Lezingen van de dag – maandag 1 april 2010


Heilige (of feest) van de dag

Hugo de Kartuizer († 1132)

Hugo (ook Guigues) van Grenoble (ook de Karuizer) osb, Frankrijk; bisschop

Hugo werd in 1053 geboren te Châteauneuf d’Isère in het departement Drôme in de Franse landstreek Dauphiné. Van zijn moeder is bekend dat zij een bijzonder vrome vrouw was; zijn vader, Odilo, zou zijn leven eindigen in de chartreuse (kartuizerij) bij Bruno de Kartuizer († 1101; feest 6 oktober), de plek waar Hugo later zelf ook zo graag was en zo weinig kon verblijven.

Hoewel Hugo niet gewijd was, had hij al op 25-jarige leeftijd zitting in het college van kanunniken te Valence. In 1080 werd hij door paus Gregorius VII († 1085; feest 25 mei) in Rome zelf tot bisschop van de stad Grenoble gewijd. Markgravin Mathilde van Canossa schonk hem de prachtigste bisschoppelijke gewaden, en deed er nog een hele bibliotheek aan boeken bij.

De situatie onder de geestelijkheid van zijn bisdom was ronduit abominabel. Na twee jaar vergeefse moeite gaf hij er de brui aan en trok zich als eenvoudige monnik terug in de strenge benedictijner abdij van Chaise-Dieu. Daar bracht hij vijftien overgelukkige maanden door. Toen riep de paus hem terug naar Grenoble. In Hugo had hij namelijk een medestander gevonden in zijn strijd tegen allerlei misstanden onder de priesters. Zo bevochten ze de misstand bij priesters om zich voor hun diensten dik te laten betalen of – erger nog – om aan mensen te suggereren dat je alleen voor geld in de hemel kon komen, of andere gaven van God kon ontvangen: dergelijke vergrijpen noemt men simonie. Daarnaast bevorderden de paus en Hugo de ongehuwde levensstaat van priesters.

Naast al deze beslommeringen bouwde hij een hospitaal in Grenoble en een stenen brug over de Isère. Het was in 1084 dat Hugo aan Bruno het stuk grond schonk, waarop deze zijn nieuwe orde van de Kartuizers zou vestigen.

Bruno, die op het moment van de schenking vergezeld werd door zes volgelingen, was nog Hugo’s leermeester geweest in Reims. Hugo voelde zich zeer verbonden met hun verlangen naar stilte en afzondering. Zoveel hij kon zocht hij hen op om er inspiratie op te doen. Bruno was zijn geestelijk leidsman. Deze moest de heilige bisschop herhaaldelijk tot matiging manen in vasten en boetedoeningen. Zo verbood hij hem ook het paard te verkopen dat hij nodig had om zijn bisdom te visiteren. Hugo vond dat hij best kon gaan lopen en dat de armen er veel meer aan zouden hebben dan hij. Zijn uiterst kostbare bisschopsring en de mooiste kelk uit de kathedraal had hij al verkocht om de opbrengst ervan aan de armen te kunnen geven.

Telkens als er een nieuwe paus was gekozen, haastte hij zich zijn ontslag als bisschop aan te bieden met de redenering dat hij er immers ongeschikt voor was. Alle pausen die hij meemaakte, heeft hij lastig gevallen, zonder dat hij bij één van hen zijn zin kreeg. Zo was hij meer dan vijftig jaar tegen zijn zin bisschop! Hij stierf op 79-jarige leeftijd in Grenoble. Daar werd hij in de kathedraal bijgezet.

Paus Innocentius II († 1143), de laatste in de reeks die hij lastig viel om als bisschop ontslagen te worden, verklaarde hem al twee jaar na zijn dood officieel heilig.
Hoewel hij nooit tot de Kartuizers is toegetreden, heeft hij toch de eretitel ‘de Kartuizer’ meegekregen.
Tijdens de woelingen van de Reformatie in de zestiende eeuw werd zijn stoffelijk overschot door de Hugonieten in het openbaar verbrand.

Hij is patroon van Grenoble. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter en staf), met een zwaan (symbool van de voorliefde voor eenzaamheid), met een lantaarn, in wit kartuizerhabijt of met (drie) bloemen in de hand.

Bron: Heiligen.net

 

maandag in de 4e week van de vasten


Uit de profeet Jesaja 65, 17-21

Niet het verleden, maar de toekomst moet ons ter harte gaan. ‘Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde…’ Daarom zal er vreugde en blijdschap zijn. Droefheid en ziekte zullen in het messiaanse Rijk veranderd worden in overvloed en weelde. Voor het oog van de andere volkeren zal Israël een plaats van verrukking en heerlijkheid zijn.

Zo spreekt de Heer:
“Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest.
Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat Ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde.
Dan zal Ik over Jeruzalem jubelen en mij verblijden over mijn volk. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.
Geen zuigeling zal daar meer zijn die slechts enkele dagen leeft, geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit; want een kind zal pas sterven als honderdjarige, en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.
Zij zullen huizen bouwen en er zelf in wonen, wijngaarden planten en zelf van de opbrengst eten.”
Zo spreekt de almachtige Heer.

 

Psalm 30, 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 11 + 12 + 13

Refr.: Heer, mijn God, U wil ik eeuwig loven !

Hoog wil ik U prijzen, Heer, want U hebt mij gered.
U hebt mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde.
Heer, mijn God, ik riep tot U.
Ik riep om hulp en U hebt mij genezen.
Heer, U trok mij uit het dodenrijk omhoog,
ik daalde af in het graf, maar U hield mij in leven.

Zing voor de Heer, allen die Hem trouw zijn,
loof zijn heilige Naam.
Zijn woede duurt een oogwenk,
zijn liefde een leven lang.
Met tranen slapen we ‘s avonds in,
‘s morgens staan we juichend op.

Luister, Heer, en toon uw genade,
Heer, kom mij te hulp.
U hebt mijn klacht veranderd in een dans,
mijn rouwkleed weggenomen, mij in vreugde gehuld.
Mijn ziel zal voor U zingen en niet zwijgen.
Heer, mijn God, U wil ik eeuwig loven.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 4, 43-54

Het heilbrengend woord van Jezus en het geloof van de hofbeambte uit Kafarnaüm bewerken de genezing van de zoon. Dit mirakel is een teken van Jezus’ messiaanse zending. Niet alleen tot Israël is Hij gezonden, maar voor ieder die gelooft is Hij de bron van leven.

Jezus trok Jezus verder naar Galilea, want Hij had zelf gezegd dat een profeet in zijn vaderland niet wordt geëerd.
Toen Hij in Galilea kwam, ontvingen de mensen Hem gastvrij; ze hadden alles gezien wat Hij op het feest in Jeruzalem gedaan had, want daar waren ze zelf bij geweest.
Hij ging in Galilea weer naar Kana, waar Hij van water wijn had gemaakt.
Er was daar een hoveling uit Kafarnaüm wiens zoon ziek was. Omdat hij gehoord had dat Jezus uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar Hem toe gekomen, en nu vroeg hij of Jezus mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen.
Jezus zei tegen hem: ‘Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!’
Maar de hoveling drong aan: ‘Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft.’
‘Ga maar naar huis’, zei Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg.
En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn kind in leven was.
Hij vroeg hen sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: ‘Gisteren, een uur na de middag, is de koorts verdwenen.’
De vader besefte dat dat het moment was dat Jezus tegen hem gezegd had ‘uw zoon leeft’. Hij kwam tot geloof, hij en al zijn huisgenoten.
Dit deed Jezus toen Hij uit Judea naar Galilea was teruggekeerd; het was zijn tweede wonderteken.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt de Heer ons doorheen de profeet Jesaja: ‘Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.’

Dat woordje ‘zie’ slaat op Jezus. Hem zullen zij zien; in het visioen en later met hun ogen. Hem mogen wij ook vandaag zien, tenminste voor wie ziende is.

De ‘nieuwe hemel en nieuwe aarde’ zijn de vruchten van Jezus’ zijn, Gods menswording onder ons.
Onze roeping is het deze genade te ontvangen. Zo zullen we met, vanuit en door Jezus die nieuwe hemel en aarde belichamen.

Dit kan klinken als een utopie. En toch hoeft het dit niet te zijn. Die beloofde nieuwe aarde is niet het probleem. Doorgaans is de mens het probleem.

Konden we maar inzien dat wanneer de mens een vraag is, Jezus het antwoord is.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
ondanks het vele onrecht in deze wereld, ondanks heel wat oorlog en onliefde, ondanks het pijnlijke blijvende feit van bittere armoede voor veel mensen in deze wereld, willen wij U danken om die nieuwe hemel en nieuwe aarde die Gij ons in Christus aanbiedt.
Vergeef de mensheid, vergeef ons allen, en help ons te leven in Christus; Jullie, levende Liefde voor ons allen.
Om deze genade bidden wij U, in Christus, onze Broeder en Heer. Amen.