Lezingen van de dag – vrijdag 1 mrt 2019


Heilige (of feest) van de dag

Switbert van Kaiserswerth (+ 713)

Switbert (ook Suitbertus, Swidbertus, Swietbertus of Switbertus) van Kaiserswerth, Duitsland; bisschop

Als jongeman was hij de wereld ontvlucht om in de eenzaamheid God te zoeken. Later was hij een van de gezellen die rond 690 vanuit Engeland met Willbrord was meegekomen om het evangelie te gaan verkondiogen in het zuidelijke gebied van de Friezen. Tijdens Willibrordus’ reis naar Rome (692) werd Switbert priester gewijd door de bisschop van York. Vervolgens werd hij naar het gebied tussen de Lippe en de Ruhr gezonden (ongeveer het huidige Ruhrgebied in Duitsland).

Aanvankelijk vond hij gehoor bij het volk. Hij wist er meerderen voor Christus en het geloof in God de Vader te winnen. Er zijn zelfs legenden bekend, waarin wordt verteld hoe Switbert krachtens zijn geloof in God blinden de ogen opende, zieken van hun kwalen en pijnen genas en zelfs doden weer tot het leven terugbracht. Zo moesten de omstanders wel inzien, dat de God van Switbert veel meer macht bezat dan hun eigen goden.

Maar al dat werk werd weer teniet gedaan door de invallen van de Saksers. Switbert trok zich terug op een eilandje in de Rijn, waar hij – met behulp van Pepijn en diens vrouw, de heilige Plectrudis – een klooster stichtte, dat later naar hem Switbertswerth zou worden genoemd. Tegenwoordig staat het bekend als Kaiserswerth.

In de parochiekerk aldaar worden tot op de dag van vandaag zijn relieken bewaard in een kostbare reliekschrijn.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (mijter, staf, tabberd); soms met een ster. Dat laatste, omdat de legende weet te vertellen, hoe zijn moeder, toen zij nog van hem in verwachting was, droomde, dat er een ster opging, waarvan de stralen tot in Duitsland en Frankrijk reikten. Zij zag dit aan met grote blijdschap. Maar plotseling daalde die ster neer op haar bed, en schreeuwend van schrik werd zij wakker. De plaatselijke bisschop – Aidan – legde de volgende ochtend die droom uit: ‘U zult een zoon ter wereld brengen die door zijn heiligheid een groot deel van de wereld zal verlichten.’

Bron: Heiligen.net

 

vrijdag in week 7 door het jaar


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 6, 5-17

Echte vrienden zoeken geen eigen voordeel. Zij blijven ons ook trouw wanneer het ons niet meer voor de wind gaat. Zulke vrienden zijn onbetaalbaar. Uiteindelijk houden zulke mensen hun vriendschap vol vanuit hogere motieven, die uiting zijn van geloof.

Hartelijke woorden maken veel vrienden, wie goede dingen zegt krijgt een hoffelijk antwoord.
Laat velen vriendschappelijk met je omgaan, maar laat slechts één op de duizend je raadgever zijn.
Als je iemand tot vriend wilt maken, stel hem dan eerst op de proef, vertrouw hem niet te snel.
Sommige vrienden zijn enkel je vriend in goede tijden, in slechte tijden zie je ze niet.
Er zijn vrienden die opeens je vijand worden en jullie ruzie tot je schande verder vertellen.
Er zijn vrienden die met je aan tafel zitten, maar in slechte tijden zie je ze niet.
Als het je goed gaat lopen ze achter je aan en gaan ze gemoedelijk met je slaven om;
maar als het je slecht gaat, keren ze zich tegen je en laten ze je in de steek.
Ga je vijanden uit de weg en houd je vrienden in de gaten.
Een trouwe vriend is een veilige schuilplaats, wie er een gevonden heeft, heeft een schat gevonden.
Een trouwe vriend is onbetaalbaar, tegen zijn waarde weegt niets op.
Een trouwe vriend is een krachtig medicijn, wie ontzag heeft voor de Heer vindt zo’n vriend.
Wie ontzag heeft voor de Heer zoekt de juiste vrienden uit; zoals hijzelf is, zo zijn zijn vrienden.

 

Psalm 119, 12 + 16 + 18 + 27 + 34 + 35

Refr.: Heer, in uw wetten verheug ik mij.

Geprezen bent U, Heer,
onderwijs mij in uw wetten.

Ik verheug mij in uw wetten,
uw woord zal ik niet vergeten.

Neem de sluier van mijn ogen,
dan zal ik zien hoe wonderlijk mooi uw wet is.

Leer mij de weg van uw regels begrijpen,
en ik zal uw wonderen overdenken.

Geef mij inzicht, en ik zal uw wet volgen,
hem onderhouden met heel mijn hart.

Laat mij het pad gaan van uw geboden,
dat is mij het liefst.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 1-12

Jezus leert ons hier ondubbelzinnig dat man en vrouw door hun huwelijk onlosmakelijk verbonden zijn. Man en vrouw worden door hun huwelijk één. Daarin mogen zijn hun trouw beleven.

Jezus vertrok uit Kafarnaüm naar Judea en het gebied aan de overkant van de Jordaan, en de mensen verzamelden zich weer in groten getale om Hem heen; Hij onderwees hen zoals hij gewoon was te doen.
Er kwamen ook Farizeeën op Hem af. Ze vroegen Hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze Hem op de proef stellen.
Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’
Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’
Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent. Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’
In huis stelden de leerlingen Hem hier weer vragen over.
Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’

Van Woord naar leven

Bij Jezus Sirach lezen we vandaag:
Een trouwe vriend is een veilige schuilplaats, wie er een gevonden heeft, heeft een schat gevonden. Een trouwe vriend is onbetaalbaar, tegen zijn waarde weegt niets op.

Deze zinnen, en heel de eerste lezing van vandaag, gaat over het hebben van vrienden. Echte vrienden moet je koesteren, soigneren, want gewoonlijk zijn ze op één hand te tellen, zo zegt de lezing.

Een vraag die we ons vandaag kunnen stellen vanuit deze lezing is: Hoe kunnen wij een vriend zijn/worden voor anderen ?

Natuurlijk heb je vriendschappen en vriendschappen. Je kan niet met iedereen die je kent dezelfde diepgaande vriendschap aangaan. Dat spreekt voor zich. En toch…

Hoe benaderen wij onze medemens…
Mag hij er zijn op de weg waar hij zich nu bevindt?
Als hij misstappen begaat, gooi ik hem dan niet weg?
Ben ik bereid met hem mee te gaan, zowel in momenten van vreugde als in momenten van lijden?
Ga ik hem dragen als hij niet meer kan?
Ben ik trouw?

Hét voorbeeld bij uitstek in deze leerschool is beslist onze Heer zelf.
Uit mede-lijden bewogen… zo staat er regelmatig.
Zijn vriendschap bestond er dikwijls in mee te gaan met en in het lijden. Da’s heel wat.
Hij hield van samen-zijn, van gemeenschap, van praten over het Leven met een grote L.
Hij sprak er niet enkel over, maar beleefde het ook, en was er als het ware het levende beeld van.

Laten we leren van Jezus. Niet enkel door te lezen over Hem, hoe Hij het gedaan heeft. Maar vooral door zelf onze vriendschap aan Hem aan te bieden, zoals Hij dat doet bij ieder van ons. Vanuit deze innige eenheid met Hem mogen we dan naar onze medemensen kijken, hen onze vriendschap aanbieden, vol warmte en genegenheid, spontaan en echt; vriendschap geworteld in onze vriendschap met de Heer.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
goede en trouwe Vriend, wij danken U om uw vriendschap voor ieder van ons, Gij, geheel zelfgave, één en al Liefde. Kom met uw heilige Geest over ieder van ons, en trek ons in de intimiteit tussen U en de Vader, opdat wij van U, Drie-ene God, mogen leren wat het betekent: je te geven aan elkaar.
Tot in lengte van dagen. Amen.