Lezingen van de dag – maandag 28 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Thomas van Aquino († 1274)

Thomas van Aquino (ook Aquinas) op, Fossanova, Italië; kerkleraar (‘doctor angelicus’ = ‘engelachtige leraar’)

Hij werd rond 1225 geboren in het Italiaanse plaatsje Roccasecca bij Aquino. Hij was de jongste zoon van graaf Landulfo van Aquino. Voor zijn vorming werd hij toevertrouwd aan de benedictijner monniken van het nabijgelegen klooster Monte Cassino. Maar na enige tijd voelde hij zich aangetrokken tot de zojuist door de Spanjaard Dominicus Guzmán († 1221; feest 8 augustus) gestichte orde der predikheren, de Dominicanen.

Hij ging in Parijs theologie studeren en behaalde er de doctorsgraad. Eenmaal afgestudeerd, was hij was een veelgevraagd docent. Hij gaf theologie achtereenvolgens aan de universiteiten van Parijs (1252-1260), van Orvieto (12601-1264), van Rome (1265-1267), van Viterbo (1268), terug in Parijs (1269-1271) en tenslotte aan de universiteit van Napels (1272-1274).

Ondanks zijn intelligentie en in weerwil van de waardering die hij overal ontmoette vanwege zijn gelovige scherpzinnigheid, bleef hij een bescheiden mens. Hij was een man van gebed. Op weg naar het concilie van Lyon, stierf hij te Fossanova, vlakbij Rome.

Hij werd in 1323 heilig verklaard en in 1567 uitgeroepen tot kerkleraar.

Hij heeft een indrukwekkend oeuvre nagelaten. Op zijn sterfbed zou hijzelf hebben gevraagd alles te verbranden, omdat al die woorden niet in staat waren het ware geheim van God ook maar enigszins te benaderen. Aan zijn verzoek hebben zijn tijdgenoten niet voldaan. Tot op de dag van vandaag wordt zijn Summa Theologica (Samenvatting van de Theologie) nageslagen en bestudeerd.

Eén van de vragen die hij in zijn Summa behandelt, luidt, of Jezus terecht een groot leraar wordt genoemd. Hij merkt daarbij op dat een leraar des te belangrijker is, naarmate hijzelf geen enkel geschrift heeft nagelaten. Pas als zijn leerlingen hun best doen alle woorden van hun meester voor het nageslacht te bewaren en op te schrijven, hebben we te doen met een werkelijk groot leraar, aldus Thomas. Hij dacht hierbij natuurlijk aan Jezus, wiens woorden en daden door de evangelisten zijn opgetekend. Waarschijnlijk ook aan de Griekse wijsgeer Socrates (470-399 vóór Chr.), wiens woorden door zijn leerling Plato voor het nageslacht zijn bewaard. Toch is die opmerking van Thomas niet zonder humor, als je bedenkt hoeveel dikke boeken hijzelf geschreven heeft…

Diezelfde humor valt te bespeuren in Thomas’ opmerking dat een mens een minimum aan materiële voorzieningen nodig heeft, wil hij aan godsdienstig leven toekomen. Ieder weet, dat Thomas zeer dik was, en dat er zelfs gezien zijn dikke buik, een stuk uit de tafel was gezaagd op de plek waar hij de maaltijd gebruikte…

Hij geldt als patroon van de dominicaner orde. In 1880 werd hij patroonheilige van alle katholieke universiteiten en studiehuizen. Daarnaast is hij beschermheilige van theologen, studenten, boekhandelaars en potloodfabrikanten. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen onweer.

Bron: Heiligen.net

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

 

maandag in week 3 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 9, 15 + 24-28

Het lot van de mens is éénmaal te sterven. Daar kan hij niet omheen. Christus heeft dit lot ook ondergaan. Maar Hij heeft de dood overwonnen en leeft. Want Hij was trouw tot de dood en daardoor heeft Hij de zonden en ook de dood overwonnen. Nu brengt Hij het levensgeluk naar allen die naar Hem uitzien. Dit zal volkomen zijn als Hij een tweede maal zal verschijnen.

Broeders en zusters,
Christus is bemiddelaar van een nieuw verbond; Hij is immers gestorven om ons te verlossen van de overtredingen tegen het eerste verbond. Nu kunnen allen die geroepen zijn het beloofde eeuwige erfdeel ontvangen.
Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de hemel zelf, waar Hij nu bij God voor ons pleit. Hij brengt daar niet telkens opnieuw het offer van zijn leven; Hij is dus niet te vergelijken met de hogepriester die elk jaar het heiligdom binnengaat, en dat met bloed dat niet het zijne is, want dan zou Hij sinds de grondvesting van de wereld telkens opnieuw hebben moeten lijden. Nee, Hij heeft zich bij de voltooiing van de tijden eenmaal geopenbaard, om met zijn offer de zonde teniet te doen.
Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel. Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie Hem verwachten, maar dan gaat het niet meer om de zonde.

 

Psalm 98, 1-6

Refr.: Wonderen heeft de Heer verricht.

Zing voor de Heer een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.
Zijn rechterhand heeft overwonnen,
zijn heilige arm heeft redding gebracht.

De Heer heeft zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken zijn gerechtigheid onthuld.
Hij heeft gedacht aan zijn liefde en trouw
voor het volk van Israël.

De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.
Juich de Heer toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.

Zing voor de Heer bij de lier,
laat bij de lier uw lied weerklinken.
Blaas op de ramshoorn en de trompetten,
juich als de Heer, uw koning, verschijnt.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 3, 22-30

Het geheim van Jezus’ optreden was gelegen in zijn gehoorzaamheid aan de Geest doe in Hem woonde. Jezus weerlegt de beschuldiging dat Hij door satanische machten zou bezeten zijn, want, zegt Hij, de satan is verdeeld. Al zijn volgelingen zal Hij zijn heilige Geest geven. Hun opdracht wordt het daaraan trouw te zijn. Hun grootste fout is duidelijke inspraken van deze heilige Geest af te wijzen, door deze inspraken in zichzelf en in anderen te ontkennen.

De schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren, zeiden: ‘Hij is bezeten door Beëlzebul’, en: ‘Dankzij de vorst der demonen kan Hij demonen uitdrijven.’
Toen Jezus hen bij zich geroepen had, sprak Hij tot hen in gelijkenissen: ‘Hoe kan Satan zichzelf uitdrijven? Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden; als een gemeenschap innerlijk verdeeld is, zal die gemeenschap niet kunnen standhouden. En als Satan tegen zichzelf in opstand is gekomen en verdeeld is, kan ook hij niet standhouden, maar gaat hij zijn einde tegemoet. Bovendien kan niemand het huis van een sterkere binnengaan om zijn inboedel te roven, als hij die sterkere niet eerst vastgebonden heeft; pas dan kan hij zijn huis leeghalen. Ik verzeker u: alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen de mensen worden vergeven, maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving, want zo iemand is schuldig aan een onuitwisbaar vergrijp.’
Dit omdat ze gezegd hadden: ‘Hij is bezeten door een onreine geest.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen de mensen worden vergeven, maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving, want zo iemand is schuldig aan een onuitwisbaar vergrijp.’

Een onuitwisbaar vergrijp… Wat mag dat wel voor een zonde zijn ?
Het is geen bepaalde zonde zoals wij ons dat voorstellen, want die worden alle vergeven, zelfs de allergrootste. Een zonde tegen de heilige Geest is een zonde tegen de zondevergiffenis. Zeggen dat je die niet nodig hebt, zeggen dat Hij, die gekomen is om de zonden te vergeven, door een onreine geest wordt bezeten en niet door de heilige Geest.

Geïnspireerd aan woorden van J. Bots, sj

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
allen hebben wij duistere plekken in ons bestaan; plaatsen waar ‘nee’ wordt gezegd, waar het ‘ja’ verdrongen wordt, waar uw wil niet geschiedt.
Kom Heer, raak ons aan, verlicht onze duisternis, genees ons ten diepste, keer elk nee-woord om naar uw ja-woord tot de Vader.
En dank U, voor die overgrote liefde die Gij voor ieder van ons hebt.
Amen.