Lezingen van de dag – maandag 21 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Meinrad van Einsiedeln († 861)

Meinrad (ook Meginrad of Meino) van Einsiedeln (ook van Reichenau), Zwitserland; kluizenaar & martelaar

Meinrad werd tegen het eind van de achtste eeuw geboren te Sülichgau in de buurt van Rottenburg (Württemberg). Hij trok zich als priestermonnik terug op het monnikenschiereiland Reichenau. Weer later zocht hij de stille eenzaamheid op van het ‘Finster’ Wald’ (= Donkere Bos) aan de Sihlsee. Daar leefde hij in een kluizenaarswoning (‘Einsiedelei’).

Vele mensen wisten hem daar te vinden. Ze ondernamen de reis naar hem toe om goede raad, inspiratie of vergeving te verkrijgen. Zo kreeg hij eens – aldus het verhaal – bezoek van twee onverlaten die meenden dat hij in zijn kluizenarijtje veel geld verborgen hield. Was hij immers niet van aanzienlijke komaf? En al die schenkingen die hij ontving van de pelgrims? Meinrad had, gastvrij en liefdevol als hij was, de twee onthaald op voedsel en onderdak. Daar hadden ze misbruik van gemaakt door hem de hersens in te slaan en vervolgens op zoek te gaan naar de vermeende schatten. In het huisje was niets te vinden. Ook niet in het kapelletje ernaast, waar de monnik elke dag de mis las.

Het enige wat ze aantroffen, waren twee raven die Meinrad gezelschap hadden gehouden vanaf het moment dat hij ze in een ijzige winter van de hongerdood had gered. Deze beide dieren zetten het op een verschrikkelijk krijsen en stortten zich op de twee moordenaars. Ze volgden ze waar ze op hun vlucht ook maar naar toe gingen: ze wisten zelfs de herberg binnen te dringen waar de twee tenslotte een goed heenkomen hadden gezocht. Zo werden ze gegrepen, en met de dood gestraft.

In 937 stichtte Benno van Metz († 940; feest 3 augustus) boven zijn kluis een klooster, dat naar Meinrads kluizenaarswoning Einsiedeln werd genoemd.

Bron: Heiligen.net

 

maandag in week 2 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 5, 1-10

Jezus is de Messias van zijn volk en als zodanig is Hij ook de priester van dit volk, de middelaar tussen God en de mensen. Hij was God en heeft aan den lijve ondervonden wat mens-zijn betekent. Zelfs als priester moest Hij tot in zijn lijden toe de school van de gehoorzaamheid doorlopen. Dat maakte Hem gereed om voor ons ten beste te spreken bij de Vader opdat ook wij trouwe mensen zouden worden.

Broeders en zustersn,
wie uit het volk tot hogepriester wordt gekozen, wordt aangesteld om tussen God en de mensen te bemiddelen, om gaven en offers te brengen voor de zonden.
Doordat hij zelf aan zwakheden ten prooi kan vallen, is hij bij machte begrip op te brengen voor hen die uit onwetendheid dwalen, en daarom moet hij niet alleen offers opdragen voor de zonden van het volk maar ook voor zijn eigen zonden.
Niemand kan zich die waardigheid toe–eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde. Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen Hem zei: ‘Jij bent mijn zoon, Ik heb je vandaag verwekt.’ Ergens anders zegt Hij iets vergelijkbaars: ‘Jij zult voor eeuwig priester zijn, zoals ook Melchisedek dat was.’
Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot Hem die Hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God. Hoewel Hij zijn Zoon was, heeft Hij moeten lijden, en zo heeft hij gehoorzaamheid geleerd. En toen hij naar de uiteindelijke volmaaktheid gevoerd was, werd Hij voor allen die Hem gehoorzamen een bron van eeuwige redding, omdat God Hem heeft uitgeroepen tot hogepriester zoals Melchisedek dat was.

 

Psalm 110, 1-4

Refr.: Je bent voor eeuwig priester als Melchisedek.

De Heer spreekt tot mijn heer:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
ik maak van je vijanden
een bank voor je voeten.’

Uit Sion reikt de Heer
u de scepter van de macht,
u zult heersen over uw vijanden.

Uw volk staat klaar
op de dag dat u ten strijde trekt.
Op de heilige bergen,
uit de schoot van de dageraad,
komt tot u de dauw van uw jeugd.

De Heer heeft gezworen,
en komt op zijn eed niet terug:
‘Je bent priester voor eeuwig,
zoals ook Melchisedek was.’

 

Uit het evangelie volgens Marcus 2, 18-22

Geen jonge wijn in oude zakken…

De leerlingen van Johannes en de Farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die Hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.’

Van Woord naar leven

‘Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken’, zegt Jezus ons vandaag.

De ‘nieuwe wereld’, de ‘nieuwe schepping’, waar wij hopelijk deel van willen uitmaken, heeft Jezus als het levend centrum van haar beleving. Dat laatste was nieuw, en is elke dag opnieuw nieuw. De Kerk is geroepen om van binnenuit dit nieuwe, Jezus zelf dus, te belichamen, en wel vanuit een innige verkering met Hem.

In de geloofsbelijdenis bidden we: ‘Ik geloof in de heilige katholieke Kerk’. Heilig, ja, dat is ze, toch de Kerk met een hoofdletter, want Jezus is haar hart.
De kerk met een kleine kerk is de belichaming die dikwijls zwak en lauw is, ook soms nalatend of zelfs zondig.
Doch in wezen is de Kerk heilig en het is haar roeping dat heilige te belichamen door een gemeenschap te vormen die vanuit haar hart (Jezus) liefdevol aanwezig is op alle plekken in de wereld, bereid met ieder broederschap aan te gaan door welgemeend de hand te reiken, door vrede te verkondigen en te stichten, door te werken aan verzoening, door de armen daadwerkelijk nabij te zijn,…

Met z’n allen zijn we geroepen om als één gemeenschap het Lichaam van Christus te zijn, op de plek waar we wonen en werken, met de mensen waarmee we dagelijks te maken hebben, op die plaatsen waar we ons als christenen engageren.

Dit laatste kan in volle caritatieve actie, of vanuit ons ziekenbed biddend voor de wereld. In de Kerk bestaat geen werkloosheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God
in Christus zijt Gij zijt het levend hart van de Kerk, het centrum van ons bestaan. Zo komt Gij elke dag onder ons, fris en altijd nieuw. Geef dat wij U zo mogen ontvangen, naar uw woord mogen luisteren, U mogen uitdragen.
Door Christus, onze broeder en Heer. Amen.