Lezingen van de dag – vrijdag 14 dec 2018


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van het Kruis († 1591)

Johannes van het Kruis (ook della Croce, de la Croix, of the Cross, a Cruce, de la Cruz, vom Kreuz, de Yepes) o.carm., Ubeda, provincie Jaén, Spanje; kloosterling & mysticus

Juan de Santa María de Yepes werd op 24 juni 1542 geboren in het Spaanse plaatsje Fontiveros bij Salamanca als zoon van een wever. Als jong volwassene ging hij zieken verplegen in Medina del Campo en trad in 1563 in bij de karmelieten onder de naam Johannes van St-Mattias. Zijn studies deed hij in Salamanca. Na een ontmoeting in 1568 met Sint Theresia van Ávila († 1582; feest 15 oktober) was hij gegrepen door haar ideaal en begon de mannelijke tak van de Karmel te hervormen, zoals zij het deed bij de vrouwelijke: dat was het begin van de ongeschoeide karmelieten (Carmelitas Descalzos). In 1574 kwam hij met Sint Theresia naar Segovia en droeg hier de eerste mis op in het door haar gestichte klooster van ongeschoeide karmelietessen.

Het eerste klooster voor ongeschoeide Karmelieten stichtte hij in Duruelo en veranderde zijn naam in Johannes van het Kruis. In 1586 stichtte hij buiten Segovia een mannenklooster van ongeschoeide karmelieten en was hier van 1588 tot 1591 prior. Zijn pogingen om de orde te hervormen stuitten op veel weerstand en onbegrip. In 1577 werd hij zelfs in Toledo gevangen gezet. Hij was naast priester ook dichter, mysticus en theoloog. Zijn mystieke werken ‘La subida del Monte Carmelo’ (= ‘De bestijging van de berg Karmel’), ‘La noche oscura del alma’ (= ‘De donkere nacht van de ziel’) en ‘La llama de amor’ (= ‘De vlam van de liefde’), vormen hoogtepunten in de geschiedenis van de katholieke mystiek. Zijn theologisch hoofdwerk was ‘Cántico espiritual’ (= ‘Geestelijke lofzang’), een samenspraak tussen de ziel en Christus, geïnspireerd op het Hooglied in de bijbel.

Al zijn werken zijn pas na zijn dood gepubliceerd. Men zegt, dat medebroeders uit zijn klooster van de ongeschoeide karmelieten bij zijn dood zijn ziel zagen opstijgen in de vorm van een vurige aardbol.

Hij werd bijgezet in Segovia. Daar rust zijn lichaam tot op de dag van vandaag in een praalgraf.
In 1726 werd hij heilig verklaard. Paus Pius XI riep hem in 1926 uit tot kerkleraar met als eretitel ‘doctor van de mystieken’.
Hij is patroon van Segovia; alsmede van mystici.
Hij wordt afgebeeld als karmeliet; geknield voor een kruisbeeld, omgeven door lelietakken (symbool van zuiverheid); kijkend naar de lijdende Christus; Christus (met kruis en vaak boven een altaar) onderhoudt zich met hem; boek in de hand met de spreuk: ‘Pati et contemni’ (= Lijden en veracht worden’); met adelaar met pen in de snavel.

Bron: Heiligen.net

vrijdag in de 2e week
van de advent


Uit de profeet Jesaja 48, 17-19

Het spreken van God tot de mens is meer dan een mededeling van kennis. Het is telkens een uitnodiging om aan ons eigen geluk te werken. In ons antwoord volbrengen we de wil van God en tegelijk gaan we op weg naar ons geluk. De Heer onze God leert ons om bestwil de weg die wij moeten gaan. Wij kunnen rekenen op zijn beloften.

Dit zegt de Heer, je bevrijder, de Heilige van Israël:
Ik ben de Heer, jullie God, die jullie onderricht in je eigen belang, die jullie leidt op de weg die je gaat.
Luisterde je maar naar mijn geboden, dan zou jouw vrede zijn als een rivier, en je gerechtigheid als de golven van de zee.
Je nageslacht zou zijn als het zand, je nazaten ontelbaar als zandkorrels. Je naam zou nooit worden uitgewist, maar voor altijd bij mij voortleven.

 

Psalm 1, 1-6

Refr.: Wie U volgt, Heer, zal het licht van het leven bezitten.

Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de Heer
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Zo niet de wettelozen !
Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
Wettelozen houden niet stand waar recht heerst,
zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.
De Heer beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 11, 16-19

Zoals kinderen op het marktplein, ondergaan de tijdgenoten van Jezus en Johannes de Doper de sensatie van het ogenblik. Ze hebben het moeilijk om in Johannes en Jezus de gezondenen van God te erkennen.

Jezus sprak tot de menigte:
‘Waarmee zal Ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen: “Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen, toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen.”
Want toen Johannes kwam, en niet at en dronk, zei men: “Hij is door een demon bezeten.”
Nu is de Mensenzoon gekomen, Hij eet en drinkt wel, en nu zegt men: “Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars.”
En toch is de Wijsheid door heel haar optreden in het gelijk gesteld.’

Van Woord naar leven

‘Ik geef jullie onderricht in je eigen belang…’, zo lezen we vandaag bij de profeet Jesaja.

Gods onderricht gaat veel dieper dan een gericht zijn op een ‘weten hoe het moet’. Want, wat dit laatste betreft, in ons hoofdje weten we maar al te goed hoe het moet. En toch spelen we het maar met mate klaar te doen wat God vraagt. De reden zit ‘m doorgaans in het feit dat we ons moeilijk kunnen toevertrouwen aan het werkelijke onderricht dat God ons bieden wil: het onderricht van het hart.

Immers, het onderricht dat God biedt is niet zozeer gericht op een verstandelijk kennen of weten. Wat Hij wil is ons in ontmoeting brengen met Zichzelf, dat veel dieper reikt dan onderricht geven puur op vlak van verstandelijk kennen of weten.
Het gaat hier om innigheid door Hem geschonken; puur gave dus. Het gaat om eenwording, om vereniging, om intimiteit tussen Hem (in Christus) en wij. Dit ‘gaan met de Heer’, deze verkering tussen Hem en ons (wat synoniem is van liefhebben), wordt dan veel meer dan een verstandelijk weten waarover het gaat. Het zal gaan om een ervaring van samensmelting met het Hart en de Bron van de liefde, met God zelf, van waaruit wij, op onze beurt, in Christus, allen en alles gaan liefhebben.

Groeiend, van dag op dag, met vallen en opstaan, steeds weer opgetild door Gods drie-ene liefde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
neem ons op in uw Drie-ene Liefde.
Doe ons deelnemen aan jullie gemeenschapsleven
opdat wij in ons dagelijks bestaan
uw liefde ten diepste mogen worden.
Gij door ons, met ons, in ons.
Door Christus, onze Broeder en Heer.
Amen.