Lezingen van de dag – maandag 18 febr 2019


Heilige (of feest) van de dag

Bernadette Soubirous († 1879)

Bernadette (kloosternaam Marie-Bernard) Soubirous, Nevers, Frankrijk; maagd, kloosterlinge & mystica

Zij werd in 1844 geboren in een arm molenaarsgezin. Naar school ging ze niet; dat kwam er niet van. Bovendien leed ze aan astma.

Op 11 februari van het jaar 1858 – ze was dus veertien jaar oud – was ze samen met haar zusje en een vriendinnetje bezig hout te sprokkelen, toen haar in een grot van de berg Massabielle bij Lourdes (Zuid-Frankrijk) een Vrouwe verscheen. Ze stond rechtop in een uitholling van de rots, was gekleed in een lang wit gewaad met een blauwe ceintuur om haar middel en een witte sluier op het hoofd; zij had een gouden roos op haar blote voeten, en ze leek op een jonge vrouw van zo’n zestien, zeventien jaar oud. De andere twee die erbij waren, zagen wel, hoe Bernadette iemand meende te zien en er mee sprak, maar zelf namen ze niets bijzonders waar.
Tussen 11 februari en 16 juli liet de verschijning zich achttien keer zien. Zij vroeg om te bidden voor de bekering van de zondaars; zij drukte Bernadette op het hart dat men berouw moest hebben en boete doen; en zij wilde graag een kapelletje op de plaats van haar verschijning. “Ik beloof je gelukkig te maken, voegde zij eraan toe, niet in deze wereld, maar in de toekomende wereld.” Op 25 maart durfde Bernadette de Vrouwe te vragen, hoe zij eigenlijk heette. Daarop antwoordde de verschijning: “Ik ben ‘de Onbevlekte Ontvangenis’.

Een van de volgende keren gaf zij te kennen, dat Bernadette in de grond moest graven. Er ontsprong een bron. Vanaf dat moment vloeide er water in overvloed tot op de huidige dag.

In 1866 trad zij in bij de Soeurs de la Charité van Nevers, die een huis hadden in Lourdes. Zij leerden haar lezen en schrijven, droegen zorg voor haar religieuze vorming en gaven haar eenvoudige werkjes te doen, zoals het schrappen van worteltjes in dienst van de keukenzuster. Op 22-jarige leeftijd deed zij haar gelofte, kreeg als kloosternaam Soeur Marie-Bernard en werd overgeplaatst naar het moederhuis van de Congregatie in Nevers. Daar leefde zij nog dertien jaar. Net als zij zelf waren de meeste medezusters van eenvoudige komaf. Ook de oversten. Dezen meenden er goed aan te doen bijzonder streng tegenover haar te zijn. Waarschijnlijk omdat zij vreesden, dat zij anders verwaand zou worden. Ook temidden van de andere zusters was zij vaak het middelpunt van pesterijtjes. Daar kwam bij dat haar lichamelijke gezondheid steeds meer achteruit ging. Zij probeerde dat alles welgemoed te verdragen. Na een slepende ziekte overleed zij, vijf-en-dertig jaar oud. Volgens omstanders waren haar laatste verzuchtingen: “Heilige Maria, moeder van God, bid voor mij, arme zondares, arme zondares…”

Haar lichaam is nog altijd niet vergaan en rust volkomen gaaf in de kapel bij de zusters van St.-Gildard te Nevers.

In 1933 werd zij officieel heilig verklaard.

Bron: Heiligen.net

 

maandag in week 6 door het jaar


Uit het boek Genesis 4, 1-15 + 25

In de volgende bladzijden van het boek Genesis wordt de uitbreiding van het mensdom en van de zonde geschetst. De aanleiding tot de zonde van de broedermoord is opnieuw grootheidswaanzin. Kaïn duldt niet dat God tegenover Abel meer tevredenheid toont. De zonde werkt zich woester uit in Kaïn, maar toch is er naast de straf opnieuw een teken van Gods barmhartigheid en genade.

De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de Heer’, zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’ Later bracht ze zijn broer ter wereld, Abel. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer.
Op een keer bracht Kaïn de Heer een offer van wat hij had geoogst. Ook Abel bracht een offer; van de eerstgeboren dieren van zijn kudde koos hij de mooiste uit. De Heer merkte Abel en zijn offer op, maar voor Kaïn en zijn offer had Hij geen oog. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker.
De Heer vroeg hem: ‘Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’
Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood.
Toen vroeg de Heer: ‘Waar is Abel, je broer?’
‘Dat weet ik niet, ‘antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’
‘Wat heb je gedaan?’ zei de Heer. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt. Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt. Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’
Kaïn zei tegen de Heer: ‘Die straf is te zwaar. U verjaagt mij nu van deze plek en ik mag U niet meer onder ogen komen, en als ik dan dolend en dwalend over de aarde moet gaan, kan iedereen die mij tegenkomt mij doden.’
Maar de Heer beloofde hem: ‘Als iemand jou doodt, zal dat zevenmaal aan hem worden gewroken.’ En hij merkte Kaïn met een teken, opdat niemand die hem tegenkwam hem zou doodslaan.
Opnieuw had Adam gemeenschap met zijn vrouw, en zij bracht een zoon ter wereld. Ze noemde hem Set, ‘want’, zei ze, ‘God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven.’

 

Psalm 50, 1 + 8 + 16bc + 17+ 20 + 21

Refr.: Breng God het offer van uw lof.

De God der goden, de Heer,
gaat spreken en roept de aarde bijeen
van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat.

Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor mij het offervuur.

Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt?

Je haat het als ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je ter zijde.

Je getuigt tegen je eigen broer,
werpt een smet op de zoon van je moeder.

Zou Ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat Ik ben als jij?
Ik klaag je aan, Ik som je wandaden op.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 8, 11-13

Zoals de Farizeeën vragen ook wij dikwijls om een teken als bewijs voor de zending van Jezus. Toch had Hij pas twee wonderen verricht: de broodvermenigvuldiging en de genezing van een stomme. Nu dit nog niet voldoende blijkt, weigert Jezus nog langer op hun hardnekkigheid in te gaan.

Daar kwamen de Farizeeën op Hem af, en ze begonnen met hem te discussiëren.
Om Hem op de proef te stellen, verlangden ze van Hem een teken uit de hemel.
Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’
Hij liet hen staan waar ze stonden, stapte weer in de boot en voer naar de overkant.

Van Woord naar leven

Bij een wonder denken wij al vlug aan een of andere lichamelijke genezing.
En natuurlijk zijn dat ook wonderen, die – indien God dit nodig acht – aan ieder van ons kunnen gebeuren.
Maar het gevaar bestaat er in dat we ons blind staren op dat soort wonderen, en daarin, en enkel daarin, Jezus’ kracht gaan zoeken.

Alle lichamelijke wonderen die ooit gebeurd zijn en nog zullen gebeuren verwijzen naar een veel dieper wonder, namelijk het wonder van Gods bestaan, én de wijze waarop Hij bestaat. Hij bestaat als een Drie-ene God van minne die liefheeft zoals enkel Hij dat kan. Zijn naam is ‘barmhartigheid’, ‘vrede’, ‘trouw’, ‘goede vrijdag’, ‘Pasen’. Dat is het wonder van zijn bestaan.

Het is goed om verwonderd te blijven om Gods bestaan. Dit houdt ons in het ‘gebed zonder ophouden’ en het waakt over ons hart dat op deze wijze niet naar zichzelf gekeerd zal zijn, maar steeds gericht naar Hem waarvan alle leven komt.

Laten we dragers en uitdragers zijn van Gods wonderlijk bestaan door waarachtige navolgers te zijn van Christus in de noodzakelijke radicaliteit die deze keuze vraagt én met alle consequenties die deze navolging tot gevolg zal hebben.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,
dank om uw heilige liefde,
uw Drie-ene liefde,
het wonder van uw bestaan.
Maak ons deelgenoot aan uw liefde,
doorheen onze innige verkering
met uw Zoon, onze Heer en Broer.
Om deze genade bidden wij U,
in zijn naam.
Amen.