Lezingen van de dag – maandag 22 april 2019


Heilige (of feest) van de dag

Alexandrië van Lydda (+ 304)

Alexandria van Lydda, Palestina; martelares

Zij is de vrouw van de Romeinse vorst Dacianus. Deze probeert Sint-Joris te bewegen een offer aan de goden te brengen. Maar hij weigert. Dan zweert Dacianus tegen zijn vrouw dat hij dood mag neervallen als hij deze man er niet onder krijgt. Haar reactie is verrassend: “Jij, lelijke beul en moordenaar! Hoe vaak heb ik je al niet gezegd de christenen met rust te laten; hun God vecht voor ze. Als je maar weet dat ik ook christen wil worden!” Daar schrok de koning ontzettend van en riep: “Wee mij, nu hebben ze jou ook al bedrogen.” Hij beval dat ze aan haar haren moest worden opgehangen en met zwepen afgeranseld. Midden in haar pijnen riep ze tot Joris: “U, licht der waarheid, zeg mij: waar zal ik naartoe gaan? Ik ben immers nog niet wedergeboren door de doop met het water?” Waarop Joris antwoordde: “Houd moedig stand, mijn dochter; het bloed dat je vergiet, zal je doopwater zijn en de kroon van je overwinning.” Daarop richtte zij een gebed tot de Heer en gaf de geest.

Bron: Heiligen.net

 

paasmaandag


Uit de Handelingen van de Apostelen 2, 14 + 22-32

We maken hier kennis met Petrus’ eerste prediking tot het volk. De Petrus van de verloocheningsnacht is dood: dit is een Petrus die niet kàn zwijgen. Wie werkelijk gelooft dat Jezus lééft, gaat getuigen in blijdschap en vreugde. Het leven van de christen krijgt een andere kleur door de paaservaring: de ervaring van het nieuwe leven.

Petrus trad naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe:
‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht.
Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. God heeft Hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van Hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over Hem niet behouden.
David zegt immers over Hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, Hij is aan mijn zijde, ik wankel niet. Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. U hebt mij de weg naar het leven getoond, uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”
Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier.
Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan.
Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen.’

 

Psalm 16, 1 + 2a + 5 + 7 + 8 + 9 + 10 + 11

Refr.: Behoed mij, God, ik schuil bij U.

Behoed mij, God, ik schuil bij U.
Ik zeg tot de Heer: U bent mijn Heer.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in handen.

Ik prijs de Heer die mij inzicht geeft,
zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.

Steeds houd ik de Heer voor ogen,
met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.

Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,
mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.

U levert mij niet over aan het dodenrijk
en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.

U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 28, 8-15

Het lege graf van Jezus is voor sommigen bron van verbazing, geloof, vreugde en hoop, voor anderen bron van ergernis, ongeloof en tegenwerking. Maar elke mens moet tenslotte stelling nemen. Wie gelooft, zoals de vrouwen, brengt ook vandaag de boodschap van vandaag naar de mensen. Als men louter met het verstand tracht te zien, gelooft men evenwel nog niet. Men moet zich gewonnen geven aan en in de Geest, met het hart. En ernaar leven…

Ontzet en opgetogen verlieten de vrouwen haastig het graf om het aan Jezus’ leerlingen te gaan vertellen.
Op dat moment kwam Hij hun tegemoet en groette hen.
Ze liepen op Hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen Hem eer.
Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.’
Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. Die vergaderden met de oudsten en besloten de soldaten een flinke som geld te geven en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn ‘s nachts gekomen en hebben Hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’
Ze namen het geld aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de Joden de ronde.

Van Woord naar leven

De twee Maria’s hadden vernomen van de engel dat Jezus opgestaan was uit de dood. Hij zond hen naar de leerlingen waar ze de Blijde Boodschap van de verrezen Heer moesten gaan verkondigen en dat ze Hem in Galilea zullen ontmoeten. Ontzet en opgetogen verlieten ze het graf en snelden naar de leerlingen. Op dat moment, zo lezen we, kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op Hem toe, grepen zijn voeten vast, en bewezen Hem alle eer. Wat een vreugde moet deze ontmoeting gekenmerkt hebben; een diepe zalige vreugde.

Lieve mensen, wij zijn niet de twee Maria’s waarover we vandaag hoorden, de twee Maria’s die de eer hadden als eersten de verrezen Heer te mogen ‘zien’. Maar de ontmoeting die wij met de Heer mogen hebben is in wezen niet anders dan de ontmoeting tussen de Heer en zijn twee Maria’s.

In elkaar, in situaties, in appéls, in het Woord, in de sacramenten, in de natuur, in de stilte, in gezang, in de vreugde, in de vrede, in de vergeving, in de verzoening,… ontmoeten wij de verrezen Heer. Doorheen dit alles komt Hij ons tegemoet, groet Hij ons ten diepste, verenigd Hij zich met ons.
Vraag is: Geeft deze ontmoeting ons ook die diepe innerlijke vreugde, of doet het ons nog weinig?

Het is en blijft waar: we moeten die vreugde niet spelen, we mogen haar niet zelf maken, maar we moeten ons hart wel alle ruimte geven zodat de paasvreugde er zijn intrek kan nemen, en wel ten volle.

Het gaat hier om een vreugde die haar wortels vindt in de Heer zelf, in zijn opstanding, een vreugde die zich afspeelt in de warmte van de Geest, in de aanraking van de Vader doorheen de Zoon aan ons.

Het is een vreugde van de stille soort, een vreugde diep vanbinnen, een vreugde zonder al teveel uiterlijk alleluia. Het is een vreugde die ons diep in de Heer aanwezig houdt, zoals Hij in ons aanwezig is. Het is een vreugde die ons hele zijn zal verkwikken, fris zal maken, en ons zal aanzetten Jezus’ liefde te belichamen, haar te verkondigen in daad en woord.

Het is een vreugde die niet goedkoop is. Denk bijvoorbeeld aan de aanslagen gisteren in Sri Lanka. Godgeklaagd! Het is het kwaad dat het meest goede in haar hart tracht te treffen. Verschrikkelijk! En blijf dan maar vreugdevol omwille van de verrezen Heer… niet goedkoop dus. Laat dit een uitdaging zijn om te peilen wat die christelijke vreugde dan wel betekent, ook midden tijden van kwaad en terreur.
En laat ons ondertussen bidden voor het volk van Sri Lanka, voor de slachtoffers van deze duivelse daden, én haar daders.

En laat ons als paasmensen Gods Vrede blijven verkondigen, en aandienen; in onze directe omgeving, en overal ter wereld.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Opgestane Heer,
vervul ons met uw verrijzenisvreugde- en vrede, opdat wij Gods lied van minne mogen bezingen, dag na dag.
Zegen deze dagen bijzonder het volk van Sri Lanka. Wees voor hen troost en steun. Moge de daders tot berouw komen, en U ontmoeten.
Amen.