Lezingen van de dag – donderdag 7 febr 2019


Heilige (of feest) van de dag

Lucas de Wonderdoener († ca 947)

Lukas (ook Loukas) de Wonderdoener (ook van Hellas, van de Stirionberg, van Stiris of Thaumaturgos), Griekenland; kluizenaar

Hij was afkomstig uit de buurt van Athene. Volgens de verhalen die rond zijn persoon worden overgeleverd, zou hij als klein kind al bijzonder gevoelig geweest zijn voor godsdienstige zaken. Hij had hart voor de armen, besteedde veel tijd aan gebed en hield zich aan de vastenpraktijken van de kerk.

Hij was nog jong, toen zijn vader stierf. Nu was hij verantwoordelijk voor het stukje grond van de familie. Zo wordt er van hem verteld dat hij er in een bepaald voorjaar op uit trok om het land in te zaaien. Onderweg kwam hij een arme bedelaar tegen aan wie hij zoveel zaaigoed afstond dat hij te weinig overhield om het gehele oppervlak van zijn eigen grond te voorzien. Maar God liet zijn goedkeuring blijken doordat uit het schamele restje zaad een enorme oogst groeide.

Lukas was hier zo van onder de indruk dat hij besloot monnik te worden. Zonder zijn moeder iets te zeggen, meldde hij zich aan bij een klooster in het naburige Athene. Moeder was ontroostbaar en in haar verdriet bad zij tot God dat Hij zo goed wilde zijn haar de verblijfplaats van haar zoon te onthullen. Daarop droomde de hègoumen (overste) van het klooster drie nachten achtereen dezelfde droom. Een vrouw verscheen hem die hem met grote heftigheid verweet haar zoon van haar te hebben afgenomen.

Geschokt riep de hègoumen Lukas bij zich en ondervroeg hem over de omstandigheden van thuis. Onmiddellijk beval hij hem naar huis terug te keren en voor zijn moeder te gaan zorgen. Toen moeder vier maanden had aangezien, hoezeer hij zich tot het monniksleven voelde aangetrokken en hoeveel verdriet het hem deed niet aan die roeping te kunnen voldoen, gaf zij hem tenslotte haar zegen.

Nu meldde hij zich aan bij een ander klooster. Toch werd hij het liefst kluizenaar. Hij trok zich terug op de berg Joanitza (of Joanitra) bij Korinte. Daar stond een kerkje dat was toegewijd aan de heilige artsen Cosmas en Damianus († 303; feest 26 september). Hij bouwde een eenvoudig hutje tegen de kerk aan en legde een moestuintje aan voor zijn onderhoud. Zeven jaar verbleef hij op die plek; deed er ’s nachts zijn gebeden en ontving overdag mensen die hem om raad of gebed kwamen vragen. Twee bejaarde monniken die bij hem langs kwamen, achtten hem waardig voor de grote monnikengeloften. Daarmee was zijn hartenwens vervuld.

Door de invallen van de Bulgaren zag hij zich genoodzaakt naar elders te trekken. Nu ging hij in de leer bij een pilaarheilige in het Peloponnesusgebergte. Tien jaar zorgde hij voor hem zoals een kind voor zijn vader. Toen keerde hij terug naar zijn Joanitraberg. Maar daar werd zijn dierbare rust steeds meer verstoord door toeloop van mensen. Zij kwamen af op de wonderen die over hem verteld werden; die wilden ze met eigen ogen wel eens zien.

Opnieuw trok hij zich terug. Nu naar een nog verder afgelegen berg in de landstreek Fokis, Stirion genaamd. Daar is hij tenslotte gestorven, naar men aanneemt op 57-jarige leeftijd.

Op zijn graf werd door Romanos II Theofanu het beroemde klooster Hosios Loukas gebouwd. Nog altijd komen er pelgrims naartoe om zijn hulp in te roepen.

Bron: Heiligen.net

 

donderdag in week 4 door het jaar


Uit de brief aan de Hebreeën 12, 18-19 + 21-24

De tegenstellingen in deze lezing vallen op: tegenover het grimmig rotsgebergte van de Sinaï, staat de lieflijke berg Sion en het beloofde land. Tegenover de dorre en ongenaakbare woestijn, de levende stad van God. De sfeer van angst is vervangen door het stralend gelaat van de liefde. Mozes is vervangen door Jezus. Wij zijn uitverkorenen van een God die een feestvergadering voorzit en niet van een God van donder en bliksem. Wij staan al ingeschreven als burger van de hemel.

Broeders en zusters,
u hebt niet, zoals het volk destijds, voor een laaiend en alles verzengend vuur gestaan, of in dreigende duisternis en woeste wind, noch te midden van bazuingeschal en stemgedonder. Het volk dat dit alles onderging smeekte dan ook dat er geen woord meer tot hen zou worden gesproken. Zo schrikbarend was de verschijning dat Mozes uitriep: ‘Ik sidder van angst!’
Nee, u staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en voor duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn, voor de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn, voor God, de rechter van allen, en voor de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid gekomen zijn, voor de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en voor het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel.

 

Psalm 48, 2 + 3 + 4 + 9 + 10 + 11

Refr.: Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe.
In de stad van onze God, op zijn heilige berg;
schone hoogte, vreugde van heel de aarde,
Sionsberg, flank op het noorden,
zetel van de grote koning.

In haar vesting weet men:
God is onze burcht.
In de stad van de Heer van de hemelse machten,
in de stad van onze God,
hebben wij gezien wat wij hadden gehoord:
God houdt haar voor eeuwig in stand.

In uw tempel, God,
gedenken wij uw blijken van trouw.
Zoals uw Naam, o God, zo reikt ook uw roem
tot aan de einden der aarde,
uw rechterhand is vol van gerechtigheid.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 7-13

De zending van de twaalf is voor het evangelie van Marcus zeer betekenisvol. Ondanks het feit dat Jezus blootgesteld was aan tegenspraak, zal Hij toch met deze twaalf zijn rijk vestigen en uitbreiden. Apostel zijn betekent vertrouwen op Gods kracht en bijstand tot in de stoffelijke levensbehoeften toe. Ook de twaalf moeten de harde leerschool van alle beginners samen doorlopen.

Jezus riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten.
Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok. Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar’, zei Hij, ‘trek geen extra kleren aan.’
En ook zei Hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je verder reist. Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.’
Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

Van Woord naar leven

Jezus droeg hen op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok.

De leerlingen mochten bij hun uitzending zo goed als niets meenemen.
Mijn gedachten gaan uit naar Franciscus van Assisi. Nadat hij medebroeders had gekregen zond hij hen ook de wereld in, met het uitdrukkelijke gebod dat ze arm moesten zijn en blijven. Buiten hun habijt en brevier mochten ze geen bezittingen hebben. Het klinkt als een echo uit het evangelie wanneer Jezus zijn leerlingen uitzond.

Wij hebben al snel de neiging om deze oproep tot ‘arm zijn’ te spiritualiseren. We voelen ons goed in een soort dualiteit die we bijna spontaan in ons leven inbouwen opdat het ons niet teveel zou pijn doen. Goed gezien, maar daarom niet wijs.

Spiritueel arm zijn en materieel arm zijn beleefde Franciscus als één geheel. Geen dualiteit, maar één geheel: in elkaar overvloeiend, complementair aan elkaar, harmonieus met elkaar verbonden. Dit met als doel innerlijk en uiterlijk geheel vrij te kunnen zijn voor God; niet alleen in de zin van beschikbaar te zijn voor God, maar vooral om leeg van jezelf te zijn om vervuld van Hem te kunnen zijn.

Wie deze weg gaat moet voortdurend achterlaten, steeds weer opnieuw, want altijd hebben we de neiging ons dingen toe te eigenen, zowel materieel als geestelijk. Het is een bekering van elke dag.

Hebben we teveel ? Gewoon weggeven aan wie het nodig heeft. In het begin is het lastig. Maar dat betert. Sober leven voedt je binnenkant.
By the way: Terug wat soberder leven … het is een onderwerp dat ik wat mis in heel het klimaatdebat dat we de dag van vandaag voeren.

Maar het is ook voortdurend werken aan ons persoontje en hoe we in elkaar steken. Denk aan eigenschappen als woede, afgunst, trots,… zaken waar we allen dagelijks mee vechten. Ook dat zijn zaken die we moeten leren achterlaten om arm voor God te kunnen staan.

Ja, werk aan de winkel denk ik, elke dag opnieuw. Tenminste tot die vaststelling kom ik toch als ik naar mijn eigen leven kijk.

Laat Christus maar tikken op je geweten. Voel dit aan als een liefdevol langskomen van de Heer. Omhels met heel je geweten zijn komen, laat je geweten bevruchten door Hem, en kies. Ja, laten we kiezen voor het evangelie, kiezen voor de armoede waartoe Jezus oproept. En diep binnenin zal er een vrijheid ontstaan die ons een ongekende vrede zal schenken.

Laat ons wandelen in het licht van de Heer, arm en blij, om van Hem te ontvangen, om te groeien in zijn liefde, ten bate van die grote schone wereld ons gegeven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede Vader,
maak ons vrij, vanbinnen en vanbuiten. Leer ons geen slaaf te zijn van wat we hebben, of wie we denken te zijn. Leer ons vrij en arm naar U te kijken en in eenheid met Christus de weg te gaan die Gij met ons wilt gaan.
Om deze genade bidden wij U, in Christus, onze Broeder en Heer.
Amen.