Lezingen van de dag – maandag 12 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Lieven van Gent († einde 7e eeuw)

Lieven (ook Lebuïnus, Lebwin, Levinus, Liafwin, Livien of Livinus) van Gent (soms van Essche of van Escha), Vlaanderen, België; bisschop, geloofsverkondiger & martelaar tezamen met een jongetje Brictius en zijn moeder moeder Krafaïldis (ook Crafaïldis); † eind 7e eeuw

Volgens de over hem geschreven heiligenlevens – die overigens geruime tijd na zijn dood zijn ontstaan – zou Sint Lieven afkomstig zijn geweest uit Ierland. Aanvankelijk zou hij als kluizenaar hebben geleefd in de buurt van Canterbury. De legende weet te vertellen dat hij met zijn gezellen door toedoen van een engel over het water naar Canterbury werd gevoerd. Daar zou de heilige bisschop Augustinus († 604; feest 27 mei) hem tot priester hebben gewijd. Enige tijd later zou hij zelfs tot bisschop zijn gewijd zonder vaste zetel. Nu werd hij geloofsverkondiger. Waarschijnlijk was hij een zwerfmonnik die het leven beschouwde als een pelgrimstocht naar het werkelijke thuis dat pas in de hemel te vinden is (zie Vreemdelingenschap).
Sint Lieven zou met een aantal gezellen geland zijn in de buurt van de huidige plaats St-Omer in Noord-Frankrijk. Vandaar zou hij in noordelijke richting zijn getrokken. Hij doorkruiste Vlaanderen, Zeeland en Brabant. Misschien is hij wel de bisschop Leofwine die met Bonifatius een brief schreef aan koning Ethelbald van Mercia?
Hij genas op wonderbaarlijke wijze een kind dat Brictius heette. Tezamen met het kind en zijn moeder, Krafaïldis of Crafaïldis, werd hij te Sint-Lievens-Esse gemarteld (hem werd o.a. de tong uitgerukt) en op gruwelijke wijze om het leven gebracht.

Zijn relieken worden sinds 1006 bewaard in de St-Baafsabdij te Gent; men neemt aan dat ze echt zijn.
Hij wordt vereerd als apostel van Vlaanderen en als één van de patroons van de stad Gent. In Vlaanderen zijn minstens twee plaatsen naar hem genoemd: St-Lievens-Esse en St-Lievens-Houtem. In de Zeeuwse plaats Zierikzee staat nog altijd de Lievenstoren.

Bron: Heiligen.net

maandag in week 32 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan Titus 1, 1-9

Paulus schrijft aan zijn vriend Titus te zorgen voor de eerste organisatie van de jonge kerken. Hij drukt hem op het hart mensen aan te stellen die onberispelijk leven, niet aanmatigend, gastvrij, deugdzaam en bezonnen. Dappere mannen die ervoor kunnen zorgen dat het overgeleverde trouw wordt bewaard en doorgegeven.

Van Paulus, dienaar van God, apostel van Jezus Christus, met de opdracht om Gods uitverkorenen tot geloof te brengen en tot de kennis van de ware vroomheid, die hoop geeft op het eeuwige leven dat God, die niet liegt, vóór alle tijden heeft beloofd. Hij heeft de tijd bepaald waarop zijn woord door de verkondiging bekendgemaakt werd, en deze verkondiging is mij nu in opdracht van God, onze redder, toevertrouwd. Aan Titus, mijn waarachtig kind in ons gemeenschappelijk geloof. Genade en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze redder!
Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en in elke stad oudsten aan te stellen: onberispelijke mannen, die maar één vrouw hebben, en gelovige kinderen die niet kunnen worden beschuldigd van schandelijk gedrag en ongehoorzaamheid. Een opziener moet als beheerder van Gods huis onberispelijk zijn: hij mag niet eigenzinnig optreden, niet driftig zijn, niet te veel drinken, niet gewelddadig zijn en niet hebzuchtig; hij moet juist gastvrij zijn, goedwillend, bezonnen, rechtvaardig, toegewijd en beheerst. En hij moet zich houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer, zodat hij in staat is om anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen.

 

Psalm 24, 1-6

Refr.: Dit is het geslacht dat zich richt tot de Heer.

Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen,
Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest,
op de stromen heeft Hij haar verankerd.

Wie mag de berg van de Heer bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats ?
Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens en niet bedrieglijk zweert.

Zegen zal hij ontvangen van de Heer
en recht verkrijgen van God, zijn redder.
Dat valt hun ten deel die U zoeken,
die zich tot U wenden – het volk van Jakob.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 1-6

Vergeving schenken schept leven.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, alleen: wee degene die daarvoor verantwoordelijk is! Het zou beter voor hem zijn als hij met een molensteen om zijn hals in zee werd geworpen dan dat hij ook maar een van deze geringen ten val zou brengen. Let dus goed op jezelf! Indien je broeder zondigt, spreek hem dan ernstig toe; en als hij berouw heeft, vergeef hem. En als hij zevenmaal op een dag tegen je zondigt en zevenmaal naar je terugkeert en zegt: “Ik heb berouw,” dan moet je hem vergeven.’
Toen zeiden de apostelen tegen de Heer: ‘Geef ons meer geloof!’
De Heer zei: ‘Als jullie geloof hadden als een mosterdzaadje, zouden jullie tegen die moerbeiboom zeggen: “Trek je wortels uit de grond en plant jezelf in de zee!” en hij zou jullie gehoorzamen.’

Van Woord naar leven

De leerlingen vroegen aan de Heer: ‘Geef ons meer geloof’. Zo lezen we vandaag.

Meer geloof… Kun je dan een beetje geloven, meer of minder ? Schijnbaar dus wel.
Elders zegt Jezus: ‘Jullie kleingelovigen…’.

Kleingelovig is hij die wel gelooft, maar aan zijn geloof eigen grenzen stelt. Hij wil wel meegaan in het verhaal van Jezus, Hij wil Jezus wel als Vriend in zijn hart dragen, maar altijd en overal doen wat het evangelie vraagt… Nee, da’s teveel gevraagd. Eigen grenzen
Je zou zo iemand ook een gelegenheidsgelovige kunnen noemen, of zoiets.

Wat is een gelovige dan wel ?
Een poging. Beslist is het veel meer.

Een gelovige is, naar mijn mening,  iemand die zich ten volle geeft aan de Heer, en die bereid is de weg te gaan die de Heer met hem wilt gaan.

In het evangelie van vandaag bijvoorbeeld gaat het over vergeven. Jezus is heel duidelijk: altijd vergeven, punt. Niet enkel in sommige gevallen, niet alleen maar bij bepaalde mensen. Nee altijd, en iedereen. We weten zelf maar al te goed hoe moeilijk het is om altijd en overal en iedereen met het hart – gemeend dus – te vergeven. Wel, wanneer we dat niet kunnen, zijn we eigenlijk niet bereid, of kunnen de moed niet opbrengen, de weg van de Heer te gaan. Op die moment zijn we dus kleingelovig.

Is daarmee de kous af ?
Nee hoor. De kous begint hier pas.

Het goede nieuws is dat Jezus ons niet verwerpt of veroordeelt op ons ‘klein gelovig zijn’. God is liefde, en liefde verwerpt niet, integendeel. Liefde zoekt op en heelt. Zo komt God in Jezus naar ieder van ons toe. Om ons te bezielen, ons aan te raken, ons te voorzien van zijn genade. In zijn genade zal Hij ons genezen, ons bevrijden van een soort geloof dat we in elkaar gefrutseld hebben dat ons goed uitkomt, een geloof dat past bij onze eigen verlangens, een soort ik-geloof.

Waarachtig geloof heeft op de allereerste plaats te maken met God die in Jezus naar ons toekomt. Echt geloof heeft te maken met verkering met Hem. In wezen is geloof een act van overgave van de mens aan Jezus. In geloof aan Hem mogen en zullen we dan de kracht ontvangen die dingen te doen die we vanuit ons zelfgemaakt geloofje nooit zouden kunnen. Bijvoorbeeld iedereen ten allen tijde vergeven. Daar is een volwassen geworden geloof voor nodig.

Laten we doen waar het Bijbelcitaat van vandaag toe oproept: elkaar vergeven zoals God ons in Christus vergeven heeft. En wel in geloof, in overgave en toevertrouwen, aan de altijd aanwezige Christus in ons.

We zullen mooie vruchten zien; vruchten van Hem, vruchten van zijn leven in ons, vruchten van onze overgave aan Hem. We zullen zien dat vergeving wonderen verricht, dat het relaties heelt, dat het gemeenschap schept, dat het ons vrij maakt weer van harte te gaan liefhebben, dat het een weg is die de samenleving heelt en vrede geeft aan de mensheid.

Een mooie weg hoor ! De moeite hem te gaan.
Laten we hem samen gaan.
Laten we als Kerk een vrededragende gemeenschap zijn in de wereld, in een nederige en sterke liefde; een liefde die de Heer zo eigen was en is.
Laten we deze weg gaan ‘in Hem’.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
het mensenhart kan een plaats zijn van feest, van gemeenschap met U. Doch is dit hart dikwijls bezwaard omdat het niet kan vergeven. Zo ontlopen we de echte diepgang van het feest én, misschien nog erger,  ontnemen we anderen toegang tot uw feest. Genees ons hart dat dikwijls zo moeilijk tot ware vergeving kan komen. Neem alle remmingen weg die het vergeven onmogelijk maken. Geef ons ‘meer’ geloof. Dat wij op deze wijze als één gemeenschap in U, meer en meer mogen deelhebben aan uw bruiloft met de mensheid.
Alle dagen van ons leven. Amen.