Lezingen van de dag – vrijdag 16 nov 2018


Heilige (of feest) van de dag

Margareta van Schotland († 1093)

Margareta van Schotland, Edinborough, Schotland; koningin, stichteres & weduwe

Margareta was de dochter van de Engelse koning Edward Atheling en de Hongaarse prinses Agatha. Zij werd in Hongarije geboren, omdat haar ouders door de Noormannen verdreven waren: 1046. Onder haar grootvader, de latere heilige koning Edward de Belijder († 1066), verhuisde de koninklijke familie weer naar Engeland. Daar leefde ze in betrekkelijke rust tot 1066, toen Edward de Slag bij Hastings verloor. Weer moest de koninklijke familie vluchten.

Nu belandde Margareta in Schotland, en maakte daar kennis met de rauwe vorst, Malcolm III. Deze raakte volkomen vertederd van de jonge prinses. We horen van dat moment niets meer over de vrouw met wie hij tot dat moment getrouwd was. Margareta nam volledig bezit van zijn leven: “Hij kwam steeds prompt tegemoet aan al haar wensen en verstandige adviezen; wat haar niet aanstond, stond hem niet aan; waar zij van hield, daar hield hij ook van, puur uit liefde voor haar.” Aldus haar biechtvader Prior Turgot van Durham. Van dat ogenblik af was het dus uit met het platbranden van kerken en kloosters: daar was Malcolm namelijk mee bezig op het moment dat hij zijn jonge bruid leerde kennen. Zij was het liefste een klooster ingegaan, maar nu ze eenmaal op deze plek zat, zorgde ze ervoor dat er nieuwe kerken werden gebouwd, kloosters gesticht en scholen opgericht. Zij was een royaal weldoenster voor de armen. En zij droeg persoonlijk zorg voor de christelijke opvoeding van haar kinderen, daarin bijgestaan door haar geestelijke leidsmannen, de reeds genoemde Turgot en Lanfranc († 1089; feest 28 mei), de aartsbisschop van Canterbury.
Tot haar belangrijkste stichting behoort het klooster van Dunfermline, de plaats waar zij als vluchteling landde en waar Malcolm toen juist de kerk had verwoest. Voor zichzelf richtte zij in haar koninklijk verblijf een soort kloostercel in – deze is onlangs teruggevonden bij opgravingswerkzaamheden. Daar moet zij vol overgave geschreven hebben aan haar persoonlijke Evangelieboek; het wordt tot op de dag van vandaag bewaard in de Bodleian-bibliotheek te Oxford.

Zij stierf op het moment dat één van haar zoons, Edgar, haar het verschrikkelijke nieuws kwam melden dat haar man en haar oudste zoon waren omgekomen in één van de vele slagen die zij te leveren hadden.

Haar reliekschrijn werd opgesteld in ‘haar’ kloosterkerk te Dunfermline. Er begonnen wonderen te geschieden; men zag een licht dwalen rond haar grafmonument; soms waren het vonken. Men meende dat de heilige op deze manier te kennen gaf dat ze graag als heilige vereerd wilde worden. Paus Innocentius IV († 1254) verklaarde haar tenslotte officieel heilig in 1251. Haar schrijn werd voorwerp van grote verering.
Tijdens de troebelen van de Reformatie (halverwege de 16e eeuw) wist de laatste abt van Dunfermline haar stoffelijke resten in veiligheid te brengen. Ze werden naar Frankrijk gesmokkeld, maar daar gingen ze verloren tijdens de Franse Revolutie (1789-1792).
De plaats waar Margareta in Schotland aan land kwam, staat nog steeds bekend als St-Margaret’s Hope. Lange tijd bezat het kasteel van Edinborough een St- Margaret’s Tower en -Gate. Aan de voet van de rots is er nog steeds een bron naar haar genoemd. Volgens de overlevering zou zij die hebben doen ontspringen bij haar aankomst in Schotland.

Zij is patrones van Schotland.
Zij wordt afgebeeld in koninklijke kledij, vaak met een kroon aan haar voeten; soms ook in kloosterkleding met armen en zieken om zich heen. Op bijgaande afbeelding uit de vorige eeuw is zij te zien als vorstin omringd door bedelaars en armen die door haar worden gevoed en welgedaan.
London heeft een (neo-)gotische Margaretakerk, gelegen vlak achter de parlementsgebouwen.

Bron: Heiligen.net

vrijdag in week 32 door het jaar


Uit de tweede brief van Johannes 4-9

Christus is voor de christen de enige weg tot God langs de mensen om. Dat wij elkaar liefhebben is daarom van het grootste belang. Aan de basis hiervan ligt de menswording van Gods Zoon.

Dierbaren, ik was zeer verheugd te merken dat verscheidene van uw kinderen de weg van de waarheid volgen, in overeenstemming met het gebod dat de Vader ons gegeven heeft. En nu heb ik een verzoek aan u. Ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor, maar een gebod dat ons vanaf het begin bekend is: laten we elkaar liefhebben. Liefhebben houdt in dat we leven volgens Gods geboden. Volgens dit gebod, dat u vanaf het begin gehoord hebt, moet u leven.
Er zijn veel dwaalleraren in de wereld verschenen die de komst van Jezus Christus als mens niet belijden. Dat nu is de verleider, de antichrist! Wees op uw hoede en verspeel niet wat we bereikt hebben, maar zorg dat u het volle loon ontvangt. Wie niet bij de leer van Christus blijft maar verder wil gaan, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, heeft zowel de Vader als de Zoon.

 

Psalm 119, 1 + 2 + 10 + 11 + 17

Refr.: Gelukkig wie de weg gaan van de Heer.

Gelukkig wie de volmaakte weg gaan
en leven naar de wet van de Heer.

Gelukkig wie zijn richtlijnen volgen,
Hem zoeken met heel hun hart.

Met heel mijn hart heb ik U gezocht,
laat mij niet afdwalen van uw geboden.

Uw belofte heb ik in mijn hart geborgen,
zo zal ik niet tegen U zondigen.

Wees goed voor uw dienaar – dan zal ik leven
en mij houden aan uw woord.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 17, 26-37

De zondvloed, de ondergang van Sodom en de verwoesting van Jeruzalem waren beelden van het einde der tijden. Lucas pikt bij deze beelden aan om ons te waarschuwen, ons hier geen blijvende woonplaats te bouwen. Of zoals Johannes het schreef: het gaat om dat ene gebod; de liefde.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Zoals het eraan toeging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: ze aten, ze dronken, ze huwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg. Of zoals het eraan toeging in de dagen van Lot: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten, ze bouwden; maar op de dag waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen allen om.
Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard. Wie op die dag op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om zijn bezittingen te gaan halen, en wie op het land is moet niet naar huis terug willen gaan. Denk aan de vrouw van Lot! Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden. Ik zeg jullie, die nacht zullen er twee in één bed liggen: de een zal worden meegenomen, de ander achtergelaten. Van twee vrouwen die samen aan het malen zijn, zal de een worden meegenomen, de ander worden achtergelaten.’
Ze vroegen hem: ‘Waar, Heer?’
Hij antwoordde: ‘Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.’

Van Woord naar leven

Ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor, maar een gebod dat ons vanaf het begin bekend is: laten we elkaar liefhebben.
Zo lezen we vandaag in de eerste lezing uit de tweede brief van Johannes.

Elkaar liefhebben in vele vormen van kleine goedheid … daar gaat het om. Gewoon kleine daden, met liefde gedaan, niet opvallend, maar gemeend, van harte, omwille van de ander, niet om iets terug te krijgen, en als het kan met een zekere blijheid; een innerlijke vreugde die haar wortels heeft in de opstanding van de Heer.

Want daar gaat het om: de liefde van Pasen belichamen. Niet op je eentje, maar mét de Heer, innig verenigd met Hem, vanuit zijn inwoning in jezelf.

Zie het niet te theoretisch, ook niet als een principe, of een goed gevonden idee. Het is ook meer dan een spiritualiteit of zelfs een navolging. Het gaat om een leven mét de Heer, een leven in Christus, vanuit een innige verkering met Hem.

En zie het echt niet te groots. Kleine goedheden. Met de mensen u gegeven. Aanvoelend waar het kan. Kijkend waar er vraag is. Met een gezond boerenverstand. Maar als een christen: mét en in de Heer, Hem dragend, Hem barend.

Zalig de eenvoudigen van hart.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
Gij zijt het levend Hart van dat ene aloude gebod dat God aan de mensheid gegeven heeft: de Liefde. Geef dat wij ons ten volle mogen toevertrouwen aan uw tegenwoordigheid in en onder ons, opdat ons leven één liefdevolle lofzang mag worden voor God, zich uitend in vele vormen van kleine goedheid. Trek ons in U, lieve Heer, maak ons deelgenoot van uw liefde, wentelend in uw barmhartigheid, drager van uw vrede.
Kom Jezus kom. Alle dagen van ons leven.
Amen.