas van Myra († ca 350)

Nicolaas (ook Nikolaj, Nikolaus) van Myra (ook van Bari, Lipnenskij, van Lipno, Sarajskij of De Wonderdoener), Klein-Azië / Bari, Italië; bisschop

Nicolaas moet geboren zijn rond 280 in de Griekse stad Patras. Volgens de overlevering was hij bisschop van Myra in de eerste helft van de 4e eeuw.

Historisch gesproken is er over hem nagenoeg niets bekend. Des te meer weten de legendes over hem te vertellen.

Nicolaas-Legende: Drie Meisjes
Nicolaas was afkomstig uit de stad Patara in Lycië (Klein-Azië). Zijn ouders waren rijk en vroom. Ze hebben hun kind dan ook met gebeden van God afgesmeekt. Zijn vader heette Epiphanes, zijn moeder Johanna. Toen zijn ouders hem kregen, waren ze in de bloei van hun leven. Maar vanaf dat moment zagen zij verder af van elk lichamelijk contact. Reeds op de dag van zijn geboorte ging de kleine Nicolaas – toen hij in bad werd gedaan – uit eigen beweging rechtop in het badje staan. Als baby dronk hij elke dag op de vaste tijden de moedermelk. Maar niet op woensdag en vrijdag. Dan dronk hij alleen ’s avonds. Deze gewoonte om te vasten heeft hij zijn hele verdere leven volgehouden.

In zijn jeugd deed hij niet mee aan de nutteloze spelletjes van zijn vriendjes. In plaats daarvan ging hij vaak naar de kerk. Hij probeerde alle stukken uit de Heilige Schrift die hij er hoorde, te onthouden.

Bij de dood van zijn ouders werd hij schatrijk. Nu zocht hij een manier om zijn rijkdommen goed te besteden. Niet om bij de mensen gezien te worden, maar om God te eren. Eén van zijn buren, die van goede huize kwam, was straatarm geworden. Hij zag nog maar één mogelijkheid om zichzelf en zijn drie dochters in leven te houden: namelijk zijn dochters als prostitué te laten werken. Toen Nicolaas dat vernam, was hij vol afschuw over zo’n wandaad. Hij wikkelde een klomp goud in een doek en gooide die ’s nachts door het raam bij die buurman naar binnen.

Vervolgens nam hij ijlings de benen. Niemand had hem gezien. Toen de man de volgende morgen opstond, vond hij de klomp goud. Hij dankte God en begin onmiddellijk alles in orde te maken voor het huwelijk van zijn oudste dochter.

Enige tijd later schonk onze dienaar Gods op diezelfde manier weer een klomp goud. Toen de buurman die vond, jubelde hij het uit. Nu nam hij zich voor verder wakker te blijven. Zo wilde hij erachter komen wie hem op deze manier uit de armoede hielp. Welnu, een paar dagen later zeilde er weer een klomp naar binnen. Deze was wel twee keer zo groot als de vorige en maakte dus nog al wat leven, toen hij op de grond terecht kwam. Dat hoorde die buurman. Hij zette prompt de achtervolging in. Maar Nicolaas was er vliegensvlug vandoor gegaan. De buurman smeekte de wegrennende gestalte vóór hem te blijven staan. Hij wou zo graag zijn gezicht even zien. Hij liep zo hard dat hij uiteindelijk de jongeman toch inhaalde… en herkende. Hij wierp zich voor hem neer en maakte zelfs aanstalten om zijn voeten te gaan kussen. Maar Nicolaas weerde zijn dankbetuigingen af. Hij eiste alleen maar dat hij tot aan zijn dood het geheim zou bewaren van de vriendendienst die hij hem bewezen had.
[183; Romeins Brevier]

Nicolaas stilt storm
Hij heeft zich later geheel aan God gegeven. Zo reisde hij naar Palestina om de heilige plaatsen te bezoeken. En vereerde ze. Tijdens die bedevaartstocht vertrok hij per schip bij heldere hemel en kalme zee. Maar hij voorspelde de zeelui, dat er noodweer zou komen. En het kwam. Al heel gauw. Allen zagen zich plotseling in levensgevaar. Maar hij begon te bidden. En het hield wonderwel op.
[183]

Nicolaas wordt bisschop
Op de terugweg naar huis werden deze bewijzen van zijn bijzondere heiligheid overal bekend. Hij kwam nu – en dat was een ingeving van God – in Myra aan, de hoofdstad van Lycië (in het zuidwesten van het huidige Turkije): juist in de tijd, dat de bisschop van die stad gestorven was, en de bisschoppen uit de omgeving bijeen waren om te overleggen, wie hier opvolger moest worden. Er zat een bisschop tussen die veel gezag had. Als die iets van mening was, meenden zijn collega’s dat ook. Deze bisschop had alle anderen opgedragen om te vasten en te bidden. ’s Nachts echter hoorde hij een stem, die hem zei, dat hij de volgende ochtend bij de kerk moest gaan staan, en de eerste de beste tot bisschop moest wijden, die Nicolaas bleek te heten. Meteen bracht hij deze opdracht aan de andere bisschoppen over. Zo begaf hij zich naar de kerk en vatten er post bij de deur.

Het wonder wilde, dat Nicolaas – door God gezonden – al voor dag en dauw naar de kerk ging. Toen hij naar binnen stapte, kwam de bisschop op hem af, want die dacht: “Ik zal eens even vragen naar zijn naam.” Argeloos als een duif boog hij het hoofd en zei: “Nicolaas, dienaar van Uwe heiligheid.” Toen hebben ze hem daar bij de deur vastgegrepen en met algemene stemmen meteen maar als bisschop geïnstalleerd. Ze bekleedden hem met schitterende sieraden en troonden hem op de bisschopszetel.

Ondanks alle eerbetuigingen bewaarde hij altijd zijn oude nederigheid en zijn serieuze levenswandel. Hij bracht de nacht steeds in gebed door. Hij geselde zijn lichaam en je zag hem nooit in gezelschap van vrouwen. Hij ontving je eenvoudig, stond je doeltreffend te woord, gaf je ijverige goede raad en strenge berispingen.
Er is een kroniek die zegt, dat Sint Nicolaas ook deelnam aan het beroemde Concilie van Nicea, in 325.
[183]

Nicolaas-legende: Koren
Eens werd de hele provincie waar het bisdom van Sint Nicolaas onder hoorde, door een geweldige hongersnood geteisterd. Niemand had ook nog maar iets te eten.
Nu verneemt onze man Gods dat er schepen in de haven liggen, boordevol graan. Hij gaat er meteen heen en vraagt de sjouwersknechten de uitgehongerde bevolking te hulp te komen. Al lieten ze maar per schip zo’n honderd baal graan op de kade staan.
Maar zij zeiden: “Vader, dat durven we niet. Want toen we uitvoeren uit Alexandrië, is onze lading precies afgewogen en die moeten we in dezelfde hoeveelheid afleveren bij de graanschuren van de staat.”
De heilige man antwoordde hun: “Doe toch maar wat ik je zeg. En ik beloof je in naam van God zelf dat de douanebeambten van de staat geen greintje minder zullen aantreffen in de lading.” Toen deden die mannen het dus maar.
Op de plaats van bestemming aangekomen, leverden zij alle graan af in de graanschuren en het was inderdaad precies de hoeveelheid die in Alexandrië was afgewogen. Ze realiseerden zich dat dit een wonder was, begonnen het overal rond te bazuinen en verheerlijkten God in de persoon van zijn dienaar.
Het graan dat ze bij hem hadden achtergelaten, was intussen door Nicolaas uitgedeeld. Ieder kreeg naar behoefte; het wonder was van dien aard dat de hoeveelheid voldoende was om de hele landstreek voor twee jaar te voeden. En dat niet alleen. Het leverde zelf ook weer rijke oogsten op.
[183]

Nicolaas redt zeelui
Op een dag bevonden zich zeelui op zee in groot gevaar. Onder tranen baden ze zo: “Nicolaas, dienaar van God, als het waar is wat ze van u zeggen, laat ons daar dan nu eens iets van zien.”
Onmiddellijk verscheen hun iemand die eruit zag als een heilige. Die zei tot hen: “Jullie hebben me geroepen. Nou, hier ben ik.”
Hij ging meteen aan de slag en hielp met de zeilen, de tuigage en met alles wat er op zo’n schip komt kijken. Op slag was het noodweer voorbij.
Aldus gered begaven die zeelui zich naar de kerk, waar Nicolaas thuishoorde. Ze herkenden hem onmiddellijk, hoewel ze hem nog nooit hadden gezien.
Maar hij zei hun, dat ze God maar moesten bedanken. Het was immers geen verdienste van hem, maar van Gods barmhartigheid en niet te vergeten van hun eigen geloof.
[183]

Nicolaas verdrijft duivels en boze geesten
In vroeger tijden had men in deze streken afgoden aanbeden. Zelfs tot in de dagen van Nicolaas deden de boeren nog aan heidense gewoonten en rituelen, die ze van oudsher hadden bewaard. Die deden ze onder een boom, toegewijd aan Diana. Om een eind te maken aan deze afgoderij liet de heilige die boom omhakken. De duivel was woedend. Hij mengde een olie van tegennatuurlijk karakter. Ze bezat namelijk de eigenschap, dat ze in water of op kale steen vanzelf vlam vatte. Toen nam hij de gedaante aan van een kloosterzuster, ging scheep en voer langszij een schip met bedevaartgangers, die naar Sint Nicolaas koersten. Hij zei hun: “Ik vind het jammer, dat ik niet met jullie mee kan naar die heilige man. Maar zouden jullie dan wel zo vriendelijk willen zijn – als aandenken van mij – de muren van zijn kerk en zijn huis met deze olie te overgieten.”
Dat schip was nog niet weg, of de bedevaartgangers zeiden tegen elkaar: “Zie ginds komt een andere boot alweer op ons aan.”
Daar zat Sint Nicolaas op. Die zei hun: “Wat heeft die vrouw jullie gezegd? Wat heeft die vrouw jullie gegeven?”
De bedevaartgangers vertelden wat er gebeurd was. Hij zei: “Die vrouw is niet een kloosterzuster, maar de schaamteloze Diana zelf. Wil je een bewijs? Dan moet je die olie van haar maar eens in zee gooien.”
Ze gooiden ze in zee, en op het moment dat de olie in aanraking kwam met de golven, vatte ze onmiddellijk vlam. Dat was een duidelijk bewijs van het tegennatuurlijk karakter ervan.
Ook die tweede boot verdween weer.
Maar toen die bedevaartgangers de kerk van Nicolaas binnenkwamen, herkenden ze in hem de man van de boot.
[183]

Verering & Cultuur
Na zijn dood werd Nicolaas in een sarkofaag (= stenen doodkist) begraven in zijn kerk te Myra. Volgens de bevolking was hun bisschop een heilige geweest: Nicolaas was dus in de hemel. Zo werd zijn graf al gauw een bedevaartsoord: mensen kwamen er naartoe om te bidden. Dan vroegen ze aan Sint Nicolaas of hij in de hemel bij God een goed woordje voor hen wilde doen. Als de bidders inderdaad kregen waarom ze vroegen, zeiden ze natuurlijk dat het te danken was aan Sint Nicolaas.

Ook kwam er een geurige vloeistof van onder zijn sarcofaag vandaan. Als je er van dronk – zeiden de mensen – werd je genezen van al je ziekten en kwalen. Van heinde en ver stroomden de pelgrims toe met flesjes en kruikjes om ervan mee naar huis te nemen. Dan konden ze er thuis ook de zieken mee genezen.

Reeds vanaf de 6e eeuw is zijn verering bijzonder populair. In 1071 werd Turkije veroverd door de Islam. Christenen mochten niet langer in het openbaar hun godsdienst belijden. Ook verering van Sint Nicolaas in Myra werd verboden. In 1087 deden vissers uit het Zuid-Italiaanse plaatsje Bari een inval in de stad Myra. Ze roofden de sarcofaag met het stoffelijk overschot van Sint Nicolaas en brachten het over naar hun vaderstad. Op 8 mei 1087 voer de boot met de kostbare schat plechtig de haven van Bari binnen. Vanaf dat moment werd deze stad bedevaartsoord. Er verrees een nieuwe kerk ter ere van hem. Van daaruit verspreidde zich Sint Nicolaas’ verering over de hele wereld verspreid: in het westen als kindervriend, in het oosten als wonderdoener. In de 13de eeuw werd zijn feestdag vastgesteld op 6 december.

Vanaf dat moment verspreidde zich de Nicolaasverering over heel Europa. Hij werd patroon (= beschermheilige) van Griekenland en Rusland; van zeelui, handelaars en vele handelssteden. In vele grote Europese havensteden verrezen er Sint-Nicolaaskerken:
-in België-
bv. te Antwerpen, Brussel, Gent en het naar hem genoemde Sint-Niklaas;
-in Nederland-
bv. te Amsterdam (stadspatroon!), Deventer, Edam, Groningen en Utrecht; tussen 1100 en 1500 werden en er verspreid over Noord-Nederland minstens 900 (negenhonderd) Nicolaaskerken gebouwd; in Friesland werd zelfs een dorp naar hem genoemd plaatsje Sint-Nicolaasga. Hieronder zie je dat een aantal plaatsen in Nederland zelfs een afbeelding van Sint Nicolaas in het gemeentewapen hebben.

Ook zijn relieken raakten verspreid over Europa. Zo zijn er ook in de kathedraal van Fribourg (Zwitserland). De kerk van St-Nicolas-de-Port bij Nancy, een belangrijk bedevaartsoord, heeft een vingerkootje van hem (volgens de legende meegebracht door een ridder vanuit Bari). Op 9 mei wordt in Bari uitbundig feest gevierd. Op de 3de zondag van oktober wordt Nicolaas al binnengehaald in zijn residentie te Sint-Niklaas in Vlaanderen. In Hasselt viert men een St-Niklaasstoet op een zaterdag van eind oktober of begin november. In Neder-over-Heembeek wordt hij pas in het weekend voor 6 december binnengehaald. In Nederland heeft bijna elke stad een Sinterklaasintocht, in Deventer traditioneel pas op 5 december.

Veel oude haven- en handelssteden in Europa hebben een kerk die aan hem is toegewijd.

Hij is patroon van Griekenland en Rusland.

In België van de plaatsen Antwerpen, Enghien, van stad en bisdom Luik, Saint-Nicolas (gem. Luik) en Sint-Niklaas; daarnaast is er een Nicolaaskerk te Brussel (de bekende schipperskerk), Eupen en Gent.

Met Martinus is hij waarschijnlijk de meest vereerde heilige in West-Europa. In Oost-Europa heeft hij zelfs de titel gekregen van ‘Mede-Verlosser met Christus’!

Andere Patronaten
Hij is patroon van de liefde; daarnaast is hij beschermheilige van ongetrouwde en trouwlustige meisjes; van kinderen en in het bijzonder van schoolkinderen, koorknapen, studenten, onderwijzers, leraren, advocaten, notarissen, juristen, rechters, rechtsgeleerden en geestelijken; van reders, zeelui, schippers, matrozen, veerlieden, reizigers en pelgrims; van vissers en vishandelaars; van handelslui en de christelijke middenstand, van kruideniers kooplieden, marskramers, leurders en lommerdhouders; van kruideniers, specerijenhandelaren, parfumeurs en apothekers; van molenaars, korenhandelaren (vanwege de legende met het koren); van bakkers (niet alleen vanwege de verhoogde activiteit van deze beroepsgroep rond zijn feest, maar wellicht ook, omdat men de gouden bollen op zijn afbeeldingen – de bruidsschat voor de drie meisjes – voor broden aanzag); van slagers; van jeneverstokers, bierbrouwers, kuipers en herbergiers; ; van lakenscheerders, linnenhandelaren, band- en lintwevers, kantwerkhandelaren en knopenmakers; van bankiers; van boeren; van kaarsenmakers; van brandweerlieden (wellicht vanwege de legende met Diana?); van stoelenmakers; van soldaten (vanwege de legende met de generaals?); steengroevearbeiders, steenhouwers; van gevangenen.

Hij wordt aangeroepen tegen echtelijke onvruchtbaarheid, voor bevrijding uit de gevangenis, voor het terugkrijgen van verloren zaken, tegen foutieve oordelen, tegen gevaren van stormen en van het water, patroon van de zee.

Iconografie
Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf) vaak met drie goudklompen op een boek, of met drie mannetjes in een tonnetje aan zijn voeten.

Bron: Heiligen.net

donderdag in de 1e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 26, 1-6

De trouw en de standvastigheid van het volk Gods zal beloond worden. De Heer is een burcht die eeuwen trotseert. Binnen zijn muren en wallen zullen armen en zwakken veilig zijn. De echte vrede zal geschonken worden aan hen die op de Heer vertrouwen. Christus en zijn Kerk zijn voor de gelovigen de rots in de branding.

Op die dag zal in Juda dit lied klinken:
‘Wij hebben een sterke stad, de Heer biedt ons redding als een wal, als een muur. Open de poorten, opdat het rechtvaardige volk kan binnentreden, het volk van uw getrouwen. De standvastige is veilig bij U, vrede is er voor wie op U vertrouwt.
Vertrouw altijd op de Heer, alleen op Hem, want de Heer is een rots sinds mensenheugenis.
Hij haalt neer wie in de hoogte leven en veilig in hun onneembare vesting wonen. Hij brengt zelf hun stad ten val, Hij maakt haar met de grond gelijk, niets laat Hij van haar heel.
Dan wordt ze onder de voet gelopen, vertrapt door de zwakken, vertreden door de armen.’

 

Psalm 118, 1 + 8 + 9 + 19 + 20 + 21 + 25 + 26

Refr.: Gezegend wie komt met de naam van de Heer.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mensen.

Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,
ik wil binnengaan om de Heer te loven.

Dit is de poort die leidt naar de Heer,
hier gaan de rechtvaardigen binnen.
Ik wil U loven omdat U antwoordde,
en mij de overwinning gaf.

Heer, geef ons de overwinning,
Heer, geef ons voorspoed.
Gezegend wie komt met de naam van de Heer.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 7, 21 + 24-27

Jezus’ woorden beluisteren en ze ook in praktijk brengen helpt ons vooruit. Dan bouwen wij op stevige rotsgrond. Als wij ons leven bouwen op zijn woord, dan worden wij gered op de dag van het oordeel. Voorwaarde is: zijn woorden beluisteren en ernaar handelen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het Koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’

Van Woord naar leven

De rots waarover het evangelie spreekt, is Christus zelf. Bedoeling en roeping is ons ‘huis’ te bouwen op Hem. Dit ‘huis’ zal niet instorten, opdat Christus het fundament zal zijn van ons bestaan.

Wat niet wil zeggen dat er tegen het huis niet gebeukt zal worden. Dat zal het zeer zeker wel. Maar het huis, de bewoners, zullen steeds de ondergrond, de rots, Christus, in her-innering houden, in de zin dat ze zich in Hem genesteld hebben, verankerd, innig met Hem verbonden. Op Christus mogen ze vertrouwen dat dat wat tracht in te beuken niet de macht heeft de ziel te schaden. Oh ja, misschien wel het lichaam, en vele andere dingen. Maar niet de ziel. Want die is vervuld met de Heer, die ziel is bewoond, en wie zich toevertrouwt aan deze Bewoner, Christus, mag zich veilig weten.

Veilig … niet door zich te verbergen voor de wereld, vroom met sfeertjes ergens in een hoekje. Nee, door de wil te doen van de Vader, zoals het evangelie van vandaag ons voorhoudt. Uiteraard uit keuze, maar niet door eigen krachtpatserij. Christus zelf zal de genade verlenen gehoor te kunnen geven aan Gods wil.

Dit vraagt groei, die we allen moeten doorgaan, met vallen en opstaan, in licht en duisternis, in tijden van innerlijke weelde en tijden van barre droogte. Je verlaten op de Heer is immers geen vanzelfsprekendheid. De groei die Hij aanbiedt is gewoonlijk niet de weg die wijzelf zouden kiezen. Gods wegen zijn de onze niet. Gehoorzaamheid, gehoor geven aan de stem van de Heer, die weg bewandelen die Hij met je wil gaan, is niet vanzelfsprekend, verre van. Het vraagt een diep innerlijk afsterven van je eigen ‘ik’ dat zo graag zijn leven zelf in handen wil nemen. Armen van geest – waar we het eerder al over hadden – zijn zij die de kunst verstaan zich innerlijk geheel en al toe te vertrouwen aan de Heer. Het zijn zij die kunnen zeggen: ‘Gij, mijn God, mijn Al’.

Het gevaar bestaat er in dat we de moed gaan opgeven, dat we ophouden met bidden of daarin verslappen, dat we weglopen van onze roeping, of nog erger: dat we weglopen of wegdrijven van de Heer, wat jammer zou zijn. Het gevaar bestaat er ook in dat onze roeping gaat lijken op een tocht die we sowieso niet gaan aankunnen. Wie in dit donker straatje belandt laat zich niet leiden door de stem van de Heer, maar door andere stemmen die niets met de Heer te maken hebben. ‘Ja’ zeggen tot God is in het zachte zuigen van de Geest gaan staan.

Roeping is en blijft Blijde Boodschap. De Heer roept niet wanneer we het niet zouden aankunnen. Wat Hij wil is ons volwassen maken in het geloof, Hij wil ons losweken van ons ikje dat z’n eigen weg wil gaan, Hij wil een ‘ik’ laten geboren worden dat zich toevertrouwt aan Hem en waarmee Hij de weg wil gaan die God voor ons droomt. Dat ‘ik’ is ons meest waarachtige ‘ik’; het is het ‘ik’ waarvan God heeft gezegd dat Hij het geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis.

Christus is onze levensrots, het levend fundament van ons bestaan. Laten we bouwen op Hem, en alleen op Hem.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
geef dat wij ons bestaan steeds mogen bouwen op U; Gij onze rots, ons levend fundament. Wees de ziel van ons bestaan en zet ons aan te doen wat de Vader wil. Doe Gij het met ons.
Groeiend in U, amen.