Lezingen van de dag – vrijdag 18 jan 2019


Heilige (of feest) van de dag

Regina Protmann († 1613)

Regina Protmann, Braunsberg, Duitsland; stichteres

Zij werd in 1552 als koopmansdochter geboren te Braunsberg, in Ermland, Oost-Pruisen. Dat was zes jaar na de dood van Maarten Luther. Temidden van het woeden van de Reformatie bleef het gezin trouw aan het katholieke geloof. Op haar negentiende besloot ze zich geheel aan God toe te wijden en trok zich met twee vriendinnen terug in de eenzaamheid van een bouwvallig huis. Hier ligt in feite het begin van de door haar gestichte Congregatie der Catharinazusters die vooral rond de Oostzee verspreid is. Ze volgden het voorbeeld van Benedictus: ‘Bid en Werk’. Hun aantal groeide verbazend snel.

Maar het was de jezuïetenspiritualiteit die haar gevoelig maakte voor de eeuwige spanning in het leven van de gelovige: dat God niet alleen te vinden is in stil gebed, contemplatie en andere geestelijke oefeningen, maar ook in dienstbetoon aan armen, zieken en hulpbehoevenden en in geestelijke begeleiding van mensen. Zo stelden zij hun huis open en namen vooral noodlijdenden op. En dat, terwijl het Concilie van Trente juist enkele jaren tevoren de waarde van het slot voor vrouwenconventen krachtig had onderstreept. Ze wijdden zich vooral aan handenarbeid, ziekenverzorging en later ook aan de opvoeding van meisjes. Aanvankelijk hadden ze heel wat verdachtmakingen te doorstaan, gegeven het feit dat ze de zieken thuis opzochten, bij hen bleven waken en bidden, en dat soms ook ’s nachts! Dat hadden vrome vrouwen tot dan toe immers nog nooit gedaan. Pas gaandeweg begon het tot de bevolking door te dringen dat hier iets nieuws groeide. Op 18 maart 1583 werden ze officieel door de bisschop erkend en goedgekeurd; in 1602 volgde de pauselijke goedkeuring.

Hoewel ze nooit officieel als overste is aangewezen, noemde iedereen haar ‘moeder Regina’. Het vuur van het begin bleef tot aan haar dood zichtbaar in haar voortgloeien. Een onbekende priester uit haar omgeving schrijft: ‘Het vuur van de christelijke naastenliefde brandde in haar hart. Daar kunnen de armen en noodlijdenden over meepraten! Hoe vaak is ze niet in het gasthuis de voeten van arme sloebers gaan wassen; hoe vaak heeft ze niet de wonden van patiënten verbonden. Had iemand, koorts, kiespijn, gezwellen, een oogkwaal of wat dan ook: zij wist er een middeltje voor. Als zij hoorde dat er iemand ziek was, ook al was het een volslagen onbekende, dan stuurde ze er alvast een zuster heen met een krachtige soep en een stevig maal om aan te sterken.’

Meer dan veertig jaar geeft zij leiding aan de Catharinazusters. Zij is voor al haar medezusters een voorbeeld. Zij legt zichzelf de strengste verstervingen op, die ze overigens verbiedt aan haar medezusters. Het komt geregeld voor dat zij haar kleren of beddengoed weggeeft, op de kale vloer slaapt of nachtenlang blijft bidden voor het altaarsacrament voor de bekering van zondaars. Als zij hoort dat er ergens oorlog of een gewapend conflict uitbreekt, dan begint zij met haar communiteit een veertigurengebed, alsof alleen zij nog in staat zijn het onheil af te wenden. Consequent gaat zij op haar doel af, in weerwil van teleurstellingen en tegenslagen, geïnspireerd daar haar levensmotto ‘Zoals God wil’.

Na een ziekbed van zes weken sterft ze op 18 januari 1613. In de Tweede Wereldoorlog worden haar relieken overgebracht van Pruisen naar Rome. Thans rusten zij in het moederhuis te Grottaferrata.

Op 13 juni 1999 werd zij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.

Bron: Heiligen.net

Regina Protmann

 

vrijdag in week 1 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 4, 1-5 + 11

Wij zullen de rust van God binnengaan als wij zijn woord in geloof aanvaarden. Ontrouw aan dit woord hield de Israëlieten van deze rust weg. Laat daarom niemand ten val komen door het slechte voorbeeld van ongeloof dat wij dagelijks rondom ons ontmoeten.

Broeders en zusters,
aangezien de belofte om binnen te gaan in Gods rust nog steeds van kracht is, moeten we ervoor waken dat niemand van u ook maar de schijn wekt deze gelegenheid aan zich voorbij te laten gaan. Want aan ons is het goede nieuws verkondigd, net als indertijd aan hen; maar anders dan voor wie het in geloof aannemen, was het verkondigde woord voor hen niet heilzaam.
Omdat wij echter geloven, gaan we binnen in de rust waarvan eerder sprake was: ‘In mijn toorn heb Ik gezworen: “Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust, ”’–en dat terwijl zijn werk toch al met de grondvesting van de wereld voltooid werd!
Over de zevende dag wordt immers ergens gezegd: ‘En op de zevende dag rustte God van al zijn werk’, terwijl hier wordt gezegd: ‘Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust.’
Laten we dus alles op alles zetten om te kunnen binnengaan in die rust, en zo voorkomen dat ook maar iemand dit voorbeeld van ongehoorzaamheid volgt en te gronde gaat.

 

Psalm 78, 3-7

Refr.: Laten wij nooit vergeten wat God heeft gedaan.

Wij hebben het gehoord, wij weten het,
onze ouders hebben het ons verteld.
Wij willen het onze kinderen niet onthouden.

Wij zullen aan het komend geslacht vertellen
van de roemrijke, krachtige daden van de Heer,
van de wonderen die Hij heeft gedaan.

Hij stelde een richtlijn vast voor Jakob
en kondigde in Israël een wet af.
Onze voorouders gaf Hij de opdracht
die aan hun kinderen te leren.

Zo zou het volgende geslacht ervan weten,
en zij die nog geboren moesten worden,
zouden het weer aan hun kinderen vertellen.

Dan zouden zij op God vertrouwen,
Gods grote daden niet vergeten
en zich richten naar zijn geboden.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 2, 1-12

Mensen kunnen ons een voorbeeld geven van ongeloof, maar anderzijds blijkt uit hun gedrag soms ook hoe diep zij geloven. Voor Jezus was dat geloof voldoende om de zonden van de lamme te vergeven. Het was voor Hem tevens een teken van zijn goddelijke macht. Men kan dit teken van zijn godheid naast zich neerleggen of aanvaarden in geloof.

Toen Jezus terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat Hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en Hij verkondigde hun de heilsboodschap.
Er werd ook een verlamde bij Hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken.
Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft Hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven!
Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei Hij: ‘Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’
Toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’
Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.

Van Woord naar leven

Vandaag horen we het verhaal van de lamme die bij Jezus werd gebracht, en wel via het dak omdat het wegens de menigte onmogelijk was via de gewone ingang bij Hem te komen. Mooi beeld overigens hoe de lamme kan rekenen op zijn broeders die alle moeite doen om hem in contact te brengen met de Heer.

Vandaag wil ik graag met u nadenken over het verband tussen verlamming en zonde. De lamme uit het evangelie van vandaag wordt door Jezus genezen waarop Hij zegt: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’ En verder: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’

In elk gebaar dat Jezus stelt in de evangelies zien we een dubbele betekenis. Enerzijds toont Jezus zijn goddelijkheid in de gebaren die Hij stelt. Zo geneest Hij vandaag de lamme van zijn verlamdheid om aan de Farizeeën, die Hem in vraag stelden, te tonen wie Hij was. Daarnaast schuilt er in de gebaren die Hij stelt ook altijd een meer geestelijke boodschap, waarvan het goed is ze trachten te doorgronden. Vandaag het verband tussen verlamming en zonde, tussen ‘vergeving krijgen van zonde’ en ‘gekregen genezing’.

Een mens die verslaafd is aan zonden (grote of kleine, dagelijks of af en toe), verlamt zichzelf. Hij legt iets in zichzelf lam. Hij geraakt aan iets ontwricht, namelijk aan zijn relatie tot God. De frisheid in de godsrelatie verdwijnt, het zuivere ebt weg, het geweten (als plaats van godsontmoeting) knaagt, het gebed lijdt eronder, de relaties naar de naasten worden minder oprecht,… En we zakken weg. Zonde verlamt.

Het goede trekt, zoals het kwade dat ook doet. Het goede, God, de altijd aanwezige (ook in de zondaar) blijft uitnodigen, maar Hij doet dit als een bedelaar, een nederige. Hij klopt aan de deur van ons hart en blijft geduldig wachten tot we opendoen. Hij respecteert onze vrijheid en wacht op een persoonlijk ‘ja’. Het kwade is veel agressiever: het neemt bezit van ons, lokt ons met allerlei ‘wereldse’ zaken die als ‘fijn en aangenaam’ overkomen. Het kwaad trekt ons weg van God.
De vraag is waarvoor we dan kiezen…

Jezus kent de mens, Hij kent ieder van ons. Hij kent onze zwakheid, zelfs meer dan dat we die van onszelf kennen. En een van de redenen dat God in Jezus naar ons is toegekomen zit ‘m in het feit dat Hij de mens wil genezen van zijn neiging tot zonde. Omdat Hij weet dat de zonde de mens verlamt in zijn relatie tot Hem en uiteindelijk ook in zijn roeping tot liefde.

Het klinkt cliché maar het is wel zo: allen zijn we wel ergens verlamd geraakt door dingen die ons wegtrekken van de Heer. Laten we de Heer welkom heten. Hij kan ons genezen van onze verlamming. Hij kan ons aanraken in onze meest duistere plekjes om deze om te buigen naar zijn licht. Hij kan onze slapende ziel weer tot leven brengen door ons te brengen in relatie met Hem.
Laten we in gebed ons hart werkelijk openen voor Hem. Hij wacht tot we Hem ten diepste ontvangen. Zoals de vader uit het verhaal van de verloren zoon staat Hij op uitkijk tot we weer beslissen naar Hem toe te komen.

Ja, laten we beslissen voor de Heer, kiezen voor het goede, ons bekeren tot de Liefde, tot God.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
allen zijn we wel ergens lam door de zonde die ons van God ontwricht. Wij bidden U: Kom in ons, raak ons aan, heel ons, zodat wij weer fris en blij, enthousiast en vol overgave de liefde dienen in ons dagelijks leven.
Kom heilige Geest, zet ons in vuur en vlam voor de Heer, ons gevend aan Hem, tredend in zijn ja-woord tot de Vader.
Vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.