Lezingen van de dag – maandag 11 febr 2019


Heilige (of feest) van de dag

Onze Lieve Vrouw van Lourdes (1858)

Maria’s verschijningen te Lourdes, Frankrijk; 1858.

Op 11 februari 1858 kreeg Bernadette Soubirous de eerste verschijning van ‘een vrouwe’, zoals ze zelf zei. Het meisje was de 14-jarige dochter van een werkeloze molenaar. Ze was arm en zo traag van begrip dat ze niet eens de antwoorden van de katechismus uit haar hoofd kon leren. Op 25 februari droeg de Vrouwe het meisje op naar de bron in de rots te gaan die daar vlakbij lag, en van het water te drinken en zich ermee te wassen. Bovendien gaf de Vrouwe te kennen dat er een kapel moest komen ter ere van haar zodat de mensen er naartoe konden gaan op bedevaart. Toen het kind ervan aan de pastoor vertelde, was deze aanvankelijk zeer terughoudend. Hij droeg het meisje op de Vrouwe te vragen naar haar naam. Zij kwam terug met het bericht dat de Vrouwe had gezegd: “Ik ben de Onbevlekte Onvangenis.” Door dit antwoord geloofde de pastoor in de echtheid van de verschijningen. Vier jaar eerder had de paus het dogma afgekondigd van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis. Maar dat een eenvoudig, dommig kind als Bernadette die woorden in de mond nam: dat kon ze eenvoudig niet van zichzelf hebben. Alles bijeen herhaalden zich de verschijningen achttien keer. De laatste vond plaats op 16 juli van datzelfde jaar.

Nog geen veertien dagen later had de bisschop van Tarbes er al een commissie op gezet om te onderzoeken wat hier aan de hand was. Het duurde bijna drie jaar voor ze met haar eindoordeel kwam, dat het hier zeer waarschijnlijk authentieke verschijningen betrof. De gelovigen werd toegestaan naar die plek op bedevaart te gaan. Op aanwijzingen van Bernadette vervaardigde de beeldhouwer J. Fabisch een beeld van de Vrouwe dat vanaf 1864 een plaatsje kreeg in de grot van de verschijningen. In 1876 kon men de kerk inwijden die er gebouwd was. Vijfentwintig jaar later was ook de eronder liggende Rozenkranskerk klaar.

Vandaag de dag komen er elk jaar zo’n twee miljoen mensen naar Lourdes, onder wie vele zieken die er meestal bemoedigd en getroost weer vandaan komen. Sinds de bedevaarten op gang zijn gekomen, zijn er zestig officieel erkende wonderen gebeurd. Van vele andere wonderbare gebedsgenezingen en verhoringen wordt nog onderzocht of zij als wonder kunnen worden erkend. Produceerde de bron op het moment van de verschijning een klein waterstroompje, tegenwoordig geeft ze ruim honderdduizend liter water per dag.

Bernadette werd in 1925 zalig en in 1933 heilig verklaard († 1879; feest 16 april).

 

maandag in week 5 door het jaar


Uit het boek Genesis 1, 1-19

Dit scheppingsverhaal is tamelijk laat geschreven. Terecht wordt het echter aan het begin van de Bijbel geplaatst. Het geeft immers een antwoord op de vraag naar God als de oorsprong van alles. Hij stelt de wereld voor als een tempel. Hij is fundamenteel goed en wordt geschapen door het woord en door de geest.

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
God zei: ‘Er moet licht komen’ , en er was licht. God zag dat het licht goed was, en Hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.
God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.
God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. Het droge noemde Hij aarde, het samengestroomde water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.
God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.

 

Psalm 104, 5 + 6 + 10 + 12 + 24

Refr.: Alles hebt U met wijsheid gemaakt.

U hebt de aarde op pijlers vastgezet,
tot in eeuwigheid wankelt zij niet.

De oerzee bedekte haar als een kleed,
tot boven de bergen stonden de wateren.

U leidt het water van de bronnen door beken,
tussen de bergen beweegt het zich voort.

Daarboven wonen de vogels van de hemel,
uit het dichte groen klinkt hun gezang.

Hoe talrijk zijn uw werken, Heer.
Alles hebt U met wijsheid gemaakt,
vol van uw schepselen is de aarde.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 53-56

Ook in het land van Gennesaret dreigt Jezus slachtoffer te worden van zijn wonderdaden. Ook in het land van de heidenen trok Jezus van dorp tot dorp, van mens tot mens. Het heil is voor iedereen bestemd en zelfs op onvolkomen geloof geeft God antwoord.

Nadat Jezus en zijn leerlingen waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan.
Toen ze uit de boot stapten, werd Hij meteen herkend.
In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat Hij daar was.
Overal waar Hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten Hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die Hem aanraakte, werd gered en genas.

Van Woord naar leven

En God zag dat het goed was.

Dat horen we doorheen heel het scheppingsverhaal, telkens op het einde van de dag, een hele ‘werkweek’ lang.
Wat God maakt, wat Hij doet, wat Hij beslist, hoe Hij iets doet,… het is goed, door en door goed; goddelijk goed zeg maar. Het komt dan ook van God.

Laten we ons toevertrouwen aan Gods scheppende kracht, ook in ons persoonlijk leven. Moge Hij, wanneer Hij ons bezig ziet, ook zeggen dat ‘het goed was’.

Of om het wat kinderlijk te zeggen: Moge God fier zijn op ons leven.

Een mooie nieuwe werkweek voor ieder van u !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
dank om het leven,
dank om alles wat Gij geeft,
dank om de medemens,
dank om uw liefde,
dank om de mogelijkheid
uw liefde te bezingen.
Moge uw Geest ons bezielen,
elke seconde van de dag,
opdat wij uw liefde mogen worden,
steeds meer, steeds inniger.
In Christus, onze Broeder en Heer.
Amen.