Lezingen van de dag – maandag 3 dec 2018


Heilige (of feest) van de dag

Franciscus Xaverius († 1552)

Franciscus Xaverius (eigenlijk Francisco de Yasu y Javier) sj, Sancian, Zuid-Oost-Azië; missionaris

Hij werd op 7 april 1506 geboren op het landgoed Javier in Navarra, Baskenland, Noord-Spanje. Hij studeerde te Parijs met een glanzende carrière in het vooruitzicht. Maar een ontmoeting met zijn landgenoot Iñigo (Ignatius) van Loyola zou van beslissende betekenis worden voor zijn leven. Deze Ignatius probeerde Franciscus over te halen tot zijn ideaal om ‘de zielen te helpen’, mensen in hun geloof en gebed te begeleiden en gelukkig te maken door aandacht te besteden aan Gods werk in ieders persoon. Met grote moeite liet Franciscus zich hiervoor winnen. Tezamen met nog acht anderen legden Ignatius en hij in 1534 de geloften af dat ze hun verdere leven enkel en alleen in dienst van God zouden stellen. Dat gebeurde in het kapelletje van Montmartre, dat destijds even buiten Parijs lag.

Meteen daarna ging Franciscus theologie studeren. De tien vrienden in de Heer hielden contact, ook al raakten ze verspreid over het toenmalige Europa. Ze ontmoetten elkaar in Venetië met de bedoeling samen naar het Heilige Land te gaan, om daar in de voetstappen van Jezus te treden. In die tijd ontving Franciscus de priesterwijding, 1537. Toen hun plannen werden gedwarsboomd door een oorlog tussen Turkije en Venetië, besloten ze naar hun diensten aan te bieden aan de paus in Rome. In 1540 kregen ze officieel toestemming van paus Paulus III († 1549) om een religieuze orde op te richten: de Sociëteit van Jezus (‘jezuïeten’). Op aanvraag van de koning van Portugal werd Franciscus in 1541 naar de nieuwe missiegebieden van Achter-Azië gezonden.

Vanaf dat moment begon er een rusteloos leven van reizen en trekken. Het doet sterk denken aan Paulus, de grote apostel uit de eerste eeuw van het christendom († ca 67; feest 29 juni). Franciscus legde zelfs een beduidend langere afstand af dan de Apostel. Achtereenvolgens zou hij verkondigend en dopend door India trekken (1542-1544), de Molukken (1544-1547) en Japan (1548-1551).

Eerst zette hij vanuit Goa in India koers naar de oostkust dwars door het vasteland. In het voorbijgaan bezocht hij te Madras het graf van de apostel Thomas († 1e eeuw; feest 3 juli). Vandaar zette hij koers naar Malakka, deed de Molukken aan, Ambon waar al christenen woonden en Ternate, nog volledig onbekend met de christelijke godsdienst. Hij deed zelfs Molotai aan, een eiland dat bekend staat om zijn koppensnellers. Overal probeerde hij met behulp van tolken mensen tot het christelijk geloof te bewegen. Als hij ook maar enigszins meende dat zij het doopsel waardig waren, diende hij het toe. Hij werd daarbij tot heilige ijver gedreven door zijn overtuiging dat ongedoopten in het hiernamaals voorgoed verloren zouden gaan, een opvatting die toen heel gewoon was en algemeen verspreid.
Franciscus was gegrepen door de persoon van Jezus en de liefde van zijn Vader. Met zijn vurig Baskisch temperament leefde hij voor het evangelie.
Ruim een jaar na zijn aankomst in zijn missiegebied schreef hij in volkomen eenzaamheid vanuit een gehucht op 800 kilometer afstand van zijn standplaats Goa, India:

“Menigten van mensen komen hier niet in contact met Christus om de eenvoudige reden dat er niemand klaar staat voor de heilige taak om hen erover te vertellen. Vaak heb ik gepopeld van verlangen om de Europese universiteiten binnen te rennen, vooral de Sorbonne in Parijs, en daar als een uitzinnige te keer te gaan tegen degenen die meer geleerdheid bezitten dan de bereidwilligheid om er goed gebruik van te maken. Ik zou hun aan het verstand willen brengen hoeveel mensen van de hemel niet weten en ongelukkig blijven door hun nalatigheid.”

Franciscus gaat er zonder meer vanuit dat het Evangelie als enige de weg wijst naar het werkelijke geluk: de inwendige wetenschap door God zomaar bemind te zijn en van daaruit je leven te in te richten.

“Zij zouden niet alleen de wetenschappen moeten bestuderen, maar ook voor ogen moeten houden met welke bedoeling God hun deze talenten heeft geschonken. Dan zouden zij zich vast en zeker veel meer toeleggen op hun gebedsleven; zij zouden God van meer nabij leren kennen en een plaats geven in hun leven; zij zouden alle neigingen in hun leven afwegen en het goede weten te kiezen, en zij zouden roepen: ‘Heer, hier ben ik. Wat wilt u dat ik doe? Stuur mij maar overal naar toe waar u wilt, al was het naar Indië!’ Met hoeveel meer vreugde in hun hart zouden zij dan leven…”
Deze vertaling is een bewerking van een tekst zoals afgedrukt in James Brodrick s.j. ‘De Heilige Franciscus Xaverius 1506-1552’ Utrecht, De Fontein, 1953 (Ned. vert. van J. Duprés) p.106-107.

Na de ontmoeting met een bekeerde Japanner ging hij naar Japan en probeerde door te dringen tot de keizer. Dat lukte pas na vele vergeefse pogingen en vergeefse pogingen, en dan alleen nog maar nadat ze zich hadden uitgedost in de kleding van westerse hoogmogendheden, compleet met dure relatiegeschenken, zoals klokken, muziekdoosjes, spiegels, kristal, kostbare kleding en wijn. De keizer gaf toestemming om het christelijk geloof te verkondigen. Hij voegde eraan toe dat het ieder in zijn rijk vrij stond dat geloof inderdaad te kiezen, wanneer men van mening mocht zijn dat men er gelukkiger van werd.
De prediking en organisatie ter plaatse liet Franciscus vervolgens over aan medejezuïeten. Zelf verlangde hij ernaar het ‘magische’ China te bereiken, het toenmalige culturele centrum van heel Achter-Azië. Hij was ervan overtuigd dat alle omringende culturen mee zouden gaan, als China voor het christendom kon worden gewonnen.
Om zich op dit alles voor te bereiden ging hij eerst terug naar Goa. Onmiddellijk daarop waagde hij de sprong. Op een onooglijk eilandje voor de Chinese kust werd hij ziek en stierf.

Zijn relieken rusten sinds 1554 in Goa (India). Een deel van zijn rechterarm werd in 1615 overgebracht naar de Gesùkerk te Rome. Tezamen met Ignatius werd hij in 1622 heilig verklaard. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne missie en wordt dan ook vereerd als patroonheilige van de missies, met name van de buitenlandse katholieke missies (sinds 1927) en van de voortplanting van het geloof.

Daarnaast is hij patroon van het Verre Oosten, en in het bijzonder van Goa, India (sinds 1748), Macau en Pakistan; van Portugal; in Italië: van Bastia, Bologna, Cremona, Parma en Piacenza;; en in Spanje van Navarra en Pamplona. Bovendien is hij beschermheilige van jezuïeten, van zeelieden in het Verre Oosten; zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen de pest; tegen hagel en storm en voor een goede reis overzee.

Hij wordt afgebeeld in zwarte toog, witte halflange superplie met stola eroverheen; vaak een kruis in de hand voor zich uit (symbool van geloofsverkondiging aan niet-christenen).

Bron: Heiligen.net

maandag in de 1e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 2, 1-5

Angstig zoekt de mens naar vrede die hem niet teleurstelt. De profeet Jesaja bekijkt deze vrede in zijn eindvoltooiing. Dan zal de Heer als wereldrechter zijn wegen tonen. Zijn licht is het doel van alle mensen onderweg. Jesaja beschrijft hoe hij Gods heerlijkheid in de tempel aanschouwde. Zij vervulde heel de aarde. Dit visioen versterkte de profeet in zijn overtuiging over de eindtijd.

Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem.
Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’
Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.

 

Psalm 122, 1-4a + 8-9

Refr.: Laten we optrekken naar de berg van de Heer.

Verheugd was ik toen ik hoorde:
Wij gaan naar het huis van de Heer.

Verheugd ben ik, nu onze voeten staan
binnen je poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, als een stad gebouwd,
hecht en dicht opeen.

Daar komen de stammen samen,
de stammen van de Heer.

Om mijn verwanten en vrienden
zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’

Om het huis van de Heer, onze God,
wens ik je al het goede.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 5-11

Niet alleen voor Joden is het heil beloofd. ‘Velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanliggen in het Koninkrijk van de hemel’. De genezing van de knecht van een Romeinse legerofficier is een illustratie van Jezus’ wereldwijde zending.

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk van de hemel.

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we bij de profeet Jesaja: ‘Laten wij leven in het licht van de Heer.’

Leven in het licht van de Heer is je zo verinnigen met Jezus (Gods licht) dat jezelf licht wordt voor de wereld. Immers, wie in God leeft, leeft nooit voor zichzelf alleen, maar zal doorheen zijn wandel in God, licht zijn voor de medemens.

Moge Gods Geest ons in deze beweging brengen, biddend, in diepe overgave aan Christus, drinkend van Gods liefde, ons lavend aan Hem, alles en allen diep beminnend.

Als mensen op weg. Want de evangelische lat ligt hoog. Liefde is geen romantiek. Maar het is wel de weg waartoe we geroepen zijn. God zij dank is Jezus er, die ons in Gods minne altijd weer opnieuw opneemt in zijn barmhartigheid wanneer we weer eens klein waren in geloof. Zonder oordeel zal Hij ons steeds weer optillen om ons met zachte hand binnen te leiden in Gods liefde; ja, steeds weer opnieuw.

Laten we ons als kinderen geven aan zijn tegenwoordigheid in en onder ons, opdat Hij zijn Pasen steeds weer kan uitzingen door ons en met ons en in ons

Kom, laat ons leven in het licht van de Heer. Ja, laat ons dansen in Hem; geleid door Hem.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede Vader,
maak ons arm van geest,
beschikbaar voor U,
opdat wij,
ons gevend aan Christus,
uw licht mogen zijn voor de wereld,
badend in uw Drie-ene aanwezigheid,
Kom heilige Geest.
Amen.