Lezingen van de dag – vrijdag 12 april 2019


Heilige (of feest) van de dag

Erkenbod van Sithiu († 742)

Erkenbod van Sithiu, Frankrijk; abt & bisschop

Halverwege de 7e eeuw had Sint Audomarus († ca 670; feest 9 september) in het huidige Vlaams Picardië in Noord-West-Frankrijk klooster Sithiu gesticht. Later werd het genoemd naar de eerste abt ‘St-Bertin’; nog weer later kreeg het zijn definitieve naam ‘St-Omer’ naar de stichter Sint Audomarus. Na Bertin, Rigobert en Erlfried werd Erkenbod er in 717 tot vierde abt gekozen. Hij was een monnik uit de gemeenschap zelf. In zijn tijd kreeg het klooster steeds meer goederen geschonken, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de kloostergemeenschap. Bovendien verrichtte hij onvermoeibaar inspanningen om Sithiu te vrijwaren voor inmenging van vorsten, die maar al te graag bij het beheer van het klooster hun invloed wilden doen gelden.

Maar vooral ging Erkenbod zijn monniken op voorbeeldige wijze voor in een leven van gebed en werk, zoals dat door de juist nieuw ingevoerde regel van Sint Benedictus († 550; feest 11 juli) werd voorgeschreven. Deze regel was in de plaats gekomen van de veel strengere regel van de vermaarde Ierse kloosterstichter Columbanus van Luxeuil († 615; feest 23 november).

De beroemde samenvatting van Benedictus’ regel ‘Bid en werk’ was revolutionair, omdat werk in die tijd alleen maar gedaan werd door slaven, lijfeigenen en onderhorigen; het hoorde bij de laagste maatschappelijke stand. Dat je deel uitmaakte van de hoger geplaatste klasse bleek juist uit het feit, dat je gevrijwaard bleef van werk. Werk was minderwaardig. Tot kloostergemeenschappen traden vrijwel alleen mensen toe uit de hogere kringen. Voor lijfeigenen was dat zonder toestemming van hun meester niet mogelijk. Zo verplichtten zich mensen uit adellijke kringen die tot het klooster toetraden, naast gebed tot werk; tot een activiteit dus, die ver beneden hun stand was. Daarin beleefden ze, dat ze als het ware lijfeigene waren in dienst van Jezus, die hen was voorgegaan in nederigheid.

In 723 werd Erkenbod ook nog benoemd tot zevende bisschop van het nabijgelegen Thérouanne. Indertijd was vooral op het platteland het heidendom nog wijd verbreid. Vol ijver zette Erkenbod zich aan zijn taak om met name daar het evangelie te brengen. Hij stichtte kloosters en kapellen en het christelijk geloof maakte een grote bloei door.

Na zo’n vijfentwintig jaar abt geweest te zijn en tien jaar bisschop, stierf hij.

Zijn levensverhaal (de ‘Vita Erkembodonis’) werd geschreven door Johannes van St-Bertin op grond van stukken hij die aantrof in het abdijarchief.

Tegenwoordig ligt Erkenbod begraven in de kerk van Notre-Dame te St-Omer, waar hij nog altijd verering geniet. Op zijn stenen sarcofaag worden tot op de dag van vandaag kinderschoentjes geplaatst door jonge moeders om hun kinderen te vrijwaren voor ernstige ziektes. Daarnaast wordt zijn voorspraak ingeroepen voor reumapatiënten.

Bron: Heiligen.net

 

vrijdag in de 5e week van de vasten


Uit de profeet Jeremia 20, 10-13

Zelfs door zijn vrienden in het nauw gedreven, verliest Jeremia de moed niet. Want God blijft bij hem. In zijn naam durft de profeet het aan zijn vervolgers te verwensen en eindigt met een lied tot de Heer, die het leven van de arme redt uit de overmacht van de boosdoeners.

Want de mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.”
Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.”
Maar de Heer staat mij ter zijde als een machtig krijgsman. Daarom komen mijn belagers ten val, ze krijgen mij niet in hun greep. Ze zullen diep worden beschaamd, ze zullen hun doel niet bereiken. Ze worden overladen met eeuwige schande, nooit zal die worden vergeten.
Heer van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien dat U zich op hen wreekt. U leg ik mijn zaak voor.
Zing voor de Heer, loof de Heer, want Hij heeft het leven van de arme uit de handen van boosdoeners gered.

 

Psalm 18, 3-7

Refr.: Mijn roepen bereikte Gods oren.

Heer, mijn rots, mijn vesting,
mijn bevrijder, God, mijn steenrots.

Bij U kan ik schuilen, mijn schild,
kracht die mij redt, mijn burcht.

Ik roep: Geloofd zij de Heer,
want ik ben van mijn vijanden verlost.

Mij omsloten de banden van de dood,
de kolkende afgrond joeg mij angst aan.

De banden van het dodenrijk omklemden mij,
op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.

In mijn nood riep ik tot de Heer,
ik schreeuwde naar mijn God om hulp.

In zijn paleis hoorde Hij mijn stem,
mijn roepen bereikte zijn oren.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 10, 31-42

Omdat Hij klare taal spreekt verplicht Jezus zijn toehoorders tot een keuze. Wie zichzelf Gods Zoon noemt en beweert dat de Vader in Hem en Hijzelf in de Vader is, bewerkt dat de omstanders partij kiezen: ofwel geloven in Jezus als Gezondene van de Vader en Zoon Gods, ofwel Hem ter dood brengen omwille van zijn godslasterlijke uitspraken.

Toen de Joden weer stenen opraapten omdat ze Hem wilden stenigen, zei Jezus: ‘Ik heb door de Vader veel goeds voor u gedaan; waarom wilt u me stenigen?’
‘Voor een goede daad zullen we u niet stenigen’, antwoordden ze, ‘maar wel voor godslastering: U bent een mens, maar U beweert dat U God bent!’
Jezus zei: ‘Staat er in uw wet niet geschreven: “Ik heb gezegd: ‘U bent goden’”? De Schrift blijft altijd van kracht; als mensen tot wie God spreekt goden genoemd worden, hoe kunt u mij, door de Vader geheiligd en naar de wereld gezonden, dan beschuldigen van godslastering wanneer Ik zeg dat ik Gods Zoon ben? Als wat Ik doe niet van mijn Vader komt, geloof me dan niet, maar als dat wel het geval is en u gelooft me toch niet, geloof dan tenminste wat Ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in mij is en dat Ik in de Vader ben.’
En weer wilden ze Hem grijpen, maar Hij ontsnapte.
Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerder gedoopt had. Daar bleef Hij.
Veel mensen kwamen naar Hem toe; ze zeiden: ‘Johannes heeft weliswaar geen wonderteken gedaan, maar alles wat hij over deze man gezegd heeft is waar.’ En velen kwamen daar tot geloof in Hem.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt de Heer doorheen de profeet Jeremia: ‘Zing voor de Heer, loof de Heer, want Hij heeft het leven van de arme uit de handen van boosdoeners gered.’

De arme is hij die gekeerd leeft naar God, die leeg en ontvankelijk is, bereid God in zich te dragen en in Hem te leven.
De boosdoener is Hij die dit alles veracht, zichzelf tot schepper herleidt van al zijn doen en laten.

Rijk is hij die arm is voor God. Hij zal drager en uitdrager zijn van Gods vrede, zelfs wanneer hij door kwaad wordt omringt. Zijn armoede zal hem tot rijkdom zijn, want hij weet zich bemind door God en zal in Hem de kracht vinden het kwade te beantwoorden met het goede.

Zoals Jezus gedaan heeft. En wij nu, in Hem.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Vader,
maak ons arm van geest,
bereid doorheen Jezus
voor U en in U te leven.
Maak ons nederig en klein,
verliefd op uw goddelijke goedheid.
In Christus,
amen.